De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

FLANKEREND ONDERWIJSBELEID DINSDAG 21 OKTOBER 2008.

Verwante presentaties


Presentatie over: "FLANKEREND ONDERWIJSBELEID DINSDAG 21 OKTOBER 2008."— Transcript van de presentatie:

1 FLANKEREND ONDERWIJSBELEID DINSDAG 21 OKTOBER 2008

2 VOLGENS VAN DALE Indicator: - Verschijnsel dat op iets wijst, factor die iets aangeeft (vb het personeelsverloop is de indicator dat het bedrijf slecht wordt bestuurd - (getals)waarde die aanwijzingen geeft voor een redelijk betrouwbare schatting van (onbekende) waarde of gegevens van een groter geheel Maat: - eenheid waarmee grootheden van een andere soort gemeten worden, - afmeting of grootte Maatstaf - normering, datgene waarnaar men iets beoordeelt of bepaalt Variabele: - grootheid die in waarde kan veranderen - iedere eigenschap of ieder kenmerk van een persoon, omgeving of experimentele situatie die kan variëren van persoon, situatie of omgeving Parameter: - naast de eigenlijke variabelen optredende, onbepaald gelaten of constant gehouden grootheid waarvan een wiskundige of natuurkundige functie afhangt - grootheid waarmee het verloop van technische processen wordt getoetst of het vermogen van een machine kan worden bepaald, - veranderlijke grootheid zoals tijd, materiaalkosten, …

3 VOLGENS VAN DALE (vervolg) Grootheid : iedere zaak in zoverre die voor vermeerdering of vermindering vatbaar is (positieve en negatieve grootheid, grootte) Cijfer: uitgedrukt getal, vast teken om een aantal voor te stellen IN TEKSTEN ALLERHANDE meetgegeven, meetnorm, richtwaarde, meetsysteem, meetonderwerp, indicatorenstelsel, nulmeting, meetinstrument, meetschalen, meeteenheid, kwalitatieve en kwantitatieve indicator, enkelvoudige en samengestelde variabele (indicator), absolute en relatieve grootheden, Hoe begrijpen ? - een indicator is een kwantitatieve expressie van de activiteiten en/of resultaten van de organisatie en de effecten ervan - een indicator is een meeteenheid die onrechtstreeks een benadering geeft van een bepaalde grootheid (bv effectiviteit, zuinigheid, efficiëntie)

4 METEN, TOETSEN, EVALUEREN VAN BELEIDS - EFFECTEN ( bijv.via INDICATOREN) EXTERNE DOELSTELLINGEN FORMULEREN/KIEZEN/UITWERKEN INTERNE DOELSTELLINGEN BEPALEN/KIEZEN/ DOCUMENTEREN ACTIES/INSTRUMENTEN BEPALEN/KIEZEN DOKUMENTEREN OPVOLGEN via INDICATOREN ACTIES UITVOEREN BEHOEFTE _ PROBLEEM

5 Basisschema productie goederen/dienstverlening M A P E INPUT - THROUHGPUT - OUTPUT - OUTCOME personeelprocessengedragswijziging geldactiviteitenproduktenwijziging in omgeving organisatieinstrumentendiensten kennis I N T E R N KLANT RELEVANTE EXTERNE OMGEVING KT LT impact BEHOEFTE _ PROBLEEM

6 Strategische doelstellingen Operationele doelstellingen inputprocesoutputimpacteffect omgeving organisatiegrens beheerscyclus beleidscyclus Wat leert dit schema in vergelijking met het voorgaande

7 Indicatoren moeten gekoppeld zijn aan de beheer (opvolging) en beleid (strategie) Strategie Doelstellingen OutputThroughputInputOutcome Projecten Duurzame Effectiviteit (LT) zuinigheid efficiency doelbereiking Programma-effect (KT-Direct) Omgevingsfactoren BEHOEFTE _ PROBLEEM

8

9

10 OEFENING MAPE ‘DIENST HUISVESTING’ MiddelenActiviteitenPrestaties Effecten - personeel- intake- gesprek- klanten vinden weg naar aanbod - geld- fin hulp-- er is voldoend aanvullend aanbod - organisatie- bemiddeling-sociale woningen - infrastructuur- begeleiding- -- creatie aanbod- groter aanbod -- renovatie won- gerenoveerde won- -- samenw verhuurkantoren- samenwerking- -- sociaal beheersrecht-- -- participeren CPSH- participatie- betere toegankelijkheid -- participatie RvB HMy- participatie van bestaande sociale -- samenwerking HMy- samenwerkingwoongelegenheden -- analyse behoeften- document- kwetsbare en zorgbehoevende klanten -- signaalfunctie dienst W&Wbeschikken over kwa/beta/aang/toeg ---woning - - enz- enz- sociale leefbaarheid in buurten is verhoogd (“buurten voor iedereen”)

11 Voorbeeld Organisatie: Lagere school Input - leraars, directie, ander personeel, - schoolgebouwen + logistiek + financiën + traditie + ouders - cultuur+structuur van de school - organisatie+aantal uren les Throughput - methodes en technieken van lesgeven, - extra activiteiten, klassfeer, schoolsfeer, Output -leesvaardigheid van de 12-jarigen, kennispeil, houdingen, groepsverbondenheid van de lln, …. Outcome - de mate waarin de lln de kennis, attitudes, verder ontwikkelen, vorm geven, etc.

12 RELATIE INDICATOR-CSF-DOELSTELLING -MISSIE/OPDRACHT Het plaatselijk jeugdwerk ondersteunen Het ledenaantal vergroten Stemmen winnen volgende verkiezingen De financiële leefbaarheid ondersteunen Missie/Opdracht Doel / effect Belang rijk Indicator effect Kennis van motieven van niet-deelname aan het jeugdwerk Steun op het gepaste moment aan de grootste groepen Goede afspraken, bijv waarvoor en hoelang een extra-ondersteuning, en waarvoor ze kan aangewend worden Stand in de verhouding eigen middelen/subsidies op einde van periode Verkiezingsuitslag Groeicijfers Indicator proces Resultaten studieWekelijkse aanwezigheid op …Tussentijdse stand via rapporten

13 Pawson: stelt vanuit de beleidstheorie de vraag onder welke omstandigheid voor wie het beleid zou kunnen werken. Beleidstheorie: relatie tussen de inzet van middelen en beoogde doelstellingen

14

15

16

17

18

19 Corporate Scorecard Financial Perspective Secure Funding/Service Partners Grow the Tax Base Maximize Benefit/Cost Maintain AAA Rating Learning & Growth Perspective Enhance Information Management Close Skills Gap Achieve Positive Employee Climate Customer Perspective Increase Perception of Safety Strengthen Neighborhoods Enhance Service Delivery Maintain Competitive Tax Rate Provide Safe, Convenient Transportation Reduce Crime Promote Economic Opportunity Internal Process Perspective Improve Productivity Increase Positive Contacts Increase Infrastructure Capacity Promote Community-Based Problem Solving Streamline Customer Interactions City Council Focus Areas Transportation City Within a City Community Safety Restructuring Government Economic Development Smart Growth

20 City of Charlotte Performance Management System Linkage City Council Focus Areas Corporate/Balanced Scorecard Business Plans Incentive Targets Individual Employee Performance Plans

21 –een indicator is een meeteenheid die onrechtstreeks een benadering geeft van een bepaalde grootheid/fenomeen vaak ook gebruikt in de zin van een maatstaf : deze meet/telt een fenomeen precies en ondubbelzinnig dus: opvolgen via indicatoren, maatstaven (variabelen, parameters, ….) Wat is een indicator ?

22 Indicatoren als stuurgetallen en/of kengetallen Stuurgetallen: sluiten aan bij de strategie (beleid) ondersteunen het beheer (control, opvolging) Kengetallen: beschrijven de normale karakteristieke kenmerken van welkdanig aspect ook van de organisatie (input, throughput, output, …)

23 Indicatoren moeten gekoppeld zijn aan de beheer (opvolging) en beleid (strategie) Strategie Kengetallen Doelstellingen OutputThroughputInput Beheersindicatoren Achtergrondgegevens Outcome Projecten Beleidsindicatoren BEHOEFTE _ PROBLEEM

24 TENNIS SPELEN winnen concentratie op een goede terugslagbal uitslag fysische conditie achter elke bal lopen hartslag relatie met baas baas laten winnen opslag einde jaar Missie Doel Belangrijk Indicator RELATIE INDICATOR-CSF-DOELSTELLING - MISSIE/OPDRACHT

25 Soorten indicatoren Beheersmatig:  Input of ingezette middelen (budget, personeel, ICT, …)  Through put of proces (werking)  Output of prestaties Beleidsmatig:  Impact - outcome

26 Soorten indicatoren volgens gezichtspunt ((perspectief) GebiedFinancieel, niet-financieel TransformatieprocesMiddelen, proces-, prestaties, effect, Efficiency, Effectiviteit, Economy, Equity BesturingsniveauStrategisch, taktisch, operationeel Objectiviteit/meetbaarheidKwantitatief, kwalitatief TijdshorizonVerleden (lagging), toekomst (leading) ManagementcyclusBeleids-, beheers- DuidingsachtergrondOmgevingsindicatoren

27 Onderdelen van een indicator 1. ONDERWERP VAN DE METING: moet relevant zijn vb tevredenheid bewoner sociale woning 2. MAATSTAF OM ONDERWERP TE KUNNEN METEN. In functie van wat we willen meten. 3. NORM WAARMEE HET MEETRESULTAAT VERGELEKEN WORDT - score gemiddeld bij alle inwoners al dan niet van zelfde karakteristieken

28 Belang voor de kwaliteit van het monitoringsysteem –voorbeeld ‘% langdurig jonge werklozen’ wat is jong, langdurig en werkloos (nww, uvw) ??? –meerdere actoren met eigen definities Daarom: opmaken van indicatorfiche Voor elke indicator afspraken maken over gebruikte terminologie, dimensies en aggregatieniveaus, meetfrequentie, verantwoordelijke dienst / persoon... Indicatoren definiëren

29 Doelstelling “ De kwaliteit van de OCMW-dienstverlening voor jongeren verbeteren” – Prestatie: meer jongeren worden succesvol begeleid door het OCMW Indicator : % succesvolle begeleidingen (in maatzorg..) –Prestatie : meer jongeren zijn tevreden over dienstverlening Indicator: % afhakers Indicatoren selecteren: Praktijkvoorbeeld

30 Strategische doelstelling De bestaansafhankelijkheid van jongeren tot een aanvaardbaar niveau reduceren tegen 2001 – Effect 1 : aandeel langdurig jonge werklozen neemt af Indicator : % langdurig werkloze jongeren (-25) –Effect 2: aandeel jongeren in OCMW-cliënteel neemt af Indicator: % jongeren in OCMW-cliënteel Indicator: % jonge BM-gerechtigden tov het aantal jongeren Indicatoren selecteren: Praktijkvoorbeeld

31 INDICATORFICHE Indicator : aantal klachten per 100 inwoners Verzamelinstantie: gemeente, dienst wijkontwikkeling Verzamelmethode:telling Bron: politie,wijkmanagers, buurttoezichters Definitie: klacht: bericht waarbij de klant meedeelt dat hij een subjectief nadeel ondervindt van door een handeling of het uitstellen van een handeling door de gemeente Dimensie:[Dim.] Soort klacht [Agg.] verloedering, soc. overlast,verkeer [Dim.] Wijk [Agg.] wijk1,wijk2… Begin tijdreeks:1997 Update:jaarlijks

32 Criteria voor goede indicatoren kwantiteit en kwaliteit niet manipuleerbaar valide en betrouwbaar relevant meetbaar acties mogelijk maken

33 AANTAL AANBEVELINGEN - niet teveel indicatoren: hou het ‘balanced’ naar gezichtspunt, soort, … - focus best op effecten voor klant, my, omgeving (evt ook output) en bekijk van daaruit de interne key performances indicators (PKI’s) - hou ook relevante omgevingsindicatoren bij: voor interpretatie en duiding - kijk naar de verschillende stakeholders-belangen - zoek naar integrerende doelstellingen en integrerende indicatoren

34 AANTAL AANBEVELINGEN - betrek velen bij ontwikkeling (participatief, ook personeel) - maak het systeem flexibel, soepel - kwantificeer doelstellingen - meet klanttevredenheid - laat deskundigen de meetgegevens interpreteren - beoordeel de meetgegevens zorgvuldig - ontwikkel goede referentiepunten

35 AANTAL VALKUILEN - methodologisch pluralisme: wie meet, wat meen men, in welke omstandigheden ? - ziekte van de tijdsverkorting : voldoende lange perspectief houden - atrofieziekte: meting met indicatoren leidt tot daling van de kwaliteit van de prestaties (cfr simpele deelhandelingen worden geteld als volwaardige handelingen) - hypertrofie ziekte: door te meten groeit het aantal zo benoemde prestaties - verkeerde weergave en/of interpretatie - verstarring, bureaucratisering

36 Soorten normen Een norm kan betrekking hebben op de kwantiteit of de kwaliteit (vb de te volgen procedures, omgang met de doelgroep, toegangsmodaliteiten. 1.Politieke of ideologische normen 2.Vroegere metingen (historische vergelijking, in de tijd) 3.Vgl met andere organisaties in dezelfde sector 4.Vgl met andere organisaties buiten de eigen sector 5.Vgl met buitenlandse organisaties ( andere regio’s) 6.Vgl met wetenschappelijke standaarden 7.Resultaat van onderhandeling, afspraken

37 Kwaliteitsvereisten voor normen Beleidsmatig relevant en flexibel Systematisch Consensus over hoogte en inhoud Beheersbaar Rekening houden met beschikbare middelen 1-1 relatie met een indicator Efficiënt

38 Indicatoren moeten gekoppeld zijn aan de beheer (opvolging) en beleid (strategie) Strategie Kengetallen Doelstellingen OutputThroughputInput Beheersindicatoren Achtergrondgegevens Outcome Projecten Beleidsindicatoren BEHOEFTE _ PROBLEEM

39 Het proces van meting - tellen, registreren, schatten, enquêteren, - meetinstrumenten: - betrouwbaarheid - validiteit (geldigheid) statistische validiteit: interne validiteit: construct validiteit externe validiteit

40 Meetproblemen 1.Meten is niet nodig-syndroom (Pangloss-stelling) (Candide-Voltaire) 2.Meten is onmogelijk 3.Performance en publieke sector gaan niet samen 4.Convex/concaaf : onterecht hogere of lagere waarden meten 5.Output of effect stijgen abnormaal door het meten 6.Output of effect dalen abnormaal door het meten 7.Meer registraties door het meten 8.Geen duidelijk onderscheid tss output en effect 9.Inflatie van indicatoren 10.Korte termijnfocus 11.Het waanbeeld 12.Door het meten wordt de beleidsfocus (ten onrechte) verlegd

41 Mogelijke kwaliteitsvragen voor een meetsysteem Stap in het meetproces FunctionaliteitBetrouwbaarheid en validiteitLegitimiteit informatieplanGeeft men aan op welke vraag naar informatie de meting inspeelt? Wordt er een afweging gemaakt tussen kosten en baten van een bepaald niveau van validiteit en betrouwbaarheid? Worden de ‘metende‘ actoren betrokken bij de planning? afbakening meetobject wordt het meetobject afgebakend op basis van de vraag naar informatie? indicatoren ontwikkeling Meten de indicatoren wel wat ze moeten meten? Worden medewerkers betrokken bij de ontwikkeling van indicatoren over het eigen werk? dataverzameling Wat is de omvang van de (eventuele) steekproef? analyse van de dataMaken de analyses de data meer inzichtelijk en bruikbaar om aan de vraag naar informatie te voldoen? Wordt de betrouwbaarheid en de validiteit gecontroleerd (b.v. door statistisch onderzoek)? Wordt de toegevoegde waarde van de analyses duidelijk gemaakt en gecommuniceerd? rapportageIs de rapportage aangepast aan de specifieke gebruikswijze (vraag) van de informatie? Wordt er teruggekoppeld naar de betrokkenen in het meetsysteem?

42 het meetsysteem als proces – doelstellingen van het meetsysteem (waarom meten?) ( zie artikel R.D. Behn Why Measure Performance – afbakening van het meetobject (wat gaan we meten?) – indicatorenontwikkeling (welke? wie? hoe?) – dataverzameling (wie? hoe? kosten/baten?) – analyse van de data? (van data naar informatie) – rapportage (aangepast aan doelgroep?)  resultaat; informatie geschikt voor gebruik

43

44

45

46


Download ppt "FLANKEREND ONDERWIJSBELEID DINSDAG 21 OKTOBER 2008."

Verwante presentaties


Ads door Google