De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Decentralisatie, een oplossing voor het toenemend beroep op jeugdzorg?

Verwante presentaties


Presentatie over: "Decentralisatie, een oplossing voor het toenemend beroep op jeugdzorg?"— Transcript van de presentatie:

1 Decentralisatie, een oplossing voor het toenemend beroep op jeugdzorg?
Marjolein Knaap Nederlands Jeugdinstituut Bron Tom van Yperen Korte introductie van mijzelf en en mijn achtergrond. Korte interactie met het publiek: welke doelgroep is aanwezig? Waarom deze vraagstelling: zie doelstelling van de transitie: Citaat uit de Transitieagenda: Om de grote druk op de gespeciaiseerde jeugdzorg terug te dringen en de verkokerde manier van werken binnen de jeugdhulp aan te pakken kiest dit kabinet voor een stelselwijziging. De jeugdhulp gaat over naar de gemeente. Wat mij en mijn collega’s binnen het Nji bezig houdt: gaat de decentralisatie daadwerkelijk leiden tot een afname van het toenemend beroep op gespecialiseerde jeugdzorg. En wat moet er gebeuren om daadwerkelijk te realiseren?

2 Waarom een stelselwijziging?
Grote druk op gespecialiseerde zorg terug dringen Verkokerde manier van werken binnen de jeugdhulp aanpakken Citaat uit de Transitieagenda: Om de grote druk op de gespecialiseerde jeugdzorg terug te dringen en de verkokerde manier van werken binnen de jeugdhulp aan te pakken kiest dit kabinet voor een stelselwijziging. De jeugdhulp gaat over naar de gemeente.

3 Quote van een collega “Met mij is het net als met de decentralisatie van de jeugdzorg: Het wordt anders en het wordt vast beter maar wanneer en hoe precies dat blijft de vraag” Hoe zit het met U? Zal de zorg voor jeugd verbeteren met de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten. Korte interactie met de zaal.Verwijzen naar discussie binnen Nji over terugbrengen beroep op gespecialiseerde zorg. Hoe zit het met mij? Ik denk dat het beter moet en ik denk dat het beter kan, ik denk ook dat de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten op termijn tot een verbetering kan leiden. Maar ik maak me ook zorgen en die zorgen deel ik graag me U hier vandaag. De focus in de discussie over inhoudelijke vernieuwing op dit moment vooralgericht is op het versterken van preventie en lichte opvoedhulp, op eigen kracht van burgers, op ontmedicaliseren, ontprofessionaliseren en ontzorgen. De gespecialiseerde jeugdzorg komt er in de discussie qua aandacht bekaaid van af. Er gaat met reden veel aandacht uit naar het gewone opvoeden en opgroeien, het voorkomen van versnippering van zorg en het terugdringen van gespecialiseerde zorg. Echter, ten onrechte wordt daardoor soms de indruk gewekt dat hierdoor zwaardere jeugdzorg voorkomen kan worden. Transitie en transformatie kunnen niet voorkomen dat er altijd jeugdigen en gezinnen zullen blijven voor wie een vorm van zwaardere zorg nodig is. Boodschap : in de transformatie moet niet alleen aandacht uitgaan naar preventie en eerste lijn, maar ook naar de gespecialiseerde zorg in de tweede lijn.

4 Huidige jeugdstelsel (vereenvoudigd)
Zie ook: 0e lijn Voorzieningen gewone opgroeien en opvoeden jeugdigen BSO School Sport Aanbod van algemene en selectieve preventieve programma’s GGD 1e lijn CB Thuisz (S)MW Signalering opgroei- en opvoedproblemen Vroeginterventie, lichte pedagogische ondersteuning BJZ Indicatie voor specialistische hulp / maatregel 2e lijn Dames en heren, dit is een vereenvoudigde weergave van ons stelsel. De boodschap van deze dia is: het is ingewikkeld. Grofweg: * De nulde lijn: de voorzieningen voor het gewone opgroeien en opvoeden (zoals kinderopvang en school), ook wel de pedagogische basisvoorzieningen genoemd. * De eerste lijn: Preventie, signalering en vroeginterventie. Lijkt hier nog tamelijk overzichtelijk, maar is feitelijk verdeeld over allerlei lokale voorzieningen in de gemeente. * De tweede lijn: De gespecialiseerde hulp. Nazorg? J&O-hulp Jeugd-GGZ Jeugd- Bescherming & Reclassering Zorg voor Jeugd-LVG Speciaal onder- wijs (Cluster IV)

5 Huidige problemen 1. Enorme groei gespecialiseerde zorg: *
0e lijn Voorzieningen gewone opgroeien en opvoeden jeugdigen 1. Enorme groei gespecialiseerde zorg: * Jeugd- & opvoedhulp gemiddeld ± 7,4% per jaar Jeugd GGZ ± 12,5% per jaar Cluster 4 onderwijs ± 17,5% per jaar 2. Eerste lijn ontbreekt of is versnipperd 3. Systeem verwijst veel door 4. Weinig aandacht gewone opgroeien/opvoeden 5. Versnippering in deelsectoren Aanbod van algemene en selectieve preventieve programma’s 1e lijn Signalering opgroei- en opvoedproblemen Vroeginterventie, lichte pedagogische ondersteuning Indicatie voor specialistische hulp / maatregel 2e lijn Er moet inderdaad wel wat verbeteren. Waardoor wordt groei veroorzaakt: Complexere samenleving Verbeterde vroegsignalering en diagnostiek Hogere prestatienormen - Dit stelsel blijkt niet goed te werken: De aandacht gaat vooral uit naar problemen en weinig naar het gewone opgroeien en opvoeden van kinderen. De eerste lijn ontbreekt nagenoeg, de pedagogische huisartsenpost, zeg maar. De bedoeling was dat BJZ dit zou verzorgen, maar is nooit van de grond gekomen door wettelijke beperking taken BJZ en gebrekkig gemeentelijk aanbod van opvoedingsondersteuning via de jeugdgezondheidszorg. Het hele systeem verwijst veel jeugdigen door naar indicatieorganen, deskundigen en gespecialiseerde voorzieningen. Het is er weinig op ingericht om opvoeders in de eigen omgeving te versterken en waar nodig specialisten erbij te roepen in plaats van naar hen te verwijzen. Het een en ander resulteert in een enorme toename gebruik gespecialiseerde zorg. Een greep uit de cijfers: In de afgelopen jaren steeg de jeugd- & opvoedhulp met gemiddeld ± 7,4% per jaar; Jeugd GGZ ± 12,5% per jaar; Cluster 4 onderwijs ± 17,5% per jaar. Jo Hermanns becijferde dat dat ertoe heeft geleid dat inmiddels 1 op elke 7 jeugdigen een of andere vorm van zorg krijgt. Bij ongewijzigd beleid zal dat binnen de komende 7 jaren 2 op elke 7 jeugdigen zijn (met alle kosten van dien)! Hier eventueel nog verwijzen naar SCP onderzoek 5. Tot slot is sprake van een grote versnippering van voorzieningen. Dat leidt onder meer tot een net zo versnipperde hulp aan gezinnen, met vele hulpverleners die in één gezin soms over de vloer komen. Bovendien werkt de versnippering het zogeheten waterbedeffect in de hand: als je bijvoorbeeld de speciale zorg in het onderwijs gaat inperken, heb je grote kans dat het beroep op jeugdzorg gaat toenemen, en andersom. Er moet dus wat gebeuren. Jeugd-GGZ (AWBZ pgb zorgverz.) Vrijwillige J&O-hulp: (ambulant, dag/nacht, pleegzorg) Jeugd- Bescherming & Reclassering Zorg voor Jeugd-LVG (AWBZ … etc) Speciaal onder- wijs (Cluster IV) *Gemeten over Conservatieve schattingen. Cijfers t/m Bronnen: SCP 2009 ; De Graaf e.a. 2005, CVZ & Prismant 2004; Rouvoet 2007, 2008; 2009

6 Transitie en Transformatie
0e lijn Voorzieningen gewone opgroeien en opvoeden jeugdigen Jeugdzorg naar gemeente (transitie) Niet voldoende. Daarom ook: Inhoudelijke zorgvernieuwing (transformatie) m.b.t. eerste en tweede lijn Verbinding jeugdzorg en (passend) onderwijs Aanbod van algemene en selectieve preventieve programma’s 1e lijn Signalering opgroei- en opvoedproblemen Vroeginterventie, lichte pedagogische ondersteuning Indicatie voor specialistische hulp / maatregel 2e lijn Zoals gezegd, de bestuurlijke en financiële verantwoordelijkheid voor de hele jeugdzorg gaat over naar de gemeente. Dat noemen we de transitie van de jeugdzorg van de ene financier en overheid naar de andere. Tot nu toe richt de discussie over de transitie van de jeugdzorg zich vooral op het overhevelen van geldstromen, regie- en ketenvraagstukken. De overheveling van bestuurlijke en financiele verantwoordelijkheden in de jeugdzorg lost echter niet alle problemen op. Als we de problemen in het stelsel willen aanpakken, is er ook een inhoudelijke vernieuwing van ons jeugdzorgstelsel nodig. Dat vergt een anders denken van alle betrokkenen: hulpverleners, jeugdzorginstellingen, beleidsmakers etc.Naast een transitie is inhoudelijke vernieuwing, een transformatie van het stelsel nodig. Transitie van het stelsel en transformatie in de kwaliteit, want met het verleggen van de geldstromen naar de gemeente, vanuit de visie ‘dichter bij huis’ is nog niet gezegd dat de kwaliteit van de zorg beter zal zijn. Transitie van het stelsel en transformatie in de kwaliteit, want met het verleggen van de geldstromen naar de gemeente, vanuit de visie ‘dichter bij huis’ is nog niet gezegd dat de kwaliteit van de zorg beter zal zijn. Gelukkig komt er de laatste tijd meer aandacht voor deze inhoudelijke vernieuwing. Mijn zorg is , zoals ik eerder al aangaf, dat deze discussie vooral is gericht op het versterken van preventie en lichte opvoedhulp, op eigen kracht van burgers, op ontmedicaliseren, ontprofessionaliseren en ontzorgen en veel minder op de kwaliteit van de gespecialiseerde zorg voor jeugd. Boodschap : in de transformatie moet niet alleen aandacht uitgaan naar preventie en eerste lijn, maar ook naar de gespecialiseerde zorg in de tweede lijn. Jeugd-GGZ (AWBZ pgb zorgverz.) Vrijwillige J&O-hulp: (ambulant, dag/nacht, pleegzorg) Jeugd- Bescherming & Reclassering Zorg voor Jeugd-LVG (AWBZ … etc) Speciaal onder- wijs (Cluster IV)

7 Ingredienten 1. Samenhangende zorgstructuur
2. Sterke pedagogische basis en eerste lijn 3. Sterke tweede lijn 4. Samenwerking onderwijs en jeugdzorg 0e lijn Voorzieningen gewone opgroeien en opvoeden jeugdigen Aanbod van algemene en selectieve preventieve programma’s 1e lijn Signalering opgroei- en opvoedproblemen Vroeginterventie, lichte pedagogische ondersteuning Indicatie voor specialistische hulp / maatregel 2e lijn Wat moet er gebeuren wil de decentralisatie daadwerkelijk leiden tot een afname van het beroep op jeugdzorg en beter nog: een verbetering van de kwaliteit van zorg voor jeugd? Inhoudelijke vernieuwing! Ik ga met u vier dingen bespreken.Tijdens de verbouwing wordt er in het huis ook gewoon gewoond. Wat moet er gebeuren in de transformatie om te realiseren dat het beroep op de gespecialiseerde jeugdzorg teruggebracht wordt en tegelijkertijd de kwaliteit en capaciteit ervan geborgd blijft voor die groep jeugdigen en gezinnen die dat nodig hebben? Tijdens het verbouwen van de voorkamer, moet de achterkamer op zijn minst bewoonbaar en toegankelijk blijven. Dit betekent gedurende de transformatie investeren in inhoudelijke vernieuwing in eerste en tweede lijn. Er is geen recept, wel ingredienten: Het eerste belang is te zorgen voor een samenhangende zorgstructuur. Ten tweede moeten we ervoor zorgen dat de pedagogische kwaliteit van de basis – het gezin, de school, de opvang, de buurt – versterkt wordt. Ten derde moeten we ervoor zorgen dat de tweede lijn is gevuld met kwaliteit Ten vierde: we zullen de samenwerking tussen onderwijs en zorg moeten versterken Dit klinkt misschien abstract, maar de gevolgen ervan zijn heel concreet. Op deze vier punten zal ik nu verder ingaan. Jeugd-GGZ (AWBZ pgb zorgverz.) Vrijwillige J&O-hulp: (ambulant, dag/nacht, pleegzorg) Jeugd- Bescherming & Reclassering Zorg voor Jeugd-LVG (AWBZ … etc) Speciaal onder- wijs (Cluster IV)

8 Samenhangende zorgstructuur
Pedagogisch klimaat gezin, klas, buurt (info, advies) Gedragsproblemen/opvoedvragen goed signaleren Nazorg Ondersteun gezin (bv Triple P) e/o klas (bv. Taakspel) in eigen omgeving Eerste punt is dat er een samenhangende zorgstructuur moet komen. Wat bedoel ik daarmee? Dit geeft een voorbeeld. Het gaat over jeugdigen met gedragsproblemen: het meest voorkomende probleem in gezinnen en de klas. Het start met de vereiste dat er sprake is van een goed pedagogisch basisklimaat waarin ouders en leerkrachten basiscompetenties hebben om veel voorkomend probleemgedrag in goede banen te leiden. Het CJG en de school hebben daarnaast de kennis en tools om kinderen en opvoeders te signaleren wiens gedrag zorgen baart. Zij hebben eenvoudige interventies tot hun beschikking om veel voorkomende, beginnende problemen aan te pakken waarbij gewoon opvoeden niet volstaat. Een voorbeeld is weer Triple P voor ouders en Taakspel voor docenten. Beide programma’s leren opvoeders om bij beginnend probleemgedrag duidelijke regels te stellen en veel aandacht te geven aan positieve gedragingen. (Kent u Taakspel? … 2 min) Maar er blijft vanzelfsprekend een groep die meer nodig heeft. Voor die leerlingen en gezinnen die ook hier niet van profiteren moet er een goed jeugdzorgaanbod zijn. Als deze leerlingen naar het cluster 4 of de Reboundvoorziening doorstromen, moet ook daar de nodige expertise klaarstaan. Het liefst komt die expertise naar het gezin en de school (niet verwijzen, maar erbij halen, wrap around care ), zodat het gezin en het kind in de eigen omgeving kan blijven. Pas als het écht niet anders kan, vindt er een uitplaatsing plaats. Een ook dan moet er goede nazorg zijn, zodat bereikte effecten bij terugkeer in de ‘gewone klas’ duurzaam zijn. Dat betekent dat ouders en leerkrachten ook geleerd kan worden om met kinderen met een gebruiksaanwijzing om te gaan. Mogelijk dat deze jeugdigen daarna wel van Triple P en Taakspel kunnen profiteren. Van belang is erdit soort arrangementen gebouwd worden voor de jeugdigen (‘resistentie’) Intensieve interventies Jeugdzorg/Rebound/Cluster 4 Bron: Yperen, T.A. van (2007). Schakelen. Utrecht: NJi

9 Samenhangende zorgstructuur
Versterkt pedagogisch klimaat gezin, klas, Buurt (info, advies) Moet zo worden Problemen/opvoedvragen goed signaleren Nazorg Ondersteun gezin (bv Triple P) e/o klas (bv. Taakspel) in eigen omgeving Het zou uiteindelijk zo moeten gaan worden: de gewone opvoeding van jeugdigen in het gezin, de buurt en op school te versterkt, meer lichte ondersteuning en veel minder benodigde gespecialiseerde zorg. Tijdens de verbouwing is de winkel echter gewoon open, de jeugdzorg gaat niet tijdelijk dicht, kinderen die hulp of speciaal onderwijs nodig hebben moeten dit met kwaliteit blijven krijgen, ook al staat het stelsel op z’n kop. (‘resistentie’) Intensieve interventies Jeugdzorg/Rebound/Cluster 4 Bron: Yperen, T.A. van (2007). Schakelen. Utrecht: NJi

10 Een sterke pedagogische basis
Veel problemen zijn normaal gedrag 0-6 jaar: Angst, ongehoorzaam, druk, driftig 6-12 jaar: Kattenkwaad, regelovertreding, rituelen 12-16 jaar: Risicovol gedrag, autoriteiten uitdagen Wat is een probleem waarvoor gespecialiseerde hulp nodig is? Wat houdt de sterke pedagogische basis in? Van belang is weer terug te gaan naar de vraag: wat is een probleem waar gespecialiseerde hulp bij nodig is? Veel problemen van jeugdigen zijn feitelijk heel normale gedragingen, zoals voorbeelden hier tonen. Hoeveel kinderen maken nu gebruik van zorg in gespecialiseerde instellingen die eigenlijk met lichtere hulp geholpen hadden kunnen worden? (voorbeelden) … 1 minuut Bij dit overzicht van normaal gedrag hoort eigenlijk ook een overzichtje van normaal opvoedersgedrag, dat het gedrag van de jeugdigen in goede banen leidt. Voor dat gedrag hoef je niet gestudeerd te hebben. Je leert het van nature al doende en je kijkt het af van succesvolle opvoeders, of je haalt info van internet of van nanny-programma’s op tv. Ze leren het ook van andere opvoeders. Veel opvoeders hebben er echter ook moeite mee. Jo Hermanns zegt het zo: we lijken het opvoeden soms wel verleerd. Veel ouders gaan de strijd aan als hun kinderen ongehoorzaam zijn, leerkrachten doen dat ook met kinderen en pubers die voortdurend de regels overtreden.

11 Een sterke pedagogische basis
Visie gemeente/school: Gezin, opvang, school belangrijkste opvoedmilieu’s. Dus organiseer versterking pedagogisch klimaat, bijv. via Triple P Inzet expertise Jeugdzorg / SO (Alert4You) Veel problemen zijn normaal gedrag 0-6 jaar: Angst, ongehoorzaam, druk, driftig 6-12 jaar: Kattenkwaad, regelovertreding, rituelen 12-16 jaar: Risicovol gedrag, autoriteiten uitdagen Normaal opvoedersgedrag leidt het in goede banen Veel ouders doen dat van nature Velen kijken het af van anderenn zijn opgeleid Wat moeten we doen om dat gewone opvoeden zo goed mogelijk te laten verlopen? Mijn tip aan de gemeenten en scholen (en hun samenwerkingsverbanden) is om expliciet met elkaar van de visie uit te gaan dat niet alleen het gezin, maar ook de kinderopvang en de school belangrijke opvoedmilieu’s zijn. Op sommige scholen en in sommige gemeenten kom ik hier nog veel discussie over tegen. Als wezoveel mogelijk problemen bij jeugdigen wil voorkomen, doen we er goed aan het CJG en de school c.q. het samenwerkingsverband van scholen te vragen het pedagogisch klimaat in gezinnen, de opvang en de scholen te versterken. Daarvoor zijn er al verschillende programma’s die daarbij helpen. Ik geef er twee als voorbeeld: Triple P is een programma dat onderdelen bevat waarin opvoeders worden voorgelicht over de basisprincipes van goed opvoeden (bijvoorbeeld, stel duidelijke regels, beloon positief gedrag, zorg ook goed voor jezelf als opvoeder). Zorg ervoor dat die info in cursussen en via internet wordt aangeboden aan ouders met jonge kinderen en pubers. Mijn tip aan scholen is om ook leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs aan te bieden dat ze een opvoedcursus á la Triple P mogen volgen. Het is leuk en je steekt er echt een hoop van op! Allert4You, waarin hulpverleners uit de zorg pedagogisch medewerkers en ouders in de kinderopvang en nu ook in school voorlichting geven over de omgang met lastige kinderen. Dat doen ze niet om zieltjes te winnen voor de zorg, maar om ervoor te zorgen dat er geen speciale hulp nodig is. Ze kunnen bijvoorbeeld veel vertellen over hoe je goed om kunt gaan met drukke kinderen in de Het blijkt een goedkope en effectieve vorm van coaching on the job. Iets soortgelijks gebeurt inmiddels in een aantal regio’s in het kader van de zogeheten IHI-aanpak (Integraal Handelingsgericht Indiceren) als het gaat om de inzet van expertise uit het SO voor de aanpak van gedragsopvallende kinderen. .

12 3. Een sterke eerste lijn ! Matching van vraag en aanbod
Effectieve programma’s Wrap around care Diagnostiek en zorgtoeleiding Deskundigheid tweede lijn naar voren Welke ingredienten in de eerste lijn: Matching van vraag en aanbod: van belang is dat gemeenten en binnen de gemeenten werkende voorzieningen goed in beeld hebben welke hulpvragen problemen er leven binnen de regio. Om welke top tien van problemen gaat het bijvoorbeeld en welke effectieve progamma’s moeten er vervolgens worden gebruikt? Voorbeelden noemen. Dat schema wat ik net liet zien met die trapsgewijze opbouw van de ondersteuning en zorg in het buitenland onderzocht: levert het echt minder gespecialiseerde zorg op? Nee, was het antwoord. Maar wat bleek? Men had om de trapsgewijze aanpak neer te zetten gewoon de bestaande diensten en instellingen aan elkaar geplakt, zonder te kijken of die diensten en instellingen wel echt goed werk leverden. Nee dus. Een hulpverleningsinstelling zei bijvoorbeeld dat-ie aan opvoedingsondersteuning deed bij gedragsproblemen en kreeg een mooi plekje ergens middenin het schema. Maar die ondersteuning bleek helemaal niet te bestaan uit methoden waarvan we inmiddels weten dat die het beste werken. Dus let daarop. Plak niet zomaar instellingen aan elkaar, maar kijk naar wat ze te bieden hebben. Wrap around care: zorg dat de hulp circulaiir rondom gezinnen georganiseerd wordt en niet langer volgtijdelijk. Voorbeeld Amsterdam noemen Zorg voor goede diagnostiek en zorgtoeleiding, zodat de kinderen die wel gespecialiseerde zorg nodig hebben tijdig onderkend en doorverwezen worden. Geen indcatiestelling meer, maar wel goede diagnostiek en toeleiding naar de juiste zorg. Dit vraagt om specialisten in de eerste lijn! De vraag is welke competenties die nu ver weg zijn georganiseerd, achter een indicatieorgaan, we dichter bij moeten halen om inderdaad eerder, sneller en betere zorg voor jeugd te kunnen realiseren

13 3. Een sterke tweede lijn ! Laat zien om welke doelgroep het gaat
Effectieve programma’s en Intensieve hulp in eigen om- geving Samenwerking met onderwijs Welke ingredienten in de tweede lijn: Doelgroepen: veel gemeenten hebben nog geen idee wat er op hen afkomt. Veel jeugdzorgaanbieders zijn bezig zich te profileren richting gemeenten. Sommigen maken de beweging naar voren, anderen zien specialistische zorg als hun core business. In elk geval is van belang om heel goed te laten zien welke groepen jeugdigen en gezinnen gebruik maken van gespecialiseerde jeugdzorg. Wij krijgen bij het Nji steeds vaker de vraag om zorgaanbieders hierbij te helpen. Voorbeelden noemen en resultaten benoemen van een aantal doelgroepanalyses. Hierdoor wordt (ook voor gemeente)n de noodzaak voor gespecialiseerde zorg inzichtelijk. Ook in de tweede lijn geldt vervolgens een goede match van vraag aan aanbod: laat zien welke effectieve programma’s werken bij de gevonden doelgroepen. En maak ook daadwerkelijk gebruik van programma’s waarvan we weten dat ze werken. Biedt nog meer en vaker intensieve hulp in de eigen omgeving, dar waar dat mogelijk is. Maak structureel gebruik van het netwerk van gezinnen en ook hier geldt warp around care in nauwe samenwerking met de eerste lijn. Zoek veel meer en vaker samenwerking met het onderwijs! Voorbeelden uit het ZAT programma noemen.

14 Maak het simpeler, zodat opvoeders/jeugdigen grip houden
4. Hou het simpel Maak het simpeler, zodat opvoeders/jeugdigen grip houden Zo min mogelijk smoelen Zo min mogelijk doelen Alsof het uzelf betreft! De rol van jeugdigen en opvoeders: Niet praten over, maar met jeugdigen Informant: wat loopt niet goed, wat wel? Wat is nodig? De opvoeder (en/of jeugdige) altijd lid zorgteam De opvoeder (en/of jeugdige) als regisseur Zo min mogelijk doelen (wat zijn de 5 belangrijkste?) Zo min mogelijk smoelen Tenslotte een belangrijke laatste notie in de opbouw van ons nieuwe stelsel: Als we opvoeders een meer centrale plaats willen geven, moeten we plaats maken. Ze moeten met een eenvoudiger ondersteunings- en hulpverleningscircuit te maken krijgen, met veel minder functionarissen en instellingen waar ze mee moeten dealen. Zij krijgen nu nog vaak te maken met een stapeling van arrangementen, instellingen, hulpverleners etc, zeker als je aangewezen bent op hulp op school en in het gezin. Hier moet het principe gelden van één gezin en één plan. Maar daar voeg ik altijd een motto bij dat échte samenhang moet geven: zorg voor zo min mogelijk smoelen en zo min mogelijk doelen. Dat houdt het bij de menselijke maat. Zo min mogelijk smoelen. Het aantal betrokken hulpverleners moet sterk ingeperkt worden. Liever twee hulpverleners die veel kunnen dat een team van 8 of meer. Dat betekent dat we af moeten van de situatie van gezinnen waarin 8 hulpverleners ieder hun ding doen. Als dat betekent dat taken in personen moeten worden gebundeld en dat het aantal betrokken instellingen bij gezinnen en het aantal instellingen in de regio gesaneerd moet worden, dan moet dat maar. Het doet even pijn, maar het is in het belang van de jeugdigen en opvoeders het beste. Zo min mogelijk doelen. Zeker bij gezinnen die op meerdere hulpverleners aangewezen zijn (in gezin, op school) zijn er per hulpverlener vaak doelen gesteld. Dat leidt niet zelden tot een behoorlijke waslijst aan doelen. Een normaal mens kan dat nooit onthouden, laat staan dat je daar als opvoeder en jeugdige het overzicht kan houden en er eigenaar van kan blijven voelen. De opgave is dan om bijvoorbeeld met elkaar de 5 belangrijkste doelen – op een hand te tellen - centraal te stellen en daarvoor te gaan. Om dat te bereiken helpt het als u zich allemaal indenkt: stel dat ik die jeugdige, ouder of leerkracht was: met hoeveel deskundigen tegelijk kan ik dan goed aan mijn vragen of problemen werken, hoeveel doelen kan ik onthouden en er tegelijk aan werken? Hou het simpel, want dan houd ik het overzicht en kan ik mij eigenaar en partner blijven voelen in de hulp die ik krijg. *Bron: Van Yperen & Van Woudenberg (2011). Werk in Uitvoering. Utrecht: NJi / ministerie van VWS

15 Conclusie :Ja, het kan mits...
0e lijn Samenhangende zorgstructuur Sterke pedagogische basis en eerste lijn 3. Sterke tweede lijn 4. Eenvoud Voorzieningen gewone opgroeien en opvoeden jeugdigen Aanbod van algemene en selectieve preventieve programma’s 1e lijn Signalering opgroei- en opvoedproblemen Vroeginterventie, lichte pedagogische ondersteuning Indicatie voor specialistische hulp / maatregel 2e lijn Beste mensen, ik heb vanmiddag gesteld dat de overheveling van de jeugdzorg naar de gemeente geen simpele transitie moet zijn, maar een transformatie. Inhoudelijk moet er veel gaan veranderen, pas dan kunnen we de problemen met ons stelsel echt oplossen, goede hulp en steun aan jeugdigen en hun opvoeders geven. Mogelijk kan vervolgens het beroep op gespecialiseerde jeugdzorg worden teruggegdrongen. Dat is een omvangrijke operatie, waarbij niet alleen aandacht moet zijn voor eerste lijn en preventie, maar ook blijvend geinvesteerd moet worden in capaciteit en kwaliteit van de specialistische zorg. Jeugd-GGZ (AWBZ pgb zorgverz.) Vrijwillige J&O-hulp: (ambulant, dag/nacht, pleegzorg) Jeugd- Bescherming & Reclassering Zorg voor Jeugd-LVG (AWBZ … etc) Speciaal onder- wijs (Cluster IV)


Download ppt "Decentralisatie, een oplossing voor het toenemend beroep op jeugdzorg?"

Verwante presentaties


Ads door Google