De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Leerplan bewegingsopvoeding ISB bewegingsopvoeding Bisdom Gent Christine De Medts.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Leerplan bewegingsopvoeding ISB bewegingsopvoeding Bisdom Gent Christine De Medts."— Transcript van de presentatie:

1 Leerplan bewegingsopvoeding ISB bewegingsopvoeding Bisdom Gent Christine De Medts

2

3 Waarom een nieuw leerplan??? Oud leerplan reeds van voor 1998 (1994) Geen nieuwe OD/ET Actuele VISIE Breuklijn kleuter/lager en samenhang SO Format conform de andere leerplannen Vereenvoudigen in aantal doelen en nummering

4 Visie Bewegingsopvoeding is een leergebied van de basisvorming met eigen OD en ET. Dit stelt ons voor een aantal uitdagingen ivm onderwijzen, opleiden… vanuit een vernieuwd concept.

5 Visie Het leerplan bewegingsopvoeding, wil tegemoet komen aan de hedendaagse visie op goed bewegingsonderwijs. We houden hierbij rekening met de verwachtingen van: *de jongeren *de maatschappij *de leerkracht als deskundige

6 Visie *de jongeren: – de les BO moet plezierig zijn, binnen een goed sociaal leefklimaat, én er moet iets geleerd worden *de maatschappij: – leerlingen bewegingsgebonden basiscompetenties bijbrengen waarmee ze in de maatschappij kunnen functioneren – leerlingen de vereiste bekwaamheden meegeven om deel te nemen aan de bewegingscultuur en er hun weg in vinden, dit in het kader van een gezondheidsbeleid

7 Visie *de leerkracht als deskundige: – de leerlingen voldoende ondersteunen in hun ontwikkeling zodat ze zelf verantwoordelijk, bevredigend en duurzaam blijven deelnemen aan bewegingsactiviteiten

8 Visie vroeger en nu VroegerNu Visie mensbeeldFysieke mensbeeld Fitheidsoptimalisering (KLUS a.h.v. normenschalen) Totale persoonlijkheids- ontwikkeling (M/C/D-A) op geïntegreerde manier → individu gericht→ relationeel gericht

9 Visie vroeger en nu VroegerNu Visie maatschappijbeeld Overlevering van cultuur: blind vertrouwen in instellingen die bepaalde visie opdringen (politiek, religieus, geografisch bepaald) Democratisch, zelfsturend medezeggenschap: aandacht voor diversiteit (sociaal, ethisch, ecologisch maatschappijbeeld) → strak cultureel bepaalde maatschappij: aangeboden kader → zelfsturing, waarbinnen individualiteitsontwikkeling (bijv. pos. ZB) plaatsgrijpt in relatie met zichzelf, de ander, de omgeving

10 Visie vroeger en nu VroegerNu Visie onderwijsopvatting LeerkrachtgestuurdLeerlinggestuurd (gedeelde sturing) gericht op duurzaam en zelfverantwoordelijk leren → leerkrachtgerichte keuzes waarvan men vindt dat iedereen dit moet uitvoeren → leerlinggerichte keuzes (op basis van betekenis, niveau…)

11 Visie vroeger en nu VroegerNu Visie bewegingsopvatting Strak analytisch aanbod, waarbij men eerst deelvaardigheden of bewegingsvaardigheden moet leren (techniek/ sportskills)om deze daarna te kunnen toepassen in een complexer geheel Aanbod van een breed gamma van bewegingsomgevingen met een betekenisvolle inhoud voor de lln. én vanuit de betrachtingen van de leerkracht: genietend, speels, competitief, relatiegericht… → veel te vroeg technisch leren zonder voldoende aandacht voor de basisvoorwaarden → differentiatie naar *betekenis (bijv. inkleding kls./ bedoeling meegeven aan lln. lager) *taakgerichtheid: leergericht *niveau Dus: contextgerichte bewegingssituaties

12 Krachtlijnen Bewegingsopvoeding staat voor motorische basisvorming, gericht op het ontwikkelen van na te streven competenties: Motorische competenties (MC) Gezonde en veilige levensstijl (GVL) Zelfconcept (ZC) Sociaal functioneren (SF) met bewegen als middel →om zinvolle gehelen van leertaken aan te bieden, →in authentieke contexten (voeling met de realiteit), →met de nadruk op integratie van kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes. met aandacht voor een meervoudige en veelzijdige bewegingsbekwaamheid van de leerlingen. BEWEGINGSDOELEN PERSOONSDOELEN

13 * Krachtlijnen Meervoudige bewegingsbekwaamheid: – Deelname vanuit verschillende invalshoeken: bijv. competitief, recreatief, ontspannend... Veelzijdige bewegingsbekwaamheid: – Deelname binnen verschillende bewegingsthema’s en verschillende takken van de bewegingscultuur

14 Krachtlijnen Meervoudige deelnamebekwaamheid: – Deelname vanuit verschillende rollen : bijv. coach, uitvoerder, helper, scheidsrechter... Verschillende taken: bijv. constructieve feedback geven, openstaan voor feedback, helpen en vertrouwen uitstralen, spelovertredingen aangeven, enz…

15 * Samenhang met de OD/ ET Naast de LP doelen is het nummer van de OD/ ET vermeld waarop de LP doelen terugslaan. Verschillende LP doelen kunnen naar eenzelfde OD/ ET verwijzen LP doelen waar geen nummer van een OD/ ET naast staat, zijn toegevoegde doelen Relatie OD/ ET en LP doelen: zie concordantielijst achteraan

16 * Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak van BO → Ontwikkelen en duurzaam leren Zorgen voor krachtige leeromgevingen – Vroeger accent op onderwijzen – Nu accent op ‘leren’ Om krachtige leeromgevingen te creëren moet men rekening houden met ‘duurzaam leren’ = proces – Ervaring – Reflecteren – Vastzetten van ervaring; technisch moment

17 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak van BO → Duurzaam leren vertrekt vanuit autonome motivatie – Nood aan autonomie – Nood aan competentie – Nood aan verbondenheid Zie kader in het LP hoofdstuk 7

18 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak BO Duurzaam leren + did tips= krachtige leeromgevingen → kenmerken van leren 1.Ontwikkelen/leren is een zelfregulerend en zelfgestuurd proces 2.Ontwikkelen/ leren is individueel verschillend 3.Ontwikkelen/ leren is een contextgebonden proces 4.Ontwikkelen/ leren is een constructief en actief proces 5.Ontwikkelen/ leren is een cumulatief proces 6.Ontwikkelen / leren is een sociaal, interactief en coöperatief gebeuren 7.Ontwikkelen / leren is doelgericht en intentioneel

19 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak BO In het leerplan volgen de leerlijnen en bijpassende onderwijsleeromgeving de twee volgende principes 1.Van een eenvoudig enkelvoudig bewegingsprobleem – bijv. een speelse opdracht als het gericht wegspelen van een voorwerp, maar ook van een kast springen of in een touw springen → tot een meer complex meervoudig bewegingsprobleem – bijv. een voorwerp gericht naar een plaats kunnen wegspelen zonder dat het andere voorwerpen of personen raakt, een sprongenreeks maken, ritmisch touwspringen

20 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak BO In het leerplan volgen de leerlijnen en bijpassende onderwijsleeromgeving de twee volgende principes 2. Van een eenvoudige samenwerkingscontext - bijv. eenvoudig passenspel, haasje-over of samen in een touw springen → tot een complexere samenwerkingscontext - bijv. in een doelspel een voorwerp via individuele of samenwerkingsacties in een doel brengen, zonder dat dit verhinderd wordt door de tegenacties, of synchroon springen.

21 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak van BO → Inhoudelijke leerlijnen – Een voorbeeld

22 balanceren op stabiele steunvlakken breed smal laag hoog vlak schuin individueel samen balanceren op halfstabiele tot onstabiele steunvlakken breed smal laag hoog vlak schuin individueel samen balanceren op partners (acrogym)

23 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak van BO Daarnaast vermelden we nog enkele zeer bruikbare → didactische principes die bijdragen tot het realiseren van krachtige leeromgevingen – Veiligheidsprincipe – Intensiteitsprincipe – Inventiviteits- en creativiteitsprincipe – Veelzijdigheidsprincipe – Differentiatie-, en gradatie- en regressieprincipe – Variatieprincipe – Zelfstandigheidsprincipe – Aanschouwelijkheidsprincipe

24 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak van BO → Management – = het creëren van de omgevingsvoorwaarden om te kunnen leren – = het sturen en versterken van TAAKGERICHT gedrag en het bijsturen van onaangepast leerlingengedrag Aandacht voor: 1.Organisatie – ruimte – tijd – een veilig en positief leer- en klasklimaat 2. ABT/ ALT 3. Groepssamenstelling

25 Pedagogisch- didactische wenken voor de aanpak van BO → Van leerkrachtsturing naar leerlingsturing – Zie schema in hoofdstuk 7 pg 42 Van leerkrachtsturing ↓ over gedeelde sturing ↓ naar leerlingsturing

26 * GBO en BI -Zie hoofdstuk 9 pg 47 en schema pg 48

27 * Evalueren en rapporteren Zie hoofdstuk 10 + tekst in het Vademecum Zie ISB ‘evalueren en rapporteren’ -proces-evaluatie -zelfevaluatie -feedback -reflectie enz….

28 Tussendoortje

29 Doelenkader Bewegingsdoelen Motorische competenties (MC) Gezonde en veilige levensstijl (GVL) Persoonsdoelen Zelfconcept (ZC) Sociaal functioneren (SF)

30 MC 1.2 De leerlingen behouden of herstellen het evenwicht en maken gecontroleerde aanpassingen in statische en dynamische bewegingssituaties (bv. veilig landen en veilig vallen) MC 2.3 De leerlingen voelen voorkeurslichaamszijde, - bewegingsrichting en – bewegingsrotatie aan en gebruiken deze bij zowel klein- als grootmotorische taken: - imiteren van houdingen en bewegingen: ° meervoudige symmetrische

31 MC 3.2 De leerlingen schatten bewegingsrichtingen, afstanden en bewegingsbanen juist in: - eigen beweging of deze van voorwerpen aanpassen aan de snelheid en richting van voorspelbare of niet voorspelbare bewegingen van een ander persoon of een ander voorwerp door… MC 4.2 De leerlingen voeren bewegingsopdrachten uit vanuit verbale opdrachten en/of visuele voorstellingen en demonstreren deze aan medeleerlingen.

32 MC 5.2 De leerlingen spreken regels af en leven ze na, maken groepsindelingen, spreken rollen (bv. uitvoerder, helper, coach, scheidsrechter) en taken af en passen ze aan (tactische principes).

33 MC 6 : Bewegingsthema’s Een bewegingsthema omvat een groep van bewegings- en spelvaardigheden waarbinnen dezelfde bewegingsproblemen voorkomen (bewegingsverwantschap en dominante bewegings- en spelpatronen). De bewegingsthema’s zijn geordend in alfabetische volgorde. Voor elk bewegingsthema wordt het bewegingsprobleem concreet omschreven.

34 Balanceren : MC 6.3 De leerlingen maken snelheid op rollend en/of glijdend materiaal (bv. alles op wielen, glijplank of - baan, doeken) om in balans deze snelheid te behouden of te versnellen. Bal- en dingvaardigheden: Wegspelen: MC 6.11 De leerlingen spelen een voorwerp weg om dat zo precies mogelijk in of tegen een doel te krijgen, gericht te werpen of te mikken. Hangen : MC 6.14 De leerlingen dragen en/of verplaatsen het eigen lichaamsgewicht in diverse hangposities (omgekeerd, kniehang, apenhang).

35 Kruipen en klauteren: MC 6.30 De leerlingen vinden voldoende grip en steun op steunpunten of steunvlakken die het materiaal biedt (bv. bank, sporten, knopen), om zich te verplaatsen (bv. opklimmen, afdalen, zijw. vorderen) over verschillende stabiele of onstabiele kruip- en klautervlakken.

36 MC 7.2De leerlingen voeren in verschillende situaties, kleinmotorische vaardigheden voldoende nauwkeurig gedoseerd en ontspannen uit.

37 Rust ervaren als tegenpool van actie: GVL 4.2 De leerlingen hebben in rust controle over ademhaling en spierspanning (relaxatie en energiedosering).

38 ZC 2.1 De leerlingen gaan om met eigen gevoelens en durven die te uiten. SF 2.4 De leerlingen zijn bereid tot samenwerken met alle leerlingen.

39 zie ook Wat nog? Doelgroep Aanbevelingen voor de aanpak van het bewegingsonderwijs Visie op ontwikkelen en leren: hoe ontwikkelt de leerling, hoe leert de leerling? Krachtige leeromgevingen creëren Veiligheid Planning Evalueren en rapporteren Geïntegreerde bewegingsopvoeding en bewegingsintegratie VADEMECUM BEWEGINGSOPVOEDING

40 Wat nog? Materiële vereisten Documentatiebronnen Concordantielijst met OD en ET – format conform andere leerplannen: concordantie ook naast de leerplandoelen

41 Praktijk? Ritmiek Filmpje peuters: Doelen? Evalueren koprol Filmpje lager: Doelen? werkvorm DenkenDelenDiscussiëren


Download ppt "Leerplan bewegingsopvoeding ISB bewegingsopvoeding Bisdom Gent Christine De Medts."

Verwante presentaties


Ads door Google