De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PEDAGOGISCHE STUDIEDAG HBOV ALEYDIS IN HELIKOPTERPERSPECTIEF 10 februari 2012.

Verwante presentaties


Presentatie over: "PEDAGOGISCHE STUDIEDAG HBOV ALEYDIS IN HELIKOPTERPERSPECTIEF 10 februari 2012."— Transcript van de presentatie:

1 PEDAGOGISCHE STUDIEDAG HBOV ALEYDIS IN HELIKOPTERPERSPECTIEF 10 februari 2012

2 Kader in HBO-decreet HBO-decreet legt criteria op voor erkenning (omvormingsdossier) van de opleiding, en –later- voor accreditatie van de opleiding. In functie van het omvormingsdossier hebben we informatie verzameld die ons toelaat een ‘foto’ te maken van onze school. Het omvormingsdossier moet klaar zijn tegen december Vanaf 2019 is er accreditatie (gebaseerd op visitatie) (cfr. Hoger Onderwijs). pedagogische studiedag 10 februari 2012

3 Kader in HBO-decreet Deze foto  Is multidimensionaal (EFQM);  Laat zien van waar we komen, waar we mee bezig zijn, en waar we naartoe gaan (+ tijdspad);  Brengt sterktes en zwaktes, uitdagingen en bedreigen (SWOT-analyse) in kaart. pedagogische studiedag 10 februari 2012

4 Opbouw van het omvormingsdossier  Beoogde leerresultaten  Programma  Toetsing  Inzet personeel  Studentenbegeleiding  Materiële voorzieningen  Interne kwaliteitszorg pedagogische studiedag 10 februari 2012

5 Doelstellingen van deze sessie  Schoolbeleid situeren in breder verwachtingspatroon van HBO-decreet.  HBOV Aleydis situeren in groep van HBOV-scholen.  Zicht geven op beleidsprioriteiten (uit SWOT-analyse) en de situering ervan in het totaal beleid.  Positieve feedback die de school kreeg bij bespreking van ontwerp van omvormingsdossier, met het team delen.  Het team betrekken bij de beleidskeuzes. pedagogische studiedag 10 februari 2012

6 Selectie uit omvormingsdossier (OD) Wél in het OD, maar vandaag niet te bespreken:  Beoogde leerresultaten  Gaat over toepassing van Europese richtlijn, Belgische wetgeving, beroepsprofiel, vertaling van de Vlaamse Kwalificatiestructuur, positionering ten opzichte van bachelor-opleiding verpleegkunde en opleidingen tot verzorgende/zorgkundige.  Materiële voorzieningen  Studentenbegeleiding pedagogische studiedag 10 februari 2012

7 Kernvragen en SWOT-analyse Bij elk item:  Kernvragen die een antwoord moeten krijgen in het omvormingsdossier;  SWOT-analyse:  Strengths: onze sterke punten  Weaknesses: onze zwakke punten  Opportunities: welke uitdagingen dienen zich aan? Waar liggen onze mogelijkheden?  Threats: welke drempels moeten we overwinnen om vooruit te komen? Met welke beperkingen, belemmeringen moeten we rekening houden? pedagogische studiedag 10 februari 2012

8 1. PROGRAMMA Het opleidingsprogramma De professionele gerichtheid De samenhang in het programma In- en uitstroom Studieomvang

9 Afstemming op leerdoelstellingen (kerncompetenties van het leerplan) Het opleidingsprogramma pedagogische studiedag 10 februari 2012

10 Kernvragen 1. Hoe vertalen we onze schoolvisie naar een pedagogisch-didactisch concept? (competentie- ontwikkelend leren) 2. Hoe realiseren we de KC’s? 3. Hoe is het opleidingsprogramma gradueel opgebouwd? (groeilijn) (theoretisch en klinisch onderwijs) pedagogische studiedag 10 februari 2012

11 SWOT  S:  Klinisch deel van de opleiding vertaald in competenties, met groeilijn. (in doelstellingen/criteria, uitvoering, evaluatie).  Pilootproject voor vertalen van KC in theoretisch deel van opleiding (VVZ).  Zicht op opleidingsonderdelen theorie via studiefiches.  W: competenties slechts indirect zichtbaar in theoretisch deel van de opleiding (vakken en vakonderdelen niet rechtstreeks gelinkt aan KC’s). pedagogische studiedag 10 februari 2012

12 SWOT  O:  De opleiding verder vorm geven op basis van KC’s. Vanuit KC’s leerinhouden en didactiek bepalen en evalueren. (dus van KC naar inhouden; niet omgekeerd).  T: theorie meer afstemmen op KC’s is een moeizaam, intensief en langdurig proces. pedagogische studiedag 10 februari 2012

13 Professionele gerichtheid pedagogische studiedag 10 februari 2012

14 Kernvragen  Hoe zorgt de opbouw van de opleiding (modules, met eigen specificiteit) voor afstemming op professioneel veld?  Welke procedure bestaat er in de school om nieuwe ontwikkelingen te integreren in de opleiding?  Welke procedure wordt gevolgd om EBP te integreren in de opleiding?  Hoe borgen we de gerichtheid op het beroepsveld? pedagogische studiedag 10 februari 2012

15 SWOT  S:  Professionele gerichtheid wordt bewaakt en aangepast door MWG – VWG – Reflectiegroep stage  Differentiatie in de modules, met groeilijn doorheen opleiding.  EBP (EBN): in M5 ingevoerd; opgenomen in vormingsplan.  W:  Weinig inbreng uit beroepsveld in functie van vernieuwingen (veeleer in omgekeerde richting: van school naar beroepsveld).  Weinig inhoudelijke inbreng op dit punt vanuit andere opleidingsvertrekkers. pedagogische studiedag 10 februari 2012

16 SWOT  O:  Groeilijn duidelijker communiceren met medewerkers en studenten.  In de contacten met het beroepsveld (stagegevers) nog meer initiatief nemen in functie van afstemming opleiding op beroepsveld.  EBP een prominente plaats geven in de opleiding (ook vorming personeel hiertoe).  Rol van MV/MWGr/vakwerkgr versterken in het garanderen en borgen van professionele gerichtheid (bv. Door EBP/Vakliteratuur te agenderen op overleg). pedagogische studiedag 10 februari 2012

17 SWOT  T:  Weinig belangstelling ervaren vanuit het beroepsveld voor inhoud en didactische aanpak van onze opleiding. Pogingen om hierin verandering te brengen, leverden weinig resultaat op.  Beperkte communicatie met andere opleidingsverstrekkers. pedagogische studiedag 10 februari 2012

18 Samenhang in het programma pedagogische studiedag 10 februari 2012

19 Kernvragen  Hoe wordt de samenhang tussen de verschillende modules uitgewerkt en gegarandeerd?  Hoe wordt de groeilijn in de opeenvolging van de modules uitgebouwd?  Hoe bouwen we de competenties uit binnen een module in de afwisseling van klinisch en theoretisch onderwijs?  Inductief: eerste stage, dan theorie  Deductief: eerst theorie, dan stage pedagogische studiedag 10 februari 2012

20 SWOT  S:  Rol van MV en pedag. coördinator in garanderen van samenhang: eigenheid aan elke module gegeven + bewaken van leerlijn doorheen opvolging van modules (met flexibiliteit in opeenvolging).  Gebruik van PF (stage + instapprocedure) voor het in kaart brengen van (nog niet) verworven competenties.  W:  Inductieve/deductieve opbouw van een module: gelijk didactisch ‘rendement’? pedagogische studiedag 10 februari 2012

21 SWOT  O:  PF uitbreiden tot geïntegreerd geheel (dus niet alleen instapprocedure en stage).  MV/MWGr/vakwerkgr prominentere rol laten spelen in uitbouwen en garanderen van samenhang.  Theoretisch en klinisch onderwijs nog meer op elkaar afstemmen. Op stage: meer leerkansen inbouwen, afgestemd op doelstellingen van de module (inductief werken sterker uit te bouwen).  T: Infrastructuur en organisatie stagegevers: de helft van de studenten moet de module met stage starten. pedagogische studiedag 10 februari 2012

22 In- en uitstroom pedagogische studiedag 10 februari 2012

23 Kernvragen  Hoe heeft de school het toelatingsbeleid uitgewerkt?  Welk beleid is er ten aanzien van EVC/EVK?  Is er een procedure voor samenwerking met andere organisaties en andere onderwijsinstellingen?  Heeft de school zicht op in-, door- en uitstroomcijfers? pedagogische studiedag 10 februari 2012

24 SWOT  S:  School heeft een visie op toelatingsbeleid: Alleen studenten die beantwoorden aan het profiel van een student HBO-verpleegkunde worden toegelaten. (eigen studenten en instromers) Hoge verwachtingen ten aanzien van personeel in het begeleiden van studenten. De zorg om draagkracht van personeel maakt een strikt toelatingsbeleid noodzakelijk. pedagogische studiedag 10 februari 2012

25 SWOT  S:  Procedure voor instroom Eigen studenten na niet-geslaagd : advies DKR – gesprek directie M1: indien toelatingsvoorwaarden niet voldaan: intakegesprek, portfolio, schriftelijke en mondelinge proeven, toelatingsKR. Andere modules: vrijstelling mogelijk op basis van EVC: portfolio en schriftelijke en mondelinge proeven. Instromers uit andere scholen: intakegesprek, portfolio met verslag en advies/info aan intakeKR.  Constructieve samenwerking (organisatorisch en inhoudelijk) met VDAB. pedagogische studiedag 10 februari 2012

26 SWOT  W:  Zwak uitgebouwde samenwerking met Project 600 en met andere onderwijsinstellingen (SO, HO).  Te weinig cijfergegevens over instroom / doorstroom.  Te weinig cijfergegevens over uitstroom naar arbeidsmarkt, en naar andere opleidingen.  Geen gegevens over de verdere loopbaan van oud- studenten. pedagogische studiedag 10 februari 2012

27 SWOT  O: Nieuw leerplan personenzorg is aanleiding voor overleg met SO (Anzegem, Tielt).  T: Samenwerking met HO: geen ‘evidente’ partner (beperking van geografische situering) pedagogische studiedag 10 februari 2012

28 Studieomvang pedagogische studiedag 10 februari 2012

29 Kernvragen  Hanteert de school een systeem van (kwalitatief en kwantitatief) meten van de studieomvang en de studielast?  Wat zijn de resultaten van deze metingen? pedagogische studiedag 10 februari 2012

30 SWOT  S: -  W: er bestaat op onze school geen objectief instrument om de studieomvang en de studielast te meten.  O: via studiewijzers meer zicht krijgen op geheel van de opleiding, per module en per onderdeel van de module.  T: er bestaat geen uniformiteit tussen opleidingscentra HBOV; geen omzetting naar studiepunten. pedagogische studiedag 10 februari 2012

31 2. TOETSINGSBELEID Is het toetsingsbeleid in overeenstemming met de pedagogisch- didactische doelstellingen van de school? Hoe worden de competenties getoetst? Wie wordt bij het toetsbeleid betrokken? Hoe toetst de school de eindcompetenties?

32 Kernvragen  Wat is de visie en het beleid van de school om de toetsing af te stemmen op het pedagogisch- didactisch concept?  Is er een toets-programma ontwikkeld?  Wie beslist hierover?  Is er een onderwijs- en examenreglement?  Hoe wordt hierover gecommuniceerd?  Hoe wordt dit geëvalueerd en bijgestuurd?  Hoe worden de competenties getoetst? pedagogische studiedag 10 februari 2012

33 Kernvragen  Is het beroepsveld tevreden over de competenties van de afgestudeerden? Hoe weten/meten we dit?  Hoe worden studenten geïnformeerd over het toetsbeleid? En over hun persoonlijke resultaten?  Wordt het beroepsveld betrokken in het toetsen/het toetsingsbeleid?  Hoe bekomt de school een algemeen beeld van het eindniveau van de studenten? pedagogische studiedag 10 februari 2012

34 SWOT  S:  Voor stage: criteria geformuleerd (per KC, per module). Criteria worden in reflectiegroep geëvalueerd en bijgestuurd.  Persoonlijke begeleiding in functie van behalen van leerdoelen op stage (formuleren van persoonlijke doelstellingen, tussentijdse reflectie).  Overleg lopend (diverse overlegorganen) voor hervorming klinisch onderwijs buiten stage. pedagogische studiedag 10 februari 2012

35 SWOT  W:  Voor theoretisch onderwijs en voor klinisch onderwijs buiten stage, ontbreekt een evaluatiekader op basis van KC (met daaraan verbonden criteria).  Geen systematische communicatie over leervorderingen/toetsing (volgens KC) in theoretisch opleidingsdeel.  Probleem om beroepsveld bij toetsing te betrekken vanuit KC’s van leerplan (wel geïnteresseerd in tevredenheid in functie van mogelijke tewerkstelling).  In M5: geen ‘afsluitende toets’; of is PF dat wel? pedagogische studiedag 10 februari 2012

36 SWOT  O:  Hervorming opgestart. Eerste fase te introduceren tegen september 2012: klinisch onderwijs buiten stage afstemmen op KC. Latere fase: theoretisch onderwijs.  We krijgen positieve feedback (informeel) vanuit beroepsveld over competenties van afgestudeerden, maar we bevragen dit niet systematisch/doelgericht. Ook geen informatie van afgestudeerden zelf. pedagogische studiedag 10 februari 2012

37 SWOT  In M5: AGZ, OZ, GGZ: integratie en toepassing van M1-4. Groeilijn van klinische naar theoretische component doortrekken. (theorie veeleer inleiding tot; stage veeleer verdieping van).  T:  Hervorming van toetsingsbeleid is intensief proces. Duurt lang (meerdere jaren) eer alle betrokkenen (studenten, beroepsveld) volledig ‘mee’ zijn met denkproces. pedagogische studiedag 10 februari 2012

38 3. INZET PERSONEEL Hoe garandeert het personeelsbeleid dat het personeelsteam in staat is (kwalitatief en kwantitatief) om de doelstellingen van deze opleiding te realiseren?

39 Kernvragen (kwalitatief)  Heeft de school een strategisch personeelsbeleid?  Hoe gebeurt werving en selectie van medewerkers?  Hoe wordt koppeling met beroepsveld geborgd?  Welke procedure bestaat er voor de introductie van nieuwe medewerkers?  Hoe wordt overleg en samenwerking tussen medewerkers gefaciliteerd? pedagogische studiedag 10 februari 2012

40 Kernvragen (kwalitatief)  Hoe worden medewerkers betrokken bij de kwaliteit van de opleiding?  Hoe worden medewerkers ondersteund, begeleid en geëvalueerd?  Worden er resultaatsafspraken met medewerkers gemaakt op basis van studentenevaluaties?  Bestaan er functieprofielen?  Heeft de school een strategie naar grotere professionaliteit van de medewerkers? pedagogische studiedag 10 februari 2012

41 Kernvragen (kwantitatief)  Hoeveel medewerkers werken er effectief met studenten? (ratio medewerker/student)  Hoeveel medewerkers zijn in de rand betrokken bij het studieprogramma? (ped. Coördinator, stagecoördinator)  Hoeveel medewerkers leveren ‘ondersteuning’ (zorgcoördinator, coaches lkr, ondersteunend personeel…) pedagogische studiedag 10 februari 2012

42 Kernvragen (kwantitatief)  Hoe is de taak van een lkr/SB opgebouwd?  Zijn er voordrachtgevers?  Hoe ziet de leeftijdspiramide van de medewerkers eruit? En welke conclusies worden daaruit getrokken? pedagogische studiedag 10 februari 2012

43 SWOT  S:  De school heeft een strategisch personeelsbeleid: Samenstelling van gediversifieerd team: verpleegkundigen en niet-verpleegkundigen, VPK met ervaring, uitgebreid sollicitatiegesprek met koppeling aan schoolvisie, schooleigen visie op verpleegkunde, schooleigen visie op didactiek; Kader van coördinatoren uitgebouwd, waardoor inhoudelijke samenhang en koppeling aan schoolvisie. Overleg met stagecoördinator, pedagogisch coördinator en eventueel met vakwerkgroepen/MV over profielen van aanwervingen. pedagogische studiedag 10 februari 2012

44 SWOT  S:  Langlopend en inhoudelijk sterk coachingstraject. Coaching afgestemd op verwachtingspatroon van de school(visie) en de samenleving, én op het profiel van kandidaat- medewerkers.  Overleg en samenwerking: naast informeel overleg, ook formeel overleg (vakwerkgr, MWGr).  Medewerkers betrokken bij kwaliteit van de opleiding: via FG, overlegorganen, werkgroep KZ, PDCA-cirkel geïntegreerd in vele schoolactiviteiten. pedagogische studiedag 10 februari 2012

45 SWOT  S:  Ondersteuning en begeleiding van medewerkers: via informele gesprekken, maar vooral via FG. Aanzet tot reflectie over functioneren.  Evaluatie van nieuwe medewerkers: op basis van criteria, profiel zoals voorgesteld bij aanwerving.  Strategie naar hogere professionaliteit: Vormingsplan op niveau van school Vorming als onderdeel van POP (op FG) Opdrachten afstemmen op sterktes van medewerkers (belang van wensformulier en FG hierin). pedagogische studiedag 10 februari 2012

46 SWOT  W:  Beperkte inbreng uit beroepsveld via gastsprekers, experten uit werkveld.  Evaluatie personeel: geen inbreng van studenten.  Evaluatie vastbenoemd personeel: geen prioriteit in beleid (pragmatische houding).  Geen zicht op leeftijdspiramide van de medewerkers / geen doelbewust beleid in functie van leeftijd. pedagogische studiedag 10 februari 2012

47 SWOT  O:  Medewerkers versterken in de uitbouw van een POP (persoonlijk ontwikkelingsplan).  Functieprofielen nog uit te bouwen: functiebeschrijvingen van de SG zijn weinig relevant voor onze school/opleiding. Andere functies hebben geen profiel: ped. coördinator, MV, kwaliteitscoördinator, trajectbegeleider. pedagogische studiedag 10 februari 2012

48 SWOT  T:  Koppeling aan beroepsveld komt in gedrang: weinig kandidaat-medewerkers met beroepservaring.  Wettelijke mogelijkheid van voordrachtgevers nog niet toegepast. Vrees dat voordrachtgevers zich niet in dezelfde mate identificeren met doelstellingen/verwachtingen van de organisatie.  Toenemende complexiteit en toenemende verwachtingen (van studenten, medewerkers, samenleving) zet de verhouding medewerker/student onder druk. pedagogische studiedag 10 februari 2012

49 4. INTERNE KWALITEITSZORG

50 Kernvragen  Wat is de visie van de school op kwaliteit en KZ voor de opleiding verpleegkunde?  Welke strategie gebruikt de school voor het implementeren van een cultuur van KZ?  Heeft de school een systeem van gegevensbevraging en –analyse, en daaraan verbonden verbetertrajecten?  Hoe worden beleidsprioriteiten/streefdoelen bepaald? pedagogische studiedag 10 februari 2012

51 SWOT  S:  KZ niet als saus, maar als marinade. KZ is geen losstaand gegeven. De principes van KZ zijn terug te vinden in vele aspecten van de schoolrealiteit (PDCA, reflecteren en bijsturen).  PDCA is een eenvoudig en herkenbaar denk- en doekader. (verband met SVH).  School in kaart gebracht in EFQM. Vastgesteld dat we vooral inputgegevens hebben. Weinig zicht op outputgegevens. pedagogische studiedag 10 februari 2012

52 SWOT  W:  Nog weinig data beschikbaar (hoe kwaliteit meten?)  Weinig inbreng van team in bepalen van beleidsprioriteiten/streefdoelen. pedagogische studiedag 10 februari 2012

53 SWOT  O:  KZ nog consequenter integreren in het hele schoolbeleid.  Kwaliteit vertalen in termen van meetbare doelen, en ontwikkelen van instrumenten om realisatie (kwalitatief en kwantitatief) te meten.  Verzamelen van outputgegevens. pedagogische studiedag 10 februari 2012

54 SWOT  T:  Draagkracht van medewerkers: vertrouwen in eigen functioneren en in de organisatie mag niet in het gedrang gebracht worden. pedagogische studiedag 10 februari 2012


Download ppt "PEDAGOGISCHE STUDIEDAG HBOV ALEYDIS IN HELIKOPTERPERSPECTIEF 10 februari 2012."

Verwante presentaties


Ads door Google