De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Waarmee meet je? Kwaliteit van meetinstrumenten. Kwaliteitscriteria Schaaleigenschappen (interne consistentie, factorananalyse en collineariteit) Normgegevens.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Waarmee meet je? Kwaliteit van meetinstrumenten. Kwaliteitscriteria Schaaleigenschappen (interne consistentie, factorananalyse en collineariteit) Normgegevens."— Transcript van de presentatie:

1 Waarmee meet je? Kwaliteit van meetinstrumenten

2 Kwaliteitscriteria Schaaleigenschappen (interne consistentie, factorananalyse en collineariteit) Normgegevens Reproduceerbaarheid / betrouwbaarheid Validiteit Responsiviteit (onderdeel van validiteit) / bodem- en plafondeffecten Feasibility KNGF-10

3 Betrouwbaarheid van meetinstrumenten Betrouwbaarheid is een deelaspect van validiteit = is het instrument consistent of herhaalbaar Verschillende testen na elkaar moeten dezelfde resultaten geven Nooit valide als hij niet betrouwbaar is Wel betrouwbaar maar niet valide

4 X

5 Oorzaken van meetfouten 1.Subject : motivatie, stemming, vermoeidheid, geheugen, … 2.Testen : heldere instructies, bijkomende richtlijnen, … 3.Scoring : competentie, ervaring, toewijding, … van scorers 4.Instrumentarium : fouten bij het toestel of bij de codering

6 Methoden om betrouwbaarheid vast te stellen Intrabeoordelaar betrouwbaarheid Interbeoordelaar betrouwbaarheid

7 Validiteit van instrumenten Validiteit = de mate waarin de test of het instrument meet wat hij bedoelt te meten Belangrijkste criterium = degelijkheid van de test

8

9 ‘Face’ en ‘content’ validiteit ‘Face’ validiteit –Is het aannemelijk dat de items het bedoeld begrip meten? ‘Content’ validiteit –Komen alle relevante dimensies aan bod en zijn er geen overbodige items KNGF-14

10 Construct validiteit Indien niet observeerbare constructen gemeten worden bv. intelligentie, angst, attitude, creativiteit, … Mate waarin de test dit construct meet door te relateren aan een bepaald gedrag Bv. Test om ‘fair play’ te meten en observeren tijdens wedstrijd

11 Construct validiteit Geen gouden standaard Vergelijking met andere instrumenten Opstellen van hypothesen –overeenkomst met soortgelijke instrumenten (convergent) –geen overeenkomst met andersoortige instrumenten (divergent) –Verschillen tussen groepen (discriminant) KNGF-16

12 Criterium validiteit Instrumenten worden gevalideerd ten opzichte van een criterium

13 Correlatie van het instrument met een criterium op zelfde moment Criterium is dan een reeds gevalideerd, aanvaard instrument OF scores van beoordelaars of prestaties

14 Generaliseren van validiteit Validiteit is populatie specifiek : hoogste validiteit voor sample waarin het is vastgesteld Andere leeftijd, geslacht, SES ? Verschillende studies nodig die predictor – criterium combineren

15 Validiteit diagnostische tests Sensitiviteit Specificiteit Predictive value/likelihood ratio etc

16 Ziekte aanwezig Ziekte afwezig Test PositiefTerecht positief A Fout-positief B A+B Test NegatiefFout-negatief C terecht-negatief D C+D A+CB+D Sensitiviteit = A/(A+C)= % terecht ziek verklaard Specificiteit: D/(B+D) = % terecht niet-ziek verklaard

17 Diabetes aanwezig Diabetes afwezig > 100 mg/ml225 A 225 B A+B <100 mg/ml25 C 525 D C+D Sensitiviteit = A/(A+C)=225/250= 90% (terecht ziek) Specificiteit= D/(B+D) =525/750= 70% terecht niet-ziek

18 sensitiviteit (echt positief) 1-specificiteit (fout positief) ROC curve

19

20 Responsiviteit Kan het instrument veranderingen aantonen als die optreden? Laat het instrument géén veranderingen zien bij de mensen die stabiel blijven? Bodem of plafondeffecten? KNGF-21

21 Feasibility Taal Benodigdheden Randvoorwaarden Tijd handleiding


Download ppt "Waarmee meet je? Kwaliteit van meetinstrumenten. Kwaliteitscriteria Schaaleigenschappen (interne consistentie, factorananalyse en collineariteit) Normgegevens."

Verwante presentaties


Ads door Google