De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Diagnostisch onderzoek: interpretatie van resultaten Wim Willems Daniëlle van der Windt EMGO Instituut & Afdeling Huisartsgeneeskunde Vumc Amsterdam Primary.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Diagnostisch onderzoek: interpretatie van resultaten Wim Willems Daniëlle van der Windt EMGO Instituut & Afdeling Huisartsgeneeskunde Vumc Amsterdam Primary."— Transcript van de presentatie:

1 Diagnostisch onderzoek: interpretatie van resultaten Wim Willems Daniëlle van der Windt EMGO Instituut & Afdeling Huisartsgeneeskunde Vumc Amsterdam Primary Care Musculoskeletal Reserch Centre Keele University

2 Inhoud  Diagnostiek: doel  Diagnostisch onderzoek: belangrijke kenmerken  Validiteit van diagnostische testen: interpretatie  Voorbeeld: carpale tunnelsyndroom

3 Achtergrond Diagnostische informatie is belangrijk voor:  Inschatten prognose  Uitgangspunt therapie  Informeren patiënt  Optimaliseren resultaten van therapie

4 Diagnostische testen  Patiëntkenmerken, anamese  Resultaten van lichamelijk onderzoek  Labtesten  Beeldvormende diagnostiek  Proefbehandelingen  etc, etc.

5 Validiteit van diagnostische testen  Vergelijking van de resultaten van een index test met die van een referentie test (gouden standaard)  Cross-sectioneel onderzoek  Patiënt-controle onderzoek  Longitudinaal onderzoek

6 Onderzoeksvragen  Kan index test een referentie test vervangen? - goedkoper - minder belastend  Kan index test een andere index test vervangen? - beter voor uitsluiten van de ziekte - beter voor aantonen van de ziekte

7 Voorbeeld: fysische diagnostiek bij CTS  Populatie: mensen met handklachten, waaronder tintelingen in vingers  Ziekte (target condition): CTS  Indextesten: flick sign & Tinel test  Referentietest: electrofysiologie (EMG) geleidingssnelheid n. medianus Wat is de diagnostische waarde van onderdelen van lichamelijk onderzoek voor het vaststellen van een carpale tunnelsyndroom?

8  Selectiebias (of spectrumvariatie): het onderzoek wordt uitgevoerd in een populatie die geen goede afspiegeling vormt van de doelpopulatie Bias in diagnostisch onderzoek  Ons voorbeeld: - flick sign & Tinel test worden vooral in 1 e lijn uitgevoerd, maar onderzoek betreft een 2 e lijns populatie of - er worden stricte selectiecriteria gehanteerd: bijvoorbeeld geen andere klachten BA, geen alarmsymptomen, leeftijd, ….

9  Review bias: beoordelaar van index test of referentie test is niet ‘blind’ voor de uitslag van de andere test Bias in diagnostisch onderzoek  Ons voorbeeld: - onderzoeker is bekend met uitslagen EMG - fysioloog kent de resultaten van flick & Tinel

10  Work-up bias (= verificatiebias): het al dan niet ondergaan van referentietest hangt af van positieve of negatieve test-uitslag Bias in diagnostisch onderzoek  Ons voorbeeld: - EMG onderzoek alleen bij positieve uitslag flick of Tinel (gebeurt vaak bij invasieve referentietesten) - analyse waarde van de diagnostische test op basis van select deel van de populatie

11 Diagnostische waarde van testen voor CTS testsensitiviteitspecificiteit Tinel Phalen Flick sign Square wrist sign Druk provocatie- test Tourniquet test

12 Interpretatie  Veel variatie in sensitiviteit en specificiteit  Maar wat betekenen deze getallen en wat heb je eraan?

13 EMG CTS Geen CTS a b a + b Test + (terecht positief) (fout positief) c d c + d Test - (fout negatief) (terecht negatief) a + c b + d N Resultaten index test versus referentietest

14 Sensitiviteit: de kans op een positief test-resultaat bij aanwezigheid van de ziekte Specificiteit: de kans op een negatief testresultaat bij afwezigheid van de ziekte Sensitiviteit & specificiteit

15 Sensitiviteit: a/(a+c) Specificiteit: d/(b+d) EMG CTS geen CTS flick + a b a + b flick - c d c + d a + c b + d N Sensitiviteit & specificiteit

16 Sensitiviteit: 35/40 = 0.88 Specificiteit: 80/120 = 0.67 EMG CTS geen CTS flick flick Sensitiviteit & specificiteit

17 Sensitiviteit: 15/40 = 0.38 Specificiteit: 100/120 = 0.83 EMG CTS geen CTS Tinel Tinel Sensitiviteit & specificiteit

18 Positief voorspellende waarde: de kans op ziekte bij een positief resultaat van de indextest Negatief voorspellende waarde: de kans dat de ziekte niet aanwezig is bij een negatief test resultaat van de indextest Voorspellende waarden

19 VW + = a/(a+b) VW - = d/(c+d) EMG CTS geen CTS Test + a b a + b Test - c d c + d a + c b + d N Voorspellende waarden

20 VW + = 35/75 = 0.46VW - = 80/85 = 0.94 EMG CTS geen CTS flick flick Voorspellende waarden

21 VW + = 15/35 = 0.43VW - = 100/125 = 0.80 EMG CTS geen CTS Tinel Tinel Voorspellende waarden

22  Kruistabel levert zowel gegevens over sensitiviteit & specificiteit als voorspellende waarden: welke maat geeft de beste informatie?  Sensitiviteit & specificiteit zijn minder sterk afhankelijk van de prevalentie van de ziekte (priorkans)  Voorspellende waarden zijn meer relevant voor dagelijkse praktijk Sens & spec of voorspellende waarden?

23  Flick tov Tinel: sensitiviteit hoger, specificiteit iets lager  Flick tov Tinel: voorspellende waarden hoger, m.n. negatief VW  Voorspellende waarden zijn meer relevant voor dagelijkse praktijk  Sensitiviteit & specificiteit zijn minder sterk afhankelijk van de prevalentie van de ziekte (priorkans) Aan welke test hebben we nu het meest?

24  Hoe kunnen gegevens over sensitiviteit en specificiteit worden gebruikt bij beslissingen?  SpP-in  Rule in - test heeft hoge specificiteit, dus weinig fout-positieven - indien positief: kans op ziekte is hoog - positief testresultaat: Rule in! (patiënt is ziek)  SnN-out  Rule out (flick sign) - test heeft hoge sensitiviteit, dus weinig fout-negatieven - indien negatief: kans op ziekte is laag - negatief testresultaat: Rule out! (patiënt is niet ziek) Beslisregels

25 Referentietest Ziek Niet ziek a b a + b Test + (terecht positief) (fout positief) c d c + d Test - (fout negatief) (terecht negatief) a + c b + d N Index test versus referentietest

26  Priorkans: prevalentie van de ziekte in de populatie  Posteriorkans: kans op ziekte na afname index test  Hoe groter het verschil tussen prior en posteriorkans, hoe informatiever de test  Test geeft doorgaans de meeste informatie bij priorkans tussen 40-60% Priorkans (prevalentie) & posteriorkans

27  Priorkans: prevalentie van CTS in voorbeeld: 25%  Kans op CTS bij positief testresultaat: - flick: 46% - Tinel: 43%  Kans op CTS bij negatief testresultaat - flick: 6% - Tinel: 20%  Flick geeft meer diagnostische informatie, maar nog geen zekerheid … Priorkans (prevalentie) & posteriorkans: CTS

28  Resultaten van diagnostisch onderzoek betreft vaak een enkele test  In de praktijk: interpretatie van meerdere testen tegelijk: volledige anamnese, onderzoek, …  Diagnostische waarde van combinatie van testen is relevanter! Enkele test versus meerdere testen

29  Predictieregel bestaat uit 5 testen, waaronder leeftijd, flick sign, ernst van klachten  Resultaten (bij prevalentie = prior kans 34%): Diagnostische predictieregel voor CTS Afkappunt CTS sensspeckans op CTS 2 testen positief981444% 3 testen positief985452% 4 testen positief778370% Alle 5 testen positief189990% Wainner et al. Arch Phys Med Rehabil 2005;86:

30 Tot slot: hoe ‘goud’ is de gouden standaard?  EMG: sensitiviteit = 60-82%, specificiteit = % Vrij veel fout-negatieven  Ernst van de EMG-afwijkingen komt niet overeen met ernst van symptomen  EMG-afwijkingen geen voorspeller van succes therapie  EMG-afwijkingen hangen samen met leeftijd: hoe ouder, hoe slechter (ongeacht klachten)  Weinig onderzoek naar EMG-afwijkingen in 1 e lijn

31 Samenvatting  Diagnostische informatie vooral relevant indien van belang voor beslissingen rond therapie  Vaststellen CTS: veel variatie diagnostische waarde van testen. Combinatie testresultaten van belang  Vaststellen CTS: geen goede referentietest …  Voorspellende waarden voor praktijk van belang, maar sterk afhankelijk van prevalentie van de ziekte  Waarde van een test blijkt vooral uit verschil tussen prior en posterior kans

32 CTS geen CTS flick flick Voorspellende waarden: hoge prevalentie Prevalentie CTS: 40 / 160 = 25% Positief voorspellende waarde flick: 35/ 75 = 46% Negatief voorspellende waarde flick: 80 / 85 = 94% Sensitiviteit: 35 / 40 = 88% Specificiteit: 80 / 120 = 67%

33 Voorspellende waarden: lage prevalentie CTS geen CTS flick flick Prevalentie CTS: 40 / 1240 = 3% Positief voorspellende waarde flick: 35/ 435 = 8% Negatief voorspellende waarde flick: 800 / 805 = 99% Sensitiviteit: 35 / 40 = 88% Specificiteit: 800 / 1200 = 67%


Download ppt "Diagnostisch onderzoek: interpretatie van resultaten Wim Willems Daniëlle van der Windt EMGO Instituut & Afdeling Huisartsgeneeskunde Vumc Amsterdam Primary."

Verwante presentaties


Ads door Google