De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

BALANSLEZEN. Balanslezen Waarom ? •analyse van de jaarrekening •onderscheid ‘gezonde’ en ‘zieke’ ondernemingen •bedrijfsleider - management - aandeelhouder.

Verwante presentaties


Presentatie over: "BALANSLEZEN. Balanslezen Waarom ? •analyse van de jaarrekening •onderscheid ‘gezonde’ en ‘zieke’ ondernemingen •bedrijfsleider - management - aandeelhouder."— Transcript van de presentatie:

1 BALANSLEZEN

2 Balanslezen Waarom ? •analyse van de jaarrekening •onderscheid ‘gezonde’ en ‘zieke’ ondernemingen •bedrijfsleider - management - aandeelhouder – leverancier – bankier - … •balans + resultatenrekening + toelichting

3 Hoe ? •inzicht in verschillende rubrieken •belang van waarderingsregels (vb. boekwaarde = realiseerbare marktwaarde ?) •kengetallen (cfr. Financiële Analyse)

4 Wat ? • JR in België (> 4 mio blz.) •voorbeelden •klantenbeoordeling (cfr. debiteurenbeheer) •investeringsbeslissingen •fusies/overnames (‘mergers and acquisitions’) •beursintroductie (IPO) •keuze belegging •kennis concurrentie (vb. klantenkrediet, personeelsverloning, voorraadpositie,…) •…•…  opvragen bij balanscentrale NBB (zie verder)

5 Hoofdstuk 1 Verplichtingen, uitzonderingen en overtredingen •boekhouding : registratie & rapportering van de dagelijkse verrichtingen van een onderneming •administratief hulpmiddel + beleidsinstrument •objectiviteit door verantwoordingsstukken •chronologische registratie •volledigheid

6 wetgeving : –EU-richtlijn 4 –Wet van 17 juli 1975 op boekhouding & jaarrekening van de ondernemingen –KB : schema van de JR / MAR

7 Wie moet boekhouding voeren ? ‘ALLE ondernemingen in België actief’  met of zonder vennootschapsvorm  al dan niet naar Belgisch recht opgericht  winstdoel of zonder winstbejag  particulier of overheidssector

8  iedereen met commerciële, industriële, financiële activiteit MOET boekhouding voeren Vb. ‘handelaars’ : natuurlijke personen/private vennootschappen/overheidsbedrijven/VZ W’s MAAR : gevolgen/verplichtingen niet voor iedereen gelijk (door aard van activiteiten en OMVANG)

9 Omvang van de onderneming 1/ ‘kleine’ ondernemingen 2/ ‘middelgrote’ ondernemingen  gemiddeld aantal werknemers < 50  omzetcijfer (excl.BTW) < EUR  balanstotaal < EUR 3/ ‘grote’ ondernemingen  meer dan één criterium overschreden of meer dan 100 werknemers

10  SCHEMA 1.1 (p. 17) !!! financiële instellingen/wisselagenten !!! geconsolideerde gegevens

11 Gevolgen  vereenvoudigde / volledige boekhouding (dubbel boekhouden / MAR)  inventaris – opmaak (conformiteit werkelijke situatie t.o.v. boekhouding)  jaarrekening (verplicht voor elke onderneming, soms geen publicatieplicht  intern document) BALANS + RESULTATENREKENING + TOELICHTING + SOCIALE BALANS

12  gebruik volledig/verkort schema (minder uitsplitsingen, bvb. in RR : geen details bedrijfsopbrengsten en aankoopkosten  ‘brutomarge’)  G.O. : jaarVERSLAG verplicht = rekenschap van management aan aandeelhouders  G.O. : controleverslag COMMISSARIS- REVISOR

13 Noot : 5 mogelijke verklaringen 1/ verklaring zonder voorbehoud 2/ verklaring zonder voorbehoud met toelichtende paragraaf 3/ verklaring met voorbehoud 4/ onthoudende verklaring 5/ afkeurende verklaring (zie tabel p.20)

14 (aard van de activiteiten : lees p.20/21)

15 Publicatieplicht Enkele cijfers… • ondernemingen zijn verplicht een boekhouding te voeren • daarvan zijn ‘informatieplichtig’ :  NV / BVBA / CVA / CVBA  ‘grote’ VOF / GCV / CVOHA  overheidsbedrijven • (noot : VZW)

16 Procedure… •afsluiting boekjaar •AV : goedkeuring jaarrekening binnen 6 maanden •neerlegging JR bij NBB binnen 30 dagen •aanvaarding door NBB tenzij protest binnen 8 dagen •rekenkundige controle door NBB binnen 4 maanden •OVERTREDINGEN en BOETES…!

17 Wat met beursgenoteerde ondernemingen ?  extra controle/publicatie op vraag van beursautoriteiten van Euronext  CBFA : administratieve controle Evolutie : internationale vergelijkbaarheid  IAS (International Accounting Standards) verplicht voor Europese grote ondernemingen (voor geconsolideerde JR)  IFRS : International Financial Reporting Standards

18 Andere verplichtingen waarom ?  andere ‘stakeholders’ krijgen belang + macht waarom ? •vroeger : PROFIT •nu : PROFIT + PEOPLE (vb. personeel) + PLANET (omgeving, Kyoto,…)

19 DUS : •milieuverslag (vrijwillig !)  weinig regulering dus betrouwbaarheid ? •sociale balans als deel van JR ! •voorbeelden –tewerkstelling –personeelsverloop –maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling –opleidingen –omschakeling ‘oudere’ werknemers

20  micro-economische analyse (op individueel bedrijfsniveau)  macro-economische analyse (geheel van Belgische ondernemingen / per bedrijfstak-sector) Vb. dienstensector  landbouw / nijverheid

21 OPDRACHT  onderzoek de bedrijvigheden/ activiteiten van je onderneming  in welke sector is je onderneming gecatalogeerd ?  boekjaar – afsluiting – AV – neerlegging – jaarverslag – sociale balans

22 Opdracht balanslezen : balans –activa (p ) 1/ Leg uit : het activeren van ‘oprichtingskosten’ is een mechanisme om de winst te verhogen. 2/ Geef telkens 3 voorbeelden van een ‘aanwending’ waarbij :a/ de activa stijgen b/ de passiva stijgen 3/ Is het verlagen van de aangehouden kasgelden een bron of een aanwending van middelen ? 4/ Een bedrijf koopt aandelen van een ander bedrijf. Waar zullen deze aandelen in de boekhouding ingeschreven worden ? 5/ Leg uit : een bedrijf met een korte productiecyclus kan een lange exploitatiecyclus hebben ? 6/ Wat is ‘goodwill’ ? Kan deze afgeschreven worden ? 7/ Wat is de ‘vastleggingsgraad’ ? Waarom hebben oudere bedrijven meestal een lagere vastleggingsgraad dan jongere ?

23 Opdracht balanslezen : balans – passiva (p ) 1/ Welke wettelijke criteria dienen gerespecteerd te worden bij de aanleg van wettelijke reserves ? 2/ Op welke manier dient een actiefpost correct gewaardeerd te worden ? Met welke elementen dient men rekening te houden ? 3/ Op welke manier leveren een converteerbare obligatie en een obligatie met warrants een stijging van het E.V. op ? 4/ In welke omstandigheden is het voor een bedrijf verleidelijk om herwaarderingsmeerwaarden te gaan boeken ? Leg uit. 5/ Waarom verschijnen schulden enkel voor het nominale hoofdbedrag op de balans ?

24 Opdracht balanslezen : balans – passiva (p ) 6/ Wat zijn de gevolgen van een post ‘geplaatst maar nog niet volstort of opgevraagd kapitaal’ voor het eigen vermogen ? 7/ Kan een inbreng van bvb. een bestelwagen in aandelenkapitaal worden vertaald ? 8/ Waarom zijn sommige reserves ‘onbeschikbaar’? Houdt dit in dat een onderneming hier nooit meer kan over beschikken ? 9/ Hoe ontstaan zogenaamde ‘geheime reserves’ ? Wat is het nadeel hiervan ? 10/ De waarde van een voorraad is afhankelijk van de toegepaste waarderingsmethode. Leg uit aan de hand van een eigen voorbeeld.

25 BALANSLEZEN RESULTATENREKENING (hfdst.3 p.67-84) 1/ Verklaar : de post Diensten en Diverse Goederen wordt (in bedrag) voor de meeste ondernemingen groter. 2/ Hoe kan je met afschrijvingen het resultaat van een boekjaar ‘sturen’ ? Geldt dat ook voor de liquiditeitspositie van een onderneming ? 3/ Een Belgisch bedrijf verkoopt voor 1 Mio. EURO goederen aan een Amerikaans bedrijf, op dat ogenblik staat 1 EUR = 1 USD. Er wordt betalingsuitstel verleend voor 2 maanden. Op het ogenblik van betaling staat 1 EUR = 0.9 USD. Wat is de invloed van deze evolutie op de boekhouding van de Belgische onderneming ? 4/ Onderscheid : UITGAVE – KOST – KASKOST – NIET- KASKOST (geef een voorbeeld van elk). 5/ Evalueer volgende uitspraak : ‘een stijging van de wijziging in Voorraad Gereed Product is voor een bedrijf een positief signaal’ ?

26 BALANSLEZEN RESULTATENREKENING (hfdst.3 p.67-84) 6/ Wat is ‘impliciete belastingvoet’ ? Waarom is deze kleiner dan het officieel tarief van de Vennootschapsbelasting ? 7/ Waarom kunnen bedrijfseconomische en fiscale jaarrekening van elkaar verschillen ? 8/ Wanneer kan ‘omzet’ effectief geboekt worden ? 9/ Wat is het verschil tussen lineaire afschrijvingen en degressieve afschrijvingen en wat is de invloed op de winst van een onderneming ? 10/ a/ Is de resultatenrekening een weergave van de in- en uitgaande geldstromen ? b/ Waarom wel/niet ? c/ Geef een voorbeeld.

27 BALANSLEZEN – ACTIVA 1/ Leg uit : het activeren van ‘oprichtingskosten’ is een mechanisme om de winst te verhogen.  bepaalde uitgaven worden op het actief ingeschreven en gespreid over een aantal jaren afgebouwd door afschrijvingen (NBW van de geactiveerde kosten vermindert jaarlijks met het bedrag van de geboekte afschrijving)

28 2/ Geef telkens 3 voorbeelden van een ‘aanwending’ waarbij : a/ de activa stijgen  aankoop wagen  aankoop gebouw  aankoop handelsgoederen b/ de passiva dalen  terugbetaling lening  leveranciers(schuld) betalen  belastingschuld betalen

29 3/ Is het verlagen van de aangehouden kasgelden een bron of een aanwending van middelen ?  afname actiefpost = BRON 4/ Een bedrijf koopt aandelen van een ander bedrijf. Waar zullen deze aandelen in de boekhouding ingeschreven worden ?  aandelen gekocht om op korte termijn te verkopen: vlottende activa  ‘structurele’ participatie (LT) : FVA

30 5/ Leg uit : een bedrijf met een korte productiecyclus kan een lange exploitatiecyclus hebben ? Bestelling grondstoffen Aankoop – levering – betaling aan leverancier Voorraad grondstoffen Verwerking (evt. halfafgewerkt) Voorraadvorming afgewerkte producten Verkoop – levering – facturatie Betaling door klant

31 6/ Wat is ‘goodwill’ ? Kan deze afgeschreven worden ?  ‘goodwill’ is de meerprijs die betaald wordt bij een overname (bovenop het verschil tussen activa en passiva)  meerprijs heeft betrekking op cliënteel, aanwezigheid van opgeleid personeel, de reputatie, de vestigingsplaats,…  goodwill kan geboekt worden onder immateriële vaste activa  kan worden afgeschreven (vgl. oprichtingskosten )

32 7/ Wat is de ‘vastleggingsgraad’ ? Waarom hebben oudere bedrijven meestal een lagere vastleggingsgraad dan jongere ?  ‘vastleggingsgraad’ = procentueel aandeel van het materieel vastliggend in het balanstotaal (met materieel vastliggend: gebouwen, machines,…)  gedaalde (netto)boekwaarde door (jarenlange) afschrijvingen  jonge ondernemingen  nieuwe installaties e.d. (waarop amper afschrijvingen werden toegepast)  invloed balanstotaal !

33 BALANSLEZEN – PASSIVA 1/ Welke wettelijke criteria dienen gerespecteerd te worden bij de aanleg van wettelijke reserves ?  (minimum) 5% van de winst van het boekjaar afhouden voor wettelijke reserves  jaarlijks aanvullen tot reserves gelijk zijn aan 10% van het kapitaal

34 2/ Op welke manier dient een actiefpost correct gewaardeerd te worden ? Met welke elementen dient men rekening te houden ?  de activa verschijnen op de balans tegen hun aanschaffingswaarde, na aftrek van de gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen  alleen herwaarderingen kunnen de nettoboekwaarde van een actiefbestanddeel hiervan doen afwijken.

35 3 / Op welke manier leveren een converteerbare obligatie en een obligatie met warrants een stijging van het E.V. op ? (zie uitleg)

36 4/ In welke omstandigheden is het voor een bedrijf verleidelijk om herwaarderingsmeer- waarden te gaan boeken ? Leg uit.  verhoging boekhoudkundige waarde van het betreffende actief (zonder cash-flow-implicaties)  stijging bedrijfswinst  onderneming wordt positiever voorgesteld (‘window dressing’)  bij verlies leidt herwaardering mogelijk tot winstcijfers

37 5/ Waarom verschijnen schulden enkel voor het nominale hoofdbedrag op de balans ?  schulden verschijnen enkel voor het nominale hoofdbedrag op de balans omdat de intrestlasten rechtstreeks ten laste vallen van het resultaat van het boekjaar

38 6/ Wat zijn de gevolgen van een post ‘geplaatst maar nog niet volstort of opgevraagd kapitaal’ voor het eigen vermogen ?  de betaling van dit kapitaal is door het bedrijf nog niet opgeëist maar er is al reeds op de aandelen ingeschreven.  op de balans moet het niet-opgevraagde kapitaal in mindering worden gebracht met het kapitaal (cfr. solvabiliteit !)

39 7/ Kan een inbreng van bvb. een bestelwagen in aandelenkapitaal worden vertaald ?  inbreng in natura (‘fysieke’ inbreng van bvb. machine of gebouw)  in rubriek ‘kapitaal’ wordt de overeenkomstige geldwaarde van de inbreng genoteerd (na controleverslag door revisor)

40 8 / Waarom zijn sommige reserves ‘onbeschikbaar’? Houdt dit in dat een onderneming hier nooit meer kan over beschikken ?  sommige reserves zijn onbeschikbaar opdat de onderneming nog iets achter de hand heeft voor als er financiële problemen zouden zijn  de onderneming kan over de onbeschikbare reserves beschikken als de Algemene Vergadering een meerderheid verkrijgt zoals voorzien in de statuten.

41 9/ Hoe ontstaan zogenaamde ‘geheime reserves’ ? Wat is het nadeel hiervan ?  geheime reserves ontstaan door een te voorzichtige waarderingspolitiek  nadeel : onderschatting van de eigen middelen (solvabiliteit)

42 10/ De waarde van een voorraad is afhankelijk van de toegepaste waarderingsmethode. Leg uit aan de hand van een eigen voorbeeld.  waarderingsmethoden: FIFO = First in First out LIFO = Last in First out Gewogen gemiddelde prijzen  voorbeeld: drie ondernemingen (A-B-C) kopen eerst producten aan een prijs van 12 euro. De volgende maand kopen ze producten aan een prijs van 14 euro. Onderneming A (FIFO) verkoopt eerst de producten die ze het eerst hebben aangekocht, deze van 12 euro; Onderneming B (LIFO) verkoopt eerst de producten die aangekocht werden tegen 14 euro; Onderneming C (gewogen gemiddelde prijs) verkoopt al haar producten aan een prijs van 13 euro.

43 ..


Download ppt "BALANSLEZEN. Balanslezen Waarom ? •analyse van de jaarrekening •onderscheid ‘gezonde’ en ‘zieke’ ondernemingen •bedrijfsleider - management - aandeelhouder."

Verwante presentaties


Ads door Google