Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar 2013-2014 PLAN Titel I – Verbintenissen uit OK Hfdst. 1 Begrip en soorten OK Hfdst. 2 Basisbeginselen van.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
van verdragsbepalingen
Advertisements

Internationaal privaatrecht, het EVO-verdrag en Rome II
Informatiemiddag Wet Markt en Overheid 11 februari 2014.
Nathalie Ragheno Adviseur bij het Juridisch departement van het VBO
Redelijke aanpassingen t.a.v. personen met een beperking
Art. 60 en welzijnwetgeving Werkgroep activering 7 juli 2012.
Motivering van het ontslag
Vrij verkeer van goederen: non-tarifaire belemmeringen
Hoofdstuk 17 Rechtsbescherming.
Verhoor door AIG Uw rechten en plichten
SUBROGATIE Aon Risk Services.
Outsourcing 21 augustus 2008 Download op:
LEERSTOEL GOMMAAR VAN OOSTERWYCK Academiejaar VERTEGENWOORDIGINGSPERIKELEN Prof. Dr. Annelies WYLLEMAN.
Contract, AV, incoterms, E-commerce en Weens koopverdrag
Overeenkomsten en Algemene Voorwaarden 19 juni 2006 NMV Mediapark Hilversum Linda Eijpe.
Paul Steinhauser Slot Zeist 12 maart 2008 HET VORMMERK DE TECHNIEKRESTRICTIE.
NIS-bijeenkomst 13 september 2012
Boek III: Administratief goederenrecht
Regeling De dienstenrichtlijn
Ontwikkelingen in de Nederlandse rechtspraktijk
IPR Belangrijkste vragen van IPR
Roerende zekerheden en bescherming van de consument Reinhard Steennot Hoofddocent UGent Instituut Financieel Recht.
Leuven Institute for Human Rights and Critical Studies
De tussentijdse opzegging-clausule ACIS-symposium 4 maart 2011 Mr J. D
ABBB Algemene rechtsbeginselen als een bron van administratief recht als materiële (beginselen sensu lato) en formele bron (beginselen sensu stricto) van.
Stavaza dossier Copernicuspremie politie
Nieuwe samenwerkings- overeenkomsten voor Werkwinkels en Fora Werkgelegenheid.
3 Arbeidsrecht en de arbeidsovereenkomst
Hoofdstuk 2 Beginselen van de EG. Taken EG: Het instellen van een gemeenschappelijke markt (= interne markt), dat wil zeggen één enkele binnenmarkt. Het.
Hoofdstuk 11 Vrij kapitaalverkeer. (2/14) Het vrije kapitaalverkeer (inclusief het vrije betalingsverkeer) wordt gewaarborgd door artikel 56 van het Verdrag:
Klas MEV1A Lokaal E0.01 Mr. Eppo van Koldam
Docent Mr. Eppo van Koldam
Het invoeren van de contractsvrijheid eindversie
Conflicten en onderhandelingen
Vrij verkeer van goederen: non-tarifaire belemmeringen
Vrijheid van vestiging
Onderhandelingen en l.o.i.
11. Collectief arbeidsrecht en staking
Sandra van Ginneken, Adviseur DHW
Basisopleiding sociale wetgeving januari 2014 Dag 1 Eenheidsstatuut: Motivering van het ontslag.
Association de la Ville et des Communes de la Région de Bruxelles-Capitale asbl Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk.
Actualiteitsseminarie De zaak Bernard TMC Asser Instituut, Den Haag, 28 mei 2010.
Existentialisme – stap voor stap
Hoofdstuk 8 Btw-reglementering.
Hoofdstuk 10 Vrij dienstenverkeer. (2/17) De vrijheid van diensten wordt gewaarborgd door artikel 49, lid 1, van het Verdrag: In het kader van de volgende.
DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE TRUSTEE
Afspraak tussen 2 partijen! Of een contract tussen 2 partijen.
Herman Nys Directeur CBMER KULeuven.  Wet 28 mei 2002 (BS 22 juni 2002)  Wet van 10 november 2005 tot aanvulling van W. 28 mei 2002 met bepalingen over.
straffen en belonen vanuit de montessori visie
Hoofdstuk 8: Afwijkend gedrag en conflict
Het wettelijk statuut van klinisch psychologen en psychotherapeuten
Het discriminatieverbod en redelijke aanpassingen Annelies D’Espallier
Blok 4verbintenissen.
Commercieel beleid en recht
PLAN Deel I De bronnen van verbintenissen
Inleiding politieke stromingen
Het contractenrecht van morgen
Cao recht CAOPresentatie 23 juni 2015 Evert Verhulp
FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat Antwerpen T F E W De eventuele matiging.
§2: politieke stromingen en partijen:
Verdeling en de rechter
Overeenkomst niet goed opgezegd Schadevergoeding.
Recht Hoofdstuk 5 Overeenkomsten en verbintenissen.
World Understanding and Peace day
Bewijsrecht in ondernemingszaken (hervorming van de basiswetgeving – hercodificatie) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat Antwerpen T
Open normen en het arbeidsrecht
Prof. Dr. Reinhard Steennot (Ugent)
nieuwe pensioenwet De verhouding tussen de pensioenovereenkomst,
De ERFOVEREENKOMST EEN OVEREENKOMST IN HET KADER VAN UW TOEKOMSTIGE NALATENSCHAP PLANNINGSTECHNIEK – IN DE RIJ VAN TESTAMENT = VANGNET HUWELIJKSCONTRACT.
Bestuursrecht Hoorcollege 1
Transcript van de presentatie:

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar PLAN Titel I – Verbintenissen uit OK Hfdst. 1 Begrip en soorten OK Hfdst. 2 Basisbeginselen van het contractenrecht Hfdst. 3 Totstandkoming van de OK Hfdst. 4 Uitwerking van de OK tussen partijen Hfdst. 5 Uitwerking van de OK jegens derden

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar PLAN Hfdst. 2. Basisbeginselen Afd. 1. Historisch uitgangspunt: de wilsautonomie - begin 19 de eeuw, anno traditionele visie Afd. 2. De wilsautonomie gecorrigeerd - hedendaagse recht, anno moderne visie Afd. 3. De centrale rol van de rechter in het contractueel mechanisme - uitdieping van de rol van de rechter

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afdeling 1. Historisch uitgangspunt: wilsautonomie Visie op de maatschappij: extreem individualisme / economisch liberalisme nadruk op de individuele vrijheid van het individu nadruk op de individuele vrijheid van het individu elk individu: rede en vrije wil elk individu: rede en vrije wil rol van de staat: zeer beperkt rol van de staat: zeer beperkt Visie op het contractenrecht: principe van de wilsautonomie elk individu heeft de bevoegdheid om vrij zijn eigen rechtspositie te bepalen  OK = instrument voor vrije individuen elk individu heeft de bevoegdheid om vrij zijn eigen rechtspositie te bepalen  OK = instrument voor vrije individuen rede en vrije wil leiden tot rechtvaardige OK rede en vrije wil leiden tot rechtvaardige OK  3 facetten: § 1. De contractvrijheid § 2. De bindende kracht van de overeenkomst § 3. Het consensualisme

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 1. Historisch uitgangspunt § 1. De contractvrijheid Algemeen principe In het algemeen: vrijheid om al dan niet te contracteren In het bijzonder: vrijheid om 1) te contracteren wanneer men wil 2) te contracteren met wie men wil 3) de inhoud van de OK te bepalen

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 1. Historisch uitgangspunt § 1. De contractvrijheid Grenzen door regels van O.O., nadien ook van dwingend recht Belangrijk onderscheid tussen 1) regels van openbare orde (algemeen belang) 2) regels van dwingend recht (particuliere belangen) 3) regels van aanvullend recht In het contractenrecht anno 1804: 1) art. 6 B.W. 2) nog geen notie “dwingend recht” (pas in 20e eeuw) 3) meerderheid van regels uit verbintenissenrecht en benoemde OK, is aanvullend van aard

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 1 Historisch uitgangspunt § 1. De contractvrijheid Opmerkingen 1) Evolutie van het begrip openbare orde (illustratie: schenkingen tussen feitelijk samenwonende partners) 2) Moeilijk onderscheid tussen regels van openbare orde en dwingend recht (beslist door rechtspraak) 3) Belangrijk: onderscheid tussen absolute en relatieve nietigheid (ook al is dit aan het vervagen: rechter moet alsmaar vaker schending van regel van dwingend recht ook ambtshalve opwerpen (H.v.J. arrest Pannon inzake oneerlijk karakter van een beding in Consumentenco.; Cass. inzake alle geschillen moet een rechter redenen aanvullen (sinds 2005)).

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 1 Historisch uitgangspunt § 2. De bindende kracht Betekenis: voor 1) partijen - art. 1134, lid 1 B.W. - art. 1134, lid 2 B.W. (wederzijdse of eenzijdige opzegging) 2) rechter - verbod op inmenging in het contract - bewaker: Hof van Cassatie - illustratie: geen algemene erkenning van imprevisieleer (wel voor Weens KoopV.) - uitzondering: art. 1244, lid 2 B.W. (toekenning van respijttermijn) en matiging van overdreven loon van de lasthebber 3) derden - regel: principe van de relativiteit van de interne gevolgen (art B.W.) - nuance sinds 1909: principe van de tegenwerpelijkheid van het bestaan van de OK

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 1 Historisch uitgangspunt § 3. Consensualisme Regel: solo consensu (zonder vormvereisten) Praktijk: bewijs!  dus best een geschrift Uitzonderingen: zakelijke en plechtige OK

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2. Wilsautonomie gecorrigeerd Visie op de maatschappij: evolutie = socialisering / geleide vrije markteconomie elk individu is ook een sociaal wezen elk individu is ook een sociaal wezen grote economische, sociale en culturele ongelijkheden tussen individuen grote economische, sociale en culturele ongelijkheden tussen individuen rol van de staat: sturend met het oog op meer ordening van de maatschappij rol van de staat: sturend met het oog op meer ordening van de maatschappij Visie op het contractenrecht: socialisering van het contractenrecht door wisselwerking tussen principe van de wilsautonomie met vertrouwensbeginsel en redelijkheidsbeginsel OK is ook een sociaal of maatschappelijk feit OK is ook een sociaal of maatschappelijk feit zwakkere contractspartijen  machtige ondernemingen zwakkere contractspartijen  machtige ondernemingen rede en vrije wil leiden niet altijd tot een rechtvaardige OK rede en vrije wil leiden niet altijd tot een rechtvaardige OK  evolutie naar tempering van de 3 facetten  evolutie naar tempering van de 3 facetten § 1. De contractvrijheid  kritisch herbekeken § 2. De bindende kracht van de overeenkomst  gecorrigeerd § 3. Het consensualisme  meer formalisme

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2. De wilsautonomie gecorrigeerd § 1. De contractvrijheid Algemeen principe gecorrigeerd door overheidsmaatregelen In het algemeen: beperking van de vrijheid om al dan niet te contracteren In het bijzonder: beperking van de vrijheid om 1) te contracteren wanneer men wil (A) 2) te contracteren met wie men wil (C) 3) de inhoud van de OK te bepalen (B)

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2. De wilsautonomie gecorrigeerd A. Beperkingen aan de vrijheid om te contracteren wanneer men wil Uitgangspunt: vrijheid en gelijkheid van alle individuen = illusie 1° geen “gelijkheid en vrijheid” van partijen  in sommige domeinen: zwakkere  sterkere partij Overheidsmaatregel: wettelijke plicht tot contracteren, met gelijke behandeling van gebruikers Voorbeelden: - nutsbedrijven: levensnoodzakelijke goederen en diensten - verplichte verzekering aansprakelijkheid voor motorvoertuigen - minimale bankdiensten, sociale electriciteitslevering

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2. De wilsautonomie gecorrigeerd 2° Covrijheid zou zowel vrijheid zijn om te contracteren als de vrijheid om niet te contracteren: contractweigering werd aanvaard  er bestaan alsmaar meer controlemechanismen die CoWeigering indijken: mededingingsrecht: verbiedt ‘misbruik van machtspositie’ (bv. door groothandel die verdeling product aan kleinere verdeler weigert) mededingingsrecht: verbiedt ‘misbruik van machtspositie’ (bv. door groothandel die verdeling product aan kleinere verdeler weigert) voorbeelden van ‘verplicht contracteren’ met zwakkeren op vorige slide. voorbeelden van ‘verplicht contracteren’ met zwakkeren op vorige slide. discriminatieverbod (zie verder) discriminatieverbod (zie verder) “De weigering te contracteren kan een Rmisbruik opleveren wanneer het aanwenden van de vrijheid om niet te contracteren wordt gebruikt op een wijze die kennelijk de grenzen overschrijdt van de normale uitoefening van die vrijheid” (Cass. 7 oktober 2011) “De weigering te contracteren kan een Rmisbruik opleveren wanneer het aanwenden van de vrijheid om niet te contracteren wordt gebruikt op een wijze die kennelijk de grenzen overschrijdt van de normale uitoefening van die vrijheid” (Cass. 7 oktober 2011)

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2. De wilsautonomie gecorrigeerd B. Beperkingen aan de vrijheid om de inhoud te bepalen 1) Men gebruikt schending van O.O. voor probleemclausules (bv. exoneratiebedingen, overdreven schadebedingen) 2) Explosie van de regels van dwingend recht om zwakkere partij te beschermen - in het algemeen: bescherming van huurders, arbeiders, … en sinds 1991 van consumenten : men sanctioneert onevenwicht tussen rechten en plichten - in het bijzonder: leer der onrechtmatige bedingen in WHPC/WMPC in consumentencontracten: 1. verbieden van alle bedingen die kennelijk onevenwicht teweeg brengen tussen rechten en plichten (= alg. toetsingsnorm: art. 31 WHPC/art. 2, 28° WMPC) 2. verbieden van bepaalde bedingen in een zwarte lijst (art. 32 WHPC/art. 74 WMPC) 3. opleggen van verplichte bedingen in een OK (bv. KB 2007 vastgoedmakelaars)

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2. De wilsautonomie gecorrigeerd B. Beperkingen aan de vrijheid om de inhoud te bepalen 3) Ontwikkeling van nieuwe rechtsfiguren door RS en RL, zoals: leer van de precontractuele aansprakelijkheid of culpa in contrahendo, leer van de precontractuele aansprakelijkheid of culpa in contrahendo, wederzijdse informatieplichten, wederzijdse informatieplichten, leer van de gekwalificeerde benadeling (Cass. 9/11/2012) leer van de gekwalificeerde benadeling (Cass. 9/11/2012)

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2. De wilsautonomie gecorrigeerd C. Beperkingen aan de vrijheid om te contracteren met wie men wil Leer van de onrechtmatige contractweigering bleef lang zeer beperkt, tenzij (moeilijk) bewijs van onr. daad (art BW)  Evolutie door gelijkheidsbeginsel en verbod op discriminatie: - ° eerste via klassieke begrippen - ° dan Antidiscriminatiewetten van 10 mei 2007! (vroeger: 2003) en –decreet van 10 juli 2008: ongelijke behandeling moet objectief en redelijk verantwoord zijn

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2 De wilsautonomie gecorrigeerd § 2. De bindende kracht Traditionele visie: wil van partijen is “bron en maat” van hun gebondenheid  dit is fictie Moderne visie: Wil is de vonk, maar gecorrigeerd door vertrouwensleer vertrouwensleer redelijkheid en billijkheid redelijkheid en billijkheid

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar § 2 Bindende kracht gecorrigeerd A. Vertrouwensleer: dubbele rol 1° correctie van de wilsuiting (en autonome bron van verb.?) Traditionele visie: wilsleer (werkelijke, innerlijke wil telt) Kritiek: wat bij ongewilde discrepantie van de werkelijke en de verklaarde wil  verklaringsleer? (verklaarde, uiterlijke wil telt) Moderne visie: wilsleer gecorrigeerd door vertrouwensleer (werkelijke wil telt, tenzij de tegenpartij er rechtmatig op mocht vertrouwen dat de verklaarde wil overeenstemde met de werkelijke wil) Voorbeeld: verkoop van SAAB voor 200 / 2000 € Voorbeeld: verkoper verstuurt verkeerde alg.voorwaarden met opzegbeding

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar § 2 Bindende kracht gecorrigeerd A. Vertrouwensleer: dubbele rol 2° gedragsnorm De leer beveelt aan de titularis van een recht die door zijn gedrag een bepaald legitiem vertrouwen heeft opgewekt, om nadien dat vertrouwen niet te beschamen door van gedrag te veranderen  de geplande rechtsuitoefening wordt hem ontzegd = verbod op beschaming van gewekt vertrouwen kan zijn: foutcriterium bij brutaal afbreken vergevorderde onderhandelingen foutcriterium bij brutaal afbreken vergevorderde onderhandelingen criterium van Rmisbruik (Cass. 1 okt. 2010: brouwerij Haacht) criterium van Rmisbruik (Cass. 1 okt. 2010: brouwerij Haacht)

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar § 2 Bindende kracht gecorrigeerd B. Correctie door de objectieve goede trouw Traditionele visie: consensus / wilsovereenstemming bepaalt (omvang van) gebondenheid  rol van de rechter was beperkt tot interpretatie van de OK bij onduidelijkheid Moderne visie: consensus = vertrekpunt (vonk) MAAR ook centrale en drieledige rol van de rechter bij bepalen van gebondenheid via de werking van de goede trouw  “contractueel mechanisme” 1) interpretatie 2) aanvullende functie van de goede trouw (art B.W.) 3) matigende functie van de goede trouw (art. 1134, lid 3 B.W.)

Instituut voor VerbintenissenrechtAcademiejaar Afd. 2 De wilsautonomie gecorrigeerd § 3. Het consensualisme versus formalisme Traditionele visie: consensus volstaat Moderne visie: vormvereisten kunnen de zwakkere partij beschermen = “beschermend formalisme” Voorbeeld: Wet Consumentenkrediet