Verpanding roerende goederen Algemene beginselen

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
De zin en onzin van escrow
Advertisements

18. Vermogen, verhaal en faillissement
Zekerheidsrechten op schuldvorderingen
Internationaal privaatrecht, het EVO-verdrag en Rome II
Het Burgerarrest Het burgerarrest moet voldoen aan de volgende voorwaarden: - Er is sprake van een strafbaar feit - Er is sprake van een verdachte - Er.
Informatiemiddag Wet Markt en Overheid 11 februari 2014.
Maatschappelijke aspecten les 2: Downloaden en uploaden: legaal of illegaal? [Bron: Downloaden: legaal of illegaal?, dr. mr. Bart W. Schermer]
2. Onderneming, eenmanszaak maatschap en vof
Jaarcongres NILG, VU 9 november 2010 Publieke belangen en auteurscontractenrecht Prof. dr. Martin Senftleben Vrije Universiteit Amsterdam Bird & Bird,
SUBROGATIE Aon Risk Services.
KOOP-VERKOOP DEFINITIE EIGENDOMSOVERDRACHT RISICO-OVERDRACHT
Outsourcing 21 augustus 2008 Download op:
Business Economics Handels –en financiële technieken
De uitwinning van pandrechten en het retentierecht na de hervorming
Gastcollege Utrecht 17 oktober 2013 Thomas van Essen Spam & social media.
Koopwoning...  (het is niet zo moeilijk…). huiswerk  pak agenda en noteer bij ma 19 januri 5e lesuur:  leren tb 72 tm 77 maken 3.21 tm 3.23 wb 129.
De nieuwe successiewet mr. J.M.J.H. Hendriks PRESENTATIE d.d
Opzegging van de uitvoeringsovereenkomst en verweesd verder
Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
Contract, AV, incoterms, E-commerce en Weens koopverdrag
P Academie voor bijzondere wetten1. 2 Gemeentelijke verordening 60% 3 Academie voor bijzondere wetten.
Hoofdstuk 16 Europese mededingingsregels voor lidstaten.
Hoofdstuk 13 Vrij kapitaalverkeer.
De security agent Drs. Sander Van Loock IWT-Bursaal
Boek III: Administratief goederenrecht
Verbintenissenrecht versus goederenrecht
verbintenisrechtelijke alternatieven voor pand
IPR Belangrijkste vragen van IPR
Rechten van schuldeisers bij faillissement
Roerende zekerheden en bescherming van de consument Reinhard Steennot Hoofddocent UGent Instituut Financieel Recht.
Prof. dr. E. DIRIX Studiedag - Leuven 29 mei 2013
Eigendomsvoorbehoud onder het nieuwe regime
PROEFEXAMEN Wat is het onderscheid tussen een rechtsfeit en een rechtshandeling? Is iemand opzettelijk van de trap duwen een rechtsfeit of een rechtshandeling?
ELEKTRONISCHE FACTUUR
Hoofdstuk 11 Vrij kapitaalverkeer. (2/14) Het vrije kapitaalverkeer (inclusief het vrije betalingsverkeer) wordt gewaarborgd door artikel 56 van het Verdrag:
13 maart 2014 Bodegraven 1. 1Korinthe Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, een lichaam.
Train de trainer energiedeskundigen type A september/oktober 2012
Inkomen Begrippen + 6 t/m 10 Werkboek 6. 2 Begrippen Arbeidsverdeling Verdeling van het werk in een land.
FEDERATIE BELASTINGADVISEURS PERSONENVENNOOTSCHAPPEN
Het ondernemingsbegrip
Congres Bedrijfsopvolging
Van Valckenborgh Dirk Februari Definitie “optie op aandelen” : Recht / Verplichting om een standaardhoeveelheid aandelen te kopen (call-optie –
Zaken- en verbintenisrecht
Vertegenwoordiging Beheren Beschikken Art. 7A:1676
Waardigheid, Kiesheid en Rechtschapenheid Deontologie E. Boydens en E. Nieuwdorp.
Hoofdstuk 8 Btw-reglementering.
DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE TRUSTEE
Standard Business Contracts
De financiële functie: Integrale bedrijfsanalyse©
Pand-, retentie- en beslagrecht Marijn van Tuijl 11 oktober 2012
12 sept 2013 Bodegraven 1. 2  vooraf lezen: 1Kor.7:12 t/m 24  indeling 1Korinthe 7  1 t/m 9: over het huwelijk  10 t/m 16: over echtscheiding  16.
HLB Van Daal & Partners, opgericht in 1979, is een ambitieuze accountants- en belastingadviesorganisatie met 8 kantoren in Midden- en Oost-Brabant.
Eigendomsoverdracht 1. Levering 2. Krachtens geldige titel 3. Door beschikkingsbevoegde Eigenaar Vertegenwoordiger.
/ i Inleiding recht natuurlijke personen/rechtspersonen
E-invoicing – Juridische spelregels Korneel Decroix/Wouter Claes Advocaten Algemene titel/welkomslide.
Begrippen privaatrecht
BESTUURSRECHTELIJKE GELDSCHULDEN
1 CCC & CCM – Mod2 JACM Juridische Aspecten Credit Management H6. Beperkte rechten H7. De verbintenis in het algemeen H8. Nakoming en niet-nakoming.
1 CCC & CCM – Mod2 JACM Juridische Aspecten Credit Management H4. Pand & Hypotheek. H5. Eigendom.
1 CCC & CCM – Mod2 JACM Juridische Aspecten Credit Management H12. Koop & Ruil.
Erven en schenken en aanverwante zaken Dina van Linge Van Linge en Tillema notarissen Hoogeveen.
Verdeling en de rechter
Bewijsrecht in ondernemingszaken (hervorming van de basiswetgeving – hercodificatie) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat Antwerpen T
Software en het Weens Koopverdrag
Zekerheden en rangbepaling bij faillissement
Het eigendomsvoorbehoud in de Pandwet
Erfrecht in België Overzicht in vogelvlucht
Pand op financiële instrumenten
Zekerheden op intellectuele eigendom
Zekerheden en rangbepaling bij faillissement
Transcript van de presentatie:

Verpanding roerende goederen Algemene beginselen Prof. dr. R. Jansen VUB & UA

Menu Totstandkoming pandovereenkomst/pand De werking van het pandrecht Nieuwe regels behoud pandrecht Rangconflicten

Definitie “het pand verleent aan de PH het recht om bij voorrang boven de andere SE’s te worden betaald uit de bezwaarde goederen” (art.1) -overeenkomst (art. 2) -zakelijk zekerheidsrecht -roerende goederen (art.7)

Totstandkoming: algemeen (1) Art. 2: “het pand komt tot stand door de overeenkomst tussen PG en PH”. -> Consensuele overeenkomst (cf. art. 2336 CC) Vgl. art. 2075-2076 (oud) BW: Pandovereenkomst & pandrecht ontstaan door de buitenbezitstelling (cf. evolutie art. 2075 BW bij verpanding Sv)

Totstandkoming: algemeen (2) 2 opmerkelijke evoluties Buitenbezitstelling enkel vereist voor tegenwerpelijkheid van het pandrecht aan derden (niet meer voor ontstaan van de pandovereenkomst of het pandrecht) Buitenbezitstelling niet de enige manier om tegenwerpelijkheid te garanderen; ook via een algemeen register (vgl. oude recht: PHZ; landbouwvoorrecht)

Totstandkoming : algemeen (3) Onderscheid pandovereenkomst <-> pand als zakelijk zekerheidsrecht Voordeel: onderscheid verbintenisrechtelijke vragen (geldigheid titel) en zakenrechtelijke vragen (tegenwerpelijkheid tegen andere derden; uitwerking van het zekerheidsrecht). -Bv. pandovereenkomst kan betrekking hebben op toekomstige lichamelijke zaken (art. 8). -Bv. pandovereenkomst kan stil worden gevestigd.

Totstandkoming: pandovereenkomst (1) Bij PG-niet-consumenten: art.2 -> louter consensueel Bij PG-consumenten: art. 4, 2e lid -> voor de geldigheid is een (onderhands of authentiek) geschrift vereist, dat voldoet aan art. 1325/1326 BW Nb. Deze regels gelden ook voor pandbelofte Nb. Totstandkoming ook via vertegenwoordiging, zowel onmiddellijk als middellijk (art. 3)

Totstandkoming: pandovereenkomst (2) Regels voor bewijs van de pandovereenkomst (1) Consumenten-PG: art. 4, 2e lid en 40: geschrift (2) Niet-consumenten-PG - Registerpand: art. 4, 1e lid: geschrift - Pand met buitenbezitstelling: art. 40, 1e lid: alle middelen Vgl. oude recht: burgerlijk pand vs. handelspand

Totstandkoming : pandovereenkomst (3) Bijzondere regels voor de pandovereenkomst (art. 4 <-> 40) Het geschrift bevat: ‘aanduiding van de door het pand bezwaarde goederen’ (bepaaldheid of bepaalbaarheid? Cf. art. 8: pand op toekomstige goederen) ‘de gewaarborgde schuldvorderingen’ (bestaande of toekomstige, indien ze bepaald of bepaalbaar zijn: art. 10. Wanneer bepaalbaar? Ogenblik van de uitwinning) ‘plafond van de waarborg’ (maximumbedrag tot beloop waarvan de vordering is verzekerd: art. 10, 2e lid)

Totstandkoming: pandovereenkomst (4) Bij consumenten bijkomend: ‘de waarde van het verpande goed’ (art. 4, 3e lid j° art. 7, 4e lid ? Zijn deze 4 elementen ook geldigheidsvereisten, of enkel nodig voor het bewijs van een pandovereenkomst bij consument?

Totstandkoming: pandovereenkomst (5) Gelden de bijzondere regels uit art. 4 bij vuistpand? Vgl. art. 40 Bij niet-consument: bewijs met alle middelen. Moet men dan toch de 3 elementen uit art. 4 kunnen aantonen (via alle middelen van recht)? (2) Bij consumenten: bewijs met geschrift Moet men dan de 4 elementen uit art. 4 in het geschrift opnemen?

Totstandkoming: pandovereenkomst (6) 1e standpunt: Hiervan wordt niet afgeweken, dus moeten worden aangetoond. Kritiek: het plafond van de dekking aangeven niet zinvol bij vuistpand (de buitenbezitstelling verhindert schijnsolvabiliteit) 2e standpunt: art. 40 handelt enkel over de bewijsregel, en niet over de inhoud van de overeenkomst

Totstandkoming: pandovereenkomst (7) GELDIGHEID BEWIJS REGISTERPAND Niet-consument Vrij Geschrift (Art. 4, 1e lid): 3 elementen Consument Geschrift (Art. 4, 2e lid) en Geschrift (Art. 4, 1e en 3e lid): 4 elementen VUISTPAND Alle middelen van recht (Art. 40, 1e lid): 3 elementen? consument Geschrift (art. 40, 2e lid) Geschrift (art. 40, 2e lid): 4 elementen?

Totstandkoming : pand (1) Vestiging van het pandrecht Pandovereenkomst (titel) (juridische) Levering (c.p.) Pandrecht Beschikkingsbevoegdheid Nb. Art. 6: ‘pandovereenkomst slechts geldig indien de PG bevoegd is tot verpanding’ ?Art. 1599 BW?

Totstandkoming: pand (2) Beschikkingsonbevoegdheid (bv. niet-eigenaar) -> verhindert zakenrechtelijk gevolg van de titel TENZIJ: derdenbescherming “heeft de pandhouder die bevoegdheid niet, dan verkrijgt de pandhouder niettemin een pandrecht indien hij bij het sluiten van de overeenkomst redelijkerwijze mocht vertrouwen dat de pandgever tot verpanding bevoegd was” (art. 6, 2e lid) -> Ongelukkig: benadrukt enkel de GT, en niet de publiciteit

Totstandkoming pand (3) Hoe derdenbescherming? Art. 2279 BW bij vuistpand (GT en bezit) Quid bij registerpand gevolg door vuistpand? Inschrijving in het register sluit art. 2279 BW uit wanneer de PH een professioneel is; bij andere PH’s is art. 2279 BW wel mogelijk

Totstandkoming: pand (4) Voorwerp van het pand Roerend goed (dus geen vestiging op bv. onroerend goed door bestemming) Lichamelijk of onlichamelijk (bv. Sv, intellectueel eigendomsrecht) Singulier of feitelijke/juridische universaliteit (vgl. PHZ, landbouwvoorrecht) Zowel goederen van de SA als van een derde (art. 5); bij derde-PG: ‘voorrecht uitwinning’

Totstandkoming: pand (5) Handelszaak: “geheel der goederen die er deel vanuit maken” Schuldvorderingen Voorraad (geen beperking tot 50%) Onroerende goederen? -> niet meer beperkt tot enkel kredietinstellingen Landbouwexploitatie: “geheel der goederen die tot de exploitatie dienen”

Totstandkoming: pand (6) Universaliteiten: Pand op de universaliteit an sich (cf. Floating charge: fixeert pas op het ogenblik van uitwinning) Pand op de onderdelen van de universaliteit (universaliteit als toerekeningcriterium en rangbepaling) Belang? Beschikkingsbevoegdheid over de onderliggende delen

Totstandkoming: pand (7) Pand op toekomstige goederen (art. 8) (bv. bulk-verpanding) “het pand kan toekomstige goederen tot voorwerp hebben” Bedoeld wordt: de pandovereenkomst ipv het pand -> Het pand als zakelijk recht komt slechts tot stand op het ogenblik dat het toekomstig goed transiteert in het vermogen van de PG Quid bij tussentijds faillissement? Quid bij dubbele beschikking?

Totstandkoming: pand (8) bijzondere regels voor consumenten-PG (Ubersicherung) De waarde van het verpande voorwerp mag slechts het dubbel zijn de omvang van de verzekerde schuldvordering (=hoofdsom, bijhorigheden) (art. 7, 4e lid) De bijhorigheid mag maximaal de helft van de waarde van de hoofdsom zijn (art. 12, 2e lid)

Totstandkoming: pand (9) Deze regel heeft een algemene draagwijdte (dus zowel voor registerpand als vuistpand) Bij miskenning: dwingend recht -> relatieve nietigheid Eerste vraag: wie bepaalt waarde? Tweede vraag: wat is het peilmoment? Sluiten van de overeenkomst (<-> toekomstige goederen), vestiging van zekerheid of ogenblik van uitwinning (<-> doelstelling Ubersicherung)? Derde vraag: wat als er meerdere goederen worden verpand en er is gedeeltelijke betaling gebeurd?

Werking & gevolgen (1) Pand is een zakelijk zekerheidsrecht -> tot de uitwinning blijft PG de eigenaar (art. 41, 1e lid, maar geldt ook bij registerpand) Gevolg: Bij vuistpand is de PH slechts een bewaarder, die geen gebruiksrecht heeft (art. 42) Bij registerpand is de PG gerechtigd tot een redelijk gebruik overeenkomstig de bestemming (art. 17)

Werking & gevolgen (2) In hoofde van de houder van het goed rust er een bewaarplicht Bij registerpand rust plicht op PG (art. 16) Nuance: art. 18: recht op verwerking als het goed daartoe is bestemd (bv. grondstoffen en half-afgewerkte producten), tenzij anders overeengekomen Bij vuistpand rust plicht op PH; PH mag daden van behoud/onderhoud stellen en heeft recht op vergoeding daarvoor(art. 43) Bij vuistpand heeft PH segregatieplicht bij soortzaken (art. 44) Bij vuistpand dient de PH het goed terug te geven aan de PG bij ernstig verzuim van de bewaarplicht (art. 51)

Werking & gevolgen (3) Omvang van de dekking De pandovereenkomst bevat een plafond van dekking (art. 10, 2e lid) (zowel bij registerpand als vuistpand) Het pand dekt binnen het plafond de hoofdsom en bijhorigheden (interest, schadebeding, kosten uitwinning, enz) (art. 12, 1e lid) Consumenten-PG: bijhorigheden niet hoger dan 50% van de (initiële) hoofdsom (art. 12, 2e lid)

Werking & gevolgen (4) Duur van de dekking Het pand dekt vorderingen die zijn ontstaan tijdens de looptijd van de pandovereenkomst (ook als nadien de pandovereenkomst eindigt, tenzij anders overeengekomen: art. 11, 3e lid). Pandovereenkomst van onbepaalde duur: opzegbaar met opzegtermijn van min. 3m en max. 6m.

Werking & gevolgen (5) Accessoire zekerheid Het pand wordt gevestigd voor een of meer bestaande of toekomstige schuldvorderingen (art. 10); dooft die vordering uit, verdwijnt ook het pand (niet in nieuwe wet) Bij overdracht van gewaarborgde Sv. gaat het pand mee over (art. 23, 1e lid) Bij gedeeltelijke overdracht: overdracht van pand proportioneel (art. 27, 1e lid) Overdracht tegenwerpelijk door registratie of door overdracht bezit aan de overnemer (ook via derde-PH)

Werking & gevolgen (6) Het pand is uitgerust met een volgrecht Principe bevestigd in art. 24, 1ste lid (zowel vuistpand als registerpand); quid met universaliteiten: singulier volgrecht & in globo? 3 uitzonderingen Pandgever was BB Pandhouder heeft ingestemd 3e kan zich beroepen op derdenbescherming (art. 2279 BW)

Werking & gevolgen (7) Derdenbescherming (art. 2279 BW) (vgl. art. 6) Art. 2279 breekt het volgrecht: Materieel bezit Goede trouw (die slaat op de BB: Cass. 21/3/2003) Quid GT bij registerpandrecht? (art. 25) Bv. PG draagt goed over aan derde dat in register is opgenomen. handelaars: wordt geacht register te raadplegen Niet-handelaar: kan ondanks registratie toch te goeder trouw zijn

Werking & gevolgen (8) Quid verhouding regels tegenwerpelijkheid? “Het pand is tegenwerpelijk aan derden door een registratie” (art. 15) Het pand is tegenwerpelijkheid door buitenbezitstelling (bij vuistpand en bij schuldvordering) (MvT, p. 41)

Werking & gevolgen (9) Quid: Stille pandrecht: tegenwerpelijk aan derden (1) te KT, bij (2) c.p.-levering of bij (3) een inschrijving in het register? Eerste standpunt: niet tegenwerpelijk als geen bezit of registratie (cf. regel bij “stille” hypotheek) Tweede standpunt: analogie met regel in art. 1690/2075 BW bij Sv. (zonder onderscheid register- of vuistpandrecht) -> Conclusie: enkel een tegenwerpelijk pandrecht heeft een volgrecht!

Werking & gevolgen (10) Ondeelbare zekerheid -> De alg. rechtsopvolger is zakelijk gehouden tot de volledig verzekerde schuld met het goed, ook al is hij verbintenisrechtelijk in een andere verhouding gehouden tegenover de schuldeiser (art. 13, 1e lid): toepassing volgrecht Ondeelbaarheid passiefzijde: ook als de alg. rechtsopvolger zijn aandeel in de schuld betaalt Ondeelbaarheid actiefzijde: SE-PH mag goed niet teruggeven als zijn aandeel in vordering is betaald

Werking & gevolgen (11) Beschikkingsbevoegdheid pandgever De PG kan vrij van pandrecht (d.w.z. zonder volgrecht) beschikken “binnen een normale bedrijfsvoering” (art. 21) bv. verkoop voorraden uit de handelszaak & landbouwexploitatie Behoudens andersluidende overeenkomst Criterium zowel voor vuistpand als registerpand, maar praktisch gezien vooral bij registerpand De regel geldt zowel voor singuliere goederen als voor individuele goederen uit een universaliteit (m.a.w. de universaliteit is geen verklaring voor de bevoegdheid)

Werking & gevolgen (11) Enkele vragen: Welke daden van beschikking? Enkel verkoop, of ook een nieuwe verpanding? “binnen de normale bedrijfsvoering” =? “bestemd om te worden vervreemd”

Werking & gevolgen (12) Herverpanding (art. 14) PH is niet bevoegd tot het bezwaren van het goed met een nieuw pand (vgl. art. 11, §1 WFZ)

Nieuwe regels behoud pandrecht (1) In natura-vereiste: eis vanuit zakenrecht -> Een zakenrechtelijke aanspraak vervalt als de materiële drager van het goed verdwijnt <-> tracing verkoop onroerendmaking - verwerking - vermenging

Nieuwe regels behoud pandrecht (2) Zakelijke subrogatie (art. 9) -> algemeen beginsel uit het vermogensrecht “alle schuldvorderingen die in de plaats komen van de bezwaarde goederen, zoals de verkoopprijs of de verzekeringsaanspraak” Enkel schuldvorderingen? Quid als pandhouder BB was?

Nieuwe regels behoud pandrecht (3) 2) Onroerendmaking (art. 19) (vroeger bij PHZ en landbouwvoorrecht, nu bij ieder registerpand) “de onroerendmaking laat het zekerheidsrecht van de PH onverlet” -> dus ook bescherming bij incorporatie Praktische moeilijkheden: - Heeft de PH nog recht op parate executie en geldt het soepele uitwinningsrecht? - Hoe verdeling opbrengst OG en geïncorporeerd RG bij gezamenlijke tegeldemaking?

Nieuwe regels behoud pandrecht (4) 3) Vermenging van vervangbare goederen (art. 20) Vermenging goederen van meerdere PH’s: onverdeelde hoop en behoud van rechten in proportie (art. 20, 2e lid) Vermenging goederen PH en SA: de vermenging laat het pandrecht onverlet (art. 20, 1e lid) -> veel radicalere oplossing geïnspireerd op art. 2369 CC en art. L.624-16 Code Commerce Beide regels kunnen ook worden gecombineerd

Nieuwe regels behoud pandrecht (5) Spiegelbeeld: vermenging bij vuistpand (art. 44) De PH moet bij einde van de overeenkomst een gelijke hoeveelheid soortgelijke zaken teruggeven Bij insolventie: de nog aanwezige goederen worden onweerlegbaar vermoed de verpande goederen te zijn (radicale bescherming SA) Bij meerdere pandgevers: proportionele bescherming

Nieuwe regels behoud pandrecht (6) 4) Verwerking (art. 18) -Het pandrecht rust voortaan op het nieuwe goed dat uit verwerking ontstaat, als de PH gerechtigd was tot verwerking (art. 18, 2e lid) -Was PH niet gerechtigd, dan toepassing van art. 570 BW e.v. (art. 18, 2e lid) en geen automatisme dat het pandrecht op nieuwe zaak rust. ? Waarom andere regel? ? Ook regels art. 565-569 BW?

Nieuwe regels behoud pandrecht (7) Zaaksvorming met goederen van derden (art. 18, 3e lid) Is afscheiding van goed van derde onmogelijk of economisch niet verantwoord, dan pandrecht op het nieuwe goed als verpande goed (1) voornaamste goed is (art. 567 BW) of (2) grootste waarde heeft. Als niet zo, dan gaat het pand teloor (a contrario) Als wel afscheidbaar: afscheiding dient te gebeuren Regels ongeacht of PG gerechtigd was

Rangconflicten (1) Beginsel: Pandrecht geeft voorrang boven alle andere schuldvorderingen m.b.t. de opbrengst van het verpande goed, onverminderd de toepassing van art. 21-26 Hyp.W. (art. 57) 2 uitzonderingen (art. 58): Hoogste rang: Pandrecht gebaseerd op een retentierecht wegens vordering tot behoud van de zaak EVB gaat voor op iedere pandhouder, onder voorbehoud van het retentierecht voor schuld tot behoud (ook bij vuistpand en GT??) Nb: geen rangconflict als een daad van beschikking bevoegd gebeurde

Rangconflicten (2) Conflicten tussen verschillende pandrechten/hyp -> Anterioriteitsregel (art. 57, 2-3e lid) Welke tijdstippen? vuistpand: bezitsverkrijging Registerpand: tijdstip van registratie Pand op universaliteit: datum initiële verpanding (cf. PHZ: landbouwvoorrecht) Toekomstige goederen: “ongeacht wanneer het verpande goed tot stand komt” (MvT, p. 41) Toekomstige gewaarborgde Sv: “ongeacht wanneer de gewaarborgde vordering ontstaat” (idem) Registratie/bezit op zelfde dag: gelijke rang

Conclusie Innovatie Evolutie Loskoppelen pandovereenkomst en zakelijk recht Bezitloos pand Pand op universaliteiten Bijzondere regels behoud pand BB van de pandgever ‘in normal course of business’ Uitwerking verbintenissen in hoofde van PG en PH ivm bewaring en gebruik Bescherming bij vermenging