De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

5 VWO Hst 8 – zuren en basen. Inleiding Opd 1, 20 min in tweetallen Nakijken evt vragen stellen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "5 VWO Hst 8 – zuren en basen. Inleiding Opd 1, 20 min in tweetallen Nakijken evt vragen stellen."— Transcript van de presentatie:

1 5 VWO Hst 8 – zuren en basen

2 Inleiding Opd 1, 20 min in tweetallen Nakijken evt vragen stellen

3 8.2 – Zuur, neutraal en basisch

4 Indicator (tab 52A) Zuurgraad 0-14? Lakmoespapier –Rood= zuur –Blauw= basisch –Universeel Tab 52A

5 pH Zuurgraad wordt bepaald door concentratie H + of OH -. pH = -log[H + ] [H + ] = 10 -pH pOH = -log[OH - ] [OH - ] = 10 -pOH pH + pOH = 14 (bij T=298K) –[OH - ]*[H + ]= 1,0· mol/l pH zuiver water = 7 (vergeet afleiding) Aantal decimalen in pH ≙ Aantal significante cijfers in [H + ]

6 pH [H + ]= 2,4·10 -2 mol/L. pH=? –pH=-log [H + ]= -log 2,4·10 -2 = 1, –2 signi wordt 2 decimalen dus pH = 1,62 Bloed, pH tussen 7,33 en 7,42. [H + ] = ? –[H + ] = 10 -pH dus 10 -7,33 = 4,7·10 -8 mol/l –[H + ] = 10 -pH dus 10 -7,42 = 3,8·10 -8 mol/l 1,3 mol NaOH oplossen in 500 mL. pH=? –Basisch, dus [OH - ]= 1,3/0,500L= 2,6 mol OH - –pOH= -log[OH - ]= -log 2,6= –pH= 14-pOH = 14—0,41= 14,41!!!!!!!!! Maken opg t/m 7

7 8.3 – hoofdkenmerken van zuren en basen Ethaanzuur, oxaalzuur Zuur = deel dat 1 of meer H + kan afstaan –Organische zuren –Anorganische zuren (fig 8.9) –Instabiele zuren, H 2 CO 3, H 2 SO 3 –Stabiele zuren, H 2 SO 4, H 3 PO 4 –Ionen als zuren, HCl(g)  H + (aq) + Cl - (aq) Zure oplossing –H 3 O + (aq) Oxoniumion Niet stabiel

8 8.3 – hoofdkenmerken van zuren en basen Base = deel dat 1 of meer H + kan opnemen –CO 3 2-, NH 3, OH - Basische oplossing –OH - (aq) –Metaaloxiden reageren CaO +H 2 O  Ca OH - –N-atomen zijn basen

9 Zuur-base reactie Een reactie waarbij H + wordt overgedragen –HCl + H 2 O  Cl - + H 3 O + zuur –NaOH + H 2 O  Na + + OH - + H 2 Obase –H 3 O + + OH -  2 H 2 O Vermindering zuur Tab 49 –Sterk  ioniseert volledig –Zwak  ioniseert gedeeltelijk –Geen 8-13 maken Demo 8.2

10 Experiment 8.2 M HCl Mol/L pH[H 3 O + ]Ionisatie % M CH3COOH Mol/L pH[H 3 O + ]Ionisatie % 1,0· ,0· ,0· ,0·10 -4

11 8.4 – sterkte van zuren en basen Sterk zuur: H 3 O + + Z - (100% ionisatie) –HCl + H 2 O  H 3 O + + Cl - Zwak zuur: HZ(aq) (1-10% ionisatie) –CH 3 COOH + H 2 O  CH 3 COO - + H 3 O + Sterke base –O 2- + H 2 O  2OH - Zwakke base  Deeltje dat H + opneemt –NH 3 + H 2 O  NH OH - K waarde= evenwichtsconstante –Hoe zwakker, hoe kleiner K

12 8.4 – sterkte van zuren en basen K waarde= evenwichtsconstante –Hoe zwakker, hoe kleiner K –Geen K? –Gehydrateerde metaalionen zwak zuur –P=-log(K) –H 2 SO 4 Maken opg t/m 18 Lezen exp 8.2

13 8.5 – geconjugeerde zuur-baseparen Uitdelen ionenlijst DTM-T Reactie met water –Na 2 O, KCN, Na 2 CO 3 CH 3 COOH = zuur CH 3 COO - = base CO 3 2- = base HCO 3 - = zuur

14 Amfolyt = zuur én base Heeft dus H en is vaak negatief HCO 3 - HPO 4 2- H 2 PO 4 - H 2 O Maken t/m 27

15 8.6 – enkele berekeningen 50 mL HNO 3 met pH = 1,30 met water verdund tot 1 L ? Nieuwe pH = …? HNO 3 + H 2 O  H 3 O + + NO 3 -

16 8.6 – enkele berekeningen pH = -log [H 3 O + ] Dus als ik die weet… Gegeven: pH(HNO 3 ) = 1,30 [H 3 O + ] = 10 -pH = 10 -1,30 = 0,05 mol/L Maar ik heb 50 mL dus 0,05 x 0,050 = 0,0025 mol H 3 O + Die 0,0025 mol H + verdun ik tot 1 L Dus nieuwe [H 3 O + ] = 0,0025 mol/L Dus pH = -log[H + ] = -log(0,0025) = 2,60 Maken 28, 29, 30

17 8.7 – kwantitatieve analyse Kwantiteit = hoeveelheid Dus: hoeveel stof zit er in? Idee: als ik weet hoeveel ik van het A heb en ik weet hoeveel A met B reageert weet ik ook hoeveel B ik heb

18 8.7 – kwantitatieve analyse Hoeveel azijnzuur in azijn? Titratie –Zuur base reactie zwak zuur, dus met sterke base CH 3 COOH + OH -  CH 3 COO - + H 2 O –Equivalentiepunt 10,00mL X M CH 3 COOH met 0,1080M NaOH- oplossing. Wat is X?

19 CH 3 COOH (aq) + OH - (aq)  H 2 O + CH 3 COO - (aq) 13,36 mL 0,1080 M 1,443 mmol OH-1,443 mmol H 3 O + Dit zit in 10,00 ml azijnzuur Dus 0,1443 mol in 1 L azijn. Dus 0,1443 M Azijnzuur Huiswerk t/m 34

20 8.7 – kwantitatieve analyse Demotitratie exp 8.3 –2 bladen uitdelen en doorlezen handelingen –Demo Zam –Uitwerken titratie –Doorlezen exp 8.5

21 Demotitratie … Voor de titratie van 10,00 mL zoutzuur is 11,02 mL 0,0983 M NaOH nodig. Bereken M HCl 11,02 mL 0,0983 M NaOH = 1,0833 mmol OH - OH - + H 3 O +  2H 2 O 1:1 Dan heb ik ook 1,0833 mmol HCl gehad 1,0833 mmol / 10,00 mL = 0,108 mol/L Maken t/m 40

22 8.7 – kwantitatieve analyse Titratie exp 8.5 –Wat wordt gevraagd? Wat heb ik nodig? RV? –Uitwerken Vrijdag bespreken –titratie –Opdrachten Woensdag –Vragenuur –Repetitie Vrijdag –titratie voor cijfer

23 CH 3 COOH (aq) + OH - (aq)  H 2 O + CH 3 COO - (aq) 10,53 ml 0,1000 M 1,053 *10^-3 mol OH-1,053 *10^-3 mol H 3 O + Dit zit in 10,00 ml verdund Azijnzuur Dus 1,053 *10^-1 mol in 1 L verdund azijn. Dus 1,053 *10^-1 M Azijnzuur Maar, de originele oplossing is 10 keer verdund. Dus de originele molariteit is 10 keer zo groot. 1,053 M originele azijnzuuroplossing 1,053 mol in 1 L = (1,053 * =) gram in 1 L Dus is het goede tafelazijn (6,318 massa %)


Download ppt "5 VWO Hst 8 – zuren en basen. Inleiding Opd 1, 20 min in tweetallen Nakijken evt vragen stellen."

Verwante presentaties


Ads door Google