De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Motivatie Michiel Van Damme diabetesverpleegkundige - AZ Groeninge 14 oktober 2005.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Motivatie Michiel Van Damme diabetesverpleegkundige - AZ Groeninge 14 oktober 2005."— Transcript van de presentatie:

1 Motivatie Michiel Van Damme diabetesverpleegkundige - AZ Groeninge 14 oktober 2005

2 "Stoppen met roken is het makkelijkste wat ik ook heb gedaan. Ik kan het weten, want ik heb het al duizenden keren gedaan." Mark Twain

3 Motivatie De meeste theoretici op het gebied van motivatie gaan ervan uit dat motivatie betrokken is bij het realiseren van elke aangeleerde respons, met andere woorden: aangeleerd gedrag zal niet optreden, tenzij het geactiveerd wordt.

4 Wat is motivatie? Motivatie betekent een interne wens om een persoonlijke bijdrage te leveren Sayles Motivatie is de energie die een persoon in zijn werk tot uiting brengt Pinder

5 Motivatie om te leren of te veranderen Motivatie is vaak een intern proces (cognitief, affectief, conatief) Iemand moet van binnenuit gemotiveerd worden Om gemotiveerd te worden, moet je inzien dat er iets moet veranderen

6 Motiveren om te veranderen Motivatiecirkel

7 Van verzet naar motivatie Wat is verzet? Hoe motiveren we onze patiënten? Waarin zit het verschil? In ons gedrag? In de manier waarop we communiceren? Is het onze kennis? Hoe houden we de motivatie op peil?

8 Verzet - een menselijk verschijnsel We verzetten ons tegen alles wat tegen onze belangen ingaat Verzet is een beschermingsmechanisme, geen negatieve kracht Voor patiënten is verzet een overlevingsstrategie Niemand verzet zich voor zijn plezier of om onze schitterende ideeën te verpesten Er zijn altijd goede redenen voor verzet (bijvoorbeeld verlies)

9 Verschillende redenen voor verzet Niet kunnen luisteren Voelt zich niet ziek. Ontkent risico. Nieuw gedrag is onaangenaam. Is het niet eens met jouw idee. Angst, depressie, woede, eerder falen Wantrouwen jegens zorgverleners / systeem

10 Misschien zijn WIJ het probleem? Pakken we verzet aan door: - meer informatie te geven - betere argumenten te gebruiken - gedetailleerdere feiten te verstrekken Ontnemen we de patiënt zijn/haar controle/autonomie? Schatten we verkeerd in welk belang de patiënt eraan hecht, of hij/zij ons vertrouwt en of hij/zij klaar is? Zijn we namens de patiënt te ambitieus?

11 Veranderen kost tijd Het duurt minstens 3 — 12 maanden om een gewoonte te veranderen Het moeilijkste aspect van Ieren is het afleren

12 Gewoontes veranderen Een gewoonte opgeven is pijnlijk Om een slechte gewoonte op te geven en een gezondere aan te nemen zijn drie stappen nodig 1.Wat was de voorgeschiedenis? Hoe kwam de beslissing tot stand? 2.Dan voer je de veranderingen door 3.Tot slot houd je aan die veranderingen vast

13 Wat moeten wij doen? We moeten begrip opbrengen voor het verzet door: De patiënten tegemoet te komen Te luisteren zonder vooroordelen of oplossingen Een vraag altijd te beginnen met Wanneer, Wat, Hoe De patiënten moeten het gevoel krijgen dat we hen zien, dat we naar hen luisteren, dat we hen serieus nemen

14 Hoeveel mensen in deze zaal roken? Hoeveel mensen in deze zaal bewegen minder dan 30 minuten per dag? Hoeveel mensen in deze zaal eten te veel of te vet voedsel?

15 De goede voorbeelden Met trots presenteren wij u de goede voorbeelden

16 Motiveren om te veranderen In een omgeving zonder vreugde, oprechte belangstelling, aandacht en inlevingsvermogen zal er geen enkele verandering plaatsvinden

17 Motiveren om te veranderen Begrijpen: wat is dit en waarom moet ik het doen? Heeft dit zin? Emotionele aanvaarding, de noodzaak inzien, echte motivatie Is actie mogelijk - en is de wil aanwezig?

18 Hoe motiveren we In het begin moeten we veel tijd doorbrengen met de patiënt Vraag naar succesverhalen, wanneer is het gelukt een gewoonte te veranderen? Wat maakte het mogelijk, wat gebeurde er? We moeten realistisch en geduldig zijn

19 SMART-model Specifiek en precies Meetbaar Aanvaardbaar Realistisch Tijdgebonden

20 SMART-model gebruikt in de kliniek Jane, een 20-jarige vrouw, overgewicht, glucosestoornis, beweegt niet regelmatig Specifiek en precies - Wat voor beweging? Meetbaar - Hoe vaak? Aanvaardbaar - Is het OK voor haar? Realistisch - Zal ze het doen, als ze het plan ziet? Tijdsgebonden - Wanneer begint ze?

21

22 Motivatie behouden Doelstellingen zetten en ze bereiken Lof, aanmoedigingen, erkenning is belangrijk om door te blijven gaan Positieve ondersteuning bij hervallen Steeds gesteund worden door personen die belangrijk voor je zijn en om je geven Goede voorbeelden maken een verschil uit

23 2 minuten

24 Studiegroep Diabetes en Voeding van de Europese Vereniging voor de Studie van Diabetes DNSG/EASD Margarets Bensow Bacon, SDC 2005

25 Aanbevelingen over: Dieet Alcohol Lichaamsbeweging Rookgewoontes

26 ONTBIJT SNACK LUNCH SNACK AVONDETEN SNACK

27 AANBEVELINGEN VET E% EIWIT E% KOOLHYDRATEN E% VEZELS G

28 Voorbeeld bord

29

30

31

32

33 VET: VERZADIGD ENKELVOUDIG ONVERZADIGD MEERVOUDIG ONVERZADIGD

34

35

36 ÉN U DACHT DAT U EEN ROTDAG HAD OP HET WERK!

37

38

39

40

41 KOOLHYDRATEN

42 50 g koolhydraten

43 Glycemische Index

44 De glycemische index wordt gedefinieerd als de oppervlakte onder de stijgende bloedglucosecurve als respons op een portie van 50g koolhydraten van het te testen voedingsmiddel, uitgedrukt als een percentage van de respons op dezelfde hoeveelheid van een standaard voedingsmiddel dat door dezelfde persoon wordt genuttigd Definitie geformuleerd tijdens deskundigenoverleg van FAO/WHO in 1997

45 Voedselfactoren die de glycemische index beïnvloeden Structuur van het voedsel Omvang van de deeltjes De aard van het zetmeel De mate van gelatinisatie Gehalte en soort voedingsvezel Organische zuren Toegevoegd vet

46 Glycemische Index Brood Rijst Aardappels Pasta Peulvruchten Fruit Ontbijtgranen 115 All Bran Plus 73 Gerst 35 Arn. J. Gin. Nutr :5-56

47 Glycemische Belasting 30 g witbrood10 30 g roggebrood6 30 g ontbijtgranen24 30 g All !kan Plus9 150 g gerst11 80 g wortel3 80 g maïs9 150 g linzen5 150 g bonen7 120 g appel6 120 g banaan12 60 g gedroogde abrikozen9 50 g pinda's1 250 g sinaasappelsap12

48 Glycemische Index Glucose138 Sucrose89 Fructose31

49 "Natuurlijk denk ik dat zwaarlijvigheid belangrijk is, maar conditie is nog belangrijker !" S. Blair, USA Int. Obesitasconferentie 26 — 28/5 2004

50 Lichaamsbeweging ???

51 9kelijk — zes keer per dag Het voorbeeldbord is een gemakkelijke manier om te tellen Kies vezelrijke koolhydraten met een lage glycemische index Kies voedsel met minder verzadigde vetten en, mkschien meer onverzadigde ve, °'st. Doe aan lichaamsbeweging

52 Gastroparese Geen eetlust Moeite bij het slikken Hoesten bij het eten Kleine maaltijden Misselijkheid Diarree Lage bloedsuikerspiegel na voedselinname

53 Voedselfactoren Grootte deeltjes 1- 2 mm Consistentie Vet E% Omvang van de maaltijd Vezels Temperatuur 4°C

54 Eet dit gemengd gehakt gekookt voedsel vispaté gemengd fruit 'hard' brood brood van 1 dag oud `zachte' groenten Eet dit niet vlees gebakken voedsel gerookte zalm vers fruit brood met pitten vers brood 'harde' groenten


Download ppt "Motivatie Michiel Van Damme diabetesverpleegkundige - AZ Groeninge 14 oktober 2005."

Verwante presentaties


Ads door Google