De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Sectorconvenants Achtergrond Heroriëntering Procesmatig Inhoudelijk En verder.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Sectorconvenants Achtergrond Heroriëntering Procesmatig Inhoudelijk En verder."— Transcript van de presentatie:

1 Sectorconvenants Achtergrond Heroriëntering Procesmatig Inhoudelijk En verder

2 Achtergrond Even terug kijken Aanvankelijk ad hoc regelingen met bepaalde sectoren Uitvoering VWA werd gestructureerd overleg met sociale partners uitgebouwd via de convenants Tweede golf in het kader van VWA met een reeks nieuwe sectoren

3 Achtergrond Stavanza tal convenants met verschillende sectoren 94,5 VTE sectorconsulenten (4,83 mio euro) Inhoudelijk verdieping per thema in de SERV-netwerken en de ad hoc werkgroepen

4 Achtergrond Beleidsnota werk erkent het belang van het instrument Is operationaliseringinstrument van het Vlaamse beleid t.a.v. de sectoren Vormt een opvolgingskader voor gemaakte afspraken Faciliteren via subsidie consulenten

5 Achtergrond MAAR noodzaak van heroriëntering Inhoudelijk : continuïteit maar nieuwe accenten ifv nieuwe regering en VWA Procesmatig : nood aan contactname met vaste actoren Qua opzet : “minder literatuur, maar meer objectieven”.

6 Achtergrond Via VESOC nieuwe modelconvenant en proces Doel = bestaande heroriënteren Aflopende (na evaluatie) nieuw model Lopende vatten bij evaluatie eerste werkingsjaar met vraag tot heroriëntatie (voor 2 jaar).

7 Heroriëntering: procesmatig Evaluatie : AW + Afvaardiging sector (consulent) + anderen (jaarlijks) SERV-netwerken Klankbordvergadering (jaarlijks) Alle betrokkenen (vaste actoren) Feedback naar beleid vanuit de sector Opvolgingstabel

8 Heroriëntering:inhoudelijk Convenant + Actieplan Vaste sokkel bestaat uit: Luik 1: bruggen tussen leren en werk Luik 2 : bruggen naar werk : opleidings-en competentiebeleid + horizontaal aandachtspunt : diversiteit Modules (mobiliteit, stress, gezin en arbeid, enz.)

9 Artikel 1 De sectorale sociale partners en de Vlaamse Regering zullen samenwerken om overeenkomsten met scholen te stimuleren. Deze samenwerking (is) wordt vertaald in een addendum bij dit protocol.

10 Artikel 2 De sectorale sociale partners en de Vlaamse Regering werken samen aan de herwaardering van het technisch- en beroepsonderwijs en het doorbreken van het watervaleffect.

11 Acties artikel 2 De sector zal voor volgende beroepen: xxx, promotie voeren door middel van bedrijfsbezoeken, organiseren van evenementen. De sector zal meewerken aan een sectoroverschrijdend initiatief voor de promotie van volgende beroepen:xxx. De sector zal via volgend project (proeftuin) meewerken aan de herwaardering van het technisch- en beroepsonderwijs. De sector neemt initiatieven met betrekking tot de studiekeuze en de promotie van techniek/technologie in de 3e graad basisonderwijs en de 1e graad secundair onderwijs.

12 Acties artikel 2 De sector participeert aan (experimenten rond) onderwijsvernieuwing. De sector engageert zich om initiatieven die beroepen zichtbaar maken te ondersteunen. De sector organiseert X job-to-job uitwisselingen tussen leerkrachten en werknemers. Andere initiatieven:

13 Artikel 3 In de deeltijdse leersystemen, m.n. het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO), de leertijd en de deeltijdse vorming, wordt resoluut de overgang van een deeltijdse leerplicht naar een voltijds engagement beoogd, met werkervaringsplaatsen waar mogelijk, met voortrajecten waar dat niet onmiddellijk mogelijk is. De finaliteit is steeds (een verhoogde kans op) de doorstroming naar werk. Op die manier wil de Vlaamse Regering komen tot een sluitende aanpak. De sectorale sociale partners engageren zich tot het aanbieden van meer (en betere) werkervaringsplaatsen en staan mee borg voor de wisselwerking tussen opleiding en werkervaring. Een degelijke begeleiding, zowel op de werkvloer als door de onderwijsverstrekker, is daarbij noodzakelijk

14 Acties artikel 3 De sector prospecteert bij x-aantal bedrijven naar bijkomende werkervaringsplaatsen en biedt x-aantal werkervaringsplaatsen aan binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs. In het eerste werkingsjaar zal de sector meewerken aan de uitbouw van het systeem van de voortrajecten binnen het deeltijds beroepssecundair onderwijs. In het tweede werkingsjaar zal de sector x-aantal voortrajecten aanbieden. De sector participeert aan pilootprojecten onder ander het Janus-project, het droomtheater-project. De sector richt in samenwerking met onderwijs een begeleidingscommissie op om de uitwerking van de leer- werkplaatsen te stimuleren. Andere initiatieven:

15 Artikel 4 De sectorale sociale partners en de Vlaamse Regering werken eveneens samen om tot sluitende afspraken en sterke engagementen te komen over het aantal en de kwaliteit van de stageplaatsen die de sector voor het voltijds onderwijs ter beschikking stelt. Het dient te gaan om interessante stageopdrachten die aansluiten bij de (leerplan)doelstellingen van de betrokken studierichting en gepaard gaan met een verantwoorde stagebegeleiding door de stagegever en de onderwijsinstelling.

16 Acties artikel 4 De sector prospecteert bij x-aantal bedrijven naar stageplaatsen en biedt x-aantal stageplaatsen aan binnen het systeem van het voltijds onderwijs. De sector werkt aan de verbetering van de kwaliteit van de stageplaatsen binnen het systeem van het voltijds onderwijs door middel van, bijvoorbeeld: het uitwerken van een stage-doe-boek, het ontwikkelen van een peterschapsopleiding voor de begeleiding van stagiairs, het uitwerken van het stageprogramma… De sector maakt promotie voor het gebruik van stageplaatsen binnen het voltijds onderwijs door middel van, bijvoorbeeld: bedrijfsbezoeken, mailing, nieuwsbrief, advertenties…

17 Acties artikel 4 De sector maakt gebruik van de vernieuwde stagedatabank. De sector prospecteert bij een x-aantal bedrijven naar stageplaatsen voor leerkrachten en biedt x-aantal stageplaatsen voor leerkrachten aan. De sector biedt een x-aantal bijscholingsprogramma’s voor leerkrachten aan. Andere initiatieven:

18 Artikel 5 De sectorale sociale partners en de SERV werken verder aan de ontwikkeling van een beroepenstructuur met uitgewerkte beroepsprofielen. De SERV actualiseert deze gegevens in een informatiedatabank met gegevens over sectoren, beroepen, competenties en kwalificaties.

19 Acties artikel 5 De sector zal in samenwerking met de SERV volgende beroepsprofielen uitwerken:xxxx. De sociale partners engageren zich, om waar nodig, beroepsprofielen te ontwikkelen voor beroepen die een opleiding op het niveau hoger onderwijs veronderstellen als basis voor de accreditatieprocedures in het kader van de Bologna-verklaring. De sector zal in samenwerking met de SERV volgende beroepsstructuur uitwerken:xxxx. Andere initiatieven:

20 Artikel 6 De sectorale sociale partners ondersteunen de samenwerking tussen het onderwijs, de bedrijfswereld en de socio- economische organisaties op het vlak van infrastructuur en hoogtechnologische apparatuur via de RTC’s en nemen daartoe zoveel als mogelijk zelf het initiatief.

21 Acties artikel 6 De sector zal op volgende manier samenwerken met het RTC van xxx: het ondersteunen bij opmaak/onderhoud van databanken, het ter beschikking stellen van volgende apparatuur xxx, het ter beschikking stellen van volgende infrastructuur xxx, het financieren voor een bedrag van xxx euro, het ter beschikking stellen van personeel,…

22 Artikel 7 De sectorale sociale partners en de Vlaamse Regering onderschrijven de noodzaak om de ontwikkeling van basiscompetenties te bevorderen, in het bijzonder de ICT-basisvaardigheden voor specifieke kansengroepen, Nederlands als tweede taal, (in voorkomend geval geïntegreerd in een technische opleiding) en functionele trajecten voor laaggeletterden.

23 Acties artikel 7 Vanuit de sector zullen specifieke acties rond basisvaardigheden ICT worden georganiseerd. Men voorziet een bereik van X werkzoekenden en X werknemers. Hierbij kan men een beroep doen op de opleidingsmodules zoals ze uitgewerkt worden door de VDAB Men voorziet inzake functionele en professionele vaardigheden een bereik van x werkzoekenden en x werknemers. Andere initiatieven:

24 Artikel 8 De sectorale sociale partners engageren zich om verder bijkomende inspanningen te leveren op het vlak van permanente vorming. Daarnaast werken de sectorale sociale partners en de Vlaamse Regering actief mee aan een strategisch en kwalitatief opleidingsbeleid in bedrijven.

25 Acties artikel 8 De sector doet x-aantal bedrijfsbezoeken waarbij opleiding wordt gepromoot. De sector bereikt x aantal niet vormingsbedrijven. De sector brengt in kaart hoeveel bedrijven gebruik maken van de sectorale opleidingsmogelijkheden en werkt hiervoor een groeipad uit. De sector ondersteunt x aantal bedrijven bij de opmaak van opleidingsplannen. De sector stimuleert het gebruik van opleidingscheques voor bedrijven via o.m. het verlenen van informatie.

26 Acties artikel 8 De sector voorziet x aantal instap- opleidingen. De sector speelt in op de IBO-maatregel. De sector maakt het opleidingsaanbod bekend en sluit zich aan bij diverse overheidsinitiatieven hieromtrent. Andere initiatieven:

27 Artikel 9 De sectorale sociale partners en de Vlaamse Regering werken samen om het aantal knelpuntvacatures te verminderen door het verhogen van de opleidingscapaciteit voor de knelpuntberoepen en de verdere inzet van de premie voor de knelpuntberoepen

28 Acties artikel 9 De sector verhoogt de opleidingscapaciteit voor de knelpuntberoepen met x aantal plaatsen. De sector versterkt de inzet van de bijzondere premie voor x aantal ongekwalificeerde jongeren in een opleiding naar het niveau van beginnend beroepsbeoefenaar. De sector werkt in samenwerking met de VDAB een opleiding uit voor volgende knelpuntberoepen:…voor een bereik van een x-aantal cursisten. De sector verhoogt de opleidingscapaciteit voor volgende opleidingen met x-aantal plaatsen. De sector voorziet een financiële tegemoetkoming in de materiaalkosten voor xxx euro voor volgende knelpuntberoepen.

29 Artikel 10 De sectorale sociale partners en de Vlaamse Regering werken samen aan de waardering (in termen van "erkenning") van verworven competenties verbonden aan de uitoefening van een beroep en aan de waardering van het overwegen van loopbaankeuzes. De sectorale sociale partners en de SERV ondersteunen de dienstverlening die inzake het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid opgestart wordt en de loopbaandienstverlening.

30 Acties artikel 10 De sector prospecteert, in samenwerking met de SERV, naar het aanbrengen van titels. De sector stelt, in voorkomend geval, expertise beschikbaar bij het ontwikkelen van Standaarden. De sector informeert en sensibiliseert werknemers tot het instappen in een titeltraject. De sector informeert en sensibiliseert werkgevers tot het legitimeren van de titels in alle domeinen van hun personeelsbeleid (met inbegrip van selectie en recrutering van nieuwe medewerkers) of: ten minste in hun vormings- en recruteringsbeleid. De sector informeert werknemers en werkgevers over de loopbaandienstverlening. De sector sensibiliseert werknemers tot het instappen in een loopbaanbegeleidingstraject.

31 Artikel 11 In het kader van de vernieuwing van de VDAB- competentiecentra gaan sectoren multilaterale samenwerkingsakkoorden aan op maat en ritme van de sectoren met het oog op de realisatie van de prioritaire missie : talentontwikkeling, professioneel en mensgericht sectoraal personeelsbeleid voeren. Naast de samenwerking met VDAB wordt naar meerdere partners gezocht die relevant (kennis/netwerking/belang...) zijn voor de betreffende specialiteit. Hierbij kan gebruik van de uitgebreide mogelijkheden die het VIZO en het Syntra netwerk bieden. Ook scholengemeenschappen komen in aanmerking.

32 Acties artikel 11 De sector stapt in het proces multilaterale samenwerking (opstellen businessplan voor contract). De sector gaat effectief nieuwe multilaterale samenwerkingscontracten aan

33 Artikel 12 De sociale partners verbinden zich ertoe een intensieve begeleiding aan werknemers bij (dreiging) van ontslag aan te bieden. Bij deze begeleiding wordt gestreefd naar een snelle reïntegratie op de arbeidsmarkt, bij voorkeur in de sector, van de ontslagen werknemer.

34 Acties artikel 12 De sector voorziet een aanbod gericht aan alle ontslagen werknemers van begeleiding na ontslag die bestaat uit… De sector werkt samen met de interventieadviseurs en de VDAB tewerkstellingscellen. De sector duidt elk jaar één outplacementbureau aan, na verscheidene aanbieders te hebben geraadpleegd, dat in de sector wordt belast met alle outplacementopdrachten, gefinancierd door het Herplaatsingsfonds. Het bureau waarborgt dezelfde kwantitatieve en kwalitatieve begeleiding aan te bieden conform de geldende marktvoorwaarden in het kader van het Herplaatsingsfonds. Andere initiatieven

35 Artikel 13 De sociale partners en de Vlaamse regering stimuleren een diversiteitsbeleid (inzonderheid via de diversiteitplannen) in de sectoren en de ondernemingen en sporen de ondernemingen aan tot het sluiten van een non-discriminatiecode

36 Artikel 14 In bovenstaande luiken ‘bruggen tussen leren en werk’ en ‘bruggen naar werk’ en de daaraan gekoppelde artikels wordt de diversiteitstoets toegepast. Deze beoogt via categoriale accenten een structurele bijdrage te leveren tot een inclusief beleid. De evenredige arbeidsdeelname van kansengroepen vormt hierbij het beginsel en de toetssteen.

37 En verder Huidige continueren Nieuwe sectoren vatten Conform het Vlaams Regeerakkoord zal er een decretaal raam worden uitgewerkt voor de sectorconvenants


Download ppt "Sectorconvenants Achtergrond Heroriëntering Procesmatig Inhoudelijk En verder."

Verwante presentaties


Ads door Google