De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PROEFEXAMEN 1.Wat is het onderscheid tussen een rechtsfeit en een rechtshandeling? Is iemand opzettelijk van de trap duwen een rechtsfeit of een rechtshandeling?

Verwante presentaties


Presentatie over: "PROEFEXAMEN 1.Wat is het onderscheid tussen een rechtsfeit en een rechtshandeling? Is iemand opzettelijk van de trap duwen een rechtsfeit of een rechtshandeling?"— Transcript van de presentatie:

1 PROEFEXAMEN 1.Wat is het onderscheid tussen een rechtsfeit en een rechtshandeling? Is iemand opzettelijk van de trap duwen een rechtsfeit of een rechtshandeling? Verklaar. Rechtsfeit: -Elk feit (gebeurtenis, toestand, handeling) -Waaraan rechtsgevolgen worden gekoppeld door het objectieve recht -Zonder dat de intentie bestaat om die rechtsgevolgen te creëren Rechtshandeling: -Elke handeling -Die bewust wordt gesteld -Met het oog op de rechtsgevolgen die er door het objectief recht aan verbonden worden Opzettelijk van de trap duwen = rechtsfeit (handeling waaraan rechtsgevolgen zijn gekoppeld – bvb. Recht op vergoeding van de ontstane schade – zonder de intentie dit rechtsgevolg te creëren)

2 2. Mag een Belgische rechter, wanneer hij een uitspraak velt, zich baseren op eerdere rechtspraak? Leg uit. Zie les 2: de bronnen van het recht/ basisbeginselen gerechtelijke instellingen en procedure, bij formele rechtsbron 2: de rechtspraak. Art. 6 Ger.W.(**): “de rechters mogen in de zaken die aan hun oordeel onderworpen zijn, geen uitspraak doen bij wege van algemene en als regel geldende beschikking” - rechter niet gebonden door uitspraak andere rechter Rechter mag niet gewoon verwijzen naar vorige rechtspraak, moet motiveren (zelfs niet naar cassatierechtspraak) Sluit imitatiewerking niet uit: mag zich erop baseren, maar moet motiveren waarom (Wanneer dezelfde beslissingen worden genomen door diverse rechtscolleges, ontstaat “vaste rechtspraak”. Hiervan wordt niet snel afgeweken. >< Angelsaksische landen: nooit verplichting om rechtspraak te volgen (1 uitzondering)

3 3. Iemand koopt een goed op basis van opzettelijk verkeerde informatie, afkomstig van een persoon die geen banden heeft met de verkoper. Kan de koopovereenkomst mogelijks vernietigd worden? Zo ja, op basis waarvan? Zo nee, waarom niet? (U dient de vraag te beantwoorden op basis van de gegevens die in deze opgave worden verstrekt. Dus bijvoorbeeld niet: nietigverklaring wegens niet-naleving van vormvereisten etc.) 1. Bedrog? Voorwaarden niet vervuld: moet doorslaggevend zijn, uitgaan van een rechtstreeks of onrechtstreeks bij de rechtshandeling betrokken partij en moet kwaadaardig zijn. Hier: tweede voorwaarde niet vervuld. 2. Dwaling? Eventueel: er is een verkeerde voorstelling van zaken, indien de dwaling doorslaggevend was, over de zelfstandigheid van de zaak ging of over de identiteit van de persoon en indien de dwaling verschoonbaar is, kan de nietigheid worden uitgesproken.

4 4. Een schuldenaar moet zijn schuldeiser nog Euro kapitaal en Euro intresten betalen op 1 juni Op die datum betaalt hij Euro. Exact 1 jaar later betaalt hij nog eens Euro. De afgesproken moratoire intrest in de overeenkomst bedraagt 10 procent. Hoeveel kapitaal en/of hoeveel intresten moet nog betaald worden na de 2de betaling? Leg uit. Zie les overeenkomsten, 6. Gevolgen tussen partijen, 5. Aanrekening van gedeeltelijke betalingen Gedeeltelijke betalingen worden eerst aangerekend op de intresten (want intresten brengen in principe geen intrest op, enkel de hoofdsom brengt intrest op/ Schuldenaar zou voordeel hebben eerst de hoofdsom te betalen) Na eerste betaling: nog Euro kapitaal en Euro intrest Gedurende een jaar geen betaling: kapitaal brengt intrest op à 10 procent: Euro  kapitaal en intrest Betaling van Euro wordt eerst aangerekend op de intrest, dan op het kapitaal  nog kapitaal

5 Een rechter dient een geschil op te lossen maar vindt geen enkele wetsbepaling die van toepassing is. Hij mag de zaak onbeslist laten tot een toepasselijke wetsbepaling wordt ingevoerd, maar is hiertoe niet verplicht. FOUT Zie algemene beginselen van het procesrecht: taak van de rechter: Rechter is steeds verplicht om een vonnis te vellen. Nooit reden om te weigeren (stilzwijgen, onvolledigheid, onduidelijkheid) (art. 5 Ger. W.: niet nodig)

6 Auto’s zijn steeds roerende goederen. FOUT. Goederen kunnen onroerend zijn uit hun aard (niet verplaatsbaar zonder ze te schenden), door het voorwerp waarop ze betrekking hebben en door bestemming (materiële of economische band met OG uit zijn aard) Ihb voor auto’s: er kan een economische band bestaan

7 De schuldeiser van een schuldenaar kan in principe de schuld (eventueel gedeeltelijk) verhalen op de schuldenaar van zijn schuldenaar. FOUT Zie les verbintenissen/overeenkomsten, gevolgen tegenover derden: schuldeiser heeft enkel rechtstreekse vordering tegen schuldenaar van schuldenaar in de gevallen door de wet bepaald.

8 Zakelijke overeenkomsten komen tot stand door de teruggave van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft FOUT Zie les verbintenissen/overeenkomsten: Consensuele ov.: wilsovereenstemming volstaat voor geldige totstandkoming Plechtige overeenkomsten: geldigheid van de overeenkomst hangt af van naleven vormvereisten Zakelijke overeenkomsten: komen pas tot stand door de AFGIFTE van de zaak waarop de overeenkomst betrekking heeft (bvb. Bewaargeving)

9 Nadine verliest een zeer kostbaar juweel op haar gouden bruiloftsviering. Een jobstudent vindt het juweel en gaat ermee naar juwelier Vandesteene, aan wie hij zijn verhaal doet. Deze geeft hem 5000 Euro voor het juweel. Stel dat Nadine, één jaar na het verlies, het juweel in het uitstalraam van Vandesteene bemerkt. Zij zal het juweel kunnen terugvorderen. JUIST Zie les zakenrecht, E. Bezit. Goede of kwade trouw heeft hier geen belang. Goede trouw: drie jaar (hier 1 jaar), kwade trouw: 30 jaar.

10 Stel dat de juwelier het juweel verkoopt aan Mevr. Bollen. Een jaar na het verlies bemerkt Nadine dat Mevr. Bollen het juweel in haar bezit heeft. Zij zal het juweel kunnen terugvorderen mits zij aan Mevr. Bollen de prijs terugbetaalt die deze laatste aan de juwelier heeft betaald. JUIST Principe: De eigenaar van een verloren zaak kan de zaak terugvorderen van de BTGT binnen de drie jaar, zonder vergoeding. Maar, uitzondering: BTGT kan de prijs terug eisen van de eigenaar die terugvordert wanneer hij (o.a.) de zaak gekocht heeft van een handelaar in soortgelijke zaken.

11 Stel dat Nadine het juweel in het uitstalraam van juwelier Vandesteene, vijf jaar na het verlies ervan, bemerkt. Zij zal het juweel niet meer kunnen terugvorderen. FOUT Want Vandesteene is ter kwader trouw (wist dat hij de zaak niet kreeg van de echte eigenaar). Termijn van drie jaar niet van toepassing.

12 Stel dat Nadine het juweel bij Mevr. Bollen bemerkt, vijf jaar na het verlies ervan. Zij zal het juweel niet meer kunnen terugvorderen. JUIST De eigenaar van een verloren zaak kan de zaak terugvorderen van de BTGT binnen de drie jaar. Daarna niet meer.


Download ppt "PROEFEXAMEN 1.Wat is het onderscheid tussen een rechtsfeit en een rechtshandeling? Is iemand opzettelijk van de trap duwen een rechtsfeit of een rechtshandeling?"

Verwante presentaties


Ads door Google