De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

BEGINSITUATIE Product-procesmodel. BEGINSITUATIEVARIABELEN Leerling Klas en groep Leerkracht School Situationele gegevens.

Verwante presentaties


Presentatie over: "BEGINSITUATIE Product-procesmodel. BEGINSITUATIEVARIABELEN Leerling Klas en groep Leerkracht School Situationele gegevens."— Transcript van de presentatie:

1 BEGINSITUATIE Product-procesmodel

2 BEGINSITUATIEVARIABELEN Leerling Klas en groep Leerkracht School Situationele gegevens

3 KENMERKEN LEERLING Indirect: leeftijd, geslacht, thuismilieu Algemeen-psychologisch: intelligentie, affectieve leerlingkenmerken (zelfbeeld en zelfvertrouwen) Leerpsychologisch: leerstijl, metacognitieve kennis, opvatting en vaardigheden Direct: voorkennis, beleving leeromgeving en situatie van het vak

4 KENMERKEN KLAS EN GROEP Omvang van de groep Samenstelling van de klasgroep Organisatie van de klasgroep

5 KENMERKEN LEERKRACHT Professionaliteit: vakinhoudelijk, didactisch... Ervaring Opvattingen, visies: al dan niet vernieuwend...

6 KENMERKEN SCHOOL Stad – platte land Grote of kleine school Beleid van de school Hoe leerlingen verdeeld over klassen? = differentiatie

7 SITUATIONELE GEGEVENS Tijdsmoment Onderwijsactualiteit

8 HOE OMGAAN MET BEGINSITUATIE? Productgerichte houding = plaatsingsprobleem Leerlingkenmerken niet veranderbaar Procesgerichte houding = bijsturingsprobleem Gericht op verandering van leerlingkenmerken

9 PRODUCTMODEL = VELDLOOPMODEL Ieder individu vaste onveranderbare aanleg of intelligentie Verschillen in intelligentie leiden tot verschillen in leerresultaten Schoolprestaties vroegtijdig te voorspellen Normale curve intelligentieverdeling en ook schoolprestaties

10 BEZWAREN TEGEN PRODUCTMODEL Traditionele tests Samenhang tussen intelligentiescores en schoolse prestaties niet zo sterk Productmeting enkel kwantitatief (testscores) Te veel accent op verworven kennis, te weinig op leervermogen Verwachtingspatroon van leerkrachten beïnvloed Rol van het onderwijs zelf onderschat bij falen of slagen van leerling

11 DIFFERENTIATIE MOGELIJKHEDEN Interscolaire of institutionele differentiatie Interklassikale differentiatie Interne of binnenklasdifferentiatie

12 INTERSCOLAIRE DIFFERENTIATIE Gescheiden schoolsoorten: ASO, KSO, BSO Indeling gebaseerd op standenverschillen en nadien op intelligentie Leraar past onderwijs aan aan de middengroep (wet van Posthumus)  er vallen steeds leeringen uit

13 INTERKLASSIKALE DIFFERENTIATIE Homogene klassen of streaming Niveaugroepen per vak of setting Gematigd homogene groepen per klas

14 INTERNE DIFFERENTIATIE In dienst van leren individuele leeerling Aanpassing in doelen, werkvormen, media, evaluatievorm... Zie verder bij procesmodel

15 GESCHEIDEN ONDERWIJS IN PRODUCTMODEL Permanente selectie: leerling juist plaatsen Klassikaal onderwijs: leraar mikt op de klas als geheel, geen individualisering Groepsnormgerichte beoordeling Klemtoon op cognitieve doelen

16 NADELEN HOMOGENE KLAS Gevaar moeraseffect in zwakke homogene klassen: ontwikkeling laag zelfwaardegevoel en negatief etiket Beter: heterogene klas mits: Homogeniteit beheersing leerstof bij leerlingen Flexibele mogelijkheid overschakeling naar andere groep Individualisering mogelijk door leerkracht Tijd om te leren van elkaar

17 PROCESMODEL =EXPEDITIEMODEL Leren centraal Verbetering kwaliteit onderwijs Gerichtheid op veranderbare leerlingkenmerken: voorkennis, leerstijl, metacognitie, affectieve Spreiding leerprestaties doen verminderen (zie boek p. 84)

18 VOORKENNIS = geheel van domeinspecifieke kennis bij begin leerproces Feiten Begrippen Principes Procedures

19 VERSCHILLEN IN VOORKENNIS Hoeveelheid Volledigheid Correctheid Beschikbaarheid Toegankelijkheid Structuur

20 VOORKENNIS Gedeeltelijk expliciet en impliciet Belangrijkste beginsituatievariabele met invloed op de leerprestaties (.50) Onderwijs moet voorkennis vlug vaststellen en erbij aansluiten Aansluiten bij cognitieve structuur (= wijze waarop kennis is georganiseerd) Voorkennis en intelligentie

21 INSPELEN OP VOORKENNIS (1) maak een vergelijking (b.v. het hart werkt zoals een pomp) bedenk een voorbeeld of laat de leerlingen er één bedenken bedenk een aanschouwelijke voorstelling zoek verschillen en gelijkenissen met de reeds bekende informatie of laat de leerlingen zelf zoeken verwijs naar eerder behandelde leerstof

22 INSPELEN OP VOORKENNIS (2) Bron: Edubron haal kernbegrippen uit de voorkennis aan leg dwarsverbindingen met andere vakken leg de link met dagelijkse ervaringen toets de voorkennis met vragen en opdrachten

23 Een minicursus AD als open leerpakket /


Download ppt "BEGINSITUATIE Product-procesmodel. BEGINSITUATIEVARIABELEN Leerling Klas en groep Leerkracht School Situationele gegevens."

Verwante presentaties


Ads door Google