De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Consensus statement van de ADA en EASD Behandeling van hyperglycemie bij diabetes mellitus type 2.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Consensus statement van de ADA en EASD Behandeling van hyperglycemie bij diabetes mellitus type 2."— Transcript van de presentatie:

1 Consensus statement van de ADA en EASD Behandeling van hyperglycemie bij diabetes mellitus type 2

2 glucose-opname Lipogenese Lipolyse Spieropbouw Eiwitafbraak Glucose homeostase bloedglucose glycogenese glycogenolyse gluconeogenese insuline

3 1. Gerich J. Mayo Clin Proc 2003;78:447–56; 2. Weyer C, et al. J Clin Invest 1999;104:787–94 Genetisch: 1,2 Insulinedeficiëntie ↓ beta-cel functie → ↓ insulinesecretie Insuline level Insulineresistentie Afname beta-cel functie Relatieve beta-cel functie (%) Nuchtere glycemie Post-prandiale glycemie Glucose (mmol/ltr Obesitas IGT Diabetes Ongecontroleerde hyperglycemie Verkregen: 1,2 Insulineresistentie ↑ hepatische glucose productie ↓ glucose opname perifere weefsels DIAGNOSE Jaar Klinische complicaties Aangepast naar: Type 2 Diabetes BASICS. Minneapolis, Minn: International Diabetes Center, 2000 MICRO ↑ MACRO ↑ Verstoorde glucose homeostase: diabetes mellitus type 2

4 Diabetes mellitus wereldwijde epidemie Bron: Diabetes Atlas 3rd Edition % % % % % % % Global projections for the number of people with diabetes (20-79 age group), (millions) Worldwide: 246 million people in million projected for % increase Africa Eastern Mediterranean and Middle East Europe North America South and Central America South-East Asia Western Pacific

5 < 7171–75.976–8181.1–8686.1–9191.1–96.3> Relatieve risico op ontwikkelen type 2 diabetes Middelomtrek (cm) Bewerkt naar Carey VJ, et al. Am J Epidemiol 1997;145:614–9 Abdominale obesitas verhoogt risico op diabetes mellitus type 2

6 Atherogene dyslipidemie Insuline resistentie Thrombotische status Inflammatoire status Genetische component Westerse leefstijl DM2 Abdominale obesitas verhoogt risico op diabetes mellitus type 2 Bewerkt naar: Despres JP et al. BMJ Mar 24;322(7288):

7 Adipose tissue  IL-6  Adiponectine  TNF α  PAI-1  FFA  Insuline  Angiotensinogeen  Lipoproteïne lipase Inflammatie Diabetes mellitus type 2 Hypertensie Atherogene dyslipidemie Trombose Atherosclerose Lyon 2003; Trayhurn et al 2004; Eckel et al 2005 Visceraal vet en cardiometabole effecten

8 Hypertensie Hyperlipidemie Type 2 diabetes Ongecontroleerd Gecontroleerd Bron: NHANES III Ongecontroleerde hyperglycemie versus andere cardiovasculaire risicofactoren

9 Complicaties: Neuropathie: amputatie jaarlijks 0,6% Neuropathie: zenuwafwijkingen (gevoel, incontinentie) Retinopathie: slechtziendheid/blindheid Nefropathie: nierfalen, kans op dialyse Cardiovasculaire sterfte (mannen 2x hogere mortaliteit, vrouwen 3x hogere mortaliteit) Ongecontroleerde hyperglycemie

10 Target volgens de NHG / ADA Jaren na start 1218 Conventioneel Intensief 7,4% 6,6% 8,5% 7,5% 8,7% 8,1% Mediane HbA 1c (%) Intensieve therapie geeft significante reductie HbA1c (p<0,0001) UK Prospective Diabetes Study (UKPDS) Group. Lancet. 1998;352: Intensieve behandeling: UKPDS

11 UK Prospective Diabetes Study (UKPDS) Group. Lancet. 1998;352: Risicoreductie (%) p=0, p=0,015 p=0,052 p=0,0099 p=0, Diabetes gerelateerde eindpunten Myocard- infarct Albuminurie Retinopathie Microvasculair 25% 21% 16% 33% 12% Risicoreductie diabetes gerelateerde complicaties Intensieve behandeling: UKPDS

12 Bewerkt naar: Heine et al. BMJ 2006; 333: Tijd (jaren) ß-cel functie (%) diagnose HbA1c (%) Leefstijl1 OAD2 OADInsuline + OAD HbA1c ß celfunctie Onvoldoende tijdige therapeutische intensivering

13 A consensus statement from the American Diabetes Association and European Association for the Study of Diabetes Management of hyperglycemia in type 2 diabetes: a consensus algorithm for the initiation and adjustment of therapy

14 Nathan DM, et al. Diabetologia 2006;49:1711–21 Normoglycemisch Gecontroleerd Ongecontroleerd HbA 1c < 6% 6.1–7.0% > 7% Start of intensiveer behandeling wanneer HbA 1c ≥ 7% Diabetes Type 2 is een progressief verslechterende aandoening Voor het behalen van behandeldoelen is intensivering van de behandeling de regel, niet de uitzondering! Streef naar tijdige therapeutische intensivering

15 DIAGNOSE DM type 2 Metformine + bewegen & dieet HbA 1c  7% NEEJA Bewerkt naar Nathan DM, et al. Diabetologia 2006;49:1711–21 STAP 1: Leefstijl interventie plus metformine zijn de eerste stap in de behandeling van patienten met diabetes mellitus type 2 Als na 2–3 maanden HbA 1c ≥ 7%, vervolg naar STAP 2 STAP 1: Leefstijl interventie plus metformine zijn de eerste stap in de behandeling van patienten met diabetes mellitus type 2 Als na 2–3 maanden HbA 1c ≥ 7%, vervolg naar STAP 2 STAP 1 Behandeling volgens ADA en EASD

16 HbA 1c  7% NEEJA Toevoegen basale insuline− meest effectief Toevoegen SU derivaat − goedkoop Toevoegen TZD − geen hypoglycemie HbA 1c  7% NEE JA NEEJANEEJA STAP 1 STAP 2 OF STAP 2: Geen sterke consensus over de keuze van de tweede stap na metformine; basale insuline is de meest effectieve behandeling na metformine Keuze wordt mede bepaald door HbA 1c waarde Als na 2–3 maanden HbA 1c ≥ 7%, vervolg naar STAP 3 STAP 2: Geen sterke consensus over de keuze van de tweede stap na metformine; basale insuline is de meest effectieve behandeling na metformine Keuze wordt mede bepaald door HbA 1c waarde Als na 2–3 maanden HbA 1c ≥ 7%, vervolg naar STAP 3 Bewerkt naar Nathan DM, et al. Diabetologia 2006;49:1711–21 Behandeling volgens ADA en EASD Metformine + bewegen & dieet

17 HbA 1c  7% NEE JA NEEJA NEE JA + TZD 1 Intensiveren insuline Toevoegen basale insuline+ SUD 1 HbA 1c  7% NEEJA NEEJA Intensieve insuline + metformine ± TZD Toevoegen basale insuline of intensiveren insuline STAP 3 STAP 1 STAP 2 1) Hoewel 3 orale bloedglucoseverlagende middelen gebruikt zouden kunnen worden, verdient de start en instensivering van insulinetherapie de voorkeur gebaseerd op effectiviteit en kosten Bewerkt naar Nathan DM, et al. Diabetologia 2006;49:1711–21 Behandeling volgens ADA en EASD Metformine + bewegen & dieet Toevoegen basale insuline / SU / TZD

18 InterventieHbA1c reductieVoordeelNadeel Insuline1,5 – 2,5% Geen doseringslimiet, goedkoop, verbeterd lipiden profiel Injecties, monitoren bloedglucose, hypoglycemie, gewichtstoename Metformine1,5%Goedkoop, gewichtsneutraalGI bijwerkingen SU derivaten1,5%Goedkoop Gewichtstoename, hypoglycemie TZD0,5 – 1,4% Geen hypoglycemie, verbeterd lipiden profiel Oedeem, gewichtstoename, duur α-glucosidase remmers 0,5 – 0,8%Gewichtsneutraal GI bijwerkingen, frequent doseren (TID), duur Exenatide0,5 – 1,0%Gewichtsafname Injecties, GI bijwerkingen, duur, weinig ervaring Glinides1,0 – 1,5%Korte werkingsduur Frequent doseren (TID), duur GI, gastrointestinaal; TID, driemaal daags Bewerkt naar Nathan DM, et al. Diabetologia 2006;49:1711–21 Insuline is de meest effectieve bloedglucose verlagende therapie

19 Bewerkt naar: Riddle M. Endocr Pract. 2006; 12:71-79 Normaal HbA1c 5% Basale hyperglycemie: ± 2% HbA1c Bloedglucose (mmol/L) 06:0012:00 Postprandiale hyperglycemie: ± 1% HbA1c 18:0024:0006:00 Tijd van de dag (uur) Ongecontroleerde hyperglycemie HbA1c 8% Bloedglucose (mmol/L) Normaal HbA1c 5% :0012:0018:0024:00 Tijd van de dag (uur) Controle basale hyperglycemie HbA1c 6,5% Start met controle van basale hyperglycemie

20 Effect van toevoegen en ophogen basale insuline op hyperglycemie : AT.LANTUS FBG (mg/dL) Insulinedosering (IE) Weken sinds randomisatie Davies et al. Diabetes Care 2005; 28: *p<0,003 Afname nuchter bloedglucose versus toename insulinedosering

21 Bewerkt naar: Nathan et al. Diabetes Care 2006; 29: Bg = bloedglucose Voeg 2 e en 3 e injectie snelwerkend insuline toe op basis preprandiale bg NEE HbA1c  7% Metformine + bewegen / dieet Toevoegen 10 E middellangwerkend basale insuline ´s avonds of 10 E langwerkend basale insuline ´s ochtends of ´s avonds Toevoegen SU Toevoegen TZD HbA1c < 7% na 2-3 maanden? Continueer insulinebehandeling. Controleer HbA1c elke 3 maanden JA NEE Als de nuchtere bg binnen het titratiedoel ligt, controleer bg voor lunch, diner en slapen gaan. Controleer (dagelijks) nuchter glucose en verhoog de dosering met 2 E per 3 dagen tot titratiedoel van 3,9-7,2 mmol/L Indien hypo´s dan dosering verlagen Als HbA1c blijvend > 7% is, controleer bg 2 uur na maaltijd en pas de dosering snelwerkend insuline aan Consensus ADA en EASD Bg voor diner te hoog: + snelwerkend insuline bij lunch (start ± 4E en + 2E / 3d) Bg voor lunch te hoog: + snelwerkend insuline bij ontbijt (start ± 4E en + 2E /3d) Bg voor slapen te hoog: + snelwerkend insuline bij diner (start ± 4E en + 2E / 3d) HbA1c < 7% na 3 maanden? JA

22 Glargine ± OAD * p<0,001 t.o.v. baseline * -1,6 -1,4 -1,2 -0,8 -0,6 -0,4 -0,2 0 Glargine ± OAD + 1x maaltijdinsuline Glargine ± OAD + 2x maaltijdinsuline Glargine ± OAD + 3x maaltijdinsuline * * * -1,21% -1,35% -1,39% -0,74% Davies et al. Diabetes 2006; 55:455-P (ADA 2006) HbA1c (%) Effect op glycemische controle met injecties maaltijdinsuline

23 ADA/EASDNHG-Standaard STAP 01.Leefstijladvies STAP 11.Metformine + leefstijladvies1.Toevoegen metformine STAP 21.Toevoegen eenmaal daags basale insuline 2.Toevoegen tweede orale bloedglucose verlagend middel 1.Toevoegen tweede orale bloedglucose verlagend middel STAP 31.Intensiveer insuline 2.Toevoegen eenmaal daags basale insuline 3.Toevoegen derde orale bloedglucose verlagend middel (niet aanbevolen) 1.Toevoegen eenmaal daags basale insuline STAP 41.Basaal/bolus regime + metformine ± TZD 1.Basaal/bolus regime 2.Tweemaal daags insuline + metformine ± SU NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2


Download ppt "Consensus statement van de ADA en EASD Behandeling van hyperglycemie bij diabetes mellitus type 2."

Verwante presentaties


Ads door Google