De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1. 2 Inleiding Richtlijnen Grenswaarden Prevalentie Diagnostiek Lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek Wanneer behandelen? Wie komt voor behandeling.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1. 2 Inleiding Richtlijnen Grenswaarden Prevalentie Diagnostiek Lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek Wanneer behandelen? Wie komt voor behandeling."— Transcript van de presentatie:

1 1

2 2 Inleiding Richtlijnen Grenswaarden Prevalentie Diagnostiek Lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek Wanneer behandelen? Wie komt voor behandeling in aanmerking?

3 3 Waar doen we het allemaal voor? Massaal bloeddrukken meten, mensen met verhoogde bloeddruk opsporen en in veel gevallen behandelen?

4 4

5 5

6 6

7 7 NHG-Standaard CV-risicomanagement, herziening november 2006 BHS-Nice richtlijnen Hypertension Farmacotherapeutisch kompas 2007.

8 8 Verhoogde bloeddruk neemt toe met de leeftijd - In de groep van 18 tot 25 jaar: 2-6% - In de groep van 55 tot 59 jaar: 25-32% NB: Deze cijfers zijn gebaseerd op de oude, hogere grenswaarden. Met de nieuwe grenswaarden liggen de prevalentiecijfers in alle leeftijdsgroepen hoger.

9 9 Vaak wordt verhoogde bloeddruk gevonden als ‘toevalsbevinding’ ‘Case-finding’ (NHG-Standaard) versus ‘screening’ (bevolkingsonderzoek) Metingen door arts of assistent(e) nog sterk bepalend Voldoende aantal metingen is van belang (bloeddruk varieert sterk) Onder voorwaarden kan bij diagnostiek (en vervolgbeleid) gebruik worden gemaakt van thuismetingen door patiënt zelf

10 10 Anamnese (familieanamnese, beroep, beweging, roken, drop, alcohol, oestrogeentherapie,orale corticosteroïden, NSAID’s) Lichamelijk onderzoek (lengte/gewicht/Quetelet-index, auscultatie hart. Verder lichamelijk onderzoek op indicatie: onderzoek longen bij dyspneu, vaatonderzoek bij claudicatioklachten)

11 11  Bloed: nuchter glucose, totaalcholesterol (TC) en TC/HDL-ratio, creatinine, kalium  Ochtendurine op eiwit (ter uitsluiting van verminderde nierfunctie)  ECG alleen op indicatie

12 12 Patienten met doorgemaakt HVZ of DM2. Patienten met bekend SBD ≥ 40 mmHg. Patienten met totaal cholesterol (TC) ≥ 6,5 mmol/l Rokende mannen ≥ 50 jaar of rokende vrouwen ≥ 55 jaar.

13 13 Patienten zonder HVZ en DM2 Bij SBD ≥ 180 mmHg altijd medicatie Afhankelijk van 10 jaarsrisico sterfte door HVZ ≥ 10% (zie ook grafiek risicotabellen) Mannen (niet rokers, >60 jaar, cholesterol/HDL >6) SBD > 180 mmHg Mannen (rokers, >60 jaar, cholesterol/HDL >6) SBD > 140 mmHg Vrouwen (niet rokers, >65 jaar, cholesterol/HDL >8) SBD > 160 mmHg Vrouwen (Rokers, >60 jaar, cholesterol/HDL >8) SBD > 160 mmHg Patienten met HVZ SBD ≥ 140 mmHg Patienten met DM2 SBD ≥ 140 mmHg

14 14

15 15

16 16 1.Diuretica 2.Betablokkers 3.ACE-remmers, AIIA of Calcium antagonisten

17 17  Behandeling bij BD ≥ 160/100 mmHg.  Reduceer BD naar min. 140/85 mmHg.  Bij co-morbiditeit nog belangrijker om target BD te bereiken.

18 18 Jonger ( 55 jaar) BlankNegroïde  Stap 1A of BC of D  Stap 2A (of B)+C of D  Stap 3A + C + D  Stap 4voeg toe Therapieresistenteof α-blokker hypertensieof spironolacton of ander diureticum  A: ACE-remmer of angiotensine-II-antagonist (AII-antagonist)  B: bètablokker  C: calciumantagonist  D: diureticum * Leeftijd indeling is afhankelijk van reninesysteem welke bij het ouder worden minder effectief wordt. RAAS systeem

19 19

20 20

21 21 Basis grenswaarden conform NHG cardiovasculair risicomanagement Patienten zonder HVZ en DM2 Bij SBD ≥ 180 mmHg altijd medicatie Afhankelijk van 10 jaarsrisico sterfte door HVZ ≥ 10% (zie ook grafiek risicotabellen) Mannen (niet rokers, >60 jaar, cholesterol/HDL >6) SBD > 180 mmHg Mannen (rokers, >60 jaar, cholesterol/HDL >6) SBD > 140 mmHg Vrouwen (niet rokers, >65 jaar, cholesterol/HDL >8) SBD > 160 mmHg Vrouwen (Rokers, >60 jaar, cholesterol/HDL >8) SBD > 160 mmHg

22 22 Basis grenswaarden conform NHG cardiovasculair risicomanagement

23 23 UKPDS: mannen jr. alle diabetische complicaties, 10 jr. DM2

24 24 Meta-analyse: 10 studies, patiënten 2/3 genormaliseerd met alleen diuretica, 1/3 met alleen β- blokkers Sterfte alle oorzaken:  14% door diuretica, β-blokkers geen effect Kans op CVA  39 % diuretica, β-blokkers 26% Myocardinfarct  26% diuretica, β-blokkers geen effect Behandeling met beide: kansen tussenin Messerli et al. JAMA 1998;279:

25 25  Studie STOP-Hypertension-2: 6614 oudere (≥76) patiënten  Subgroepanalyse van 2280 patiënten met geïsoleerde systolische hypertensie  definitie: systolisch >160 mmHg, diastolisch 160 mmHg, diastolisch <95 mmHg  3 behandelgroepen: bètablokkers of diuretica; ACE-remmers; calciumantagonisten  Conclusie  Oudere patiënten met geïsoleerde systolische hypertensie behandeld met calciumantagonist of ACE-remmer duidelijk minder CVA’s vergeleken met bètablokker of diureticum behandeling (statistisch significante risicoreductie, STOP- studie).

26 26 Onzorgvuldige bloeddrukmeting Wittejashypertensie Onderbehandeling Gebrek aan therapietrouw Bloeddrukverhogende stoffen Bloeddrukverhogende omstandigheden Secundaire hypertensie

27 27 Aneroïde meter of oscillometrisch, bovenarm ! Doktersassistente & zelf Thuis! en heel soms ambulant 1.Welk apparaat? 2.Door wie? 3.Waar?

28 28

29 29 Steroïden Alcohol Amfetaminen, vermageringsmiddelen Cafeïne Cocaïne Ciclosporine Erytropoëtine Drop NSAID’s Orale anticonceptie

30 30 Paniekstoornissen, hyperventilatie, ernstige depressie Delier, met onrust en sympathicusstimulatie Hyperinsulinisme met insulineresistentie Obesitas Pijn Slaapapneu (OSAS) Roken

31 31 Belaste familieanamnese Dyslipidemie Roken Stress Overgewicht Diabetes mellitus type 1 of 2 Zittend bestaan Inname van foute stoffen (zout, drop, zoethoutthee)

32 32 Genetische factoren spelen een rol bij het ontstaan van hypertensie en atherosclerose

33 33 Beïnvloedbare risicofactor - dieet - medicatie Geen effecten op de bloeddruk

34 34 Carcinoominductie: long, mond, tong, keel, maag, blaas, colon, huid Verdubbeling coronaire hartziekten Stoppen geeft na één jaar reeds 50% risicodaling Na drie jaar niet roken is het risico gelijk aan dat van niet-rokers Stoppen leidt tot risicovermindering coronaire hartziekte

35 35 Werkt bloeddrukverhogend via adrenaline en catecholaminen Stressgerelateerde hypertensie is serieuze hypertensie

36 36 12% van de Nederlandse bevolking heeft obesitas (BMI >30 kg/m²) Hangt samen met:- diabetes mellitus type 2 - hypertensie - gewrichtsklachten - verlies aan productiviteit Oorzaak:- afname energieverbruik - toename voedselinname Effectief afvallen = langzaam afvallen (caloriebeperking van 400 kcal per dag) en meer bewegen

37 37 BMI Systolisch Diastolisch

38 38 Diabetes mellitus type 1 en diabetes mellitus type 2 zijn belangrijke additionele risicofactoren voor hart- en vaatziekten Geen directe invloed op de bloeddruk Bewegen - vergroot calorieënverbruik - geeft afname van de insulineresistentie met gunstige metabole effecten als gevolg, zoals daling van de bloeddruk - 30/60 minuten stevig wandelen per dag reduceert het sterfterisico met 47%

39 39 Drop en zoethout bevatten glycyrrhizinezuur (pseudo-Conn-syndroom) Vegetariërs hebben gemiddeld een lagere bloeddruk Zout: 30-40% van de hypertensiegevallen is zoutgevoelige hypertensie - demografische en raciale verschillen - meestal bij adipositas

40 40 Omega-3-vetzuren: vis, zonnebloemolie verbetering lipidenspectrum daling van de bloeddruk GISSI-trial: voedingsinterventie alleen geeft; 70% afname acute hartdood 40% afname cardiovasculaire events Superieur aan geneesmiddelen

41 41 Niet-medicamenteuze 'tools' bij de behandeling van hypertensie: 'lifestyle modification' niet roken beperkt alcohol afvallen bewegen gezond eten (2 à 3 keer per week vette vis) weinig zout/drop/zoethout vermijden van stress


Download ppt "1. 2 Inleiding Richtlijnen Grenswaarden Prevalentie Diagnostiek Lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek Wanneer behandelen? Wie komt voor behandeling."

Verwante presentaties


Ads door Google