De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Balanslezen  Peter Verschelden  Bedrijfsrevisor – Accountant  Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in Management, Gegradueerde in de Fiscale Wetenschappen,

Verwante presentaties


Presentatie over: "Balanslezen  Peter Verschelden  Bedrijfsrevisor – Accountant  Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in Management, Gegradueerde in de Fiscale Wetenschappen,"— Transcript van de presentatie:

1 Balanslezen  Peter Verschelden  Bedrijfsrevisor – Accountant  Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in Management, Gegradueerde in de Fiscale Wetenschappen, Master in Accountancy, laureaat in Exportmanagement  Extern medewerker Kluwer Rechtswetenschappen (Accountancy Actualiteit, Modellenboek, Ondernemingsbibliotheek, Praktijkgids voor Vennootschappen, e.a.)  Verschelden Bedrijfsrevisoren, Molenkouterstraat 75, 9308 Aalst.  

2 Seminarie Balanslezen  Een dagtocht doorheen …  de balans  de resultatenrekening  de resultaatsbestemming  de toelichting bij de jaarrekening  Vanuit theoretisch standpunt …  … maar vooral met een praktische inslag …  … en aan de hand van cases  Met aandacht voor:  … de horizontale analyse van de jaarrekening  … de verticale analyse van de jaarrekening

3 Boekhouding en jaarrekening  Eerst gehuwd (Wet van 17 juli 1975)  Nu gescheiden (Wet van 17 juli 1975 en Wetboek van Vennootschappen)  Hand in hand: van « voeren van de boekhouding » tot « opstellen van de jaarrekening  Eigen set van regels …  … maar één onlosmakelijk verbonden geheel.

4 Bronnen van het boekhoudrecht  Coördinatie van de Wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van ondernemingen (B.S. 4 september 1975): artikelen 1 – 22  Coördinatie van het Koninklijk Besluit van 12 september 1983 tot uitvoering van de Wet van 17 juli 1975 op de boekhouding van de ondernemingen (B.S. 28 september 1983): artikelen 1 tot 15  Adviezen van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen  Boekhouddoctrine – algemene boekhoudprincipes – Internationale Normen

5 Bronnen van het jaarrekeningenrecht  Wetboek van Vennootschappen  K.B. van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen (verder afgekort als K.B./W.Venn.)  Coördinatie van het Koninklijk Besluit van 12 september 1983 tot bepaling van de minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel (B.S. 29 september 1983)  Adviezen van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen  Boekhouddoctrine – algemene boekhoudprincipes – Internationale Normen

6 K.B. 30 januari 2001  Boek 1: oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking (art. 1-21)  Boek 2: de jaarrekeningen, de geconsolideerde jaarrekeningen en formaliteiten inzake openbaarmaking (art )  Boek 3: ondernemingsraden en bedrijfsrevisor (art )  Boek 4: consignatieprocedure en bestemming van activa bij gerechtelijke ontbinding (art )  Boek 5: enkele aspecten van de NV (art )  Boek 6: opheffingsbepalingen; wijzigingsbepalingen (art )

7 Objectieven van het boekhoudrecht  Verantwoording aan de aandeelhouders  Bepaling van de uitkeerbare winst  Informatieverstrekking aan de schuldeisers m.b.t. de samenstelling van het maatschappelijk vermogen  Toelichting van de economische en sociale betekenis van de onderneming en haar functie in de maatschappij  GETROUW BEELD (« true and fair view ») van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de onderneming

8 Fundamentele regels  Getrouw beeld  Continuïteit  Bestendigheid  Toerekening van opbrengsten en kosten aan een periode  Verbod van compensatie  Voorzichtigheid

9 Getrouw beeld  Belangrijkste onder de principes; dit principe primeert op alles  Formele waarderingsregels of voorschriften moeten opzij worden geschoven om te voldoen aan het principe van het getrouw beeld. Uiteraard moet dit wel worden verantwoord en becommentarieerd.

10 Continuïteit  Opstellen van de jaarrekening in het perspectief van: - « going concern » of continuïteit - discontinuïteit (op liquidatiebasis)  Waardering op basis van going concern betekent: - historische waarde - rentabiliteit van een onderneming - activering en afschrijving  Discontinuïteit: - boeken van bijkomende afschrijvingen - activa terugbrengen tot liquidatiewaarde - aanleggen van provisies, boeken van schulden

11 Continuïteit: art. 94 & 96 W. Venn.  Waardering in perspectief van continuïteit moet worden verantwoord - in het jaarverslag (art. 96, 6° W. Venn.) - of in een stuk dat samen met de jaarrekening wordt neergelegd (art. 94 W. Venn.) bij: - een overgedragen verlies - of twee opeenvolgende jaren met verlies van het boekjaar

12 Bestendigheid  Bestendigheid in de waarderingsgrondslagen en waarderingsmethoden  Vergelijkbaarheid van de cijfergegevens in de tijd  Wijziging in de waarderingsregels: - cijfermatige raming van het effect - verantwoording van de wijziging  Bestendigheid in de vorm: gebruik van het type- schema van de jaarrekening (volledig of verkort schema)

13 Toerekening van kosten & opbrengsten aan de juiste periode  Verdeling van het leven van de onderneming in boekjaren  Toerekening van opbrengsten: realisatieprincipe: - levering - langetermijncontracten: completed contract versus percentage of completion  Matching principe: toerekening van de overeenstemmende kosten.  Analytische boekhouding

14 Verbod tot compensatie  Tussen kosten en opbrengsten  Tussen tegoeden en schulden  Tussen rechten en verbintenissen  Afzonderlijke waardering van elk bestanddeel van het vermogen  Uitzonderingen mogelijk.

15 Voorzichtigheidsbeginsel  Rekening houden met ongunstige elementen zodra er een redelijk vermoeden bestaat dat een verlies kan ontstaan  Gunstige elementen mogen slechts in aanmerking worden genomen indien er voldoende zekerheid bestaat over hun realisatie.  Ook rekening houden met feiten na balansdatum.  Instandhouden van « verdoken reserves » in principe verboden.

16 Begrippen  Jaarrekening bestaat uit:  Balans  Resultatenrekening met resultaatsbestemming  Toelichting  Sociale Balans  Waarderingsregels

17 Begrippen  Horizontale analyse  Verticale analyse  Opbrengsten en kosten  Inkomsten en uitgaven

18 Balans  Actief  Vaste activa  Vlottende activa  Passief  Eigen vermogen  Vreemd vermogen op lange termijn  Vreemd vermogen op korte termijn

19 Balans  (Uitgebreide) vaste activa  (Beperkte) vlottende activa  Permanent vermogen  Vreemd vermogen korte termijn

20 Oprichtingskosten: referenties  Definities: art. 95 § 1 I. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art K.B./W.Venn.

21 Oprichtingskosten : wat ?  Kosten van oprichting en kapitaalverhoging  Kosten bij uitgifte van leningen  Overige oprichtingskosten  Herstructureringskosten: welbepaalde kosten die verband houden met ingrijpende wijzigingen in structuur of organisatie en die gunstige en duurzame invloed hebben op rendabiliteit van onderneming.

22 Oprichtingskosten: waardering  Waardering aan aanschaffingswaarde  Geactiveerd of onmiddellijk in kosten  Afschrijving: ten minste 20 % per jaar Uitzondering: de kosten bij uitgifte van leningen mogen gespreid worden over de looptijd van de leningen  Herwaardering niet toegelaten (volgt uit art. 57 K.B./W.Venn.)  In vreemde valuta: op moment van boeking omgezet in EUR tegen geldende omrekeningskoers

23 Immateriële vaste activa: referenties  Definities: art. 95 § 1 II. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art K.B./W.Venn.

24 Immateriële vaste activa: wat ?  Kosten van onderzoek en ontwikkeling  Concessies, octrooien, licenties, know-how, merken en andere gelijkaardige rechten  Goodwill  Vooruitbetalingen op immateriële vaste activa

25 Immateriële vaste activa: waardering  BIJ VERWERVING : Verworven van derden of verkregen door inbreng: aanschaffingswaarde. Andere: waardering tegen vervaardigingsprijs, voor zover niet hoger als voorzichtige raming van gebruikswaarde of toekomstig rendement. Aanschaffingswaarde mag rente op vreemd vermogen (« intercalaire intresten ») bevatten (voor periode die bedrijfsklaarheid voorafgaat). Wel vermelden in toelichting!  Herwaardering NIET toegelaten (wél: terugname van voorheen geboekte waardevermindering, zie verder).

26 Immateriële vaste activa: afschrijvingen  Afschrijven volgens afschrijvingsplan opgesteld door raad van bestuur  Als de afschrijvingen van kosten voor onderzoek en ontwikkeling of goodwill worden gespreid over meer dan vijf jaar, dan moet dit worden verantwoord in de toelichting.  Indien boekwaarde hoger is dan gebruikswaarde wegens technische ontwaarding of wijziging in economische of technologische omstandigheden: aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen t.l.v. uitzonderlijke kosten. Aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen terugnemen indien niet langer verantwoord.  Indien te snelle afschrijving wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden: afschrijvingen terugnemen t.l.v. uitzonderlijke opbrengsten.

27 Immateriële vaste activa: minderwaarde  Immateriële vaste activa met onbeperkte gebruiksduur moeten NIET worden afgeschreven.  Bij duurzame minderwaarde of ontwaarding: waardevermindering tot uitdrukking brengen.  Indien waardevermindering niet langer nodig volgens actuele beoordeling op het einde van het boekjaar: terugneming t.g.v. resultatenrekening (uitzonderlijke opbrengsten) of via passiefrekening « herwaarderingsmeerwaarden » (art. 100 K.B./W.Venn.)

28 Materiële vaste activa: referenties  Definities: art. 95 § 1 III. K.B./W.Venn. Definitie van: - terreinen en gebouwen - leasing en soortgelijke rechten - overige materiële vaste activa  Regels inzake waardering: art K.B./W.Venn.

29 Materiële vaste activa: wat ?  Terreinen en gebouwen  Installaties, machines en uitrusting  Meubilair en rollend materieel  Vaste activa in leasing en soortgelijke rechten  Overige materiële vaste activa  Vaste activa in aanbouw en vooruitbetalingen

30 Materiële vaste activa: waardering bij VERWERVING  Aanschaffingswaarde = aanschaffingsprijs, vervaardigingsprijs of inbrengwaarde.  Aanschaffingsprijs: aankoopprijs + bijkomende kosten  Vervaardigingsprijs: kosten van grondstoffen, verbruiksgoederen, hulpstoffen, rechtstreekse productiekosten en onrechtstreekse productiekosten; deze laatste kunnen weggelaten worden mits verantwoordiging in toelichting  Inbrengwaarde: bedongen waarde bij inbreng, doch maximaal marktwaarde. Belastingen en kosten m.b.t. inbreng zijn oprichtingskosten.  Aanschaffingswaarde mag rente op vreemd vermogen (« intercalaire intresten ») bevatten (voor periode die bedrijfsklaarheid voorafgaat). Wel vermelden in toelichting!

31 Materiële vaste activa: herwaardering  Herwaardering is TOEGELATEN indien: - de waarde, bepaald in functie van het nut voor de onderneming, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven de boekwaarde - de onderneming voldoende rendabel is om de hogere afschrijvingskost te dragen - de geherwaardeerde waarde in de toelichting wordt verantwoord in het jaar van herwaardering  Afschrijven op geherwaardeerde waarde (gespreid over de resterende gebruiksduur).  Tegenpost: Rubriek III Passief « Herwaarderingsmeerwaarden »  Meerwaarde moet worden teruggenomen indien niet langer reëel.

32 Materiële vaste activa: afschrijvingen  Afschrijven volgens afschrijvingsplan opgesteld door raad van bestuur  Afschrijvingen mogen niet afhangen van resultaat van boekjaar  Indien boekwaarde hoger is dan gebruikswaarde wegens technische ontwaarding of wijziging in economische of technologische omstandigheden: aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen t.l.v. uitzonderlijke kosten. Aanvullende of uitzonderlijke afschrijvingen terugnemen indien niet langer verantwoord.  Indien te snelle afschrijving wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden: afschrijvingen terugnemen t.l.v. uitzonderlijke opbrengsten.

33 Materiële vaste activa: waardevermindering  Materiële vaste activa met onbeperkte gebruiksduur moeten NIET worden afgeschreven.  Bij duurzame minderwaarde of ontwaarding: waardevermindering tot uitdrukking brengen.  Indien waardevermindering niet langer nodig volgens actuele beoordeling op het einde van het boekjaar: terugneming t.g.v. resultatenrekening (uitzonderlijke opbrengsten) of via passiefrekening « herwaarderingsmeerwaarden » (art. 100 K.B./W.Venn.)

34 Financiële vaste activa: referenties  Definities: art. 95 § 1 IV. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art. 41, 49, 55 en 66 K.B./W.Venn.  Artikelen 5-14 W.Venn. (definities)

35 Financiële vaste activa: begrippen  Duurzame band met de betrokken vennootschap (FVA) versus belegging om een bestemming te geven aan de liquiditeitsoverschotten van de eigen onderneming (geldbeleggingen)  FVA = - aandelen in verbonden ondernemingen en ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat - vorderingen op verbonden ondernemingen of ondernemingen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat - andere « duurzame » aandelen en andere « duurzame » vorderingen - borgtochten in contanten  Eigen aandelen worden geboekt onder de geldbeleggingen

36 Financiële vaste activa: begrippen  Contrôle in rechte en in feite (art. 5 W.Venn.)  Moeder –en dochtervennootschappen (art. 6 W.Venn.)  Exclusieve contrôle en gezamenlijke contrôle (art. 8-9 W.Venn.)  Consortium (art. 10 W.Venn.)  Verbonden vennootschappen (art. 11 W. Venn.)  Geassocieerde vennootschappen (art. 12 W. Venn.): minstens één vijfde van de stemrechten  Deelneming (art. 13 W. Venn.): min. 10%  Vennootschappen waarmee een deelnemingsverhouding bestaat (art. 14 W.Venn.)

37 Financiële vaste activa: waardering van aandelen en deelnemingen bij VERWERVING  Waardering tegen aanschaffingswaarde  Aandelen ontvangen als vergoeding voor inbreng in natura of na omzetting van vorderingen: - conventionele waarde van de ingebrachte goederen of van omgezette vorderingen - of de hogere marktwaarde als die hoger zou zijn dan de conventionele waarde  Aandelen ontvangen bij fusie of splitsing: waardering aan waarde waartegen de aandelen van overgenomen of gesplitste vennootschap op datum van fusie of splitsing in boekhouding waren opgenomen.  Bij inbreng: ontvangen aandelen worden geboekt aan nettowaarde waartegen ingebrachte goederen stonden geboekt.

38 Financiële vaste activa: herwaardering van deelnemingen en aandelen  Herwaardering is TOEGELATEN indien: - de waarde, bepaald in functie van het nut voor de onderneming, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven de boekwaarde - de uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de rendabiliteit van de onderneming - de geherwaardeerde waarde in de toelichting wordt verantwoord in het jaar van herwaardering  Tegenpost Passief: « Herwaarderingsmeerwaarden »  Meerwaarde moet worden teruggenomen indien niet langer reëel.

39 Financiële vaste activa: waardevermindering op deelnemingen en aandelen  Bij duurzame minderwaarde of ontwaarding: waardevermindering tot uitdrukking brengen t.l.v. uitzonderlijke kosten  Indien waardevermindering niet langer nodig volgens actuele beoordeling op het einde van het boekjaar: terugneming t.g.v. resultatenrekening (uitzonderlijke opbrengsten)  Volgens CBN mag geen waardevermindering worden toegepast ten belope van prijstoeslag (noch onmiddellijk, noch op einde van boekjaar), tenzij door onderneming geraamde waarde –grondslag voor de overeengekomen prijs- op zware vergissing zou blijken te berusten.

40 Vorderingen op meer dan één jaar: referenties  Definities: art. 95 § 1 V. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art K.B./W.Venn.

41 Vorderingen op meer dan één jaar: begrippen  Betreft: handels- en overige vorderingen waarvoor titel bestaat met contractuele looptijd van meer dan één jaar en die niet vervallen binnen de 12 maanden. Vorderingen of deel van vorderingen op meer dan één jaar die binnen 12 maanden vervallen, worden opgenomen bij de vorderingen op ten hoogste één jaar.  Betreft eveneens te ontvangen opbrengsten op meer dan één jaar, tijdens of in vorige boekjaren ontstaan, en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, op voorwaarde evenwel dat het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.  Betreft eveneens de vorderingen die voor eigenaar of verhuurder voortvloeien uit contracten van leasing of soortgelijke rechten.

42 Vorderingen op meer dan één jaar: waardering  Gewaardeerd aan nominale waarde (in tegenstelling tot vastrentende effecten, geboekt bij financiële vaste activa of geldbeleggingen, die worden geboekt aan aanschaffingswaarde)  Als er voor geheel of deel van vordering onzekerheid bestaat over terugbetaling op vervaldag: waardevermindering tot uitdrukking brengen t.l.v. resultatenrekening.  Als de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de boekwaarde, dan MAG een waardevermindering worden geboekt.  Indien waardevermindering niet langer nodig volgens actuele beoordeling op het einde van het boekjaar: terugneming t.g.v. resultatenrekening.

43 Voorraden en bestellingen in uitvoering: referenties  Definities: art. 95 § 1 Aktief VI. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art en K.B./W.Venn.

44 Voorraden en bestellingen in uitvoering : begrippen  Grond –en hulpstoffen  Goederen in bewerking  Gereed product  Handelsgoederen  Onroerende goederen bestemd voor verkoop  Vooruitbetalingen op voorraadinkopen  Bestellingen in uitvoering

45 Voorraden en bestellingen in uitvoering: waardering - algemeen  Grond –en hulpstoffen, handelsgoederen, OG bestemd voor verkoop: aanschaffingsprijs of marktprijs indien lager op balansdatum  Goederen in bewerking: vervaardigingsprijs  Gereed produkt: vervaardigingsprijs of marktprijs indien lager op balansdatum  Bestellingen in uitvoering: vervaardigingsprijs + eventueel winsttoerekening.

46 Voorraden en bestellingen in uitvoering: waardering  Aanschaffingswaarde: aankoopprijs + bijkomende kosten. Er zijn 4 methoden: - individualisering van de prijs - gewogen gemiddelde prijs - fifo - lifo  Marktwaarde: « normale » heraanschaffingsprijs op datum van de jaarafsluiting voor grondstoffen en hulpstoffen.  Marktwaarde: realisatiewaarde (verkoopwaarde minus de verkoopkosten) op datum van de jaarafsluiting voor handelsgoederen, gereed produkt en de OG bestemd voor verkoop.

47 Voorraden en bestellingen in uitvoering: waardering - vervaardigingsprijs  Artikel 37 K.B./W.Venn.  Keuze tussen: a) Directe kosten nl. grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen + de productiekosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn b) Directe kosten nl. grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen + de productiekosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn + de productiekosten die onrechtstreeks toerekenbaar zijn  Als onrechtreekse productiekosten niet zijn opgenomen: vermelden in toelichting.

48 Voorraden en bestellingen in uitvoering: waardering - productiekosten  Rechtstreeks toerekenbare productiekosten: - prijs van de onderaannemingen - diensten & diverse goederen in direct verband met de productie van die goederen - personeelskosten die rechtstreeks op de productie betrekking hebben  Onrechtstreeks toerekenbare productiekosten: Geen definitie in boekhoudwet. Worden beschouwd als onrechtstreekse productiekosten: - Kosten van fabrieksgebouwen en machines - Indirecte lonen in de fabricage-afdeling - Deel van de algemene beheerskosten - Rente op vreemd vermogen

49 Voorraden en bestellingen in uitvoering: waardering - vervaardigingsprijs  Artikel 38 K.B./W.Venn.  Wanneer de produktie of de uitvoering meer dan één jaar in beslag neemt, dan mag in de vervaardigingsprijs worden opgenomen: de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor de financiering van de aanschaffing, de constructie of produktie van deze voorraden, op voorwaarde dat de rente betrekking heeft op de normale produktieperiode of uitvoeringstermijn.  Als rente op vreemd vermogen wordt opgenomen in de vervaardigingsprijs, dan moet dit worden vermeld bij de waarderingsregels in de toelichting.

50 Voorraden en bestellingen in uitvoering: waardering bestellingen in uitvoering  Keuze tussen: - percentage of completion - completed contract  Percentage of completion: ook deel van de winst wordt opgenomen Deze methode komt best tegemoet aan het principe van de toerekening van kosten en opbrengsten aan een boekhoudperiode (matching)  Completed contract: de winst wordt pas op het einde van het contract opgenomen. Deze methode sluit best aan bij de principes van voorzichtigheid en het realisatieprincipe

51 Voorraden en bestellingen in uitvoering: waardeverminderingen  Aanvullende waardeverminderingen moeten worden geboekt om rekening te houden, ofwel met de evolutie van de realisatie –of marktwaarde, ofwel met de risico’s inherent aan de aard van de betrokken producten of gevoerde activiteit.  Aanvullende waardeverminderingen moeten worden geboekt, indien de vervaardigingsprijs van de goederen in bewerking en de bestellingen in uitvoering, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de netto- verkoopprijs op datum van de jaarafsluiting of dan de in de overeenkomst bedongen prijs.  Geboekte waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd in de mate waarin ze hoger zijn dan nodig, op basis van een actuele beoordeling einde boekjaar.

52 Voorraden en bestellingen in uitvoering: bijzondere waarderingssystemen  Vervangingswaarde: niet meer mogelijk  Standaardkostprijzen: geen geldige waarderingsmethode (tenzij methode aansluit bij normale vervaardigingsprijs)  Retailmethode: verkoopprijs min winstmarge Deze methode is niet strijdig met het principe van de individuele waardering.  IJzeren voorraad: niet toegelaten, met uitzondering van de grond –en hulpstoffen die bestendig hernieuwd worden en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal.

53 Vorderingen op minder dan één jaar: referenties  Definities: art. 95 § 1 VII. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art K.B./W.Venn.

54 Vorderingen op minder dan één jaar: begrippen  Betreft: handels- en overige vorderingen waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt of wanneer de oorspronkelijke looptijd langer dan één jaar was, het gedeelte dat binnen het jaar vervalt.  Betreft eveneens te ontvangen opbrengsten tijdens of in vorige boekjaren ontstaan, en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, op voorwaarde evenwel dat het bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden geschat.  Betreft eveneens het gedeelte van de vorderingen, die voor eigenaar of verhuurder voortvloeien uit contracten van leasing of soortgelijke rechten, dat binnen het jaar vervalt.  Overige vorderingen: o.m. de door belastingdiensten terug te betalen belastingen

55 Vorderingen op minder dan één jaar: waardering  Gewaardeerd aan nominale waarde (eventueel na verrekening van de rente of van het disconto, zie hoger).  Als er voor geheel of deel van vordering onzekerheid bestaat over terugbetaling op vervaldag: waardevermindering tot uitdrukking brengen t.l.v. resultatenrekening.  Als de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de boekwaarde, dan MAG een waardevermindering worden geboekt.  Indien waardevermindering niet langer nodig volgens actuele beoordeling op het einde van het boekjaar: terugneming t.g.v. resultatenrekening.

56 Geldbeleggingen: referenties  Definities: art. 95 § 1 VIII. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art K.B./W.Venn.

57 Geldbeleggingen: begrippen  Betreft: - Eigen aandelen - Aandelen (geen duurzame band) - Vastrentende effecten (geen duurzame band): kasbons, obligaties en andere vastrentende effecten (bv. Zerobonds) - Overige effecten: o.a. vastgoedcertificaten, rechten in gemeenschappelijke beleggingsfondsen - Termijndeposito’s, ongeacht duurtijd, bij financiële instellingen.

58 Geldbeleggingen: waardering bij VERWERVING  Eigen aandelen: aanschaffingsprijs  Tegoeden bij financiële instellingen: nominale waarde  Effecten: aanschaffingswaarde, zijnde: - aanschaffingsprijs (bijkomende kosten mogen onmiddellijkten laste van het resultaat - inbrengwaarde - als aanschaffingsprijs verschilt van terugbetalingsprijs: verschil pro rata temporis in resultaat nemen: zelfde regeling als bij financiële vaste activa: zie hoger.

59 Geldbeleggingen: waardeverminderingen  Waardevermindering boeken t.l.v. financiële kosten als de realisatiewaarde op balansdatum lager is dan de aanschaffingswaarde.  Waardevermindering mogen per einde boekjaar niet worden behouden in de mate waarin zij hoger zijn dan volgens actuele beoordeling vereist.  Aanvullende waardeverminderingen boeken (t.l.v. financiële kosten) om rekening te houden met evolutie van realisatie –of marktwaarde.

60 Liquide middelen: referenties  Definities: art. 95 § 1 IX. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art K.B./W.Venn.

61 Liquide middelen: begrippen  Betreft: kasmiddelen, tegoeden op zicht bij kredietinstellingen, te incasseren vervallen waarden (ontvangen cheques en wissels met vervaldag voor balansdatum), fiscale zegels, opleidingscheques, adviescheques, …  Ook interne overboekingen: tussenrekening bij overboeking van tegoeden tussen financiële instellingen onderling en tussen kas en financiële instellingen.

62 Liquide middelen: waardering  Waardering tegen nominale waarde  Beschikbare waarden in vreemde valuta: waardering tegen koersen per balansdatum

63 Liquide middelen: waardeverminderingen  Waardevermindering boeken t.l.v. financiële kosten als de realisatiewaarde op balansdatum lager is dan de aanschaffingswaarde.  Waardevermindering mogen per einde boekjaar niet worden behouden in de mate waarin zij hoger zijn dan volgens actuele beoordeling vereist.  Aanvullende waardeverminderingen boeken (t.l.v. financiële kosten) om rekening te houden met evolutie van realisatie –of marktwaarde.

64 Overlopende rekening van het aktief:  Definities: art. 95 § 1 X. K.B./W.Venn.  Principe: art. 33 lid 2 K.B./W.Venn.  Waardering: aanschaffingswaarde  Toepassing van matching principe  Over te dragen kosten en verworven opbrengsten  Onderscheid met op te maken facturen en te ontvangen kredietnota’s

65 Kapitaal: referenties  Definities: art. 95 § 2 I A. K.B./W.Venn  Geen bijzondere regels

66 Kapitaal: begrippen Geplaatst kapitaal =  Het bedrag van het geplaatste maatschappelijk kapitaal in NV, BVBA, Comm.VA  Het bedrag van het maatschappelijk kapitaal in coöperatieve vennootschap  Het bij statuten vastgestelde commanditaire kapitaal in Comm.V  In statuten bepaalde vennootschapsvermogen in V.O.F.  De eigen middelen voor natuurlijke personen en bijkantoren in België van ondernemingen naar buitenlands recht. Begrip « toegestaan kapitaal »

67 Kapitaal: waardering  Waardering aan nominale waarde.  Kapitaalverhoging door inbreng van een vordering uitgedrukt in deviezen: vordering moet worden omgerekend in EUR aan wisselkoers op dag van verrichting. Positief of negatief wisselresultaat mogelijk: te boeken via resultatenrekening.

68 Uitgiftepremie: referenties  Geen definitie in K.B./W.Venn  Geen bijzondere regels inzake waardering in K.B./W.Venn.

69 Uitgiftepremie: begrippen  Verschil tussen de uitgifteprijs en de nominale waarde of fractiewaarde van de aandelen.  Doel: om oude aandeelhouders niet te benadelen.  Bedrag dat vennootschap ontvangt als prijs voor door haar uitgegeven warrants wordt gelijkgesteld met uitgiftepremie.  Uitgiftepremie kan: - worden geïncorporeerd in kapitaal - worden uitgekeerd aan aandeelhouders (zonder te gaan over resultaatverwerking) - dienen ter aanzuivering van geleden verliezen (via resultaatverwerking).

70 Uitgiftepremie: waardering  Waardering aan nominale waarde.

71 Herwaarderingsmeerwaarden: referenties  Definities: art. 95 § 2 III. K.B./W.Venn  Regels inzake herwaardering: art K.B./W.Venn.  Regels inzake terugnemingen van waardeverminderingen: art. 100 K.B./W.Venn.  Herwaarderingsmeerwaarden van artikel 44 lid 4 K.B./W.Venn. (overgangsregeling)

72 Herwaarderingsmeerwaarden: begrippen  = de in rekeningen bijgeschreven, niet gerealiseerde meerwaarden op vaste activa  = de terugnemingen van waardeverminderingen  = de herwaarderingsmeerwaarden van artikel 44 (eerste boekjaar en overgangsregeling)

73 Herwaarderingsmeerwaarden: « gewone » herwaardering  Materiële vaste activa en deelnemingen/aandelen onder financiële vaste activa mogen worden geherwaardeerd, wanneer hun waarde, bepaald in functie van hun nut voor de onderneming, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. De uitgedrukte meerwaarde moet verantwoord zijn door de rendabiliteit van de onderneming.  De herwaardering moet worden verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening in het jaar van herwaardering.  Op de geherwaardeerde waarde moet worden afgeschreven, in functie van de vermoedelijke residuele gebruiksduur.

74 Herwaarderingsmeerwaarden: terugneming waardeverminderingen  Terugnemingen van waardeverminderingen geboekt op immateriële en materiële vaste activa zonder beperkte gebruiksduur, mogen rechtstreeks op « herwaarderingsmeerwaarden » worden geboekt. Zij mogen daar geboekt blijven tot op het ogenblik waarop de betrokken goederen zijn gerealiseerd.

75 Reserves: referenties  Definities: art. 95 § 2 IV. K.B./W.Venn  Geen bijzondere regels

76 Reserves: begrippen  Wettelijke reserves  Onbeschikbare reserves - voor eigen aandelen - voor toekomstige verliezen - andere  Belastingvrije reserves - gerealiseerde meerwaarden - afschrijvingen op verhoogde basis (fiscaal)  Beschikbare reserves

77 Reserves: waardering  Aan nominale waarde

78 Overgedragen winst Overgedragen verlies  Referentie: geen definitie noch bijzondere regels in K.B./W.Venn.  Waardering aan nominale waarde.  Kan in volgend boekjaar dienen voor interimdividend.

79 Kapitaalsubsidies: referenties  Definities: art. 95 § 2 VI. K.B./W.Venn  Geen bijzondere regels

80 Kapitaalsubsidies: begrippen  Kapitaalsubsidies die van de overheid worden verkregen voor investeringen in vaste activa.

81 Kapitaalsubsidies: waardering  Na aftrek van de belasting die is verschuldigd, worden de kapitaalsubsidies in rubriek VI van het passief geboekt.  Gewaardeerd aan nominale waarde.  Worden geleidelijk afgeboekt naar « andere financiële opbrengsten » a rato van de afschrijvingen op de betreffende vaste activa.  Bij realisatie of buitengebruikstelling van de activa: ten belope van het saldo naar financieel resultaat.  Kapitaalsubsidies die niet afhankelijk zijn van een investering in vaste activa: bij verkrijging onmiddellijk boeken onder « andere bedrijfsopbrengsten » of « andere financiële opbrengsten ».

82 Voorzieningen voor risico’s en kosten: referenties  Definities: art. 95 § 2 VII. K.B./W.Venn  Regels inzake voorzieningen: art K.B./W.Venn.

83 Voorzieningen voor risico’s en kosten: begrippen  Beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken, die op balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat.  Voorzieningen voor rust-en overlevingspensioenen, brugpensioenen en andere gelijkaardige pensioenen of renten Voorzieningen voor grote herstellings –of onderhoudwerken. Voorzieningen voor hangende geschillen Voorzieningen voor technische waarborgen Voorzieningen uit orderrekeningen

84 Voorzieningen voor risico’s en kosten: waardering  Voorzieningen mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa.  Moeten voldoen aan eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw.  Geïndividualiseerd – geen algemene voorzieningen  Stelselmatig, mogen niet afhangen van het resultaat van de vennootschap.  Mogen niet worden gehandhaafd in de mate waarin ze op het einde van het boekjaar niet langer vereist zijn, op basis van een actuele beoordeling.

85 Uitgestelde belastingen: referenties  Definities: art. 95 § 2 VII. K.B./W.Venn  Regels inzake waardering: art. 76 K.B./W.Venn.

86 Uitgestelde belastingen: begrippen  De naar latere boekjaren uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies  De naar latere boekjaren uitgestelde belasting op gerealiseerde meerwaarden  De naar latere boekjaren uitgestelde buitenlandse belastingen op kapitaalsubsidies of gerealiseerde meerwaarden

87 Uitgestelde belastingen: waardering  Oorspronkelijk gewaardeerd tegen normale bedrag van belasting die erop zou geheven zijn indien belast in boekjaar waarin geboekt.  Er mag worden rekening gehouden met belastingverminderingen –en vrijstellingen waarvan kan worden vermoed dat ze in nabije toekomst zullen leiden tot lagere belastingen.  Aanpassing van gepassiveerde bedrag wanneer effectieve bedrag van geraamde belasting waarschijnlijk sterk zal verschillen van bedrag op passiefzijde (tariefverlaging vennootschapsbelasting)

88 Schulden op meer dan één jaar: referenties  Definities: art. 95 § 2 VIII. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art. 77 K.B./W.Venn. (verwijst naar artikel 67 K.B./W.Venn.)

89 Schulden op meer dan één jaar: begrippen  Alle schulden met contractuele looptijd van meer dan één jaar  Betreft: - achtergestelde leningen: converteerbaar /niet-converteerbaar - niet-achtergestelde obligatieleningen: converteerbaar / niet-converteerbaar - leasingschulden en soortgelijke schulden - kredietinstellingen - overige leningen (bijvoorbeeld aandeelhouders, verbonden ondernemingen) - handelsschulden / leveranciers - handelschulden – te betalen wissels - ontvangen vooruitbetalingen - overige schulden

90 Schulden op meer dan één jaar: waardering  Gewaardeerd aan nominale waarde  Speciale gevallen: Renteloze schulden en schulden met een abnormaal lage rente. Schulden waarvan de rente bestaat uit het verschil tussen de nominale waarde (of terugbetalingsprijs) en de uitgifteprijs Schulden met een forfaitair lastenpercentage

91 Schulden op minder dan één jaar: referenties  Definities: art. 95 § 2 IX. K.B./W.Venn.  Regels inzake waardering: art. 77 K.B./W.Venn. verwijst naar de art. 67 en 73 K.B./W.Venn.

92 Schulden op minder dan één jaar: begrippen  Betreft: handels- en overige schulden waarvan de oorspronkelijke looptijd ten hoogste één jaar bedraagt of wanneer de oorspronkelijke looptijd langer dan één jaar was, het gedeelte dat binnen het jaar vervalt.  Betreft eveneens te betalen kosten tijdens of in vorige boekjaren ontstaan, en waarvoor nog geen rechtstitel bestaat, maar waarvan bedrag vaststaat of met nauwkeurigheid kan worden bepaald.

93 Schulden op minder dan één jaar: inhoud  Schulden op meer dan één jaar die binnen het jaar vervallen  Kredietinstellingen  Overige leningen  Handelsschulden – leveranciers  Ontvangen vooruitbetalingen op bestelling  Schulden mbt belastingen: vennb, btw, RV, BV, …  Schulden mbt bezoldigingen en sociale lasten  Overige schulden

94 Schulden op minder dan één jaar: waardering  Gewaardeerd aan nominale waarde (eventueel na verrekening van de rente of van het disconto, zie hoger).  Bij kwijtschelding nav gerechtelijk akkoord: uitzonderlijke opbrengsten.

95 Overlopende rekening passief  Definities: art. 95 § 2 X. K.B./W.Venn.  Principe: art. 33 lid 2 K.B./W.Venn.  Waardering: aanschaffingswaarde  Toepassing van matching principe  Toe te rekenen kosten en over te dragen opbrengsten  Onderscheid met te ontvangen facturen en op te maken kredietnota’s

96 Resultatenrekening  Bedrijfsresultaat  Financieel resultaat  Uitzonderlijk resultaat  = Winst vóór belasting  - Vennootschapsbelasting  = Winst na belasting

97 Bedrijfsresultaat   - 60  - 61  - 62  - 63  - 64

98 Financieel resultaat  75  - 65

99 Uitzonderlijk resultaat  76  - 66

100 Belastingen  77  - 67

101 Resultaatsbestemming  Reservering van winsten  Uitkering van tantièmes aan bestuurders  Uitkering van dividenden aan aandeelhouders

102 Groot of klein ? Regels inzake :  Al dan niet verplichte opmaak van een JAARVERSLAG  VERKORT schema of VOLLEDIG schema  Benoeming van een COMMISSARIS  Consolidatieplicht

103 « Kleine » vennootschappen  Artikel 15 W. Venn.  Niet meer dan één criteria overschrijden: - jaargemiddelde personeelsbestand: 50 - jaaromzet: EUR - balanstotaal: EUR  Jaargemiddelde van het personeelsbestand mag niet meer dan 100 bedragen.  Criteria: op geconsolideerde basis !!!

104 « Kleine » groep  Artikel 16 W. Venn.  Niet meer dan één criteria overschrijden: - jaargemiddelde personeelsbestand: jaaromzet: EUR - balanstotaal: EUR  Criteria: op geconsolideerde basis !!!  Twee jaar na elkaar criteria overschrijden.

105 VOLLEDIG OF VERKORT SCHEMA  Artikel 82 K.B./ W.Venn verwijst naar artikel 15 W. Venn.  Dus « kleine » vennootschap: VERKORT schema.  Niet-kleine vennootschap: VOLLEDIG schema.  Criteria op geconsolideerde basis !

106 CONSOLIDATIEPLICHT  Elke moedervennootschap, tenzij …  Elk consortium, tenzij …  … het gaat om een kleine groep  … zij zelf al is opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening: dit moet worden beslist in de AV !

107 De jaarrekening volgens het verkort schema

108 De jaarrekening volgens het volledig schema

109 De geconsolideerde jaarrekening

110 Casus 1

111 Casus 2

112 Casus 3

113 Casus 4

114 Casus 5

115 Casus 6

116 Casus 7

117 Casus 8

118 Casus 9

119 Casus 10

120 Casus 11

121 Casus 12

122 Casus 13

123 Casus 14

124 Casus 15

125 Casus 16

126 Casus 17

127 Casus 18

128 Casus 19

129 Casus 20

130 Casus 21

131 Casus 22

132 Casus 23

133 Casus 24

134 Casus 25


Download ppt "Balanslezen  Peter Verschelden  Bedrijfsrevisor – Accountant  Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in Management, Gegradueerde in de Fiscale Wetenschappen,"

Verwante presentaties


Ads door Google