De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen Sadi Podevijn HIAF.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen Sadi Podevijn HIAF."— Transcript van de presentatie:

1 1 IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen Sadi Podevijn HIAF

2 2 Overzicht  Toepassingsgebied  Definities  Invoed van betekenis  ‘ Equity ’ -methode  Toepassing van de ‘ equity ’ -methode  Enkelvoudige jaarrekening

3 3 Toepassingsgebied  Administratieve verwerking van investeringen in geassocieerde ondernemingen, tenzij  Deze deelnemingen worden aangehouden door venture capitalists of soortgelijke ondernemingen  Opname aan re ë le waarde conform IAS 39  At fair value through profit and loss  Wijzigingen in P/L

4 4 Definities (1/2)  Geassocieerde onderneming  In geval van invloed van betekenis  Participeert in de financi ë le en operationele beslissingen  Geen echte controle, dus geen dochter noch joint venture

5 5 Definities (2/2)  ‘ Equity ’ -methode  Een administratieve verwerkingsmethode waarbij de investering aanvankelijk tegen kostprijs wordt geboekt, en vervolgens wordt aangepast om rekening te houden met de wijziging van het aandeel van de investeerder in de nettoactiva van de deelneming na overname.  De winst- en verliesrekening van de investeerder weerspiegelt het aandeel van de investeerder in de winst / het verlies van de deelneming.

6 6 Invloed van betekenis (1/3)  Wordt weerlegbaar vermoed van zodra een onderneming, direct of indirect, meer dan 20 % van de stemrechten van een andere onderneming aanhoudt  A contrario bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat er geen belangrijke invloed bestaat met minder dan 20 %  Rekening houden met het bestaan van onmiddellijk uitoefenbare potenti ë le stemrechten

7 7 Invloed van betekenis (2/3)  Indicatoren van invloed van betekenis zijn:  Vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur of equivalent orgaan;  Participatie in de processen die strategie bepalen;  Bij materi ë le transacties tussen investeerder en geassocieerde onderneming;  Bij uitwisseling van management staf;  Bij uitwisseling van essenti ë le technische informatie

8 8 Invloed van betekenis (3/3)  Grotendeels vergelijkbaar met Belgi ë :  Invloed op de ori ë ntatie van het beleid  Dit vermoeden bestaat eveneens vanaf 20 % van de stemrechten  Let wel: opname in de enkelvoudige jaarrekening als “ Onderneming waarmee een deelnemingsverhouding bestaat ” vanaf 10 % van de stemrechten

9 9 ‘ Equity ’ -methode (1/3)  Bij verwerving deelneming:  Boeking van de participatie aan kost  Inculsief de goodwill!

10 10 ‘ Equity ’ -methode (2/3)  Voorbeeld  A koopt 30 % van de aandelen van B op 1/9  Prijs van de aandelen: 400  Re ë le waarde van de identificeerbare activa en verplichtingen op 1/9: 1000  Aandeel A: 30% van 1000 = 300  Goodwill: 400 – (30% van 1000) = 100  Deze goodwill wordt opgenomen in de boekwaarde van de investering: = 400 Ondernemingen onder equity-methode400 Aan deelneming400

11 11 ‘ Equity ’ -methode (3/3)  Na de acquisitie: boekwaarde deelneming aanpassen aan  Het aandeel van de investeerder in de resultaten van de geassocieerde onderneming  Opnemen in resultatenrekening van de investeerder  De wijzigingen aan eigen vermogen van de geassocieerde onderneming waarin werd ge ï nvesteerd die niet via de resultaten verlopen: herwaarderingen, koersverschillen, …  Opnemen in eigen vermogen investeerder  Vergoedingen ontvangen van de geassocieerde verminderen de boekwaarde van de participatie

12 12 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (1/12)  Bij waardering van geassocieerde ondernemingen  Uitzondering: niet van toepassing in geval  De deelneming werd gekocht en enkel gehouden met het oog op verkoop (held for sale): waardering conform IFRS 5;  Een moederonderneming (die ook een geassocieerde onderneming heeft) wordt, in het kader van subconsolidatie, vrijgesteld om een geconsolideerde jaarrekening op te stellen;

13 13 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (2/12)  Wanneer volgende voorwaarden zijn voldaan:  De investeerder is een 100 %-dochteronderneming of < 100 %-dochteronderneming:  mits informatieverstrekking aan en geen bezwaar van de aandeelhouders die de overige aandelen van de onderneming in handen hebben dat de equity methode niet werd toegepast  De aandelen van de investeerder zijn niet beursgenoteerd en een beursintroductie is niet voorzien  Een geconsolideerde jaarrekening op hoger niveau wordt opgesteld conform IAS/IFRS en is publiek beschikbaar

14 14 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (3/12)  Een investeerder zal de ‘ Equity ’ -methode niet langer toepassen  wanneer niet langer sprake van een significante invloed  De investering zal vanaf dan worden verwerkt volgens IAS 39 tenzij zij dan zou voldoen aan de definitie van dochteronderneming (IAS 27) of van een joint venture (IAS 31)  De boekwaarde van de investering op de datum waarop deze geen geassocieerde onderneming meer is, zal dan de kostprijs zijn (cfr. IAS 39)

15 15 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (4/12)  Winsten en verliezen die voortvloeien uit upstream en downstream transacties worden alleen in de jaarrekening van de investeerder opgenomen voor het aandeel van de niet- verbonden investeerders in de geassocieerde onderneming  Het aandeel van de investeerder in deze winst/verlies wordt ge ë limineerd

16 16 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (5/12)  Een investering in een geassocieerde deelneming wordt verwerkt volgens de ‘ equity ’ -methode vanaf de datum waarop de deelneming aan de definitie van geassocieerde onderneming voldoet

17 17 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (6/12)  Bij verwerving wordt enig verschil tussen de aankoopkostprijs en het aandeel in de re ë le waarde van de identificeerbare nettoactiva, verwerkt overeenkomstig IFRS 3:  Igv goodwill: wordt opgenomen in de boekwaarde van de investering  Igv negatieve goodwill: wordt opgenomen als opbrengst in P/L (maakt deel uit van ‘ het aandeel in het resultaat van de geassocieerde onderneming ’ van die periode)

18 18 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (7/12)  De investeerder past de ‘ equity ’ - methode toe op de recentste jaarrekening van de geassocieerde onderneming

19 19 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (8/12)  Datum investeerder verschilt van datum geassocieerde onderneming  Geassocieerde onderneming stelt voor consolidatiedoeleinden een bijkomende jaarrekening op, op dezelfde datum als de investeerder  Als dit praktisch niet haalbaar is, worden jaarrekeningen gebruikt die per verschillende verslagdata zijn opgesteld: aanpassingen voor gevolgen van wezenlijke transacties of andere gebeurtenissen die plaatsvinden tussen die data en de datum per wanneer de jaarrekening van de moedermaatschappij wordt opgesteld  Verschil tussen de verslagdata < 3 maanden  Verschil blijft jaar na jaar gelijk

20 20 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (9/12)  De jaarrekening van de investeerder wordt opgesteld o.b.v. uniforme waarderingsregels  Bij verschillen: waarderingsregels aanpassen!

21 21 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (10/12)  Erkenning van verliezen  Eenmaal het aandeel van de investeerder in de verliezen van een geassocieerde onderneming de boekwaarde overstijgt, neemt de investeerder zijn aandeel in de verliezen niet langer op  Als er later weer winst geboekt wordt, dan boekt men deze pas van zodra het eigen vermogen weer positief is

22 22 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (10/12)  Uitzondering:  De investeerder kan ook nog op een andere manier deelnemen in een geassocieerde onderneming: bijvoorbeeld via  Preferente aandelen  Langlopende vorderingen, schulden  Maken deel uit van de investering  Verliezen verder opnemen

23 23 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (11/12)  Bijzondere waardeverminderingsverliezen  Nadat de participatie is verwerkt conform de equity-methode past de investeerder de regels van IAS 36 toe om na te gaan of geen additionele waardevermindering moet worden erkend, d.i.  Nagaan of de boekwaarde niet hoger ligt dan de realiseerbare waarde van de investering (IAS 36)  Realiseerbare waarde: hoogste van de opbrengstwaarde of de bedrijfswaarde van de investering

24 24 Toepassing van de ‘ Equity ’ - methode (12/12)  Vaststelling opbrengstwaarde:  Fair value min verkoopkosten  Vaststelling bedrijfswaarde:  contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen dat de deelneming zal genereren, of  contante waarde van de toekomstige kasstromen die naar verwachting zullen voortvloeien uit dividenden


Download ppt "1 IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen Sadi Podevijn HIAF."

Verwante presentaties


Ads door Google