De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 5 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.5 tm 1.8.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 5 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.5 tm 1.8."— Transcript van de presentatie:

1 1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 5 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.5 tm 1.8

2 2 Doorstroom  Instroom –Hoe gaan we vacatures vervullen?  Doorstroom –Welke verplichtingen hebben werkgever en werknemer tegenover elkaar?  Uitstroom –Hoe kan de arbeids- overeenkomst worden beëindigd? Arbeidsovereenkomst bepaalde tijd Proeftijd Arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd Deeltijdwerk Uitzendkrachten Oproepkrachten Thuiswerk Zich als goed werkgever gedragen Zich als goed werknemer gedragen Loon Belastingvrije vergoedingen Verlof Doorbetaling loon bij ziekte Arbeidsongeschiktheid Arbeidsomstandigheden Beëindiging met wederzijds goedvinden Opzegging Ontbinding door kantonrechter Ontslag op staande voet Collectief ontslag Rol van het CWI

3 3 Ziekte Loon Ziektewet Loon Arbeidsongeschikt Ziektewet Arbeids- ongeschikt Wet verbetering Poortwachter Wet op de medische keuringen Regeling zwanger- schap op basis Wet Arbeid en Zorg Regresrecht Verzekering werkgever VroegerNu

4 4 Arbeidsomstandighedenwet l Terugdringen verzuim en arbeidsongeschiktheid l Doelvoorschriften (concreet geformuleerd) en middelvoorschriften (procesnormen in arbocatalogus) l Verplichtingen werkgever –Aansluiting bij arbodienst/bedrijfsarts –Opstellen risicoinventarisatie en evaluatie (RIE) –Verzuimbeleid –Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) l Aantal bevoegdheden liggen bij de or (art 12, lid 2, Arbo)

5 5 Ondernemingsraad l Wet op de Ondernemingsraden (WOR) Wet op de Ondernemingsraden (WOR) l Ook voor de overheidssector en non- profit l Per vestiging l 50 personeelsleden gemiddeld l personeelsleden: personeelsvergadering of personeelsvertegenwoordiging

6 6 Rechten OR l Overleg met de bestuurder (= persoon die leiding onderneming heeft); overlegvergadering l Recht van initiatief l Recht op informatie l Recht op advies (art. 25 WOR) –Bij onenigheid maand opschorting uitvoering besluit (art. 25, lid 6 WOR) –Beroep OR mogelijk bij ondernemingskamer (art. 26 WOR) l Recht op instemming Jurisprudentie

7 7 Vraag 5.1 Toen John Smit (18 jaar) het VMBO had doorlopen, kreeg hij werk als leerling-constructeur op het vliegveld Eelde. Voor John en de andere werknemers geldt dat zij gehoorbeschermers moeten dragen. a.De verplichting behoort tot de maatregelen op basis van de Arbeidsomstandighedenwet. b.Als Jan geen gehoorbeschermers wil dragen, is dat zijn eigen verantwoordelijkheid. c.Met het verplicht stellen van de gehoorbeschermers ontloopt het vliegveld alle mogelijke aanspraken wegen gehoorbeschadiging bij het personeel. d.De verplichting is een uitvloeisel van de Ziektewet.

8 8 Vraag 5.2 Hilde Landstra werkt als uitzendkracht bij het inlenend bedrijf Dentex BV voor een periode van zes weken. Dit conform afspraak met uitzendbureau Aktief BV. Na vier weken bij Dentex te hebben gewerkt wordt Hilde ziek. Heeft Hilde gedurende de laatste twee weken recht op loondoorbetaling? En zo ja van wie? Er is geen cao van toepassing. a.Hilde heeft recht op minimaal 70% loondoorbetaling gedurende de twee ziekteweken door Aktief BV b.Hilde heeft geen recht op loondoorbetaling c.Hilde heeft recht op volledige loondoorbetaling door Dentex BV d.Hilde heeft recht op 100% loondoorbetaling gedurende de twee ziekteweken door Aktief BV.

9 9 Vraag 5.3 De heer Volleberg verdient als directeur inkoop van de onderneming Quintet BV een bruto maandsalaris van € ,-. Gedurende de periode van 1 november 2000 tot 1 april 2001 is hij uitgeschakeld wegens een beenbreuk en kan hij niet werken. Volleberg en Quintet hebben geen specifieke afspraken gemaakt over loondoorbetaling bij ziekte en Volleberg valt niet onder de cao. a.Volleberg heeft gedurende zijn gehele ziekteperiode recht op 70% van zijn loon. b.Volleberg heeft als directeur geen recht op doorbetaling van loon. Voor een dergelijk risico moet hij zich zelf verzekeren. c.Volleberg heeft gedurende zijn gehele ziekteperiode recht op gedeeltelijke doorbetaling van loon. Dat zal echter lager uitvallen dan 70% van zijn maandsalaris. d.Volleberg heeft alleen de eerste drie maanden van zijn ziekte recht op doorbetaling van 70% van zijn loon.

10 10 Vraag 5.4 De heer Volleberg verdient als directeur inkoop van de onderneming Quintet BV een bruto maandsalaris van € ,-. Gedurende de periode van 1 november 2000 tot 1 april 2001 is hij uitgeschakeld wegens een beenbreuk en kan hij niet werken. Volleberg en Quintet hebben mondeling afgesproken, dat Volleberg bij ziekte 85% van zijn maandsalaris zal ontvangen. a.Volleberg heeft recht op 85% van zijn maandloon gedurende de gehele ziekteperiode. b.Loondoorbetaling bij ziekte is geregeld in artikel 7:631BW. c.Volleberg heeft slechts recht op 70% van het maximumdagloon. d.Een mondelinge afspraak als hier vermeld is nietig.

11 11 Vraag 5.5 De heer Volleberg verdient als directeur inkoop van de onderneming Quintet BV een bruto maandsalaris van € ,-. Gedurende de periode van 1 november 2000 tot 1 april 2001 is hij uitgeschakeld wegens een beenbreuk en kan hij niet werken. Volleberg en Quintet hebben mondeling afgesproken, dat Volleberg bij ziekte 65% van zijn maandsalaris zal ontvangen. a.Volleberg heeft recht op 70% van zijn maandloon gedurende de gehele ziekteperiode. b.Loondoorbetaling bij ziekte is geregeld in artikel 7:631BW. c.Volleberg heeft geen recht op doorbetaling van loon bij ziekte. d.Een afspraak als hier vermeld is nietig.

12 12 Vraag 5.6 Bert heeft zich ziek gemeld en reageert niet op de oproep van de arboarts om op het spreekuur te verschijnen. a.De werkgever kan het loon inhouden tot Bert bij de arboarts is geweest. b.De werkgever kan de loonbetaling opschorten tot Bert bij de arboarts is geweest. c.Bert is niet verplicht om bij ziekte naar de arboarts te gaan. Hij heeft recht op privacy. d.De arboarts bepaalt of een werknemer wel of niet arbeidsongeschikt is.

13 13 Vraag 5.7 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.De inspectie SZW ziet toe op de naleving van de Arbowet en kan bij overtreding van de wet boetes opleggen. II.Het dienstverband met een werknemer die in dienst is voor bepaalde tijd loopt door als deze werknemer ziek is op het moment dat de afgesproken periode voor zijn dienstverband is verstreken. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

14 14 Vraag 5.8 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Volgens de Wet verbetering poortwachter moeten werkgevers hun zieke werknemers twee jaar lang 70% van het laatste loon doorbetalen. Als een werkgever niet kan aantonen dat hij zich volgens de verplichtingen van de Wet verbetering poortwachter voldoende heeft ingespannen om een werknemer te laten re-integreren, dan kan hij verplicht worden om ook het derde jaar loon door te betalen. II.Een oproepkracht heeft recht op minimaal drie uur loonbetaling per oproep. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

15 15 Vraag 5.9 Mevrouw Drievin werkt als receptioniste/telefoniste in een groot psychiatrisch ziekenhuis. Tot haar taken behoort ook het ophalen van de post in de centrale postkamer en de distributie daarvan over de verschillende gebouwen die op het terrein staan. Tijdens een van haar rondes struikelt mevrouw Drievin op het pad dat is aangelegd van paviljoen B naar paviljoen H. Omdat zij haar armen vol had met postpakketten, zag zij niet dat de ene tegel iets hoger was dan de andere. Ten gevolge van de val breekt mevrouw Drievin haar enkel op verschillende plaatsen. De schade bedraagt € a.Mevrouw Drievin heeft niet goed opgelet. Ze moet nu zelf de schade betalen. b.Mevrouw Drievin kan zich melden bij het UWV ter verkrijging van vergoeding van de schade. c.Mevrouw Drievin kan haar werkgever aan ex art. 7:658 BW aanspreken tot vergoeding van de geleden schade. d.Mevrouw Drievin kan haar werkgever aanspreken uit hoofde van een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW)

16 16 Vraag 5.10 Jantien Noordam werkt in de generatorenkamer van Elektriciteitsbedrijf Amu bv. Ze is daarbij verplicht een helm te dragen. Het werk vindt Jantien prachtig, maar die helm vindt zij niets omdat daardoor haar haar aan het einde van de dag 'niet zit'. Meestal heeft ze dan ook tijdens het werk geen helm op. Ook niet op die fatale dag, toen er van grote hoogte een stuk gereedschap naar beneden viel, bovenop Jantiens hoofd. Pas twee jaren na het incident wordt Jantien weer arbeidsgeschikt verklaard en dat mag nog een wonder heten. De totale schade is € Zij wil deze op Amu bv ex art. 7:658 BW verhalen. Amu bv weigert echter te betalen omdat - zo stelt zij - Jantien eigen schuld aan het bedrijfsongeval had. Hoe beoordeelt u dit verweer? a.Jantien heeft zelf nadrukkelijk risico’s genomen door geen helm te dragen. Amu heeft gelijk. b.Jantien is nalatig, maar niet roekeloos geweest. Amu zal de schade moeten vergoeden. c.Amu heeft voldoende maatregelen genomen om de veiligheid van het personeel te waarborgen. Jantien zal de kosten zelf moeten dragen. d.Artikel 7:658 BW is ¾ dwingend recht. Er bestaat dus de mogelijkheid dat Amu de eigen aansprakelijkheid heeft uitgesloten.

17 17 Vraag 5.11 Willem Schalken werkt als uitzendkracht bij shampoofabriek Dubbel Aktief bv. Hij moet daar proefjes doen met chemische stoffen, teneinde te testen hoe de huid daarop reageert. Door een overduidelijke fout van Dubbel Aktief bv raakt de huid van de arm van Willem ernstig verbrand bij een van de proefjes. De schade is € Willem wendt zich tot Dubbel Aktief bv en wil deze kosten vergoed zien. 'Je moet niet bij ons zijn, maar bij het uitzendbureau' reageert de afdeling Personeelszaken van Dubbel Aktief. Maar het uitzendbureau wijst de vergoeding van de €4.000 ook van de hand. 'Je moet niet bij ons zijn, maar bij het inlenend bedrijf', aldus het uitzendbureau. Wie heeft gelijk? a.Willem moet bij het uitzendbureau zijn met zijn claim. b.Willem kan zowel Dubbel Aktief als het uitzendbureau aanspreken. c.Willem moet bij Dubbel Aktief zijn met zijn claim. d.Waar Willem zijn schade moet claimen is afhankelijk van de overeenkomst tussen het uitzendbureau en Dubbel Aktief.

18 18 Vraag 5.12 Aanneembedrijf Biggo bv heeft de opdracht gekregen een groot flatgebouw in Aalsmeer te bouwen. Als reeds vier verdiepingen in de steigers staan, komt de Arbeidsinspectie een kijkje nemen. Zij wijst onder andere op een trap die opgesteld staat om van de derde naar de vierde verdieping te komen. De trap blijkt half verrot en zonder leuning. De Arbeidsinspectie draagt Biggo bv dan ook op terstond een aluminiumladder te plaatsen. Deze staat er binnen drie dagen, maar de oude trap wordt niet verwijderd. Aan het begin van de dag dat de nieuwe ladder er staat heeft de opziener alle werknemers bij zich geroepen. 'Die trap daar', zegt hij en wijst op de oude, 'is afgekeurd’. Jullie moeten voortaan de ladder nemen.' Daar blijft het bij. Jelle Nijbrug is een van de werknemers van Biggo bv. Aan het einde van die ochtend wil hij van de derde naar de vier­de etage en neemt gedachteloos de (oude) trap. Halverwege schiet hij door een (verrotte) trede en verlies zijn evenwicht. Hij valt naar beneden en komt met een smak op het dak van een bouwkeet terecht. Jelle komt blijvend in een rolstoel terecht. De schade is uiteraard enorm. Hij vordert dan ook € van zijn werkgever ex art. 7:658 BW. a.Jelle Nijbrug zal in deze procedure moeten stellen en bewijzen dat Biggo bv nalatig is geweest. b.Biggo bv zal moeten stellen en bewijzen dat Jelle nalatig is geweest. Zo niet dan draait Biggo bv voor de schade op. c.Biggo bv kan aan de aansprakelijkheid voor de schade ontkomen door er op te wijzen dat in casu volledig aan de zorgplicht, zoals in art. 7:658, lid 1, beschreven, is voldaan. d.Biggo bv zal voor de schade aansprakelijk zijn, omdat Biggo nv niet kan aantonen dat volledig aan de zorgplicht ex art. 7:658, lid 1, is voldaan.

19 19 Vraag 5.13 Esther Swager is werkzaam als activiteitenbegeleidster in verpleegtehuis De Eilanden te Dordrecht. In dat tehuis werken 55 personeelsleden: 30 in de verzorging, 6 in de keuken, 4 bij de technische dienst en 15 (waaronder Esther) bij de verzorgingsondersteunende dienst. In tegenstelling tot de directie is Esther van mening dat er ten behoeve van het verpleegtehuis een or moet komen. Zij neemt zich voor er alles aan te doen om de instelling van een or gerealiseerd te krijgen. a.Het gaat hier niet om een onderneming. Er is dus geen verplichting een or in te stellen. b.In het tehuis werken onvoldoende personen om te komen tot de verplichting een or in te stellen. c.De directie zal het verzoek van Esther moeten honoreren en een or moeten instellen. d.Esther kan een vordering tot instelling van een or indienen bij de rechtbank, sector civiel.

20 20 Vraag 5.14 Directeur Verspringen van Possimus bv komt enigszins in paniek bij u. In het diepste geheim heeft hij fusiebesprekingen gevoerd met een van zijn concurrenten, Prometeus bv. 'Samenwerken en samenvloeien is in de huidige tijd van internationalisering en globalisering beter dan elkaar doodconcurreren', aldus Verspringen. Maar wat is het geval? Nadat hij de or van zijn 150 personeelsleden tellende onderneming had meegedeeld dat zij over twee maanden een begin met de fusie zouden maken, kreeg Verspringen de wind van voren. De or stelde zich op het standpunt dat 1) met betrekking tot de fusie de or recht heeft op advies en 2) dat de or met betrekking tot de fusie alle relevante informatie wilde hebben. 'Dit is toch onjuist?' vraagt Verspringen u. 'Mag ik, ondernemer, niet eens zelfstandig beslissingen nemen?' a.De or heeft gelijk met zijn standpunt dat hij recht op advies heeft met betrekking tot de fusie. b.De or heeft geen adviesrecht voor wat betreft de fusie, maar wel recht op de gevraagde relevante informatie. c.De or kan beroep instellen bij de sector kanton van de rechtbank als Verspringen een besluit neemt zonder het advies aan de or te hebben gevraagd. d.De or van Possimus bv zal bestaan uit 9 leden

21 21 Vraag 5.15 Bestuurder Kruis van Kilt bv wil voor de onderneming in Vianen (alwaar 225 mensen werkzaam zijn) een prestatiebeloningssysteem invoeren. 'Al die vaste maandsalarissen sporen te weinig aan tot een maximale prestatie', aldus Kruis. Omdat dit principebesluit vermoedelijk wel op enig verzet in de onderneming zal stuiten en zeker ook bij de or, wendt Kruis zich tot u. U bent werkzaam op de afdeling Personeelszaken. Hij vraagt u vooral naar het medezeggenschapstraject te kijken. a.De or heeft op grond van artikel 27 WOR het recht op instemming bij de invoering van een prestatiebeloningssysteem. b.De invoering van een prestatiebeloningssysteem kan slechts plaats vinden via afspraken in een cao. c.De or heeft op grond van artikel 27 WOR het recht op advies bij de invoering van een prestatiebeloningssysteem. d.Bestuurder Kruis moet de or tijdig informeren over de invoering van het prestatiebeloningssysteem. Als hij dat heeft gedaan kan hij zelfstandig beslissen tot invoering.

22 22 Vraag 5.16 In welk van de onderstaande gevallen bestaat voor de werknemer (of bij doorbetaling van loon aan de werknemer voor de werkgever) geen recht op een uitkering uit hoofde van de Ziektewet. a.De werknemer die met zwangerschapsverlof is b.De werknemer met een aanstelling voor onbepaalde tijd, die inmiddels een maand ziek thuis is vanwege een gecompliceerde beenbreuk. c.De werknemer met een aanstelling voor bepaalde tijd, wiens aanstelling inmiddels door tijdsverloop is geëindigd, maar die nog steeds ziek thuis zit vanwege een herseninfarct in de laatste maand van zijn dienstverband. d.De werknemer met een aanstelling voor onbepaalde tijd, die actief is op basis van een zogenaamde no-risk polis, en inmiddels vanwege een burn out al vier maanden ziek thuis is.

23 23 Vraag 5.17 De maximale arbeidsduur gedurende een week voor een werknemer van 18 jaar of ouder bedraagt: a.40 uur b.50 uur c.55 uur d.60 uur

24 24 Vraag 5.18 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Bij een werktijdverkorting, waarvoor ontheffing is verkregen van het ministerie SZW, ontvangt de werkgever een compensatie voor de loondoorbetaling voor de niet gewerkte uren op basis van de Arbeidstijdenwet. II.Een werkgever kan het loondoorbetalingsriscico gedurende de eerste 104 weken ziekte van zijn werknemers herverzekeren. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

25 25 Vraag 5.19 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.De basis voor het arbobeleid binnen een onderneming is het Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO). II.In een ondernemingsovereenkomst kan een ondernemer met de OR afspraken maken met de OR over het toekennen van extra bevoegdheden aan de OR boven de wettelijke bevoegdheden en de bevoegdheden in een cao (voor zover van toepassing). a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

26 26 Vraag 5.20 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Procesvertegenwoordiging is bij de sector kanton van de rechtsbank niet verplicht. II.Een lid van een OR kan niet worden ontslagen anders dan bij collectief ontslag. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist

27 27 Vraag 5.21 Jan ter Haar werkt als oproepkracht voor Sligra bv vanaf 1 mei Hij heeft in mei 20 uur gewerkt, in juni 15 uur en in juli 25 uur. Jan stelt zich nu op het standpunt dat hij van Sligra bv in augustus een inzet mag verlangen van 20 uur. a.Jan heeft als oproepkracht niets te verlangen. Hij moet afwachten wanneer Sligra bv hem weer nodig heeft. b.Jan heeft er zonder meer recht op, dat hij vanaf 1 augustus 2011 voor tenminste 20 uur wordt opgeroepen. c.Jan kan zijn verlangen onderbouwen met een zogenaamd “rechtsvermoeden”, maar dat betekent niet dat hij zonder meer recht heeft op een inzet van tenminste 20 uur. d.Jan kan zich beroepen op art a BW en daarmee rechtens een inzet van tenminste 20 uur afdwingen.

28 28 Vraag 5.22 Beoordeel de twee onderstaande stellingen op juistheid. I.Als het aantal werknemers binnen een onderneming daalt onder de 50, houdt een OR onmiddellijk op te bestaan. II.De WOR geldt zonder enige beperking ook voor de publieke sector. a.I en II zijn juist b.I is juist en II is onjuist c.I is onjuist en II is juist d.I en II zijn onjuist


Download ppt "1 ARBEIDSRECHT HRM-VT 1 e jaar LES 5 Mr. Eppo van Koldam Module II, par. 1.5 tm 1.8."

Verwante presentaties


Ads door Google