03/04/2017 Duurzame landbouw en functionele biodiversiteit; logische combinatie of moeizaam spanningsveld? Henk Siepel.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
OP DE VIERKANTE METER.
Advertisements

Habitatrichtlijn Wat wil ze bereiken?  Specifiek: habitats en soorten van Europees belang in een gunstige staat van instandhouding behouden of herstellen.
Delft Bouwt vrijdag 18 november Als denkoefening: “Met de Woonvisie als uitgangspunt, hoeveel woningen zijn nodig tot 2020?”
De Vlaamse audiovisuele sector: een socio- economische profilering Isabelle De Voldere Hans Everaert.
P. Cleveringa Het Veengenootschap. P. Cleveringa Het Veengenootschap.
Wel of niet ingrijpen? Onderzoek naar verbanden tussen bodemvormende processen, vegetaties en nutriënten Annemieke Kooijman Institute for Biodiversity.
Hoofdlijnen  Biodiversiteit Hoofdlijnen Natuurrapport 2007  Verstoringen/bedreigingen  Duurzaam gebruik.
H1 Landschapszones De aarde als systeem
Planten hebben licht nodig om te groeien en om bladgroen aan te maken.
Dertig jaar natuurontwikkeling op fosfaatverrijkte gronden Rolf Kemmers Centrum Bodem Van Determinisme naar Laisser faire ?
Vitamine G1 Effecten van een groene omgeving op gezondheid, welzijn en sociale veiligheid J. Maas.
GrondGebruiks modellering, Toepassing Land Use Scanner in Suriname.
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Firma Kager.
Wat kost de EHS ons als de EHS klaar is ? Een verkenning Aris Gaaff, Henk Smit, Arianne de Blaeij Ruimteconferentie 3 november 2009.
Nutriënten Management Instituut B.V. Postbus 250, 6700 AG Wageningen T: E: I: SKB-Showcase De bodem als basis.
Landelijk gebied in ontwikkeling. Drijvende krachten: Profit  Wereldwijd stijgende vraag food-feed-fuel; stijgende wereldmarktprijzen  West-europese.
bomen in de akkers voor meer rendement
In de vaart der volkeren
Paragraaf 2.3 Inspelen op de natuur.
Werking van ecosystemen
Ecologie VWO 5.
Ecosystemen Hoofdstuk 3.
Peter Schwartz The art of the long view stappenplan
De omvang van genetische verarming in bedreigde plantensoorten in Nederland: een praktijkvoorbeeld Cursus Populatiegenetica en Evolutiebiologie 2002.
De Lorenzcurve In deze les wordt uitgelegd hoe de Lorenzcurve werkt.
Inhoud van een ontheffingsaanvraag. Kenmerken van het project Kenmerken van de omgeving versus Effecten van het project Toetsen aan welke criteria.
CO 2 is, in tegenstelling tot andere emissies zoals NO X, fijn stof, en CO), geen ongewenst neveneffect van de verbranding. CO 2 is geen vervuilend gas.
Indonesië.
P 3.2 Kwetsbaar ecosysteem
Basisboek BB 88: wereldecosystemen
Recreatieve betekenis van de EHS
Herijking van de Ecologische Hoofdstructuur Toelichting op PBL-analyses en beleidsopties voor Provinciale Staten en de Manifestpartners in Gelderland Jeannette.
Inkomen Begrippen + 6 t/m 10 Werkboek 6. 2 Begrippen Arbeidsverdeling Verdeling van het werk in een land.
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
M3F-MATEN - Gewichten en lengtematen
Meebewegen met landelijke ontwikkelingen Keuzes vastleggen Helderheid
Themabijeenkomst Megastallen Cuijk Milieuvereniging Land van Cuijk Wim Verbruggen mei mei 2011.
De huismuis Door Hanne en Chiara.
EU-scoping study Biodiversiteitscampagne Belangrijkste conclusies.
“De 10 groene geboden”. Huidige stand in ons gebied Bedreigingen: alles moet overal kunnen mentaliteit Gevolg  nivellering van het typische landschap.
413 – ECOLOGIE.
Kracht van Koeien Springplank naar een duurzame (melk)veehouderij Oplossingen beoordelen Wageningen UR Livestock Research.
Wat betekent bodem voor de landbouw en landbouw voor de bodem?
Monitoring van bodemvocht- en grondwaterkwantiteit door de Vlaamse Milieumaatschappij Niet alleen eten, maar ook drinken.
1 Thema 3 Mens en milieu B1 en B2.
30 jaar Nederlands mestbeleid
7 Ecologie ©JasperOut.nl.
Vakdagen nHWBP Workshop natuur(wetgeving) 28 november 2013, prof. mr. A.A. Freriks.
Consequenties van gewijzigd Rijksbeleid Presentatie door Paul Strijp sectormanager natuur, recreatie en landschap van de provincie Noord-Holland.
Ontwikkelingen in de veehouderij innovaties en afwegingen Monica Commandeur 4 juni 2010.
Ecologie Thema1.
Poolgebieden.
Provinciaal Meerjarenprogramma (pMJP) Essentie WILG: sturingsfilosofie Het rijk stuurt op hoofdlijnen De provincies heeft de regierol: Provincie.
Naar een CO2-arm Groningen in 2035
Outdoor Advanced - Specialist Tuin en Openbaar Groen 3.1,
Opdrachten Overzicht.
Een Blauw Groen fundament
Samenleving en overheid
Inpassing BIO in toekomstig GLB; workshop Driebergen, 5/
Synbiosys/PNV.
Natuur in Nederland Hoe gaat het met de natuur in Nederland?
Buitenlesdag - QUIZ Met de steun van:.
Thema 3 ecologie.
Beleid landelijk gebied
413 – ECOLOGIE.
De natuur in Nederland Hoe gaat het met de natuur in Nederland?
Effect landgebruik in de melkveehouderij, grasland en bouwland, op bodemkwaliteit Nick van Eekeren.
VOS, FOS en OEB.
Natuurinclusieve landbouw
De bodem leeft!.
Transcript van de presentatie:

03/04/2017 Duurzame landbouw en functionele biodiversiteit; logische combinatie of moeizaam spanningsveld? Henk Siepel

Wat zijn de randvoorwaarden? Vanuit het (inter)nationale beleid: Conventie behoud biodiversiteit (verdrag van Rio de Janeiro) Conventie van Bern, Vogel- en Habitatrichtlijn Kaderrichtlijn Nitraat, Kaderrichtlijn Water Flora- en Faunawet, Natuurbeschermingswet Vanuit de landbouwproductie: voldoende productie tegen een aanvaardbare prijs-kwaliteit verhouding een inkomen voor de ondernemer passend bij werk en investering

Hoe groot is de diversiteit in Nederland? 03/04/2017 Diersoorten: Gewervelde dieren 457 Insecten 17.455 Overige geleedpotigen 3.147 Overige ongewervelden 3.384 Plantensoorten: Vaatplanten 1.450 Mossen en levermossen 507 Schimmels: Macrofungi 3.500 Eencelligen: 3.800 Protista: 1.150 Totaal: ca. 35.000

Verdeling van de meest onderzochte soorten 03/04/2017 Diersoorten: Gewervelde dieren 457 Insecten 17.455 (ca. 100) Overige geleedpotigen 3.147 Overige ongewervelden 3.384 Plantensoorten: Vaatplanten 1.450 Mossen en levermossen 507 Schimmels: Macrofungi 3.500 Eencelligen: 3.800 Protista: 1.150 Percentage: 6% (fauna: 2%)

Wat is functioneel in de biodiversiteit? 03/04/2017 Verloop van essentiële processen binnen het ecosysteem primaire productie afbraak van organische stof predatie van herbivoren (potentiële plaagsoorten) bestuiving van planten verspreiding van zaden ….

De functionaliteit in beeld 03/04/2017 Overlevingsstrategieën van soorten zijn afgestemd op de omgeving Veranderingen in de omgeving bepalen of soorten daar nog wel of niet meer voor kunnen komen De vertaalslag tussen het voortbestaan van soorten en omgevingsverandering zit in de overlevingsstrategieën van de daar levende soorten Twee beleidsvragen uitgewerkt in voorbeelden: 1. Is de groene dooradering van het landelijk gebied effectief voor het behoud van de biodiversiteit buiten de EHS? 2. Is de bodembiodiversiteit in Nederland nog voldoende om de natuurlijke Life Support Functions te vervullen (bv. decompositie, plaagregulatie, etc.)

Is de groene dooradering van het landelijk gebied effectief voor het behoud van de biodiversiteit buiten de EHS? 03/04/2017 Wat zijn de meest gevoelige overlevingsstrategieen? Soorten met geen of een geringe mobiliteit Soorten met een langdurige ontwikkeling

Biodiversiteit in relatie tot dooradering met houtwallen Lengte van de dooradering van houtwallen in km per km2 Aantal soorten per lengte-eenheid

Biodiversiteit in relatie tot dooradering met greppels Lengte van de dooradering met greppels in km per km2 Aantal soorten per lengte-eenheid

Conclusie voorbeeld 1 03/04/2017 De mate van dooradering heeft een positief effect op de biodiversiteit van de meest gevoelige groepen De factor perceelsgrootte is dus van belang voor het behoud van de biodiversiteit in het landelijk gebied

Is de bodembiodiversiteit in Nederland nog voldoende om de natuurlijke Life Support Functions te vervullen (bv. decompositie, plaagregulatie, etc.) 03/04/2017 Belangrijkste voedselgilde voor de decompositiefunctie zijn de fungivore en herbofungivore grazers

Welke overlevingsstrategieën hebben de soorten uit deze voedselgildes? 03/04/2017 Zeer mobiele (foretische) soorten uit de bodemfauna zijn aangepast aan een snel beslag op voedselbronnen. Ze hebben een snelle ontwikkeling, hoge eiproductie en grote mobliteit, dus een hoge voedselkwaliteit nodig zoals dierlijk weefsel, bacteriën, of celinhoud van schimmels (zoals bv. fungivore browsers) Anderzijds zijn soorten die aangepast zijn aan lage voedselkwaliteit (zoals fungivore grazers) nooit foretisch, hun mobiliteit is beperkt tot het eigen loopvermogen of passieve verspreiding door bv. stromend water

Vertaling van deze overlevingsstrategieën naar een kaartbeeld van Nederland 03/04/2017 1. Grote dynamiek is slecht voor niet mobiele soorten dus bij frequente grondbewerkingen zullen deze verdwijnen; in kaartbeeld landbouwgrond met > 200 kg N/ha/jr 2. De microarthropoden-schimmel route in afbraak van organische stof wordt relevant bij een pH < 4,5; in kaartbeeld zandgronden met weinig buffercapaciteit 3. Bij (winterse) plas-dras situtatie hebben weinig mobiele soorten een goede passieve verspreidingsmogelijkheid; in kaartbeeld gronden met niet oppervlakkig grondwater

Verwachte lage bodembiodiversiteit in kaart 03/04/2017

Toets 50 random punten versus referentie (1)

Toets 50 random punten versus referentie (2)

Conclusie voorbeeld 2 03/04/2017 De intensiteit van grondgebruik heeft een negatief effect op de biodiversiteit van de functionele groepen in de bodem en staat daarmee op gespannen voet met natuurlijke processen zoals decompositie. De omvang van het probleem is in kaart te brengen en vervolgens te toetsen op juistheid van de aannames.

Algemene conclusies: 03/04/2017 Intensivering van het grondgebruik staat op gespannen voet met het behoud van biodiversiteit in het landelijk gebied, zowel via het mechanisme van perceelsvergroting, als via frequentere bewerkingen De internationale verdragen resulteren voor Nederland impliciet in een plafond van de landbouwproductie voor zover die grondgebonden is

Mogelijke oplossingsrichting: Kies voor een duidelijke tweedeling in de landbouw: grondgebonden open landbouw met hoge productkwaliteit (niche markten) en groene en blauwe diensten (recreatieve beleving, behoud biodiversiteit, en waar mogelijk waterberging) industriele landbouw in gesloten gecontroleerde eenheden, zoals kassystemen, intensieve veehouderij, etc. op planologisch goed geselecteerde plaatsen rekening houdend met logistiek, verwerking, afzet, veterinaire aspecten, etc.

03/04/2017 Met dank aan: Gerard Jagers op Akkerhuis, Ruud van Kats, Dennis Lammertsma, Jan Burgers en Georgos Martakis © Wageningen UR