Door: Huub Kurstjens (Cito)

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
HET CSE NEDERLANDS. Je spreekt toch al jaren
Advertisements

Bijeenkomst 3 Hoe bouw je een les op en hoe houd je hierbij rekening met het leren van leerlingen?
Toetsen en leerlijnen in nieuwe scheikunde
HET CURRICULUM VITAE = VISTEKAARTJE NUMMER 2
Zakelijk lezen Nederlands.
Historisch redeneren en denken vakdidactiek 21-3
Forumdiscussie met uitgevers van biologiemethoden
Nederlands Gymnasium Centraal examen 2011.
MET DANK AAN COLLEGA’S IN DEN LANDE ! vee 2012
Hoe maak je schooltaal toegankelijk?
Kennis verbreden en verdiepen
Kennis verbreden en verdiepen
Workshop “Beoordelen”
Omgaan met bronnen over het Midden-Oosten
voor familie en vrienden van
Workshop evalueren Dcp
De aangepaste syllabus:
Door: Gerard Rozing (CvTE)
Historische Context Duitsland in het nieuwe examen geschiedenis Geert van Besouw Hanneke Tuithof Bjorn Wansink Ik ben Hanneke Tuithof. Vakdidacticus geschiedenis.
verhoudingen – breuken – procenten - kommagetallen
Kritisch denken ‘vertaald’
Verschillende rollen en stijlen
Tekstbronnen Wat moet je er mee?. Lees de vraag Welke informatie heb je nodig? Weet je al iets over dit onderwerp? Over welke tijd gaat het? Over welk.
SLO ● nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Herziening examenprogramma en syllabus Albert van der Kaap
Toetsen van de concept-contextbenadering bij maatschappijwetenschappen
CONCEPT CHECKS & FAST FEEDBACK
Expertiseteam Toetsenbank 1. Doel van vragen stellen 2. Welke soorten vragen zijn er 3. Veel voorkomende fouten 4. Zelf een vraag maken 5. Zelf een vraag.
Meten is weten? Do’s en don’ts van mondeling examineren Lisa De Jonghe Dienst Onderwijs Geneeskunde.
Bijeenkomst 3.  Welkom en vragen  Terugblik thema  Doelen  Verwerken van het huiswerk  Leerdoelen formuleren  Taxonomie van Bloom  Huiswerk.
Hoe zet je leerlingen aan het werk?
Toetsing en toetsontwikkeling
? (Periode-) taak ?.
Uitleg bij de vragenlijst Veiligheidsbeleving
Een tijdlijn maken met ICT
Psychomotorische taxonomie
KRITISCH DENKEN 10 Co-premissen I © Kritisch Denken.
Meest voorkomende vragen bij examenteksten.
Gesprekstechnieken Trainers: Jasper Kroeger Tom Kievit
Leerwerkplan EM2X Daphne Keller.
Meest voorkomende vragen bij examenteksten.
Oefening met atlas en kaarten
Dide Breuer.
EXAMEN 2015 “ANDERS” + DE GOUDEN TIPS.
Albert van der Kaap 4 november 2016
De aangepaste syllabus:
Door: Gerard Rozing (CvTE)
Onderwijspsychologie
Het verschil tussen werkomschrijving en bestek?
Financiële zelfredzaamheid
Het centraal examen vmbo, sprong in het duister of voorspelbaar?
Informatie voor de scholingsgroepen Hogeschool Inholland
Handelsvormen Werkvorm: woordwiel.
Van leerdoel tot les Door Femke Loos.
Leren van leerlingen en de opbouw van een les
Stellingen Het VMBO-examen verandert m.i.v. examen 2018
Toetsing Vakdidactiek 2.
Historisch redeneren in combinatie met Taalgericht vakonderwijs
Hoe laat ik leerlingen in de les leren?
Historisch redeneren + taalgericht vakonderwijs (bijeenkomst 3)
Evalueren om te leren vs. evalueren van het leren
Dick Hennink Kees Beers
Methodisch handelen Week 1. Methodisch handelen Week 1.
Leerwerkplan EM2X Daphne Keller.
Bronnen beoordelen op bruikbaarheid. Stap 1 Wat is de (onderzoeks)vraag? De bron moet passen bij de vraag die je gaat beantwoorden.
Het centraal eindexamen geschiedenis
Onderwijskunde en vakdidactiek
Hoe leer je geschiedenis?
Hoe laat ik leerlingen in de les leren?
Dick Hennink Kees Beers
Transcript van de presentatie:

Door: Huub Kurstjens (Cito) Hoe maak je goede toetsvragen in combinatie met de veranderingen in de nieuwe syllabus? Door: Huub Kurstjens (Cito) en Gerard Rozing (CvTE)

Vijf ‘veranderingen’ in benadering: Nieuwe contexten combineren met bestaande kennis Overall-vragen, zowel horizontaal in de stof als verticaal in de tijd Nieuwe examenstof Nieuwe vraagstellingen Het gebruik van kernbegrippen SI die voorafgaan aan de inhoudelijke examenstof

Verandering 1: Vragen die gebaseerd zijn op (nieuwe) contexten waarbij een link gelegd kan worden naar enkele omschrijvingen in de syllabus.

Verandering 2: Overall-vragen: zowel verticaal in de tijd (van 1848 tot nu) als horizontaal in de stof (dwars door Staatsinrichting, geschiedenis van Nederland en Historisch Overzicht van Europa heen).

Verandering 3: Vragen die gaan over ‘nieuwe’ stof (denk aan Nederland tussen 1848 en 1900, of: aanvullingen van de stof bij het Interbellum, of: nieuwe toegevoegde begrippen).

Verandering 4: Nieuwe vraagstellingen die o.a. te maken hebben met het toetsen van vaardigheden, zoals historisch redeneren.

Verandering 5: De toepassing van de kernbegrippen SI (uit de voorlooptekst) op de rest van de examenstof.

Opdracht: Maak bij één van de vijf ‘veranderingen’ een open vraag, alsof het een examenvraag is, en gebruik daarbij de syllabus van 2018 (alleen voor GTL). Aandachtspunten: Bij welke ‘verandering’ wil je een vraag maken? Bedenk een toetsdoel bij de vraag. Welke eindterm uit de syllabus hoort bij die vraag? Maak een correctievoorschrift bij de vraag. Geef aan hoeveel scorepunten er te behalen zijn en wanneer die toegekend mogen worden.

Enkele tips: Deze workshop ging over: het maken van open vragen (+ cv) op basis van de nieuwe syllabus en toegespitst op enkele ‘veranderingen’ Waar moet je bij het maken van open vragen rekening mee houden? Enkele tips!

Het construeren van open vragen Algemeen: Formuleer een toetsdoel behorend bij de leerstof. Bepaal of en zo ja welke vaardigheid getoetst wordt. Bepaal de vraagvorm (open of gesloten). Formuleer de introzin(nen) en de vraag. Formuleer het gewenste antwoord. Bepaal het gewicht/de score van de vraag, ook in relatie tot de hele toets. Controleer aan het eind of het toetsdoel in het antwoordmodel bereikt/te herkennen is.

Het formuleren van de vraag De vraag mag niet voor meer uitleg vatbaar zijn. Splits de vraag op in een informatiegedeelte en een vraaggedeelte. Werk met intro’s als de vraag te lang dreigt te worden.

Het formuleren van het antwoord Maak gebruik van duidelijke antwoordinstructies. Maak duidelijk hoe volledig het antwoord moet zijn. Geef de (deel)scores/scorepunten aan. Zet een leerling niet op het verkeerde spoor.

Een vraag kan voor meer uitleg vatbaar zijn Voorbeeld: Waarom brengt de NOS ieder jaar aan het eind van het jaar een jaaroverzicht op de televisie? waarom: nuttige overzichtsinformatie NOS: behoort tot haar publieke taken ieder jaar: gewoonte, traditie geworden eind van het jaar: het is het beste moment voor een terugblik jaaroverzicht: langere periode dan week of maand op de televisie: beeld spreekt meer aan dan geluid

Opsplitsing informatiegedeelte en vraaggedeelte Informatie: De NOS brengt ieder jaar aan het eind van het jaar een jaaroverzicht op de televisie. Vraag: Geef één reden waarom … (en vervolgens vragen naar het bedoelde onderdeel).

Onduidelijke vraaginstructies Probeer eens uit te leggen waarom … Kun je aangeven op welke manier… Waarom brengt de NOS … Hoe kwam …. aan de macht? Wat is het beste antwoord? enz.

Onduidelijke vraaginstructie met ‘hoe’: Hoe kwam Hitler aan de macht in Duitsland? ‘Hoe’ alleen gebruiken in combinatie met -lang, -veel, -ver (concreet dus) of bij meerkeuzevragen (slechts één antwoord juist). Hoe alleen in combinatie met lang of veel of ver .

Onduidelijke vraaginstructie met ‘waarom’: Waarom is een brandweerwagen rood? Waarom is de lucht blauw? Waarom is een ijsbeer wit? doel / functie / oorzaak / reden Bas Haring, Kaas & de evolutietheorie, Antwerpen 2001

Algemene Vraagformuleringen Kort-antwoord vragen: Noem (concreet), geef (abstract), hoeveel (enz.) Lang-antwoord vragen: Leg uit (waarom/waardoor), toon aan dat, verklaar waarom/waardoor (enz.)

Handelingswerkwoorden Veelgebruikte handelingswerkwoorden in open vragen zijn: uitleggen verklaren beargumenteren toelichten beschrijven aangeven Maar is ook altijd duidelijk wat ermee bedoeld wordt, wat de verschillen zijn en wat voor soort antwoord een kandidaat moet geven?!

Beweringen en vergelijkingen bewering, stelling of mening: Een in de intro opgeworpen (soms aanvechtbare) uitspraak/bewering moet door de kandidaat met argumenten worden bevestigd, genuanceerd of ontkracht. vergelijking (bijvoorbeeld enerzijds-anderzijds; voorstanders-tegenstanders): Meerdere aspecten dienen naast elkaar in het antwoord te worden opgenomen.

Voordelen open vragen: Rijkere toetsvorm: meer vaardigheden Vrijheid/ruimte bij de beantwoording

Nadelen open vragen: Je toetst ook schrijfvaardigheid. De beoordeling kan per docent verschillen. De correctie is tijdrovend.

Voor op- en aanmerkingen: Vragen? Ziet u het nog zitten? Dank voor uw aandacht! Voor op- en aanmerkingen: E-mail: Huub.Kurstjens@Cito.nl en grozing@planet.nl