De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1. Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij', En brullend klaag in d' angsten die ik lij', Dus.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1. Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij', En brullend klaag in d' angsten die ik lij', Dus."— Transcript van de presentatie:

1

2

3

4

5

6

7 1. Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij', En brullend klaag in d' angsten die ik lij', Dus fel geslagen? 't Zij ik, mijn God, bij dag moog' bitter klagen, Gij antwoordt niet; 't Zij ik des nachts moog' kermen. Ik heb geen rust, ook vind ik geen ontfermen In mijn verdriet.

8 6. Wees dan mijn hulp; houd U niet ver van mij; Mij prangt de nood, benauwdheid is nabij; 'k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij', Geen hulp te wachten. Een stierenheir uit Bazan, sterk van krachten, En fel verwoed, Omringt m' aan alle zijden; Mijn God, hoe zwaar, hoe smart'lijk valt dit lijden Voor mijn gemoed!

9

10

11 Refrein Aan uw voeten Heer, is de hoogste plaats; Daarom kniel ik neer bij U. Om bij U te zijn is de grootste eer, Daarom buig ik mij voor U.

12 Ja ik verkies nu om bij U te zijn, En om naar U te luist’ren. In plaats van altijd maar weer bezig te zijn, Kom ik nu tot U, o Heer. Refrein Aan uw voeten Heer, is de hoogste plaats; Daarom kniel ik neer bij U. Om bij U te zijn is de grootste eer, Daarom buig ik mij voor U.

13 Mijn hart verlangt ernaar om samen te zijn, Hier in een plaats van aanbidding, In Geest en waarheid samen één te zijn, In aanbidding voor U. Refrein Aan uw voeten Heer, is de hoogste plaats; Daarom kniel ik neer bij U. Om bij U te zijn is de grootste eer, Daarom buig ik mij voor U.

14 Zoals een vader die zijn kind omarmt, Ja, zo omarmt U ook mij. U bent een Vader die vertroost en beschermt. En ik kom tot rust bij U.

15

16

17  In de eerste plaats gaat het om het kennen, lief hebben en vertrouwen van de drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest. Dat betekent, dat de relatie met God belangrijker is dan het vervullen van onze verlangens en het oplossen van onze problemen.

18  In de tweede plaats worden wij uitgenodigd om ons aan God toe te vertrouwen met onze materiële, lichamelijke, psychische en geestelijke problemen, in de overtuiging, dat God ons kent, het goede wil en alles kan. Tegelijkertijd is God vrij, helemaal vrij.

19

20  Vraag 116: Waarom hebben de christenen het gebed nodig?  Antwoord: Omdat het gebed het voornaamste deel van de dankbaarheid is, die God van ons eist. En omdat God zijn genade en de Heilige Geest alleen wil geven aan hen die Hem met een innig verlangen zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

21  Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden? (Lukas 11:13)

22

23  Aanbidding van God  Dankzegging  Belijden van zonde en schuld  Gebed om vergeving door Christus  Gebed om verandering en vernieuwing door de Heilige Geest  Voorbede  Lofprijzing

24  Pleiten op de beloften van God. ◦ Als wij gedoopt worden in de Naam van de Vader, betuigt en verzegelt ons God de Vader dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht en ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt. ◦ Als wij gedoopt worden in de Naam van de Zoon, verzegelt ons de Zoon dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden en ons in de gemeenschap van Zijn dood en opstanding inlijft. ◦ Als wij gedoopt worden in de Naam van de Heilige Geest, verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig sacrament, dat Hij in ons wonen en ons tot leden van Christus heiligen wil.

25

26  Onze Vader, Die in de hemelen zijt.  Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.  Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.  Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.

27

28  Beloften  Bid, en u zal gegeven worden; zoek, en u zult vinden; klop, en er zal voor u open gedaan worden. Want ieder die bidt, die ontvangt; wie zoekt, die vindt; en wie klopt, voor hem zal er opengedaan worden. (Lukas 11:9-10)

29  Een aantal richtlijnen  Bidden wij vanuit het geloof?  Bidden wij naar de wil van God?  Bidden wij in de naam van Jezus?  Bidden wij door de kracht van de Heilige Geest?

30  Niet altijd  Jezus in de hof van Gethsémané  Paulus over de doorn in het vlees  Jakobus 5:7-20

31

32  Wereld  Koninkrijk van God  Israël  Land, volk, regering  Kerken  Eigen gemeente  Personen

33

34  Persoonlijk gebed  Gebed in het gezin  Gebed op de Bijbelkring / gebedsuur  Gebed in de eredienst

35

36  O God, wees mij, de zondaar, genadig. (Lukas 18:3)

37  Heere, denk aan mij, als U in Uw Koninkrijk gekomen bent. (Lukas 23:42)

38  Groot zijt Gij, o Heere, en zeer te prijzen; groot is Uw kracht en Uw verstand is geen getal. En de mens wil U prijzen, de mens, een deel Uwer schepping; ja de mens, ofschoon hij zijn sterfelijkheid in zich omdraagt en de getuigenis van zijn zonde en de getuigenis, dat Gij de hovaardige weerstaat : toch wil de mens, een deel Uwer schepping, U prijzen. Gij wekt hem er toe op, dat het zijn lust is U te loven, want Gij hebt ons geschapen tot U en ons hart is onrustig, totdat het rust vindt in U. Amen.

39  Heer, maak mij tot instrument van uw vrede: dat ik, waar haat is, liefde breng; waar schuld is, vergeving; waar tweedracht is: eenheid; waar dwaling is: waarheid; waar twijfel is: geloof; waar wanhoop is: hoop; waar duister is: licht; waar narigheid is: blijheid. Geef, dat ik zoek niet zozeer getroost te wórden, als wel te troosten; niet zozeer begrepen te wórden, als wel te begrijpen; niet zozeer bemind te wórden, als wel te beminnen. Want wie geeft, ontvangt; wie zichzelf vergeet, vindt zichzelf; wie vergeeft, wordt vergeven; wie sterft, krijgt eeuwig leven. Amen.

40  Heer, blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw ganse Kerk aan de avond van de dag, aan de avond van het leven, aan de avond van de wereld. Blijf bij ons met uw genade en goedheid, met uw troost en zegen, met uw woord en sacrament. Blijf bij ons wanneer over ons komt de nacht van beproeving en van angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge, bittere dood. Blijf bij ons in leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid. Amen.

41  Dank U wel dat U naar mij luistert. Sorry dat ik zo weinig naar U luister. Help mij alstublieft om steeds weer over alles met U te praten. (bron: Werkboek Alpha Cursus)

42

43 1. O allerhoogste Majesteit, Die in het rijk der heerlijkheid De heem'len hebt tot Uwen troon, Wij roepen U, in Uwen Zoon, Die voor ons heeft genoeg gedaan, Als onzen Vader need'rig aan.

44 2. Geheiligd word' Uw naam; ai, geef, Dat elk, waar hij op aarde leev', Dien Vadernaam erkennen moog', Uw deugden roeme hemelhoog; Dat elk, als kind, aan U gelijk', En in zijn doen Uw beelt'nis blijk'.

45 10. Ja, Amen, trouwe Vader, ja; Wij maken staat op Uw genâ. Ons hart, o God, die alles ziet, Veroordeelt ons in 't naad'ren niet; Het zegt, daar G' op ons bidden let, Gelovig Amen op 't gebed.

46

47 Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd. Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood En vergeef ons onze schulden, Gelijk ook wij aan anderen vergeven; En leidt ons niet in verzoeking, Maar verlos ons van de boze. Want van U is het koninkrijk En de kracht en de heerlijkheid Tot in eeuwigheid, in eeuwigheid. Amen.


Download ppt "1. Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij', En brullend klaag in d' angsten die ik lij', Dus."

Verwante presentaties


Ads door Google