De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Wie was Peter Petersen? 1884 geboren in Duitsland 1923 hoogleraar opvoedkunde Leiding v/h pedagogisch seminarie & v/d universitaire oefenschool in het.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Wie was Peter Petersen? 1884 geboren in Duitsland 1923 hoogleraar opvoedkunde Leiding v/h pedagogisch seminarie & v/d universitaire oefenschool in het."— Transcript van de presentatie:

1

2 Wie was Peter Petersen? 1884 geboren in Duitsland 1923 hoogleraar opvoedkunde Leiding v/h pedagogisch seminarie & v/d universitaire oefenschool in het Oost-Duitse Jena. Ouders  oefenschool ingericht naar zijn vernieuwingsinzichten 1923 – 1950 actief in Jena 1928: zijn vrouw werkte mee met hem Laatste levensjaren: Levenswerk in Jena systematisch afgebroken 1 jaar voor zijn dood universiteitsschool van Jena gesloten door Russen Actief gebleven tot het einde  overleden in 1952

3

4 De ontstaansgeschiedenis van het Jenaplanonderwijs Internationaal Pedagogisch Congres van de New Education Fellowship  voorstelling van Petersens experimenteer- en oefenschool Naam naar analogie van diverse andere plans: Daltonplan, Winnetkaplan…

5 1924: bescheiden experiment met een andere opzet v/h onderwijs  Lln van verschillende leeftijden in gemengde groep  STAMGROEP -jaren ’50 – ’60: ontstaan van verschillende Jenaplanscholen in W-Duitsland  Schaalvergroting in het onderwijs:  ’60 jaren groot deel weer verdwenen.

6 Wat is Jenaplan? Gemeenschap van kinderen, leraren & ouders. Kinderen in stamgroepen  verschillende leeftijden  leren veel van elkaar  gezin Leraren = professionele opvoeders Ouders = belangrijke medewerkers Omvat meer dan leren rekenen, lezen & schrijven  opvoeding is belangrijk!

7 4 pijlers 1.Werken – WERK 2.Spelen – SPEL 3.Spreken – GESPREK 4.Vieren - VIERING

8 WERK schoolactiviteiten  ritmisch weekplan taal en wiskunde –weektaken –bovenbouw  werkpakketten Techniek vergeten? –instructiefiche  zelf oplossing zoeken –leerling van een hoger niveau raadplegen –hulp van de leerkracht Zelfstandigheid en zelfredzaamheid aanleren & stimuleren!

9

10

11

12

13

14

15 SPEL Leren staat centraal! spelenderwijs & in steeds variërende omkadering zoveel mogelijk uit eigen ervaring De begeleiding helpt hen om zoveel mogelijk ervaringen op te doen.

16 GESPREK Elke morgen  kringgesprek –Actualiteitenkring –Probleemkring –Leeskring –Muziekkring en andere kringen.

17

18 VIERING Vieren = trots zijn op wat je hebt geleerd, op de oplossingen die je hebt gevonden. tonen & vertellen aan anderen = feest weeksluiting  alle groepen tonen hun werk 3 themavieringen –Kerstviering –Pasen –eindsluiting de laatste dag van het schooljaar

19 De werkvormen 1.De pedagogische situatie 2.Drie werkelijkheidsgebieden 3.Wereldoriëntatie: Het aangaan van relaties met de wereld 4.Ritmisch weekplan 5.Vier grondvormen van interactie 6.Werken in projecten 7.Cursussen 8.Blokuren

20 De pedagogische situatie hét kernbegrip uit de Jenaplantheorie = elke situatie i/d school die de volwassene op een dusdanige wijze heeft voorgestructureerd dat ze alle betrokkenen als het ware tot meedoen en meedenken uitdaagt. Kans om de werkelijkheid te ontmoeten.

21 3 werkelijkheidsgebieden geen indeling v/h leerplan in zelfstandige vakken  kunstmatig en strijdig met het natuurlijke leren geprikkeld tot zelfontwikkeling door 3 grote werkelijkheden: God, de natuur en de mensheid. overlappen elkaar en zijn niet altijd even duidelijk van elkaar te scheiden  zie WO

22 WO: het aangaan van relaties met de wereld. =het allesomvattende onderwijsgebeuren =de voortzetting & uitbreiding v/e proces dat al begonnen was: Het aangaan van relaties met de wereld. Doel?  Levensecht onderwijs -3 kennisgebieden -leren leven met zichzelf & anderen

23 Ritmisch weekplan kenmerkend door het aangeven van accenten in werkvormen perioden voor pedagogische situaties Kenmerken? –ritmisch afwisselen van de grondvormen gesprek, spel, werk en viering –flexibiliteit: Wát er precies gebeurt ligt niet vast. –ontspanning, inspanning, individueel en groepswerk, spel en gesprek zoveel mogelijk afwisselen. –uitgaan v/d behoeften & mogelijkheden v/d kinderen

24 4 grondvormen van interactie de wijze van lesgeven sluit aan bij de samenleving 4 grondvormen van interactie –Werk –Spel –Gesprek –Viering pedagogisch plan  lln afwisselend bezig in deze 4 situaties

25 Werken in projecten onderwerpen die de kinderen aanspreken & dichtbij hun eigen leef- en belevingswereld project kan ook uit losse lessen bestaan i.p.v. weken of maanden onderzoek doen, ontdekdozen, interviews in de buurt, enz. Doel projectonderwijs?  kinderen dingen laten ervaren

26 Cursussen Streefdoel leerplan?  samenhangend onderwijs met WO als het hart Doel cursussen?  leerlingen voorzien van instrumenten die hen helpen bij de oriëntatie in & op de wereld Petersen: “Het gereedschap om de akker te kunnen bewerken.”

27 Blokuren 2 klok- of lesuren achter elkaar –Rekenen, taal, natuur en cultuur, kringen… Doel? –verantwoordelijkheid dragen voor het uitvoeren van opgedragen of zelfgekozen werk ‘contractbasis’ –kind stelt voor wat het denkt te kunnen doen –verantwoordelijkheid om te zorgen dat het werk binnen die tijd af is

28 De stamgroepen Stamgroep  3 verschillende leeftijden -Onderbouw: kleuters van 2,5 tot 5 jaar -Middenbouw: kinderen van jaar -Bovenbouw: kinderen van jaar Voordeel?  pienter kind niet steeds “sterretje” & langzamer kind niet steeds “zwakste” Leerkracht  juiste pedagogische, didactische & organisatorische vaardigheden nodig!

29 De rol van de stamgroepsleider 1)opvoeder 2)“autoriteit in functie”  authentiek (echt) persoon 3)advocaat van het kind 4)geeft leiding & is gelijkwaardig (maar niet gelijk) a/d kinderen Petersen: stamgroepsleider = …  “de organisator van kinderlijke ideeën, de vooruitziende stuurman die verwachtingsvol elke werkdag ingaat en deze als een nieuw avontuur beschouwt”…

30 Organisatie van het Jenaplan 1)Contact met de ouders 2)Assessment 3)Groeperingsvormen 4)Stamgroep 5)Tafelgroep 6)Niveaugroep 7)Keuzegroep

31 CONTACT MET DE OUDERS Ouders = medeverantwoordelijken voor het hele schoolgebeuren Jenaplanschool = aanvullen & verder brengen v/d gezinsopvoeding Ouders + lkn  bepalen schoolbeleid –Voordrachten over eigen werk –Inrichting stamgroepskamers Petersen:  “Goede Jenaplanschool steunt op wat ouders met hun kinderen willen.”

32 ASSESSMENT beoordeeld op grond van EIGEN prestaties evaluatie in dialoog sterke & zwakke kanten leerproces ouders  schriftelijk verslag op de ontwikkeling v/h kind op de verschillende gebieden  verslag mondeling toegelicht

33 GROEPERINGSVORMEN Onderbouw = de drie kleuterklassen  muizen, paarden en giraffen  4 tot 6 jaar Middenbouw = 1ste, 2de & 3de lj  6 tot 9 jaar Bovenbouw = 4de, 5de & 6de lj  9 tot 12 jaar

34 STAMGROEP klas met kinderen van 3 opeenvolgende schooljaren, heterogeen naar leeftijd, geslacht, niveau & sociale herkomst centrale groep waarin het kind leeft, werkt, speelt en leert eigen lokaal ingericht als woonvertrek verantwoordelijk voor de ontwikkeling van al zijn leden

35 eigen groepsleider  groepswet = een wet die in de stamgroep wordt opgesteld in samenspraak m/d lln & de begeleider Voordeel 3 jaar in stamgroep & zelfde groepsleider?  meer continue ontwikkeling  niet elk jaar de drempel van wel of niet overgaan  aan anderen in de groep z’n eigen groei waarnemen  jongeren leren van ouderen, ouderen leren verantwoordelijkheid voor de jongeren  Een kind ervaart een keer hoe het is om de jongste, de middelste of de oudste te zijn (1/3 deel naar andere stamgroep a/h einde v/h jaar)

36 TAFELGROEP De stamgroep wordt hergroepeerd tot kleine tafelgroepen.  individueel of in kleine groepjes werken aan zelfgekozen thema’s  onder begeleiding van de leerkracht  tafelgroepen wisselen van samenstelling

37 NIVEAUGROEP samengesteld op basis v/d vorderingen in een bepaald leerstofgebied Bv. rekenen en spelling. lln met gelijk niveau van beheersing v/d betreffende stof het accent  op instructie

38 KEUZEGROEP op basis van interesse gedurende een bepaalde periode een activiteit van hun keuze meedoen –Vbn: keuzecursus volksdansen, koken, of fietsen repareren. Ook: bepaald leerstofgebied als archeologie, sterrenkunde of informatica.  ouders betrokken bij zo’n keuzes

39

40

41

42

43

44

45

46

47

48

49

50 BESLUIT? Jenaplanonderwijs, de gulden middenweg tussen traditioneel & ervaringsgericht onderwijs…

51 Veel suc6 volgend jaar! Giovanni Maarten Lien Silke


Download ppt "Wie was Peter Petersen? 1884 geboren in Duitsland 1923 hoogleraar opvoedkunde Leiding v/h pedagogisch seminarie & v/d universitaire oefenschool in het."

Verwante presentaties


Ads door Google