De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Diabetes type 2 Perorale antidiabetica : Present and Future.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Diabetes type 2 Perorale antidiabetica : Present and Future."— Transcript van de presentatie:

1 Diabetes type 2 Perorale antidiabetica : Present and Future

2 Adapted from Zimmet P et al. Diabet Med. 2003;20: % % % % % % % % % % % % % % 189 million people in million projected for % increase Diabetes: A Growing Global Crisis

3 Casus 0 Man, 45 jaar, roker VG : appendectomie, AHT R/Amlor 5 mg Familiale voorgeschiedenis : moeder : DM2 vader: overleden na AMI Klinisch onderzoek : BMI : 32 Bloeddruk : 145/85 Abd omtrek : 105 cm Nu jaarlijks routine labo Wat doen ???? Wat doen ???? Therapeutische richtlijnen Therapeutische richtlijnen

4 Labo : Glucose N 120 mg/dl HbA1c : 6.2 % chol : 220 mg/dl TG: 250 mg/dl LDL chol : 145 mg/dl HDL chol : 42 mg/dl Insuline : 24 mU/L

5 Casus 0 Labo : Glucose N 120 mg/dl HbA1c : 6.2 ¨% chol : 220 mg/dl TG: 250 mg/dl LDL chol : 145 mg/dl HDL chol : 42 mg/dl Insuline : 24 mU/L DiagnoseIFG Metabool syndroom abd. Omtrek Ins. Resistentie DyslipidemiaAHT M.O. familiaal +

6 Casus 0 Therapie : 1. Risicofactoren : 1. Risicofactoren :rokengewicht beweging 3 X30’ BD familie ? Andere vragen ? Diabetes dieet ? Statine ? Aspirine ? Metformine ? Glucometer ? CONTINUUM RISICOFACTOREN

7 2004/DIAB/101

8

9

10 Definitie van het Metabool Syndroom 6 RisicofactorenWaarde Buikomtrek♂ ≥ 94 cm* ♀ ≥ 80 cm* 6. The IDF consensus worldwide definition of the Metabolic Syndrome, 14 April 2005www.idf.org * Vorige definitie: buikomtrek ♂ > 102 cm en ♀ > 88 cmBloeddruk ≥ 130/85 mmHg of gekende hypertensie HDL Cholesterol ♂ < 40 mg/dl ♀ < 50 mg/dl Triglyceriden ≥ 150 mg/dl Nuchtere Glucose ≥ 100 mg/dl of gekende diabetes mellitus + ≥ 2 van

11 Meten van de buikomtrek Meet met een lintmeter de omtrek van uw middel. Meet de omtrek net onder de onderste ribben terwijl u uitademt. Trek de lintmeter niet strak aan en evenwijdig met de grond. Bron : BASO Consensus 2002

12 Dr. DeFronzo (Berlin 2004) Other definition 1. Fasting plasma insulin > of = 21 or BMI > of = 28.9 kg/m² 2. Fasting plasma insulin > of = Fasting plasma insulin > of = 16 and BMI > 27.5

13 2004/DIAB/101

14

15 80 *Not significant. Data from Mitrakou A et al. Diabetes. 1990;39: Rate of glucose appearance g/5 h Defect in suppression of hepatic glucose production by insulin → increased need for insulin during a meal Failure to Suppress Hepatic Glucose Production Causes Post- prandial Hyperglycaemia Rate of glucose disappearance NormalDiabetes Other tissues Urine NormalDiabetes Hepatic glucose production Glucose from oral glucose* 20 P<

16 Hepatic Insulin Resistance Leads to Hypertriglyceridaemia Normal TG Normal Type 2 diabetes High TG Low HDL cholesterol Small dense LDL (diabetic dyslipidaemia) Normal insulin action Impaired insulin action to inhibit VLDL production Increased liver fat Insulin deficiency exacerbates hypertriglyceridaemia TG=triglycerides; HDL=high-density lipoprotein; LDL=low-density lipoprotein; VLDL=very low-density lipoprotein.

17 Endothelial Function Endothelium releases NO, which promotes vasodilation Endothelium releases NO, which promotes vasodilation NO production reflects endothelial function NO production reflects endothelial function Endothelial dysfunction characterises type 2 diabetes patients Endothelial dysfunction characterises type 2 diabetes patients Endothelial dysfunction predicts cardiovascular events 1,2 Endothelial dysfunction predicts cardiovascular events 1,2 eNOS ACh M Ca 2+ NADPH NO cGMP GTP guanylate cyclase Endothelial cell Vascular smooth muscle cell ACh=acetylcholine; M=muscarinic receptor; eNOS=endothelial nitric oxide synthase; NADPH=nicotinamide adenine dinucleotide phosphate; GTP=guanosine triphosphate; cGMP=cyclic guanosine monophosphate; NO=nitric oxide. 1. Perticone F et al. Circulation. 2001;104: Heitzer T et al. Circulation. 2001;104:

18 Strategie 1.Preventie van diabetes type 2 2.Vroege argwaan en vroege behandeling (ICEBERG theorie) 3.Belang van totale behandeling van de patient dwz. Alle risicofactoren : 1+1 = 2 (dus in feite diabetes behandelen IS NIET enkel glycemie) 4.Rationele behandeling 5.Op die manier verbetering van cardiovasculaire prognose en microvasculaire complicaties

19 Goals HbA1c lager dan 6.5% Bloeddruk lager dan 130/80 mm Hg Lipiden LDL cholesterol onder de 100 mg/dl HDL cholesterol hoger dan 40/50 (vrouwen) mg/dl triglyceriden lager dan 150 mg/dl Aspirine (bij mannen > 40j en vrouwen > 50j) BMI < 25 kg/m² ROOKSTOP !!!! LICHAAMSBEWEGING!!!!DIEET!!!!

20 Follow up Elke diabetes patient verdient 3 tot (maximaal) 6 maandelijks een HbA1c bepaling Elke diabetes patient verdient 3 tot (maximaal) 6 maandelijks een HbA1c bepaling Jaarlijks obligatoir nazicht oftalmologisch Jaarlijks obligatoir nazicht oftalmologisch Jaarlijks nazicht andere cv risicofactoren Jaarlijks nazicht andere cv risicofactoren Jaarlijks nazicht microalbuminurie Jaarlijks nazicht microalbuminurie Elke raadpleging nazicht voeten !!!!! Elke raadpleging nazicht voeten !!!!! Bloeddruk !!!!!! Bloeddruk !!!!!! Jaarlijks cardiovasculair nazicht Jaarlijks cardiovasculair nazicht

21 Voeten in nood !!!! Risicopatienten voor amputaties/voetproblemen : Risicopatienten voor amputaties/voetproblemen : –Misvormingen/eelt aan de voet –Nagelafwijkingen –Voetulcera –Neuropathie –Afwezige pulsaties aan de voeten –Amputatie in voorgeschiedenis –Oedeem –Charcot- voet –Nefropathie –Slecht zicht/bejaard/alleenwonend

22

23 Steno type 2 randomised study ( Lancet 1999, 353 : ) studie waarbij gekeken wordt bij type 2 diabetes patienten met Microalbuminurie of er een invloed is als je een intensieve behandeling toepast of niet. Inclusie : 80 patienten standaard R en 80 intensieve R leeftijd tussen 40 en 65 jaar met AER van 30 tot 300 mg/24 U Resultaten : patienten in intensieve groep hadden minder evolutie tot nefropathie ( 8/19 ), retinopathie en autonome neuropathie

24 Belgian Screening and Treatment of high vascular risk patients based on waist and age 620 Belgische huisartsen verzamelden gegevens in de lente van 2004 : 8587 patienten : -31 % van de niet diabetes patienten op lipidenverlagende middelen had een LDL c < 115 mg/dl -78 % van de diabetes patienten had een LDLc > 100 mg/dl -49 % van de niet diabetes patienten had een BD > 140/90 mm hg -91 % van de diabetes patienten had een BD > 130/80 mm Hg

25 Behandeling van type 2 diabetespatiënten Stand van zaken in België in 2001  Multicentrische survey uitgevoerd in België (140 endocrinologen en internisten)  n= 952 type II diabetespatiënten  29% op hypolipemierende medicatie en 65 % op antihypertensiva  % patiënten aan de streefwaarden* :  TC (< 190 mg/dl ) : 29 %  LDL-C (< 115 mg/dl ) : 43 %  BD (< 130/85 mmHg) : 19 %  Slechts 6.6 % bereikt de 3 streefwaarden De OCAPI survey ( Optimize CArdiovascular Prevention in dIabetes) * Second Joint Task force of European and other Societies on Coronary Prevention, Eur. Task Force 1998

26  Wereldwijd onderzoek bij artsen (77% diabetologen of endocrinologen)  Slechts 54% van de patiënten bereikt de LDL-C streefwaarde* (<100 mg/dl) Leiter LA, Betteridge DJ, The AUDIT Investigators. Diabetes. 2004; 53(suppl 2);page A285. Poster P1170 Behandeling van type 2 diabetespatiënten Stand van zaken in de wereld in 2004 De AUDIT survey Analysis and Understanding of Diabetes and Dyslipidemia Improving Treatment * 3 rd Joint European Guidelines van 2003 De Backer G al. Eur Heart J. 2003

27 Diabetes en bewegen Een uniek instrument om uw diabetes-type2 patiënten Een uniek instrument om uw diabetes-type2 patiënten beter te helpen begeleiden beter te helpen begeleiden

28 Klinische Casus 1 56 jarige man. -6 maanden voor zijn eerste bezoek had hij reeds een andere arts geconsulteerd met klachten van dorst en polyurie en met een nuchter glycemie van 152 mg/dl. (type 2 diabetes ) R/ caloriearm dieet. Nu : algemeen beter Verder : Arteriele hypertensie R/ ace inhibitor rookt tot 10 sigaretten per dag. familiale geschiedenis van type 2 diabetes (moeder) en hartproblemen (vader). Klinisch : gewicht van 101 kg gemeten (BMI 28) en een bloeddruk : 142/86 mmHg.

29 Klinische Casus 1 HbA1c 8.2% ( %) Buikomtrek 103 cm Creatinine (serum) 1.1 mg/dl ( mg/dl) CRP 1.3 mg/dl (0-1 mg/dl) FPG 140 mg/dl ( mg/dl) HDL-Cholesterol 27.1 mg/dl (> 40 mg/dl) LDL Cholesterol 122 mg/dl (< 115 mg/dl) Total Cholesterol 210 mg/dl (< 190 mg/dl) Triglyceride 302 mg/dl (< 200 mg/dl) Urine Stick Eiwit - (referentie waarden)

30 Klinische Casus 1 1. Wat is de streefwaarde van HbA1c voor deze patiënt? HbA1c < 6.5 %  HbA1c < 7.0 %  HbA1c < 7.5 %  Hba1c < 8% 

31 Klinische Casus 1 2. Welke antidiabetes behandeling verkiest u op te starten voor deze patiënt? Acarbose (Glucobay)  Metformine (Glucophage, Metformax...)  Glinide (Novonorm)  Glitazone (Avandia)  Sulfonylureum (Amarylle, Uni-Diamicron, Daonil...)  Insuline (Insulatard HM, Lantus, Mixtard 30/70 HM...)  a.Waarom kiest u deze optie? b.Welke informatie geeft u aan de patient?

32 Treatments for Type 2 Diabetes Glucose (G) Carbohydrate Glucose DIGESTIVEENZYMES Insulin (I) I I I I I I I I G G G G G G G G I G G G Acarbose Reduces absorption - Sulphonylurea Repaglinide Stimulates pancreas + Metformin Reduces hepatic glucose output (??muscle/fat effects) - Thiazolidinediones Reduce Insulin Resistance - + -

33 Reducing insulin resistance may be the key to controlling type 2 diabetes and its cardiovascular complications DeFronzo, Ferrannini. Diabetes Care 1991; 14 (3):

34 Klinische Casus 2 Een 36 jarige taxi chauffeur met type 2 diabetes sinds 2 jaar klachten van vermoeidheid en lusteloosheid met soms dorst. Reeds 1 jaar wordt deze patiënt behandeld voor hoge bloeddruk en verhoogde cholesterol. Hij rookt niet. Reeds in de adolescentie had hij overgewicht en dit is gebleven op volwassen leeftijd. Neemt reeds 3 maal 850 mg Glucophage per dag

35 Klinische Casus 2Bloeddruk 162/92 mmHg (120/80 mmHg) BMI28 Buikomtrek 106 cm Creatinine (serum) 0.9 mg/dl ( mg/dl) CRP 1 mg/dl (0-1 mg/dl) Cholesterol 190 mg/dl (< 190 mg/dl) Gewicht 95 kg HbA1c 8.0 % ( %) HDL Cholesterol 20 mg/dl (> 40 mg/dl) LDL Cholesterol 108 mg/dl (< 115 mg/dl) Nuchtere Glycemie 140 mg/dl ( mg/dl) Triglyceriden 310 mg/dl (< 200 mg/dl) ALT (plasma) 38 U/L (≤ 41 U/L) TSH 2.1 μE/ml ( μE/ml)

36 Klinische Casus 3 Een 62 jarige vrouw komt op consultatie in onze praktijk sinds 8 jaar en werd gediagnosticeerd met diabetes 3 jaar geleden. Na opstart van een dieet werd na 1 jaar reeds gliclazide opgestart en werd de dosis geleidelijk opgedreven tot 160 mg. Zij wordt reeds 8 jaar behandeld voor haar hypertensie.

37 Klinische Casus 3 Bloeddruk 155/90 mmHg (120/80 mmHG) Buikomtrek 82 cm BMI27 FPG 150 mg/dl ( mg/dl) HbA1c 8.3 % ( %) Ureum (serum) 52 mg/dl (15-45 mg/dl) Creatinine (serum) 1.4 mg/dl ( mg/dl) Urine dipstick + Cholesterol 174 mg/dl ( mg/dl) HDL Cholesterol 30 mg/dl (45-88 mg/dl) Triglyceriden 180 mg/dl ( mg/dl)

38 Insulin-augmenting agents Insulin-assisting agents Sulfonylurea Biguanides (Metformin) “Glinides” Alpha-glucosidase inhibitoren Thiazolidinediones Orale antidiabetica

39

40 Biguaniden Docmetformi (°Docpharma) : mg Glucophage (°Merck) : mg Merck-metformine (°Merck) : mg Metformax (°Menarini) : 850 mg deelbaar !! Metformiphar (°Unicophar) Actiemechanisme : verhogen gevoeligheid lever en perifere weefsels verhogen van GLUT 4 transporters inhibitie gluconeogenese verhoging glycogeen synthese

41 Biguaniden Andere effecten : verlagen LDL, TG en FFA Gewichtsverlies Dosis : zo maximaal mogelijk tot max. 3 maal 850 mg Nevenwerking : 1. GI 2. Lactaaintolerantie 3. CI : lever en nierfalen (creat >1.4 bij vr en bij man > 1.5), % is intolerant M.O.- Bij nevenwerkingen terug naar vorige dosis en na 2 weken opnieuw pogen op te drijven - Bij contraststof onderzoek of operatie pas opnieuw starten als 2 dagen normale nierfunctie

42 Thiazolidinediones: wie en wat? Produkten Troglitazone ( Rezulin ) ° Parke Davis (uit de handel genomen omwille van hepatotoxiciteit ) Pioglitazone ( Actos ) ° Eli Lilly mg Rosiglitazone ( Avandia ) °GSK 4-8 mg werken in op de insulineresistentie PLEIOTROOP effect : insuline sensitizer thv lever, vetcel en spier minder circulerend insuline geen hypo’s bewaren van de pancreatische insulinesecretie

43 Yki-Jarvinen, H. N Engl J Med 2004;351: Molecular Targets of PPAR{gamma} and PPAR{alpha} Action

44 Fat the key problem Adipose tissue is more than a storage depot Adipose tissue is more than a storage depot

45 Mechanisme van actie van TZD PPAR gamma : - is nodig voor normale adipocyt differentiatie en proliferatie (FFA uptake and storage) - zorgt voor verhoging FFA storage - zorgt voor verhoging FFA storage - fatty acid flux into adipocytes - fatty acid flux into adipocytes TZD zorgt voor verhoging van small adipocyten, verhogen subcutane vetmassa’s “Fatty acid steal hypothese” zorgen voor verhoogde opname van FFA in vetcellen : op die manier geen opname van FFA in skeletspier, lever, pancreascellen KEEP FAT Where IT BELONGS ADIPOSE TISSUE IS THE MOST IMPORTANT ACTION OF TZD

46 Samenvatting verschillende studies

47 Neveneffecten Klasse effecten 1. oedeem 2. gewichtstoename 3. effect op lipiden Unieke effecten 1. hepatotoxiciteit 2. myalgie 3. drug interacties

48 Contraindicaties voor Glitazones (Diabetes Care 2003) 1. Voorgeschiedenis van hartfalen 2. Voorgeschiedenis van hartinfarct of symptomatisch coronair lijden 3. Hypertensie 4. Linker ventrikelhypertrofie 5. Significant aorta of mitraliskleplijden 6. Meer dan 70 jaar 7. Meer dan 10 jaar diabetes 8. Preexisterend oedeem of actueel gebruik van diuretica 9. Ontwikkeling van oedeem of gewichtstoename 10. Insuline coadministratie 11. Chronisch nierfalen (creatinine > 2 mg:dl)

49 Potentiele andere effecten van de glitazones 1. Gelinked met insuline resistentie NASHPCOSLipodystrofie 2. Antiinflammatoir/immunomodulerend Astma Colitis Ulcerosa MSPsoriasis

50 Proactive (EASD 2005) Prospective Pioglitazone Clinical Trial in MacroVascular events Dubbel blind placebo gecontroleerde studie 5200 patienten Alle patienten kregen optimised treatment : titratie 45 mg pio bij of niet Follow up : 3 jaar Primaire eindptn 23 % vs 21 % (NS) (cardiovasculaire events) Belangrijk : goed getolereerd : geen toename in hartfalen

51 Insulin augmenting agents : SU Short acting (administration before meals): Diamicron-Glurenorm Long acting (once daily): Amarylle, Uni-Diamicron Reason for choice short/long: compliance of patient When When: failing of insulin secretion- high glucose +++, adding to metformin, intolerance of metformin

52 Characteristics of commonly used sulfonylurea Generic name Brand name Posology Duration of action Excretion (h) (Tolbutamide) Rastinon (Tolazamide)Tolinase (Chlorpropamide)Diabinese mg/d60Renal GlibenclamideDaonil mg/d60Renal Euglucon 5/Bevoren 5 GlipizideGlibenese mg/d< 24Renal 80% Minidiab 5 GliquidoneGlurenorm mg/d7Hepatic 95% GliclazideDiamicron 80 Merck Gliclazide40-160mg/d< 24Renal 70% GlimepirideAmarylle 2/3/41-8mg/d24Renal 60%

53 Long acting SU’s Amarylle (Aventis) glimepiride 1-8 mg/dag werkt 24 uur 60 % renale excretie Uni Diamicron (Servier) 30 mg dagelijks 1 tot 4 co in 1 orale inname duur 12 uur switch 1 tablet 80 mg DM = 1 co UniDiamicron

54 Novonorm Insulin-augmenting agents: Glinide Novonorm (1 mg, 2 mg, max 12 mg/d) When When: early diagnosis of diabetes type 2, postprandial hyperglycemia problem, adding to metformin

55 Characteristics of Metiglinides Generic name Brand name Posology Duration of action Excretion (h) RepaglinideNovonorm2-12 mg/d6Hepatic NateglinideStarlix mg/d4Hepatic

56 Terugbetaling Avandamet Metformine monotherapie (> 3mdn) metformine met avandia 4 mg of hbA1c < 150 % na 4mdn Avandamet 1/500 mg (2 maal 2 co ) na 8 wkn onvoldoende respons Avandamet 2/500 of na 8 wkn onvoldoende respons Avandia 8 mg en Metformine HbA1c < 150 % en min 8 wkn Avandamet 2/500

57 Complementary effects of metformin and sulfonylurea Metformin sulfonylurea Insulin Resistance Type 2 Diabetes  -cell Dysfunction Macrovascular Complications Dysmetabolic Syndrome Hyperglycaemia Microvascular Complications

58 Glucovance ® vs. other combinations based on metformin Glucovance ® 500/2.5 mg (post-metformin study) 1 Co-administered agents metformin + glimepiride 2 metformin + repaglinide 3 met formin + -pioglitazone 4 met formin + rosiglitazone 5 met formin + acarbose 6 HbA 1C (%) Base  7.9 – – – – – – 0.6 Hypo (%) –  Weight (kg) – Marre M et al. Diabet Med 2002;19:673-80; 2 Charpentier G et al. Diabet Med 2001;16: ; 3 Moses R et al. Diabetes Care 1999;22:119-24; 4 Einhorn D et al. Clin Ther 2000;22: ; 5 Fonseca V et al.JAMA 2000;283: ; 6 Rosenstock J et al. Diabetes Care 1998;21:2050-5

59 The Future 1. Incretines 2. Rimonabant 3. Muraglitazar 4. Inhaled and Oral insulins

60 Exenatide synthetisch exendin-4 synthetisch exendin-4

61 UKPDS MAIN STUDY Effect of Treatment on HbA1 c Adapted from UK Prospective Diabetes Study (UKPDS) Group. Lancet. 1998;352: Conventional (10-y cohort) % upper limit of normal range ADA goal ADA action Time From Randomization (y) Intensive (all patients) Conventional (all patients) Intensive (10-y cohort) Median HbA 1c (%)

62 UKPDS METFORMIN SUBSTUDY Gain of Weight During Treatment Adapted from UK Prospective Diabetes Study (UKPDS) Group. Lancet. 1998;352: Mean Change (kg) Conventional (200) Insulin (199) Chlorpropamide (129) Glyburide (148) Metformin (181) Time From Randomization (y) Baseline = 85 kg

63 Probleem huidige therapie hypoglycemie progressief B cel falen Gewicht neemt toe, insulineresistentie neemt toe Tot hiertoe geen therapie die de beta cel functie overneemt en waarbij bovendien geen gewichtstoename geen hypo’s cardiovasculair risico vermindert

64 INCRETINES Elrick H. Plasma insulin response to oral and intravenous glucose administration. J clin Invest 1964; 24 : , peroraal toegediende glucose zorgt voor hogere insuline spiegels dan IV toegediend glucose. Creutzfeldt W. New developments in the incretin concept today. Diabetologia 1985 ; 28 : aanwezigheid van enteroinsulaire as rol van incretines

65 INCRETINES Gut derived factoren die zorgen voor glucose gestimuleerde insuline secretie. Dus insuline secretagogen worden gesynthetiseerd in en vrijgelaten uit het intestinaal endocrien systeem na ingestie van nutrienten

66 Diabetes patient GIP (glucose dependent insulinotropic polypeptide) en GLP-1 (glucagon like peptide-1) Gut peptiden Zorgen dus voor een voedsel gestimuleerde insuline secretie Essentieel voor een normale glucose tolerantie Bij diabetes type 2 secretie van GIP normaal maar van GLP-1 verminderd functie van GIP verminderd, van GLP-1 normaal functie van GIP verminderd, van GLP-1 normaal

67 Probleem GLP-1 vlugge inactivatie en kort t1/2 (2-6’) –hierdoor problemen om het effect te onderhouden bij in vivo experimenten –Besluit : 1. Heel mooi concept met potentiele activiteit maar door vlugge inactivatie niet bruikbaar in klinische praktijk 2. Onvoldoende effect bij patienten met een hoge nuchtere glycemie bij een 4 uur durend infuus IV ( Toft-Nielsen et al. Diabetes 1996; 45: ). 3. De endogene secretie van GLP-1 daalt na toediening van exogeen GLP-1 (negatieve feedback loop voor LGP-1 op de L cell ; wat is de fysiologische betekenis hiervan ??)

68 Exendin-4 - peptide met 39 aminozuren - Geisoleerd van het speeksel van Heloderma suspectum, een giftige hagedis gekend als het Gila monster Er werd vastgesteld dat het circuleerde in het plasma van dit dier als een maaltijd gerelateerde peptide

69 verschil exendin-4 en GLP-1 Exendin-4 heeft 53 % aminozuur gelijkheid met GLP-1 Agonistische activiteit thv de GLP-1 receptoren in vitro maar is meer potent dan GLP-1 Gesplitste vorm exendin(9-39) heeft een antagonistisch GLP-1 effect Bij de hagedis door ander gen gecodeerd dan het GLP-1 andere karakteristieken : inhibeert niet de maagzuur secretie resistent voor dipeptidyl peptidase IV degradatie

70 Byetta

71 2. Rimonabant Rimonabant = Acomplia™ Rimonabant = Acomplia™ Endocannabinoid-systeem : blockeert de CB1-receptor centraal en perifeer (minder honger ; cannabis geeft honger) Endocannabinoid-systeem : blockeert de CB1-receptor centraal en perifeer (minder honger ; cannabis geeft honger) Europan = maanden Europan = maanden »- 8 kg (- 3) »- 8.5 cm (- 4.5) »Bloeddrukdaling »Vermindering insuline-resistentie »Daling LDL-cholesterol

72 3. PPAR alfa and gamma A. Muraglitazar (BMS ) 1.5 tot 20 mg muraglitazar vgl met pioglitazone 45 mg -dosis > 5 mg meer glucose verlaging dan pio -triglyceride verlaging van 51 % in vgl met 12 % van pio B. Naveglitazone (LY519818) 151 patienten met type 2 diabetes 0.02 tot 1.2 mg in vgl met 8 mg rosi gedurende 12 weken - dosis dependente daling van glycemie - daling TG en stijging HDL //rosi geen effect

73 4. Inhaled and Oral insulins Werken als kortwerkende (prandiale insulines) Inhaled insulins : Exubera (Pfizer) Technosphere Insulin (MannKind) AERx (Novo Nordisk) Oral Insulins : (orale spray) Oralin (Generex) oral Insulin (Emisfere) oral Insulin (NOBEX)

74 Aanbevelingen voor goede medische praktijkvorming : DM type 2 WVVH///VDV


Download ppt "Diabetes type 2 Perorale antidiabetica : Present and Future."

Verwante presentaties


Ads door Google