De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Van leren naar instructie Constructivisme. Advance Organizer Videoclips –Active learning environments: Hk&feature=related.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Van leren naar instructie Constructivisme. Advance Organizer Videoclips –Active learning environments: Hk&feature=related."— Transcript van de presentatie:

1 Van leren naar instructie Constructivisme

2

3 Advance Organizer Videoclips –Active learning environments: Hk&feature=related –Active learning classrooms 8&feature=related 8&feature=related – Probleemgestuurd onderwijs _0&feature=related

4

5

6 Shakespeare schools festival

7 Constructivisme “What is Constructivism? Strictly speaking, constructivism is not a theory but rather an epistemology, or philosophical explanation about the nature of learning”. Schunk (2004, p.286) vult dit aan met de stelling: “A theory is a scientifically valid explanation for learning. Theories allow for hypotheses to be generated and tested. Constructivism does not propound that learning principles exist and are to be discovered and tested, but rather that learners create their own learning.”

8 Basisassumpties Elke lerende brengt bij een leerproces eigen kennis in, die gebaseerd is op eerdere leerprocessen en bepaalt hoe en wat verder wordt geleerd. De kern van de kennis kan onmogelijk overgedragen worden naar een andere lerende omdat kennis het resultaat is van een persoonlijke interpretatie van ervaringen. We toch met anderen communiceren en/of samenwerken. Kennis ontwikkelt zich en verandert. Dit gebeurt door het uitwisselen van perspectieven (sharing of multiple perspectives’).

9 Remission is een interactief computerspel voor jonge kankerpatiënten na een behandeling met chemotherapie. De ervaring wijst uit dat de 12 tot 16-jarigen een risicogroep vormen omdat ze minder trouw zijn aan hun medicatie. Onderzoek met kinderen die het computerspel Remission spelen toont aan dat zij trouwer worden aan de medische behandeling (Zie

10

11 Ernest (1995): 6 basisprincipes Alle kennis is belangrijk: subjectieve en objectieve kennis Onderzoek is gebaseerd op ‘reflectief’ Focus ook op beliefs, opvattingen lerende Beliefs, opvattingen instructie- verantwoordelijke ook belangrijk Kennis van anderen gesloten (taal) Kennis is gebaseerd op sociale interactie

12 Jonassen: basisprincipes

13 Basis constructivisme Heel wat verschillende auteurs Twee fundamentele grondleggers - “two- headed creature” + derde figuur: –Piaget: cognitief constructivisme –Vygotsky: sociaal constructivisme –Bruner

14 Piaget Tussenpositie tussen nativisme en empiricisme: « adaptatie» Twee elementen: –Constructivisme verwijst naar het proces waarin cognitieve structuren - over de tijd heen – worden verfijnd. –Constructivisme verwijst naar het toepassen van reeds beschikbare cognitieve structuren die betekenisvol kunnen ingezet worden.

15 Piaget Drie soorten kennis

16 Piaget: mechanismes versie 1 Assimilatie en accommodatie- processen. –Assimilatie is een incorporatieproce: ervaring integreren in aanwezige cognitieve systemen. –Accommodatie: wat geïncorporeerd werd, wordt nader bekeken. Aanpassing van de cognitieve systemen om beter aan te sluiten bij situatie: cognitief evenwicht, ook aangeduid als equilibratie.

17 Piaget Descriptief Individuele ontwikkeling Geen aandacht voor instructie; zelfs negatief Expliciete stellingname tégen mogelijkheid dat kinderen sneller de ontwikkelingsstadia zouden kunnen doorlopen.

18 Vygotsky Sociale dimensie ‘Psychological Tools’ Zone van naaste ontwikkeling

19 Vygotsky: Sociale dimensie “Kennis ~ sociale interactie” “Kennis eerst in een inter-individuele context (…) via een internalisatie- proces wordt deze kennis dan intra- individueel.” (“Mind in Society”) Ouders, instructieverantwoordelijken en ‘peers’

20

21 Vygotsky: Psychological tools ‘tools’ gebruiken lerenden en zijn een vertaling van de culturele invloed op kennisopbouw. Voorbeelden: taal, spraak, gebaren, typische symbolen, voorstellingen (bijv. verkeerstekens), notatiesystemen (muziek, scheikunde, fysica, wiskunde, getallen, …), regels en afspraken, enz.

22 Vygotsky: ZPD Zone of Proximate Development “Het is de afstand tussen het actuele ontwikkelingsniveau, waarbij de lerende zelfstandig problemen kan oplossen en het potentiële niveau waardoor het problemen kan oplossen met hulp van andere kinderen en/of een volwassene.” ZPD ~ een sociale context waarin lerenden problemen samen met anderen aanpakken. Leren kan dus versneld worden Piaget

23 Vygotsky: visie op leren Kennis opbouwen via internaliseren en externaliseren. In interactie met andere internaliseren lerenden ervaringen met anderen. Is geen kopiëren. Geïnternaliseerde wordt verwerkt tot mentale structuren. Bij interactie met de omgeving kan lerende de structuren externaliseren, i.e. gebruiken in een nieuwe context. Dit laatste kan uiteraard uitgelokt worden door anderen in de instructiesetting. Social speech en internal speech

24 Vygotsky: instructie als ‘mediation’ Mediation: anderen mediëren in het proces van inter- naar intrapersoonlijke kennis Gebruik van tools

25 Vygotsky Every day knowledge: living knowledge (authentieke ervaringen) Scientific concepts niet in conflict! Living knowledge basis van scientific knowledge en wet. Kennis levert ‘poorten’ voor living knowledge. Vygotsky: miskend genie

26 Bruner Gebaseerd op onderzoek naar cognitieve ontwikkeling van kinderen. “Discovery learning” Opeenvolgende representaties in kennisopbouw –‘Enactive representations’: kennis primair gebaseerd op motorische ervaringen. –‘Iconic representations’: terugvallen op afbeeldingen, tekeningen, schema’s, … om kennis voor te stellen. –‘Symbolic representations’: kennis wordt met formeel symboolsysteem voorgesteld. Nieuwe kennis wordt steeds via deze opeenvolgende kennisrepresentaties opgebouwd.

27 Enactive - iconic - symbolic

28 Bruner: ‘Discovery Learning’ Kennisontwikkeling door interactie, interactie met de cultuur. ‘Culture’: alle externe invloeden die op lerenden inwerken (vrienden, leerkrachten, een uitdagende vraag, het aanbieden van een leerervaring, …). ‘Discovery learning’: “ Insofar as possible, a method of instruction should have the objective of leading the child to discover for himself" Lerende valt terug op voorkennis en doet passende leerervaringen op: “Emphasis on discovery in learning has precisely the effect on the learner of leading him to be a constructionist, to organize what he is encountering in a manner not only designed to discover regularity and relatedness, but also to avoid the kind of information drift that fails to keep account of the uses to which information might have to be put”

29 Bruner Zelfontdekking wordt bevorderd door o.a. stellen van hypothesen, vragen en veronderstellingen. Impact cultuur via modellen (lerenden, instructieverantwoordelijken, experten): model manipuleert dan de objecten, formuleert eventueel eigen vragen, bedenkingen of betrekt andere bezoekers bij zijn exploratiegedrag. Observatie van dit gedrag leidt sneller tot gericht exploreren door andere bezoekers: ‘guided practice’. Lok cognitieve conflicten uit = zaken die niet aansluiten bij voorkennis

30 Bruner Spiral curriculum: “I was struck by the fact that successful efforts to teach highly structured bodies of knowledge like mathematics, physical sciences, and even the field of history often took the form of metaphoric spiral in which at some simple level a set of ideas or operations were introduced in a rather intuitive way and... Zelfde curriculuminhouden keren terug, op een hoger abstractieniveau

31 Na Bruner ‘Discovery learning’ benadering geactualiseerd ‘Inquiry learning ‘, ‘inquiry teaching’

32 Bruner: inquiry ~ webquest Verken even de Nederlandse tegenhanger van de Amerikaanse webquest pagina: Voor talenonderwijs :

33 Bruner: inquiry webquest Een webquest is een “zoektocht” waarbij het Internet een actieve rol inneemt bij de verschillende stappen. Webquests worden, net als bij inquiry learning, uitgevoerd met een kleine groep. De lerenden lezen, analyseren en synthetiseren nieuwe informatie. Het verwerken, bewerken en communiceren van hun resultaten is een integraal onderdeel van een webquest.

34

35 Opvatting over leren (Grabinger) Kennis is niet een product maar een proces Kennis wordt op een zeer persoonlijke manier verwerkt Elkaar begrijpen - sociale interactie ‘viability’ [levensvatbaarheid] van kennis

36 White (1992, p. 160)

37

38 Instructieprincipes (1) –concrete ervaringen –meerdere perspectieven –intenties van elke lerende –leren is een actief proces. –leren in een samenwerkingscontext –probleemoplossend denken. –betekenisvolle contexten. –instructieverantwoordelijken = gidsen, monitors, coaches, tutors, facilitators (scaffolding)

39 Instructieprincipes (2) –primaire bronnen –toetsing is geen afzonderlijk proces –vermijd geen fouten –toetsing op basis van criteria bij de doelen lerenden

40 Uitwerkingen van de constructivistische visie CIS Experiential learning Cognitive Apprenticeship Samenwerkend leren Probleemgestuurd onderwijs PGO

41 CIS Concreet - Iconic – Symbolic Herken je multipele representaties? Concreet: –kennisrepresentaties: manipuleerbaar, betastbaar, verplaatsbaar, …. –Afhankelijk van kennisdomein staan daarbij voorwerpen, gebouwen, mensen, situaties, … voorop.

42 CIS Iconic –materiaal nog steeds manipuleerbaar maar eerder in tweedimensionale vlak: kaarten, schema’s, getekende modellen, … –categorieën van objecten

43 CIS Symbolisch –Abstract –Perceptuele karakteristieken van de voorwerpen doen er niet meer toe –Vb. taal, tekens, afspraken, getallen, tekens, formules, begrippen, enz.

44 Experiential Learning Kolb stelt: “Mensen leren van hun ervaringen en het resultaat van dit leren kan op een betrouwbare manier worden gemeten en worden gecertificeerd voor credits.“ Inspiratie uit Piaget: Ontwikkeling is een continu, levenslang proces. –De assimilatie- en accomodatiemechanismen zijn basisprocessen om uit ervaring te leren. –Er is een subjectivistische epistemologische relatie tussen leren en kennisverwerving.

45 Kolb: Experiential learning cycle

46 Kolb: learning cycle

47 Kolb: leerstijlen LeerstijlNadruk opOptimale leeromgeving concreetErvaringenaffectieve omgeving reflectiefObservatieperceptuele omgeving abstractconceptualiseren, opbouwen van begrippen symbolische omgeving actiefexperimenteren: acties met reële gevolgen in echte situaties gedragsomgeving Voorkeur voor een bepaald startpunt 4 leerstijlen: een concrete, een reflectieve, een abstracte en een actieve leerstijl.

48 Kolb: leerstijlen en instructie Concrete leerstijl –feedback op concrete leeractiviteiten Reflectieve leerstijl –lezingen beluisteren Abstracte leerstijl –Gevalsstudies, lezen en bestuderen van theorie –uitlokken zelfstandig denken Actieve leerstijl (experimenteer) –discussies in kleine groepen, projectwerk, feedback door andere lerenden

49 Kolb Leerstijlen: dominante voorkeur voor een bepaald startpunt in ervarings- leercyclus Let op: totale cyclus doorlopen Kans om aan te sluiten bij individuele verschillen

50 Kolb Succesvolle benadering Kritiek (1) de zeer eigenzinnige interpretatie van epistemologische basisbegrippen leren (2) alle vier stappen in ervaringscyclus noodzakelijk (3) een sterke kritiek op begrip ‘dialectic tension’: overstap in de cyclus veroorzaakt een intellectuele spanning in de leerbenadering. Onderzoeksgegevens geeft aan dat niet altijd een conflict nodig is.

51 Kolb & professionele opl. Succesvol in professioneel gerichte opleidingen Maudsley & Strivens (2000) –Propositional (`knowing that‘) –Process (`knowing how') –Personal knowledge –Moral principles Zie ook leerbedrijven

52 McCarthy: Kolb in lesplanningscyclus

53 Het succes van ‘Experiental Learning’ blijkt uit de zeer actieve website van de National Society for Experiential Education’ (http://www.nsee.org/).

54 Cognitive apprenticeship Snowman & Biehler (2003): –Instructieverantwoordelijke (mentor) werkt samen met lerende om kennis te construeren (declaratieve en procedurele kennis). –Modeleren, hints, leidvragen, suggesties (scaffolding) –Verantwoordelijkheid aan lerenden –Leersituaties zijn gecontextualiseerd.

55 Cognitive apprenticeship Jordan (1987): –Werk uitvoeren is de drijvende kracht. –Eenvoudige taken; geen hoge kost –Leren ~ “doen”, “handelen” –Standaarden en kwaliteitscriteria ~ expert –Lerende is probleemeigenaar –Instructieverantwoordelijke grotendeels onzichtbaar.

56 State-of-the-art technologie in de multimedia opleiding van Expression (www.expression.edu)

57 Cognitive apprenticeship Leerstof: –Concrete domeinkennis, heuristische strategieën, controlestrategieën, leerstrategieën (metacognitieve kennis). Methodes: –Modeling, coaching, scaffolding, articuleren, increasing complexity and diversity of tasks, reflecteren, exploreren

58 Cognitive apprenticeship Taken –Toenemende complexiteit, diversiteit, van algemeen naar specifiek Context –In context, expert, samenwerkingen

59 Leerbedrijven

60 Van eenvoudig nar complex Graden van authenticiteit Gestimuleerd in Vlaanderen

61 Samenwerkend leren Slavin: “Cooperative learning has an ancient pedigree. Since time immemorial, teachers have allowed or encouraged their students to work together on occasional group projects, in group discussions or debates, or in other kinds of work groups or peer tutoring dyads.” Johnson & Johnson : “The research (…) has an external validity and a generalizability rarely found in the social sciences.”

62 Samenwerkend leren Groepswerk kwalijke reputatie –Lerenden werken niet echt samen; ze verdelen gewoon het werk en leggen op het einde alles samen. –Of bepaalde lerenden doen vrijwel al het werk en andere ‘liften’ mee. –…

63 Samenwerkend leren Johnson & Johnson : “As you can see, cooperative learning is not simply a process of putting students in groups and setting them loose to work on an assignment together. Oftentimes, our students will be more accustomed to competitive and individualistic classroom situations than they are to work cooperatively with their classmates. For a cooperative activity to be successful, we must structure the activity in such a way that cooperative learning is not only helpful for academic success but in fact even necessary for it.”

64 Samenwerkend leren p.210 Johnson & Johnson (1996) en Slavin (1996)

65 Samenwerkend leren Ormrod: –Stel groepen samen waarvan je verwacht dat ze op een productieve manier kunnen samenwerken. –Geef duidelijke doelen en subdoelen op. –Geef gedragsregels op voor de groepssamenwerking. –Beperk sturend gedrag van de instructieverantwoordelijke: coach, consultant. –Vraag groepen om hun eigen effectiviteit te beoordelen. –Overweeg om de groepssamenstelling vrij constant te houden.

66 Samenwerkend leren Voorbeeld: CSCL Belang van scripting –Inhoudsgerichte scripts helpen de concrete taak en onderliggende kennisbasis helder te krijgen. Vb. rol onderzoeker, theoreticus, apotheker, assistent, vertegenwoordiger bedrijf, enz. –Communicatiegerichte scripts bevorderen samenwerking in de groep rol van moderator, samenvatter, theoreticus, enz.

67 Invloed van toewijzing geen of wel rollen in een CSCL setting op de beheersing van geïntegreerde farmaceutische kennis (ICS) bij 5 de jaar farmaciestudenten (academiejaar ).

68 Differentiële impact van rollen.

69 Samenwerkend leren: peer tutoring Peer tutoring: “people from similar social groupings who are not professional teachers helping each other to learn, and learning themselves by teaching” Past bij samenwerkend leren: –medelerende/tutor de rol van instructieverantwoordelijke voor tutee –past strategieën als modeling, coaching, scaffolding, articuleren, reflecteren en exploreren. –peer tutoring is mediating ZPD (Vygotsky)

70 Keith Topping is een pionier op het terrein van peer tutoring. Het is de moeite waard om zijn website hierover te verkennen (http://www.fifepeerlearning.org/).

71 Peer tutoring Zie inleidend videofragment

72 Samenwerkend leren: peer tutoring Onderzoek (cross-age en same-age) –+++ (zie artikel Van Keer) –toegepast in sterk verschillende kennisdomeinen –positieve impact op de houding ten opzichte van leren (algemeen en kennisdomeinen) –ontwikkeling communicatievaardigheden, sociaal-emotioneel welzijn en gevoel van zelfwaarde

73 Onderzoek: Van Keer (2004)

74 Peer tutoring Tutors’ zelf kennis beheersen Ontwikkel tutor strategieën Zet structuur uit voor samenwerking ‘tutor’ - ‘tutee’. Uitgebalanceerde ‘tutoring teams’. Alle lerenden kunnen rol van ‘tutor’ op zich nemen.

75 Samenwerkend leren: tutoring

76 Student tutoring Oudere tutors (vb studenten HO) helpen tutees Student tutors aan de slag in Vlaamse scholen en bij lerenden thuis (©S. Vandevelde). Bekijk verder de boeiende videoclips m.b.t. student tutoring die je via de website van de Koning Boudewijn Stichting kan bekijken (http://www.kbs- frb.be/event.aspx?id=227872&LangType=2067).

77 Effectiviteit student tutoring Effecten van tutoring voor de tutor en de tutee (De Backer & Van Keer, 2008, p.126)

78 Probleemgestuurd onderwijs PGO “Is sport goed voor je gezondheid?: Sylvia, 11 jaar oud, gaat twee keer per week naar aerobic dansen. Ze is ook cheerleader bij de plaatselijke basketbalclub. Haar rechterknie gaat meer en meer pijn doen. Als u het meisje onderzoekt, valt het u op dat zij pijn heeft wanneer u met uw vingers voelt aan de knobbel bovenaan haar rechterscheenbeen. De pijn wordt erger als Sylvia haar spieren aan de voorzijde van haar dijbeen aanspant.”

79 PGO PGO is in heel wat opleidingen geïmplementeerd als onderliggende instructieaanpak. In dit voorbeeld heeft de Stenden Hogeschool resoluut gekozen voor PGO in al haar opleidingen (http://www.stenden.com). Verken zeker de videoclip op hun website.http://www.stenden.com

80 PGO Een probleem dat een docent gebruikt om de studenten te oriënteren op een inhoudelijk thema. Een groepje van 8 studenten, onder begeleiding van een tutor, moet nu proberen het verschijnsel zo goed mogelijk te verklaren in termen van onderliggende processen, principes of mechanismen. Meteen start - zonder voorbereiding - een discussie (zie p.226)

81 Probleemgestuurd onderwijs PGO Basis –Indiana University –Bruner (discovery learning) –Universiteit Maastricht Kernbegrippen Designprincipes

82 Basis PGO 1.Het leren wordt verankerd in grote taken of probleemsituaties; 2.De lerende wordt eigenaar van het probleem of de taak; 3.De lerende pakt authentieke taken aan; 4.De taken zijn complex; 5.De lerende –eigenaar van probleem –geeft oplossingen; 6.De instructieverantwoordelijke daagt uit, stuurt niet; 7.De uitgewerkte ideeën en geconstrueerde kennis worden getoetst in samenwerkingscontext; 8.De lerende reflecteert op kennis en kennisverwervingsproces. Voortbouwend op deze principes kunnen we leren in een PGO- context ook typeren als: "student-centered, problem-based, inquiry-based, integrated, collaborative, reiterative learning."

83 Kernbegrippen PGO (Grabinger) Authentieke problemen. “The students begin cold” “Facilitator” Activeren van de voorkennis Transfer Basisinformatie verder elaboreren Leerdoelen zeer breed

84 Designprincipes PGO Taakanalyse Genereren van problemen Leersequentie Rol facilitator Toetsing

85 Zevensprong Verhelder onduidelijke begrippen Definieer het probleem/problemen Analyseer het probleem/problemen Cluster samenhangende ideeën Formuleer leerdoelen Zelfstudie Rapporteer/integreer nieuwe informatie

86 Onderwijskundig referentiekader Instructieverantwoordelijke –‘coach’, een ‘tutor’, een ‘facilitator’. –Instructieverantwoordelijke krijgt ontwerptaak: authentieke contexten en problemen. –De instructieverantwoordelijke leert zelf ook.

87 Onderwijskundig referentiekader Kenmerken van de instructieverantwoordelijke –Zijn of haar kennis is veranderd na instructie. –Instructieverantwoordelijken zijn experts die functioneren in authentieke settings. Begeleiding van de instructieverantwoordelijke –Voorzie ondersteuning van instructieverantwoordelijke. –Let op professionalisering van instructieverantwoordelijke.

88 Onderwijskundig referentiekader Lerende –De lerende controleert en stuurt eigen leerproces: leerdoelen kiezen, probleem definiëren, achtergrondmateriaal opsporen en selecteren, verwerken, en eigen leerproces controleren en evalueren. –De lerende wordt als individu benaderd (cognitief constructivisme) en als en lid van een gemeenschap/cultuur (sociaal constructivisme). –Samenwerken met anderen staat centraal. –Afhankelijk van de auteur, verloopt ontwikkeling al dan niet volgens een vast patroon. –De lerende kan zelf rol instructieverantwoordelijk opnemen.

89 Kenmerken van de lerende(n) –Eigen ervaringen, betekenisgeving, interpretatie, probleemstelling, … zijn een belangrijk uitgangspunt voor het leerproces. –Grote mate van zelfsturing en eigen verantwoordelijkheid. –Ontwikkel voorwaardelijke vaardigheden om een instructierol op zich te nemen (bijv. bij ‘peer tutoring’). Begeleiding van de lerenden –Instructieverantwoordelijke is ‘begeleider’, een ‘coach’, een ‘tutor’ i.p.v. een les’gever’. –Lerenden krijgen bij ‘peer tutoring’ scripts.

90 Onderwijskundig referentiekader Leeractiviteiten –Piaget en Bruner schetsen concrete stappen in leerproces. –Typeringen: actief, constructief, samenwerkend, conversationeel, reflectief, gecontextualiseerd, met een focus op de volle complexiteit en intentioneel (doelgericht).

91 Onderwijskundig referentiekader Instructieactiviteiten –Leerdoelen Doelen op het hogere niveau: probleemoplossingsvaardigheden, metacognitie. Leerdoelen afspiegeling van wat in probleem/context aan bod kan komen. Lerenden bepalen zelf leerdoelen in (authentieke en complexe) context of bij probleem. Benadruk transferwaarde van leerdoelen. Verzorg opeenvolging taken/problemen.

92 Onderwijskundig referentiekader Instructieactiviteiten –Werkvormen Activerende werkvormen: discussies, groepswerk, scaffolding, modeling, articulation, reflection, exploration, zelfstudie, enz. Lok meerdere visies uit. Zorg voor afwisseling in werkvormen Werkvormen respecteren verschillen in leerstijl. Zelfreflectie. Samenwerkend leren staat voorop. ‘Peer tutoring’ met scripts. Voorwaarden van Johnson & Johnson (1996) en Slavin (1996). Indirect richten van de individuele en groepsactiviteiten.

93 Onderwijskundig referentiekader Instructieactiviteiten –Leerstof De dagelijkse werkelijkheid is een bron van leerstof. Goede selectie van authentieke problemen. Authentieke leerstof

94 Onderwijskundig referentiekader Instructieactiviteiten –Media Leeromgevingen zijn een bepalende factor in het instructieproces. –Toetsing Geïntegreerd in het totale proces. Zelfevaluatie en toetsing door andere lerenden.

95 Onderwijskundig referentiekader Organisatievorm –Werk vooral in groepjes, teams en met ‘peer tutoring’. –Pas de infrastructuur aan voor zelfstandig werken, groepswerk, informatie opzoeken, …

96 Onderwijskundig referentiekader Context –De reële context primeert (zie experiential learning, virtual companies) –De culturele context bepaalt ‘tools’ (Vygotsky).

97 Van leren naar instructie Constructivisme


Download ppt "Van leren naar instructie Constructivisme. Advance Organizer Videoclips –Active learning environments: Hk&feature=related."

Verwante presentaties


Ads door Google