De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Vwo A/C Samenvatting Hoofdstuk 5. Wortels x² = 10 x = √10 v x = -√10 kwadrateren is hetzelfde als tot de tweede macht verheffen √10 = 2 √10 √10 = 10 

Verwante presentaties


Presentatie over: "Vwo A/C Samenvatting Hoofdstuk 5. Wortels x² = 10 x = √10 v x = -√10 kwadrateren is hetzelfde als tot de tweede macht verheffen √10 = 2 √10 √10 = 10 "— Transcript van de presentatie:

1 vwo A/C Samenvatting Hoofdstuk 5

2 Wortels x² = 10 x = √10 v x = -√10 kwadrateren is hetzelfde als tot de tweede macht verheffen √10 = 2 √10 √10 = 10  √10 ≈ 3,16 (√10)² = 10 daarom heet √10 ook wel de tweedemachtswortel van 10 GR 1y 1 = x 2 en y 2 = 10 plotten  intersect coördinaten v/h snijpunt 2optie x √ gebruiken 5.1

3 Voor het oplossen van de vergelijking x n = p kun je 4 verschillende situaties onderscheiden. 5.1

4 x³ = 3 x = 3  x ≈ 1,44 1p is positief ( n = oneven ) er is één oplossing x = p  = n √p 1,44 n = oneven grafiek is puntsymmetris ch in (0, 0) 5.1

5 x ³ = -3 x = -3  x ≈ -1,44 -1,44 2p is negatief ( n = oneven ) er is één oplossing x = p  = n √p 5.1

6 x 4 = 3 x = 3 ¼ x ≈ 1,32 v x ≈ -1,32 -1,321,32 3p is positief ( n = even ) er zijn twee oplossingen x = p  = n √p v x = -p  = - n √p n = even grafiek is lijnsymmetrisch in de y-as 5.1

7 x 4 = -3 x = -3 ¼ Er is geen oplossing 4p is negatief ( n = even ) er zijn geen oplossingen 5.1

8 y 3 f g los op (exact) x² < 2x + 3 f(x) = x² g(x) = 2x + 3 f(x) = g(x) x² = 2x + 3 x²- 2x – 3 = 0 ( x + 1 )( x - 3 ) = 0 x = -1 v x = 3 aflezen uit de schets -1 < x < 3 0 x werkschema bij het oplossen van ongelijkheden 1schets de grafieken van f en g 2los de vergelijking f(x) = g(x) op 3lees uit de schets de oplossingen af lees het antwoord af op de x-as f(x) < g(x) wanneer ligt de grafiek van f onder die van g 5.1

9 Bij het oplossen van de ongelijkheid f(x) < g(x) waarbij je niet exact te werk hoeft te gaan, mag je de vergelijking f(x) = g(x) grafisch-numeriek oplossen (GR) los op (2 decimalen) x³ - 2x² > 3x – 4 voer in y 1 = x³ - 2x² y 2 = 3x - 4 optie intersect x ≈ 1,56 v x = 1 v x ≈ 2,56 aflezen uit de schets -1,56 2,56 y -1,56 2,56 y 1 y 2 0 x 1 lees het antwoord af op de x- as f(x) > g(x) wanneer ligt de grafiek van f boven die van g 5.1

10 Lineaire groei en exponentiële groei 5.2

11 Bij de formule N = b · g t onderscheiden we 2 gevallen groeifactoren kleiner dan 0 of gelijk aan 1 hebben geen betekenis O x y O x y g > 10 < g <

12 Groeifactor en groeipercentage Neemt een hoeveelheid per tijdseenheid met een vast percentage toe of af, dan heb je met exponentiële groei te maken. Neemt een bedrag met 250 euro per jaar met 4,5% toe, dan is de groeifactor 1, % + 4,5% = 104,5%  × 1,045 formule : B = 250 × 1,045 t Dus bij een groeifactor van 0,956 is de procentuele afname 100% - 95,6% = 4,4%. We zeggen dat het groeipercentage - 4,4% is. Bij een verandering van p% per tijdseenheid hoort exponentiële groei met groeifactor g = 1 + p/100. Bij een groeifactor g per tijdseenheid hoort een procentuele verandering van p = ( g – 1 ) × 100%. 5.2

13 Rekenregels van machten bij delen trek je de exponenten van elkaar af bij macht van een macht vermenigvuldig je de exponenten bij de macht van een product krijg je een product van machten a 4 = a · a · a · a a 2 · a 3 = a · a · a · a · a = a 5 = = a 2 (a 2 ) 3 = a 2 · a 2 · a 2 = a 6 (ab) 3 = ab · ab · ab = a 3 b 3 a 5 a · a · a · a · a a 3 a · a · a bij vermenigvuldigen de exponenten optellen 5.3

14 Algemeen a p · a q = a p + q = a p – q (a p ) q = a pq (ab) p = a p b p apaqapaq 5.3

15 4° = 1 a° = 1 (a ≠ 0) 2 -1 = ½ 8 -1 = ⅛ a -n = (a ≠ 0) de rekenregels voor machten gelden ook bij negatieve exponenten Verhuist een macht van de teller naar de noemer of omgekeerd, dan verandert de exponent van teken. 1 anan Negatieve exponenten 5.3

16 x  = √x x  = √x 4  = √4 = 2 64  = √64 = 4 algemeen: a  = n √a ook geldt: a = √a (a > 0) pqpq q 3 3 Machten met gebroken exponenten p 5.3

17 als er een getal a bestaat zo, dat P = a · Q dan is P evenredig met Q het getal a heet de evenredigheidsconstante y is evenredig met x n betekent dat er een getal a is met y = a · x n Evenredig 5.3

18 is g de groeifactor per tijdseenheid, dan is de groeifactor per n tijdseenheiden gelijk aan g n bij een groeifactor van 1,5 per uur hoort een groeifactor van 1,5 24 ≈ 16834,11 per dag en een groeifactor van 1,5 ¼ ≈ 1,11 per kwartier 1,11  111%  toename per kwartier is 11% het omzetten van groeipercentages naar een andere tijdseenheid gaat via groeifactoren Groeiregels omzetten naar een andere tijdseenheid 5.4

19 herkennen van exponentiële groei bij een tabel 1bereken voor even lange tijdsintervallen het quotiënt aantal aan het eind van het interval aantal aan het begin van het interval 2verschillen de quotiënten weinig, dan mag je uitgaan van exponentiële groei Werkschema: 5.4

20 de verdubbelingstijd bij exponentiële groei is de tijd waarin de hoeveelheid verdubbelt bij groeifactor g vind je de verdubbelingstijd T door de vergelijking g T = 2 op te lossen de halveringstijd is de tijd waarin de hoeveelheid gehalveerd wordt bij groeifactor g bereken je de halveringstijd T door de vergelijking g T = ½ op te lossen Verdubbelings- en halveringstijd 5.4


Download ppt "Vwo A/C Samenvatting Hoofdstuk 5. Wortels x² = 10 x = √10 v x = -√10 kwadrateren is hetzelfde als tot de tweede macht verheffen √10 = 2 √10 √10 = 10 "

Verwante presentaties


Ads door Google