De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Welkom Nascholing ‘onderzoek toont aan’. Docenten  Dr. Bert Vrijhoef  Zorgwetenschappen Universiteit Maastricht  Harm Odolphy  Voorzitter EADV TOPforum.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Welkom Nascholing ‘onderzoek toont aan’. Docenten  Dr. Bert Vrijhoef  Zorgwetenschappen Universiteit Maastricht  Harm Odolphy  Voorzitter EADV TOPforum."— Transcript van de presentatie:

1 Welkom Nascholing ‘onderzoek toont aan’

2 Docenten  Dr. Bert Vrijhoef  Zorgwetenschappen Universiteit Maastricht  Harm Odolphy  Voorzitter EADV TOPforum

3 Doelstellingen  Doel 1: DVK zijn zich bewust van het belang van ‘evidence based practice‘  Doel 2: De interesse moet zodanig gestimuleerd zijn dat men voornemens is het te gaan toepassen  Doel 3: DVK's krijgen tools aangereikt om op snelle wijze de waarde van onderzoek en toepasbaarheid te kunnen formuleren

4 Programma  Welkom door cursusleiding  Onderdeel 1: Wat is wetenschap?  – 14.00Lunch met postersessies  Onderdeel 2: Kritisch lezen van een wetenschappelijke tekst  – Theepauze  – Onderdeel 3: Beoordelen van posterpresentaties  Onderdeel 4: Onderzoek op de werkplek  Afsluiting met evaluatie

5 Onderdeel 1  Onderdeel 1: Wat is wetenschap?  Bespreken thuisopdracht  Wat is wetenschap? (plenaire lezing)  Onderdelen van een wetenschappelijk artikel  Terminologie wetenschappelijk onderzoek  Waarop let je bij de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek?

6 Onderdeel 2  Onderdeel 2: Het kritisch lezen van een wetenschappelijke tekst?  Valkuilen in de presentatie van wetenschappelijk onderzoek  Beoordeling bestudeerde artikelen thuisopdracht aan de hand van beoordelingsformulier  Laatste half uur subgroepen bepreken poster

7 Onderdeel 3  Onderdeel 3: Beoordelen van posterpresentaties  werkwijze  In 4-6 subgroepen worden de posterpresentatie van de lunchpauze besproken  Plenaire terugkoppeling “poster”presentatie m.b.v stellingen

8 Onderdeel 4  Onderdeel 4: Onderzoek op de werkplek  Breng een kritische houding in de praktijk, een interactief casuïstiek programma.  Barrage (met prijs)

9 Gezondheidswetenschappen Onderdeel 1 Wat is wetenschap? Dr. HJM Vrijhoef Sectie Verplegingswetenschap, Universiteit Maastricht & Eenheid Transmurale Zorg, academisch ziekenhuis Maastricht

10 Gezondheidswetenschappen Inhoudsopgave Wat is wetenschap? Vormen van wetenschappelijk onderzoek Wetenschappelijk onderzoeksproces Elementen van onderzoek De wetenschappelijke publicatie

11 Gezondheidswetenschappen Wat is wetenschap?

12 Gezondheidswetenschappen

13

14 Volgens Van Dale: Wetenschap = het systematisch geordende geheel van het weten en van de regels, wetmatigheden, theorieën, hypothesen en systemen waarmee verdere kennis kan verkregen worden

15 Gezondheidswetenschappen Over het algemeen is men het erover eens dat wetenschap “zowel de verzamelde kennis als de activiteit van het verzamelen van die kennis" is. Het belangrijkste onderdeel van wetenschap is het doen van onderzoek.

16 Gezondheidswetenschappen “Een hypothese is wetenschappelijk wanneer die hypothese bevestigd kan worden door middel van de zintuiglijke waarneming”. VERIFICATIE Wiener Kreis (1929) “Een hypothese is wetenschappelijk wanneer die hypothese weerlegd kan worden door een beroep te doen op de empirie”. FALSIFICATIE Karl Popper (1959)

17 Gezondheidswetenschappen

18 Inhoudsopgave Wat is wetenschap? Vormen van wetenschappelijk onderzoek Wetenschappelijk onderzoeksproces Elementen van onderzoek De wetenschappelijke publicatie

19 Gezondheidswetenschappen Vormen van onderzoek Wetenschappelijk onderzoek: Het ontwikkelen, toetsen, en/of toepassen van een (wetenschappelijke) theorie in de vorm van één of meer (met elkaar samenhangende) hypothesen.

20 Gezondheidswetenschappen Vormen van onderzoek Goed wetenschappelijk onderzoek Slecht wetenschappelijk onderzoek Kwantitatief versus kwalitatief

21 Gezondheidswetenschappen Verschillende vormen: 1.Individueel vs. Ecologisch 2.Individueel: Transversaal vs. Longitudinaal 3.Longitudinaal: Experimenteel vs. Niet- experimenteel (observationeel)

22 Gezondheidswetenschappen 3a. Experiment (RCT): Interventie + random toewijzing van interventie aan onderzoekspersonen 3b. Longitudinaal niet-experimenteel: Cohortonderzoek vs. Patiënt-controle onderzoek Timing: Retrospectief vs. prospectief

23 Gezondheidswetenschappen Experiment Basispopulatie Onderzoekspopulatie Inclusie-exclusie criteria Voormeting variabelen RANDOMISATIE Checken progn. factn. Exp. InterventieControle interventie Nameting effectvariabelenNameting effectvarn.

24 Gezondheidswetenschappen Eisen aan onderzoek Relevantie (maatschappelijk, wetenschappelijk) Systematische uitvoering

25 Gezondheidswetenschappen Inhoudsopgave Wat is wetenschap? Vormen van wetenschappelijk onderzoek Wetenschappelijk onderzoeksproces Elementen van onderzoek De wetenschappelijke publicatie

26 Gezondheidswetenschappen Empirische cyclus

27 Gezondheidswetenschappen Inductie en deductie Theorie Formulering Hypothese Patroon Observatie Theorie Hypothese Observatie Vaststelling

28 Gezondheidswetenschappen

29 Inhoudsopgave Wat is wetenschap? Vormen van wetenschappelijk onderzoek Wetenschappelijk onderzoeksproces Elementen van onderzoek De wetenschappelijke publicatie

30 Gezondheidswetenschappen Elementen van onderzoek Onderzoeksvraag/ -probleemstelling/ - doelstelling Interventie Onderzoekspopulatie (N) Onderzoeksvariabelen Onderzoekshypothese(n) (H 0 en H a ) Onderzoeksontwerp/ -design Meetinstrumenten en -momenten Techniek(en) voor data-analyse en interpretatie Tijdsplan & begroting

31 Gezondheidswetenschappen Veel valkuilen bij onderzoek: bias Onderzoeksopzet Randomisatie Prospectief versus retrospectief Blindering Validiteit Statistische significantie Vertaling naar de praktijk (generalisatie) et cetera…..

32 Gezondheidswetenschappen Significantie Betekent letterlijk: veelbetekend In de statistiek wordt bedoeld: (hoogstwaarschijnlijk) niet op toeval berustend. Bij hypothesetoetsing probeert men te bewijzen dat een bepaald onderzoeksresultaat niet op toeval berust.

33 Gezondheidswetenschappen De wetenschappelijke publicatie

34 Gezondheidswetenschappen Wetenschap kan heel leuk zijn! tijdschriften artikelen/jaar

35 Gezondheidswetenschappen Kritisch lezen van wetenschappelijke artikelen Lotte Steuten & Bert Vrijhoef Universiteit Maastricht, Cluster Zorgwetenschappen

36 Gezondheidswetenschappen

37 Symptoombestrijding gezond verstand & een beetje achtergrondkennis

38 Gezondheidswetenschappen Waar begin je? Titel: –Lang niet altijd een goede indicatie van de inhoud van het artikel Voorbeeld: “The Health Technology Assessment- disease management instrument reliably measured methodologic quality of health technology assessments of disease management.” (Steuten LMG, Vrijhoef HJM, Van Merode GG, Severens JL, Spreeuwenberg C. J Clin Epidemiol 2004;57(9):881-8.)

39 Gezondheidswetenschappen Samenvatting Korte weergave van de inhoud van het artikel: –Centrale onderzoeksvraag –Methode van onderzoek (welke patiënten, hoeveel, wat is er gemeten en hoe is dit gemeten) –Belangrijkste resultaten –Conclusie (+ eventueel aanbevelingen)

40 Gezondheidswetenschappen De inleiding Belangrijkste: onderzoeksvraag of hypothese Let op: formulering!!

41 Gezondheidswetenschappen Voorbeelden 1.“Helpt vitamine inname tegen kanker?” Welke vitamine? Tegen welk soort kanker? 2. “Remt vitamine C inname het ontstaan van darmkanker? In welke populatie (gezonden/zieken)? Wat wordt bedoeld met vitamine C inname (vitaminesupplement, in welke hoeveelheden, hoeveel per dag)? In vergelijking met wat?

42 Gezondheidswetenschappen PICO-systeem Patient Intervention Control Outcomes

43 Gezondheidswetenschappen Dit is is al beter… Voorkomt de inname van 500 mg extra vit. C per dag in de vorm van een voedingssupplement gedurende een periode van 6 maanden het onstaan van darmkanker bij gezonde volwassen personen(>= 16 jaar) zoals gemeten gedurende een jaar follow-up in vergelijking met geen enkele inname van vitamines in de vorm van een voedingssupplement?

44 Gezondheidswetenschappen P ICO Voorkomt de inname van 500 mg extra vit. C per dag in de vorm van een voedingssupplement gedurende een periode van 6 maanden het onstaan van darmkanker bij gezonde volwassen personen(>= 16 jaar) zoals gemeten gedurende een jaar follow-up in vergelijking met geen enkele inname van vitamines in de vorm van een voedingssupplement?

45 Gezondheidswetenschappen P I CO Voorkomt de inname van 500 mg extra vit. C per dag in de vorm van een voedingssupplement gedurende een periode van 6 maanden het onstaan van darmkanker bij gezonde volwassen personen(>= 16 jaar) zoals gemeten gedurende een jaar follow-up in vergelijking met geen enkele inname van vitamines in de vorm van een voedingssupplement?

46 Gezondheidswetenschappen PI C O Voorkomt de inname van 500 mg extra vit. C per dag in de vorm van een voedingssupplement gedurende een periode van 6 maanden het onstaan van darmkanker bij gezonde volwassen personen(>= 16 jaar) zoals gemeten gedurende een jaar follow-up in vergelijking met geen enkele inname van vitamines in de vorm van een voedingssupplement?

47 Gezondheidswetenschappen PIC O Voorkomt de inname van 500 mg extra vit. C per dag in de vorm van een voedingssupplement gedurende een periode van 6 maanden het onstaan van darmkanker bij gezonde volwassen personen(>= 16 jaar) zoals gemeten gedurende een jaar follow-up in vergelijking met geen enkele inname van vitamines in de vorm van een voedingssupplement?

48 Gezondheidswetenschappen Methode Beschrijving interventie Beschrijving onderzoekspopulatie Type onderzoek (kwalitatief/kwantitatief; vergelijkend/observationeel) Meetinstrumenten (van bloedtesten tot vragenlijsten of pure observatie) Statistiek (voor zover van toepassing)

49 Gezondheidswetenschappen De interventie Is de interventie en de toepassing ervan duidelijk omschreven? –Test: zou je het na kunnen doen? Is de interventie een logische oplossing voor het probleem? –Test: gezond verstand!

50 Gezondheidswetenschappen Onderzoekspopulatie Is de onderzoekspopulatie duidelijk omschreven? –Let op: in EN exclusie criteria Is de gekozen onderzoekspopulatie logisch? –Bijvoorbeeld: medicatie alleen getest op patienten zonder complicaties terwijl in de praktijk veel patienten complicaties hebben Aantal patienten (N): voldoende? (zoek bv. naar ‘power-berekening’)

51 Gezondheidswetenschappen Type onderzoek (I) Kwalitatief: meten van meningen of opvattingen door bv. mondelinge interviews Kwantitief: alles wat in maat en getal is uit te drukken (bv. HBA1C, maar ook scores voor kwaliteit van leven) Vergelijkend onderzoek: verschillen tussen groepen (interventie groep en controle groep) Observationeel: verschillen binnen een groep (gedurende langere tijd bijvoorbeeld) Cross-sectioneel: soort ‘opinie-peiling’

52 Gezondheidswetenschappen Type onderzoek (II) Sterke en zwakke soorten onderzoek Gerelateerd aan de mogelijkheid om een oorzakelijk verband aan te tonen Gouden standaard: RCT –Test: past het type onderzoek bij de vraagstelling? –Zo nee: kan dit logischerwijs hebben geleid tot vertekende resultaten?

53 Gezondheidswetenschappen Voorbeeld Invloed van medicatie X op mate van kortademigheid bij kinderen met astma Design: observationeel –Mate van zelf ervaren kortademigheid (schaal 0-10) bevraagd bij 300 kinderen in de periode mei 2004 t/m december 2004

54 Gezondheidswetenschappen Resultaten I

55 Gezondheidswetenschappen Resultaten II

56 Gezondheidswetenschappen Uitkomstmaten Duidelijke omschrijving van belangrijkste uitkomstmaat –Vraag: logische uitkomstmaten gebruikt? Bijvoorbeeld: evaluatie van een educatie programma voor mensen met COPD –Uitkomstmaat 1: longfunctie –Uitkomstmaat 2: kennis van de patient –Uitkomstmaat 3: kwaliteit van leven

57 Gezondheidswetenschappen Meetinstrumenten Duidelijke omschrijving van gebruikte meetinstrumenten: –Van bloeddrukmeter tot vragenlijst –Test: zijn er ‘gevalideerde’ meetinstrumenten gebruikt Voorbeeld: gewichtsmeting –Met kleding, alleen schoenen uit, zonder kleding, of gecorrigeerd voor gewicht van kleding –Op professionele of huis-, tuin- en keukenweegschaal

58 Gezondheidswetenschappen Statistiek Bij kwalitatief onderzoek is statistiek doorgaans niet van toepassing Bij kwantitatief onderzoek wel! –Vaak moeilijk te beoordelen zonder kennis van statistiek of statistiekboek bij de hand

59 Gezondheidswetenschappen De resultaten (I) Beschrijving van de kenmerken van de populatie –Kenmerken van de populatie bij aanvang van het onderzoek (verhouding m/v, leeftijd, aantal rokers, enz) Bij vergelijkend onderzoek moeten deze kenmerken voor de interventie en controle groep grotendeels gelijk zijn –dwz, niet systematisch van elkaar verschillen –aangegeven door p-waarden –meestal geldt: p<0.05 dan WEL een verschil en kans op vertekening van de resultaten

60 Gezondheidswetenschappen De resultaten (II) Overzichtelijk gepresenteerd? –Test: zie je in 1 oogopslag de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek? Volledigheid: –Test: wordt er over alle uitkomstmaten gerapporteerd?

61 Gezondheidswetenschappen De resultaten (III) Mate van onzekerheid rondom de resultaten aangegeven? –Test: betrouwbaarheidsintervallen rondom schattingen –Vergelijk: gemiddeld verschil van +3 (95%BI: +1 t/m +5) OF gemiddeld verschil van +3 (95%BI: -2 t/m +7)

62 Gezondheidswetenschappen Discussie Interpretatie van de gevonden resultaten Vergelijking met andere onderzoeksresultaten Bespreken van sterke en zwakke kanten van het uitgevoerde onderzoek –Mogelijk invloed van eventuele zwakke punten op de gevonden resultaten

63 Gezondheidswetenschappen Conclusie & Aanbevelingen Is de conclusie een duidelijk antwoord op de onderzoeksvraag? Test: –vloeit het antwoord logisch voort uit de gevonden resultaten? –Zou je ook andere conclusie kunnen trekken op basis van de resultaten? –Worden er niet alsnog andere resultaten bijgehaald? Vloeien aanbevelingen voor de praktijk of verder onderzoek logisch voort uit de conclusie?

64 Gezondheidswetenschappen Algemeen Laat je niet inpakken door moeilijke termen of ingewikkeld taalgebruik: goede artikelen zijn vaak duidelijker dan slechte artikelen Ook in hoogaangeschreven tijdschriften staan slechte artikelen en vise versa Vraag je voortdurend af: is dit logisch?

65 Gezondheidswetenschappen Pauze Programma hervat om 14.00

66 Beoordeling van artikelen Onderdeel 2c Terugkoppeling thuisopdracht

67 Methode  Beoordeling op verschillende aspecten  Artikel 1 Ontslag proces  Artikel 2 Efficacy  Resultaten enquête/ huiswerkopdracht  Toelichting

68 Beoordelingscriteria  Titel& Samenvatting  Introductie en achtergrond  Methode  Deelnemers  Interventies  Doelen  Uitkomsten  Omvang onderzoekspopulatie  Randomisatie/  Statistische methoden  Resultaten  Populatiestromen  Werving/ Periode van werving  data 0- meting  Data beschikbaar voor analyse  Uitkomsten interventies en geschat effect  Onderzoek verstorende gebeurtenissen  Discussie  Interpretatie  Generaliseerbaarheid  Algehele interpretatie

69 Titel &Samenvatting  Wat zegt de titel over het onderzoek  staat er in de samenvatting informatie over:  Soort onderzoek  Indien van toepassing: randomisatie methode: –Randomisatie houdt in dat ieder individu (of andere eenheid van randomisatie) een gelijke kans heeft om elk van de interventies te krijgen. –Een goede randomisatie: een tabel met aselecte (random) getallen of van een door een computer aangemaakte randomisatielijst. –Andere methoden van allocatie die soms wel als randomisatie beschreven zijn, maar dit niet echt zijn: allocatie op geboortedatum, volgorde van binnenkomst, dag van de week, maand van het jaar, dossiernummer.

70 Enquête Ik vind de titel van het artikel passen bij de verdere inhoud  Ontslag  mee eens 93%  mee oneens 4 %  geen mening 4%  Self efficacy  mee eens 63%  mee oneens 26%  geen mening 11%

71 Titel&Samenvatting Het Ontslag proces –Titel geeft geen weergave van de inhoud van het onderzoek –Soort onderzoek –In de samenvatting staat beperkte informatie over methode; resultaten en conclusie Self efficacy & coping –Titel geeft inhoud onderzoek weer –Methode; resultaten en conclusie worden in samenvatting verantwoord

72 Wie is er van mening veranderd?

73 Methode  Deelnemers:  Wat is de onderzoekspopulatie  Wat zijn de karakteristieken  wervingsmethode  exclusiecriteria  Interventies  Wat is de interventie  Wat is het wetenschappelijk kader van de interventie  Doelen  Uitkomsten  Wat wordt gemeten  Argumentatie van de variabelen  Omvang onderzoekspopulatie  Welke populatie is nodig voor een analyseerbaar resultaat  Is de populatie groot genoeg  Randomisatie/  Hoe vindt randomisatie plaats  Statistische methoden  Methode benoemd

74 Methode Het Ontslag proces –18 afdelingen onderzocht, zijn dit alle afdelingen? –Theoretisch kader/ wetenschappelijke relevantie –Populatie: 1 vpk per afdeling –Wervingsmethode benoemd –Wat wordt gemeten? Beleid?; multidisciplinair→ operationalisatie! –Selectiebias: vragenlijst wordt ingevuld door aangewezen vpk –Niet benoemd hoeveel respondenten nodig voor analyse –Statistische methode niet benoemd Self efficacy& coping –Duidelijk theoretisch kader –Onderzoeksmethode duidelijk uitgelegd  Vragenlijst  Schaalverdeling  Onderbouwing keuzen –Inclusiecriteria benoemd –Wervingsmethode benoemd –Selectiebias ? –Benoemd hoeveel respondenten nodig voor analyse (niet specifiek) –Statistisch methode benoemd

75 Resultaten Ontslagproces  Wat leren de resultaten?  Presentatie van de data (tabellen/ grafieken) Self efficacy& coping  Kenmerken populatie benoemd  Tabellen bevatten belangrijkste informatie  Uitvoerige beschrijving statistische analyse

76

77 onderzoekspopulatie

78 Onderzoekspopulatie II

79 Zijn de getallen overbodig?

80

81 Is er een ontslagprobleem?

82 Discussie  Interpretatie  Welke conclusies worden getrokken  Mogen deze conclusies getrokken worden op basis van de onderzoeksresultaten  Wat zijn de beperkingen van het onderzoek: populatie;methode  Generaliseerbaarheid  Mogen de conclusies van toepassing verklaard worden voor de dagelijkse praktijk  In welke populatie  Algehele interpretatie

83 Discussie  Ontslagproces  Self efficacy&coping

84 Reacties?

85 Reacties

86 Wat is de generaliseerbaarheid?

87 Reacties?

88 Reacties?

89 Dus:

90 Generaliseerbaarheid?

91 Enquete Ik heb vertrouwen in de resultaten van het onderzoek  Ontslag  mee eens 42%  mee oneens 38%  geen mening 19%  Self efficacy  mee eens 42%  mee oneens 23%  geen mening 35%

92 Enquete Ik vind dat de conclusie die wordt getrokken een adequaat antwoord geeft op de onderzoeksvraag  Ontslag  mee eens 50%  mee oneens 35%  geen mening 15%  Self efficacy  mee eens 50%  mee oneens 27%  geen mening 23%

93 Conclusie:  Professioneel kritische houding  Kijk naar de samenhang tussen: ↓Onderzoeksvraag ↓Onderzochte populatie ↓Onderzoeksmethode ↓Resultaten ↓Conclusies  Wees alert op valkuilen  Bepaal dan de relevantie voor jouw werksituatie

94 Posterpresentatie  Beoordeel in 4-6 subgroepen de uitgereikte ‘posters’ ten aanzien van de aspecten zoals deze in de scholing aan de orde zijn gekomen.  Na de pauze worden de bevindingen aan de hand van 2 stellingen plenair nabesproken

95 Theepauze Programma hervat om 15.30

96 Stellingen poster presentatie

97 Stelling Het gekozen onderzoeksdesign is adequaat voor de gestelde onderzoeksvraag 2 De gepresenteerde resultaten rechtvaardigen de conclusie

98 Onderdeel 3 Posterpresentatie beoordelen

99 Stelling Het gekozen onderzoeksdesign is adequaat voor de gestelde onderzoeksvraag 2 De gepresenteerde resultaten rechtvaardigen de conclusie

100 Onderzoek op de werkplek Onderdeel 4

101

102  AB: Ik wil u graag een onderzoek laten zien dat aantoont dat de Super Pen beter is dan de VivoPen Het is een studie onder 150 mensen die al een half jaar de SuperPen gebruiken nadat ze eerst de VivoPen hadden. Middels een uitgebreide vragenlijst is gekeken naar hun tevredenheid.

103  Wat zou de eerste vraag zijn die u stelt aan de artsenbezoeker?

104  Is deze studie gepubliceerd en zo ja in welk tijdschrift? –Studie gedaan door producent of universiteit? –Peer reviewed tijdschrift?

105 Vraag 1  Wat voor soort onderzoek is dit? –Prospectief –Retrospectief?

106 Vraag 2  Wat vindt u van het aantal gebruikers van 150 en de lengte van de studie (6 maanden)?

107 Vraag 3  Wat wilt u nog meer weten van de gebruikers van de SuperPen in deze studie?

108 Informatie over patientenpopulatie vraag 4: wat is relevant?  HbA1c voor en na  Leeftijd gebruikers  Insulineschema  Aantal uitvallers

109 Insulineschema’s voor en na  Voor 3x Vivorapid en 1 x vivotard  Na 3x Superquick en 1x superslow  Vraag 5: Heeft eventuele verandering insulineschema invloed op resultaat studie?

110 Het HbA1c  Het HbA1c bij start was 6,3 en is na 6 maanden 6,5  Vraag 6: Is dit belangrijke informatie?

111  AB: De DVK vroeg aan 250 mensen met VivoPen of ze mee wilden doen aan de studie. Hiervan waren er 200 bereid mee te werken aan de studie

112 Vraag 8  Vind u dit belangrijke informatie?  Wat zou nog meer willen weten?

113 Wat wil je nog mee weten?  Hoe zijn die patiënten geselecteerd? –Aselecte steekproef of gericht gekozen? –Weet de onderzoekers iets over de tevredenheid van de Vivopen gebruiker? (select)

114 Vraag 9  Vindt u dit een hoog percentage en wat zegt u dat over de betrouwbaarheid van de studie?

115  Van de 200 mensen die gestart zijn met de studie, waren er 150 die de 6 maanden helemaal afgerond hebben en de vragenlijst invulden

116 Vraag 10  Is dit belangrijke informatie?

117 Vraag 11  Een percentage van 25% uitvallers vindt u dat een hoog percentage?  Wat wilt u nog meer weten?

118  Het blijkt dat de 25% uitvallers na gemiddeld 2 weken terug wilden naar de VivoPen omdat ze SuperPen toch te moeilijk vonden

119 Vraag 12  Vindt u dat deze mensen ook een vragenlijst hadden moeten invullen en dat deze resultaten mee hadden moeten tellen in de studie?

120  Nee, dit gegeven wordt meegenomen door 25% uitvallers. Tevredenheid na 2 weken is niet betrouwbaar

121  De 150 mensen die na afloop de vragenlijst invulden, konden rapportcijfers geven voor de verschillende aspecten van het gebruik van de SuperPen

122 Resultaten  Plaatsen patronen: 8,1  Plaatsen naaldje: 7,7  Instellen dosering: 8,4  Injectie: 7,2  Verwisselen patroon: 7,0  Speciale SuperTasje: 7,7

123 Vraag 13  AB: Wat vind je van deze rapportcijfers?

124 Antwoord 13  Helemaal niks, want het is een vergelijkende studie met VivoPen, dus had je een identieke vragenlijstlijst nodig voor VivoPen

125 Resultaten SuperPen (VivoPen)  Plaatsen patronen: 8,1 (7,9)  Plaatsen naaldje: 7,7 (7,6)  Instellen dosering: 8,4 (7,5)  Injectie: 7,2 (7,3)  Verwisselen patroon: 7,0 (7,1)  Speciale SuperTasje: 7,7 (nvt)

126 Vraag 14  Wat zeggen de verschillen tussen deze rapportcijfers u?  Wel of niet significant?

127 Vraag 15  Wat moet u nog meer weten om te conluderen of de SuperPen gemakkelijker is dan de VivoPen?

128 Antwoorden 15  Gewogen waarde verschillende parameters om te kijken wat voor de patiënten het belangrijkst is  Vraag na afloop???

129 Afsluitende vraag  Wilt u doorgaan met de SuperPen of wilt u liever weer terug naar VivoPen?

130  65% wil doorgaan  12% maakt niet uit  23% wil terug

131 AB: 2 van de 3 diabetespatiënten geeft voorkeur aan SuperPen Mag deze conclusie getrokken worden?

132 Nee  65% van de 150 (98) die de studie hebben afgemaakt, willen doorgaan. De 50 uitvallers zitten hier niet bij. (98/200 is 49%)  Gewenning aan een pen, aandacht tijdens de studie hebben positief effect

133 Stellingen poster presentatie

134 Stellingen 1.Een goed artikel dient een pakkende en begrijpende titel te hebben 2.Er zijn 2 vormen van onderzoek: kwantitatief en kwalitatief 3.Een verschil is pas aanwezig indien het statistisch significant is 4.Alle zwanen kunnen wit zijn volgens Popper

135 Stellingen 5.Een gepubliceerd artikel in een peer reviewed magazine staat garant voor een goed uitgevoerd onderzoek 6.De stap van waarneming naar hypothese wordt inductie genoemd 7.De hypothese of alle DVK in Nederlands dezelfde opleiding hebben genoten dient te worden beantwoord dmv een RCT 8.Alle zwanen kunnen zwart zijn volgens Kreis

136 Stellingen 9. Zonder 0- hypothese is geen onderzoeksvraag te beantwoorden 10.Volgens het beroepsdeelprofiel van de EADV dient een DVK een wetenschappelijke onderzoekshypothese te kunnen formuleren 11.Volgens het beroepsdeelprofiel van de EADV dient een DVK een wetenschappelijke onderzoekshypothese te kunnen falsifiëren

137 Jong topforum zoekt met affiniteit voor onderzoek dito DVK’s  Doel: praktische vertaling relevante wetenschappelijke artikelen.  Drie maandelijks overleg (deels via internet)  Publicatie in EADV magazine  Onkosten vergoeding  Meld je aan


Download ppt "Welkom Nascholing ‘onderzoek toont aan’. Docenten  Dr. Bert Vrijhoef  Zorgwetenschappen Universiteit Maastricht  Harm Odolphy  Voorzitter EADV TOPforum."

Verwante presentaties


Ads door Google