De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De Reynell Taaltest en autisme Vaktijdschrift ‘Kind en Adolescent’ J.B. Hoeksma, M. Dekker, M. Meerum Terwogt.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De Reynell Taaltest en autisme Vaktijdschrift ‘Kind en Adolescent’ J.B. Hoeksma, M. Dekker, M. Meerum Terwogt."— Transcript van de presentatie:

1 De Reynell Taaltest en autisme Vaktijdschrift ‘Kind en Adolescent’ J.B. Hoeksma, M. Dekker, M. Meerum Terwogt

2 Samenvatting  16 autistische kinderen hebben meegedaan aan een experiment  Er werd onderzocht of kleine voorwerpen in de Reynell Taaltest een negatieve invloed hebben op het beantwoorden van vragen  De geobserveerde effecten werden toegeschreven aan de voor autistische kinderen kenmerkende gebreken in de cognitieve ontwikkeling

3 Autisme en taalontwikkeling  Autisme wordt gezien als een neuropsychiatrische stoornis  Binnen autisme zijn er drie samenhangende kenmerken:  Stoornissen in de sociale ontwikkeling  Problemen in de verbale en non – verbale communicatie  Stereotiep en dwangmatig gedrag  Bij de meeste kinderen met autisme is de taalontwikkeling vertraagd of is er rond het tweede levensjaar een terugval  Autistische kinderen hebben moeite om anderen te begrijpen maar ook om zichzelf duidelijk te maken

4 Reynell taaltest (Reynell Developmental Language Scales)  Van oorsprong is dit een Engelse test voor het meten van het receptief (begrijpen) en productief (uiten) taalgebruik  De leeftijd waarop de test kan worden gedaan is vanaf 6 maand tot en met 6 jaar  De Reynell taaltest bestaat uit tien secties die zijn geordend naar de moeilijkheidsgraad  Voor het uitvoeren van de opdrachten wordt er gebruik gemaakt van schaalmodellen

5 Coherentie en representie  Autistische kinderen hebben een geringe drang tot coherentie dit wil zeggen dat zij geen samenhang zien tussen afzonderlijke dingen  Deze geringe drang vind zijn oorsprong in denkprocessen  Autistische kinderen gaan er ook van uit dat andere mensen hetzelfde denken en voelen als hen (Theory Of Mind) terwijl dit niet zo is  Het ontbreken van de drang naar coherentie op een hoog niveau leidt tot verminderde prestaties binnen de afname van de Reynell Taaltest  Wanneer men gebruik maakt van voorwerpen van reële grootte, is de drang naar coherentie wel actief en wordt er beroep gedaan op hogere denkprocessen.

6 Methode  16 autistische kinderen hebben meegedaan aan het experiment, die de leeftijd hadden van drie tot zes jaar  Acht kinderen waren afkomstig uit kinderdagverblijven voor geestelijk gehandicapte kinderen, de overige acht kinderen bezochten een medisch kinderdagverblijf  De items uit sectie vijf van de Reynell taaltest werden gemanipuleerd:  Er werd een variatie aangebracht in de grootte van de gebruikte voorwerpen  De bekendheid van de gevraagde configuratie werd gevarieerd  Ieder proefpersoon voerde acht opdrachten uit er werden  Twee met kleine voorwerpen en bekende configuratie vier bestaande,  Twee met kleine voorwerpen en onbekende configuratie en vier nieuwe  Twee met grote voorwerpen en bekende configuratieitems gerecon-  Twee met grote voorwerpen en onbekende configuratie strueerd

7 Methode  De proefpersonen werden individueel getest in de eigen vertrouwde omgeving, maar meestal in het bijzijn van een begeleider  Tijdens de uitvoering van de opdrachten werd geregistreerd of de kinderen:  Het item direct of langzaam uitvoerden: tempo  En of er sprake was van aandacht voor de opdracht  Ook werd er geprobeerd om de stemming van het kind te meten

8 Resultaten   Tabel 1 is een overzicht van het aantal correct beantwoorde items, onderverdeeld naar de verschillende condities (klein, groot, bekendheid, onbekendheid)   Wanneer het kind een hogere score heeft behaald in sectie drie of vier, is de kans groter dat het meerdere items goed beantwoord in sectie vijf   de receptieve taalvaardigheid (begrijpen) heeft ook een invloed op de oude en nieuwe items

9 Resultaten  Het effect van het experiment bij de kinderen:  Aandacht: in 14 van de 128 items bleek het kind geen aandacht te hebben  Tempo: de items met een bekende configuratie werden sneller beantwoord dan die met een onbekende configuratie (zie tabel 2)  Er wordt geconcludeerd dat de bekendheid en grootte geen invloed hebben op de snelheid van uitvoeren

10 Discussie  Kinderen met autisme voeren de opdrachten correcter uit wanneer er gebruik gemaakt wordt van reële voorwerpen in plaats van kleine voorwerpen. Ze onderscheiden zich in opdrachten met verkleinende voorwerpen  vanuit dit punt moet er eigenlijk gebruik gemaakt worden van zowel grote als kleine voorwerpen  Kinderen met autisme zijn in staat tot het begrijpen van eenvoudige opdrachten die dicht bij de werkelijkheid staan  Wanneer er beroep gedaan wordt bij opdrachten waar representaties een rol spelen in het denken, treden er problemen op.  Alledaagse opdrachten zijn eenvoudiger wanneer er naar bekende en vertrouwde voorwerpen wordt verwezen

11 Woordverklaring  Autisme spectrum stoornis: autisme wordt gekenmerkt door een andere informatieverwerking van de hersenen. De informatie die via de zintuigen binnen komt worden bij mensen met autisme anders verwerkt dan bij mensen zonder autisme. Zij hebben het lastig om details waar te nemen en ze te verwerken tot een geheel dat samenhangt.  Reynell taaltest: Ook wel de Reynell Taalontwikkelingsschaal genoemd of RTOS (Reynell Developmental Language Scales) is een instrument om de vooruitgang in de taalverwerving te meten bij kinderen van twee tot vijf jaar. Er wordt gebruikgemaakt van eenvoudig materiaal dat bij de meeste kinderen bekend is. De test bestaat uit twee schaalmodellen: de schaal taalbegrip en de schaal taalproductie  Theory of mind: ook wel TOM genoemd. Het vermogen om het innerlijke van anderen en van jezelf te herkennen en te zien. Bij jonge kinderen ontbreekt dit meestal nog, zij hebben dit vermogen niet en kunnen zich dus niet in een ander verplaatsen. Later leren ze dan dat iemand anders ook gevoelens en behoeften heeft.

12 Woordverklaring  Neuropsychiatrische stoornis: Een hersenletsel of schade aan de hersenen kunnen waarneembare veranderingen in het functioneren van het kind teweeg brengen. Dit kan leiden tot gestoord gedrag. Wanneer zich dit voordoet gaan men kijken binnen de neuropsychiatrie. Neuropsychiatrische stoornissen vloeien hieruit voort en zijn stoornissen in het gedrag waarvan een neurologische oorzaak bekend is.  Medisch kinderdagverblijf (MKD): Een medisch kinderdagverblijf is bedoeld voor kinderen die een achterstand hebben in hun ontwikkeling wanneer het kind bijvoorbeeld gezondheidsproblemen heeft. Het kind is door deze problemen druk en onhandelbaar, of het gaat niet meer spelen met andere kinderen of sluit zich af van hen. In het medisch kinderdagverblijf zoeken ze uit wat het kind juist heeft.  Kinderdagcentrum (KDC): wordt ook wel kinderdagverblijf voor verstandelijke gehandicapten (KDV) genoemd. Dit zijn gespecialiseerde kinderdagverblijven voor kinderen en jongeren van 2 tem 18 jaar met een verstandelijke of meervoudige beperking.

13 Bronvermelding  J.B. Hoeksma, M. Dekker en M. Meerum Terwogt. (1996). ‘De Reynell taaltest en autisme’. Kind en adolescent, 17, pp 16 – 21. DOI /BF


Download ppt "De Reynell Taaltest en autisme Vaktijdschrift ‘Kind en Adolescent’ J.B. Hoeksma, M. Dekker, M. Meerum Terwogt."

Verwante presentaties


Ads door Google