De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoe ga je het best in de klas om met kinderen uit kansarme gezinnen?

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoe ga je het best in de klas om met kinderen uit kansarme gezinnen?"— Transcript van de presentatie:

1 Hoe ga je het best in de klas om met kinderen uit kansarme gezinnen?
inspiratiedag kansarmoede en onderwijs workshop Onderwijscentrum Brussel donderdag 28 april 2016

2 Waarom deze workshop? Klasfactoren hebben een grote impact op de leerwinst, prestaties en welbevinden van de kinderen. De rol van de leerkracht en de school zijn van groot belang! Leerkrachten en scholen hebben op de achtergrondkenmerken van de kinderen slechts een geringe invloed. Toch, de school en de klas maken wel degelijk een verschil!! Een leerling met de meest effectieve leerkracht scoort aan het einde van het schooljaar 20% hoger in vergelijking met een leerling die onderwijs kreeg van de minst effectieve leerkracht. Deze leerling heeft vaak ook 2 jaar extra school nodig om hetzelfde niveau te bereiken op het einde van het SO. Wat die klasfactoren zijn, overlopen we tijdens deze workshop.

3 Wat zegt onderzoek? Een effectieve instructiestijl is het belangrijkste kenmerk op klasniveau die invloed heeft op de prestaties en het welbevinden van leerlingen: Vooropstellen van duidelijke doelen Structureren van de leerstof Ondersteunen van leerprocessen Actief betrekken van de leerlingen Aanleren van metacognitieve vaardigheden Autonomie-ondersteuning Effectief klasmanagement KORTE INHOUD VAN DE ZEVEN KENMERKEN UIT DE REVIEW KOPIEREN EN MEEGEVEN…. ! We gaan niet dieper in op deze 7 kenmerken. Jullie krijgen een overzicht van wat elk kenmerk inhoudt (kopie uit de review naar indicatoren voor leerwinst, enz., boek “wat werkt?”)

4 Wat zegt onderzoek? Leerlingen uit gezinnen met een lage SES en leerlingen met een lage aanvangsprestaties hebben het meest baat bij de instructiestijl van de leerkracht. Deze 7 kenmerken blijken voornamelijk voor hén effectief!

5 Uitdagingen in Brussel?

6 Leefwereld van de kinderen
Waar komen de kinderen vandaan? In welke gezinnen groeien ze op? Normen en waarden in het gezin? Waar en hoe wonen ze? Via dit soort vragen kom je meer te weten over de leefwereld van de kleuters. Achtergrondkenmerken van leerlingen (geslacht, thuistaal, SES, …) spelen een grote rol op de onderwijsuitkomsten (prestaties en leerwinst) en op het welbevinden. Het is belangrijk voor een leerkracht om over een goede kindkennis te beschikken. I.f.v. het organiseren van thema’s en lesonderwerpen (keuze thema, uitwerking van activiteiten in een thema, … ) is het van groot belang om de leefwereld van de kinderen te kennen. KEN JE KINDEREN!

7 Leefwereld van de kinderen
Leer de leefwereld van de kinderen kennen, zeker als die verschilt van je eigen leefwereld! De leefwereld van de kinderen komt niet altijd overeen met jullie eigen leefwereld, of met die van jullie kinderen. Veel leraren wonen immers zelf niet in Brussel en zijn dus niet vertrouwd met Brussel als woonomgeving. Vaak zijn de lerarenook in andere omstandigheden opgegroeid. Het is dus niet zo eenvoudig om zich in te leven in de leefwereld van de kinderen.

8 Tip! Signaallijst armoede uit Klasse:

9 Brussel is DIVERS Verschillen op het vlak van … taal cultuur
gezinssituatie opvoedingscultuur sociaal-economische situatie Er is in Brussel een heel grote diversiteit. Die diversiteit uit zich op verschillende domeinen: Er worden verschillende talen gesproken Er wonen verschillende culturen met hun eigen gewoonten en gebruiken. De kinderen in de Brussels scholen groeien op in heel uiteenlopende gezinssituaties, met een heel uiteenlopende opvoedingscultuur. Daarnaast uit de diversiteit van Brussel zich ook op sociaal-economisch vlak. Veel leraren staren zich blind op de meertaligheid als grote uitdaging in Brussel. Maar meer dan de meertaligheid, heeft de SES een impact op de schoolloopbaan!! Zeker als de meertaligheid en de SES in combinatie voorkomen!!

10 Leefwereld van de leerkracht
90% van het onderwijspersoneel komt uit een middenklasse. (onbewust) middenklassedenken

11 Tip! Roep de hulp in van specialisten:
Klasse schetst 6 pijlers voor een sterk armoedebeleid. 1 pijler is de hulp inroepen van specialisten: Bv. Patricia op OCB, Vrienden van ‘t huizeke op Sint-Joris (schoolpoortcontacten, …)  Missing Link overbruggen (zie ook andere workshop vandaag)

12 Verschil in sociaal-economische status (SES)
De SES van het gezin heeft een grote invloed op de schoolloopbaan van een kind. inkomen van de ouders onderwijsniveau van de ouders beroep van de ouders De belangrijkste indicatoren van SES zijn: Het inkomen van de ouders Het onderwijsniveau van de ouders Het beroep van de ouders We zoomen in deze workshop verder in op het verschil in SES, omdat dit een grote invloed heeft op de schoolloopbaan van de kinderen. Verschillen in thuistaal bv., zorgen ook wel voor een achterstand, maar die is weinig hardnekkig, in tegenstelling tot een zeer hardnekkige achterstand door SES.

13 Invloed van SES op het (basis)onderwijs in Brussel
Brussels BaO ingedeeld op % SES SES heeft een enorme invloed op de schoolloopbaan van het kind Als je er niet bewust op inzet, heeft het een negatieve invloed op welbevinden en betrokkenheid, taal, communicatie met ouders, kennis van de wereld, … Gemiddelde: 53,3%

14 In Brussel zijn er helaas veel kinderen die opgroeien in kansarmoede:
Hier zie je een grafiek uit de Welzijnsbarometer 2015: Ongeveer een derde van de Brusselaars (30,9 %) moet zien rond te komen met een inkomen onder de armoederisicogrens. Welzijnsbarometer 2015

15 Het aandeel personen met “een risico op armoede of sociale uitsluiting” ligt in het Brussels Gewest rond de 38,4 %. Welzijnsbarometer 2015

16 Lage SES versus kansarmoede
Op minstens op 3 van de volgende terreinen zijn er langdurige problemen: inkomen van het gezin opleiding van de ouders stimulatieniveau van de kinderen arbeidssituatie van de ouders huisvesting gezondheid Kansarmoede betekent dat er op minstens 3 van de volgende terreinen langdurige problemen zijn (Zie ook indicatoren Kind en Gezin)

17 Kansarmoede als hypotheek
Ongelijkheid in vroege cognitieve ontwikkeling (2-10 jaar) in de British Cohort Study uit1970 naar socio-economische status en rangordepositie op de leeftijd van 2 jaar (The Marmot Review, 2010) Besluit: De omgeving heeft meer invloed op de ontwikkelingskansen van een kind, dan zijn cognitieve mogelijkheden die biologisch bepaald zijn. Als je 2 kinderen hebt met hetzelfde IQ, maar de ene komt uit een kansarm milieu en de andere uit een kansrijk milieu… Dan zal het kansrijke kind, ongeacht of het nu een hoger of lager IQ heeft dan het kansarme kind, het op lange termijn altijd beter doen. De verklaring hiervoor kunnen we terug vinden in de kansen dat zo’n kind in zijn omgeving krijgt om zich zo breed en goed mogelijk te ontwikkelen. Een kansarm kind is zeer afhankelijk in het ontwikkelen van zijn capaciteiten van de school. Als het niet op school gebeurt voor een kansarm kind, zal de thuissituatie niet kunnen compenseren. Groter risico op WATERVALSYSTEEM Groter risico op leerprestaties en leeruitkomsten!! Zittenblijven, schoolmoe, … Buitengewoon Onderwijs, Keuze voor SO-richting onder niveau Voortijdige of ondergekwalificeerde uitstroom starten/slagen in hoger onderwijs MAATSCHAPPELIJKE EN PERSOONLIJKE GEVOLGEN IN HET LATER LEVEN

18 Tip!

19 Gevolgen van kansarmoede
Wat betekent kansarmoede voor de kinderen in de klas? De kansarmoedesituatie in Brussel heeft belangrijke gevolgen voor de kinderen die in je klas zitten. Deze kinderen komen namelijk met een rugzak met specifieke bagage naar school.

20 Gevolgen van kansarmoede
… Maar wat zit er dan in die rugzakjes?

21 Gevolgen van kansarmoede
Lees je tekst en vertel de inhoud aan je groep. Wat is je vooral bijgebleven? Welk domein wordt beïnvloed door kansarmoede? Oefening in 5 groepen Elk lid van de groep krijgt een tekst (of max. 2 teksten) i.v.m. een gevolg van de kansarmoedesituatie (verdeelde info) De deelnemers lezen de tekst en denken na over het domein dat wordt beïnvloed door kansarmoede. De deelnemers wisselen in hun groep uit over hun tekst: Waarover ging deze tekst en wat heb je vooral onthouden over deze tekst? 10’ !!

22 Gevolgen van kansarmoede
Sociale vaardigheden Kennis van de wereld Welbevinden en betrokkenheid Taal Domeinen die worden beïnvloed door kansarmoede: Welbevinden/betrokkenheid Taal Kennis van de wereld Sociale vaardigheden Communicatie en samenwerking met ouders Communicatie en samenwerking met ouders

23 De leerkracht maakt het verschil!
Scholen en leerkrachten kunnen het verschil maken! Belangrijk EFFECT van kwaliteitsvol onderwijs, zeker voor kinderen uit kwetsbare milieus! Kansarmoede heeft dus helaas belangrijke gevolgen voor de kinderen in onze klas. Ze komen met een specifieke bagage naar school. Het is belangrijk om hier als school positief en bewust mee om te gaan. Scholen kunnen hier echt het verschil maken! Uit onderzoek blijkt dat scholen met een gelijkaardige instroom aan kinderen, toch uiteenlopende resultaten kunnen bereiken. Dat betekent dat de rol van een leraar in een Brusselse klas heel belangrijk is. (Misschien zelfs nog belangrijker dan in Vlaanderen?!) Kleuterleidsters kunnen het verschil maken door in te zetten op sterk kwaliteitsvol onderwijs!

24 Kleuteronderwijzeres in spe Melissa Thiebaut over armoede in onderwijs
Klasse De Morgen Klasse Klasse Klasse Heel wat media-aandacht rond de problematiek van kansarmoede en onderwijs ZET DIE OOGKLEPPEN AF Kleuteronderwijzeres in spe Melissa Thiebaut over armoede in onderwijs Basis Klasse

25 Tip! www.grotekansen.be Van 1 januari 2016 tot 30 juni 2018 Doelen:
ondersteunen van docenten van de lerarenopleidingen kleuteronderwijs bij de integratie van de competenties voor het omgaan met diversiteit, kinder- en kansarmoede versterken van startende leraren m.b.t. het omgaan met diversiteit, kinder- en kansarmoede stimuleren van attitudeverandering en kritische reflectie m.b.t. beeldvorming over kinderarmoede; Stimuleren van positieve beeldvorming over het beroep van leraar kleuteronderwijs Samenwerking tussen KBS, lerarenopleidingen kleuterschool, DPB, Vlaamse ministerie van Onderwijs Zoals laatst een bijeenkomst van de Koning Boudewijnstichting.

26 De leerkracht maakt het verschil!
Hoe kan je kansarmoede positief ombuigen? Maar… Hoe kunnen jullie het verschil maken? Om te kunnen inspelen op de kansarmoedesituatie, is het helaas als school of leraar niet mogelijk om de thuissituatie van de kinderen zelf aan te pakken. Er zijn echter wel specifieke aandachtspunten/tips/… voor de werking in een kleuterklas, waarvan uit studies gebleken is dat ze effectief zijn. De kleuterleidsters die bewust omgaan met de gevolgen van kansarmoede in de kleuterklas, slagen er in om de verschillen/achterstand waarmee de kleuters in de klas komen, positief om te buigen. Het gaat vooral om een positieve houding en/of een bewuste aanpak

27 Wat zegt onderzoek? Positieve verwachtingen:
Mik hoog, ook met lage SES-kinderen en kinderen met lagere aanvangsprestaties!

28 Tip! Positieve verwachtingen:
Voor lage SES-leerlingen en leerlingen met een lage aanvangsprestatie, zijn self-fulfilling prophecies pertinent aanwezig. Dit heeft een krachtige invloed op hun prestaties! Leerkrachten zijn over het algemeen vriendelijker en meer ondersteunend voor leerlingen waarvoor ze hoge verwachtingen koesteren. Ook geven zij duidelijkere en positievere feedback en meer leermogelijkheden. self-fulfilling prophecies = zichzelf waarmakende voorspellingen

29 Tip! Kinderarmoede problematiseren of deproblematiseren (denkkaders)
Veel hangt af van hoe men het armoedeprobleem kadert. In dat verband werden “frames” uitgeschreven: de vaak impliciete invalshoeken van waaruit een bepaalde kwestie wordt voorgesteld, bv. door de media. Er zijn 2 onderzoekers (Baldwin Van Gorp en Gregory Gourdin) die voor de Koning Boudewijnstichting een studie hebben uitgevoerd naar de overheersende voorstellingen van kinderarmoede. Die voorstellingen hebben ze in frames (= denkkaders) gegoten. Er zijn frames die problematiserend zijn, omdat kinderarmoede in verband wordt gebracht met een probleem. Er zijn andere frames die deproblematiserend zijn en die uitnodigen op een alternatieve blik op de kwestie. De eerste reeks zijn niet “de foute”, en de tweede reeks zijn niet “de goede”. Ze zijn uitgeschreven als pleidooi om de verschillende denkkaders over kinderarmoede te combineren en zo te komen tot een meer genuanceerd en evenwichtiger beeld van armoede bij kinderen en hun ouders.

30 Tip! Kinderarmoede problematiseren of deproblematiseren
Weg van het stigma. Hoe kunnen we anders communiceren over kinderarmoede? Framing houdt in dat je (bewust of onbewust) kiest voor een perspectief of invalshoek om naar een onderwerp te kijken. Naargelang het geselecteerde frame zal kinderarmoede een andere betekenis krijgen, en meer of net minder als problematisch worden ervaren. Er zijn 5 frames en 7 counterframes. Voor verdere uitleg over de frames verwijzen we naar de Koning Boudewijnstichting. https://www.kbs-frb.be/nl/Activities/Publications/2015/318070 De publicatie is online te bekijken en/of gratis te downloaden en/of online te bestellen. https://www.kbs-frb.be/nl/Activities/Publications/2015/318070

31 Wat zegt onderzoek? Directe instructie is uiterst belangrijk voor lage SES-leerlingen: De leerkracht bepaalt wat er in de klas gebeurt. De leerkracht treedt sturend op m.b.t. het leerproces van de leerlingen. Wanneer? Wanneer leerlingen over onvoldoende voorkennis beschikken om zelf te zorgen voor “interne” sturing.

32 Tip! Directe instructie:
Bied een stevige basis aan kennis en vaardigheden. Leer leerlingen metacognitieve vaardigheden aan. Bied hen leerstrategieën aan. Help hen om eigen strategieën te ontwikkelen. Stimuleer hen om hun eigen leerproces in handen te nemen en het (autonoom) verder te sturen. Tip: aantrekkelijke thema’s zorgen voor sterke betrokkenheid en motivatie!!

33 Tip! Directe instructie:
Meest aangewezen bij goed gestructureerde taken en basisvaardigheden zoals wiskunde en technisch lezen NIET bij hogere denkvaardigheden, bv. probleemoplossing, sociale vaardigheden, discussievaardigheden, assertiviteit, enz.. Directe instructie enkel bij vakdomeinen die geoefend moeten worden: bv. wiskunde, technisch lezen, … Alle andere vakdomeinen vragen om metacognitieve vaardigheden, die ook aangeleerd moeten worden (cfr. voorkennis, …)

34 Wat zegt onderzoek? Autonomie-ondersteuning:
Leerlingen met een lage initiële taalvaardigheid en een lage SES hebben nood aan een duidelijke structuur en richtlijnen. Het keuzeproces moet gestuurd en ondersteund worden. Het moet zeker aan de kleuters aangeleerd worden hoe ze zelf kunnen kiezen. De tijd dat de kleuterleid(st)er verplichte activiteiten voorziet voor kleuters, is gerelateerd aan een hoger welbevinden.

35 Wat zegt onderzoek? Intrinsieke motivatie:
Het stimuleren van de intrinsieke motivatie is voornamelijk voordelig voor leerlingen met een lagere aanvangsprestatie. Leerlingen moeten actief betrokken worden tijdens de les. Het is belangrijk om interactie tussen leerlingen en leerkracht uit te lokken en te onderhouden. Het bevorderen en stimuleren van de innerlijke interesses is één van de belangrijkste zaken voor goede prestaties.

36 Tip! Intrinsieke motivatie: Zet in op rijke, uitdagende, krachtige, motiverende, … thema’s en activiteiten! Breng variatie! Kies bewust voor thema’s uit: leefwereld wereld fantasie

37 De leerkracht maakt het verschil!
Lees de quote van een leidster/leraar. Lees de duiding vanuit de literatuur. Herformuleer de quote op een positieve manier. (Wat betekent dit voor bv. de keuze van je thema, de activiteiten, ondersteuning, klasorganisatie, …?) Typ je positieve formulering in op de PC. Lees elkaars posts en like! 5 deelnemers per tafel. Elke tafel krijgt 2 bundels met quotes. De ene tafel begint bij blad 1, de andere bij 2, de andere bij 3 (wordt door ons aangeduid). Ze kiezen op hun blad 1 quote die ze positief maken. Ze komen hun positieve quote op de PC typen of dicteren het aan ons. (10’) Hoe kan je omgaan met kansarmoede? Jullie krijgen een oefening om beter zicht te krijgen op een mogelijke houding en aanpak om kansarmoede positief om te buigen. We vertrekken vanuit wetenschappelijk onderzoek en proberen dit te vertalen naar de klaspraktijk. Jullie krijgen per tafel een eerder negatief geformuleerde quote van een kleuterleidster/leraar. Bij deze quote hoort een duiding vanuit de literatuur of een tip die kan helpen om deze quote positiever of genuanceerder te formuleren. Jullie krijgen de opdracht om per tafel de eerder negatieve quote te herformuleren op basis van de bijgevoegde informatie. (Dit mag heel praktisch. Wat zou dit kunnen betekenen voor je themakeuze, de activiteiten, de ondersteuning, de klasorganisatie, …? Nadien mag 1 van jullie, de positieve quote komen intypen op de computer. De anderen mogen deze quotes komen “liken”. Deze oefening helpt hen om situaties vanuit kansarmoede te bekijken i.p.v. vanuit een middenklassebril. We geven indien nodig nog extra duiding en/of tips bij de positieve quotes.

38 De leerkracht maakt het verschil!

39 Wat zegt onderzoek? Kies voor motiverende, functionele thema’s en activiteiten. Zorg voor meer structuur en positieve aanmoediging. Koppel het leren aan levensechte ervaringen, zodat het leren relevant wordt voor het dagdagelijks leven. (Voor deze leerlingen is dit éxtra belangrijk!) Voornamelijk voor deze leerlingen is het belangrijk om de lesinhoud in kleinere stappen aan te bieden. Steeds gevolgd door snelle feedback Voor de kleuterschool nog dit: Ondersteun de kleuters bij het kiezen. Zorg voor een evenwicht tussen vrije en verplichte activiteiten. Samenvatting: Vereist het bewust omgaan met kansarmoede in de klas dan een totaal andere aanpak? Eigenlijk niet! Maar het is belangrijk om specifiek en bewust oog te hebben voor een aantal kernbegrippen. Daarenboven vergroot je op deze manier niet alleen het welbevinden en de betrokkenheid van je kleuters, maar ook die van jezelf! Alle kinderen profiteren trouwens van een aanpak met voldoende structuur, duidelijkheid, geleidelijke opbouw, directe feedback, …!

40 Tip! Klasse schetst 6 pijlers voor een sterk armoedebeleid. 1 pijler is het creëren van een veilige omgeving: 28 erkende Brede Scholen in Brussel, worden OCB ondersteund en gefinancierd door de VGC. Belangrijke doelen: Breed leren: link tussen binnenschools en buitenschools leren: voorkennis vergroten, leefwereld benutten, sociale vaardigheden aanleren, contacten maken, … Samenwerking met verschillende partners (zie eerder tip uit Klasse): welzijnsorganisaties, bibliotheek, …. Afhankelijk van waar de BS ligt, kan je kijken welke kinderen er in die buurt les volgen, wonen, …. bv. bij heel veel lage SES kan je jouw BS hierop afstemmen. BS kan hiervoor subsidies aanvragen en de deelname van lage SES-kinderen op deze manier faciliteren.

41

42 Mentoring van leerkrachten
Wat zegt onderzoek? Reflecteren over het leer- en instructieproces heeft een positieve impact op effectief lesgeven. Mentoring van leerkrachten is positief voor de prestaties van leerlingen en de geboekte leerwinst: De effectieve leertijd wordt hoger Er groeit een positiever klasklimaat De leerkracht leert beter inspelen op de interesses van leerlingen De leerkracht zorgt voor een effectiever klasmanagement

43 Mentoring van leerkrachten
Wat zegt onderzoek? Wat is belangrijk voor effectief mentoren? Inspelen op de noden en vragen van de leerkracht Tijd nemen en regelmatig overleg Voldoende autonomie aan de leerkracht Participatieve observatie tijdens de lesactiviteiten, reflectie en feedback achteraf

44 Onderwijscentrum Brussel

45 Onderwijscentrum Brussel

46 Inspirerende bronnen (1)
Bellens K., e.a. Review naar indicatoren voor het maximaliseren van leerprestaties, leerwinst en welbevinden op basisscholen . KULeuven Deze bronnen geven interessante informatie over het omgaan met kansarmoede in je klas en school. Diversiteitinactie.be Kleine kinderen, grote kansen

47 Inspirerende bronnen (2)
https://www.klasse.be/39090/12-brillen-om-naar-kinderarmoede-kijken/


Download ppt "Hoe ga je het best in de klas om met kinderen uit kansarme gezinnen?"

Verwante presentaties


Ads door Google