De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1.Reacties met ionenuitwisseling in waterig midden 2 elektrolytoplossingen: A + + B - H 2 - waterstofgas – diwaterstofO 2 - zuurstofgas – dizuurstof N.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1.Reacties met ionenuitwisseling in waterig midden 2 elektrolytoplossingen: A + + B - H 2 - waterstofgas – diwaterstofO 2 - zuurstofgas – dizuurstof N."— Transcript van de presentatie:

1 1.Reacties met ionenuitwisseling in waterig midden 2 elektrolytoplossingen: A + + B - H 2 - waterstofgas – diwaterstofO 2 - zuurstofgas – dizuurstof N 2 - stikstofgas – distikstofCl 2 - chloorgas – dichloor H 2 S - (di)waterstofsulfideCO 2 - koolstofdioxide – koolzuurgas NH 3 – ammoniakSO 2 – zwaveldioxide SO 3 – zwaveltrioxideNO 2 – stikstofdioxide nieuwe combinatie = weinig oplosbaar GAS in water  gasontwikkelingsreacties: A + + D -  AD  nieuwe combinatie = weinig oplosbare stof in water  neerslagreacties: A + + D -  AD  CB en AD goed oplosbare stoffen in water  mengen AB  CD  C + + D - CB AD

2 elektrolytoplossingen = zuur + base  neutralisatiereacties: < > = Bij het samenvoegen van een zuur (pH.... 7) en een base (pH.... 7) combineren de waterstofionen (H+) van het zuur met de hydroxide-ionen (OH-) van het hydroxide tot water. Er ontstaat een neutrale oplossing (pH.... 7). H + + OH -  H 2 O (essentiële reactie)

3 NaamFormuleGoedSlecht BaSO 4 zilvernitraat magnesiumdibromide CaI 2 trikaliumfosfaat diammoniumsulfaat bariumsulfaatX AgNO 3 X X X X X MgBr 2 calciumdijodide K 3 PO 4 (NH 4 ) 2 SO 4 Neerslagreacties Oplosbaarheid van stoffen in water: zie oplosbaarheidstabel !

4 K 1+ + I 1- 2 KNO 3 PbI 22 2 IR: Pb NO K I 1-  PbI 2  + 2 NO K 1+ ER: Pb I 1-  PbI 2  SRV: Pb(NO 3 ) KI  PbI 2  + 2 K NO 3 - Demo-experiment Pb(NO 3 ) 2  KI  Pb NO II-I +I-I slecht oplosbaar goed oplosbaar 2

5 K 1+ I 1- K 1+ I 1- NO 3 1- Pb 2+ K 1+ Pb 2+ I 1- NO 3 1- Pb NO K I 1-  PbI 2  + 2 NO K 1+

6 Practicum: Zoutoplossingen bij elkaar Vast natriumchloride (formule = ……………… ) Vast dinatriumsulfaat (formule = …………….. ) Vast calciumcarbonaat (formule = ……………… ) Vast calciumdichloride (formule = ……………… ) R36: S22: S24: NaCl Na 2 SO 4 CaCO 3 CaCl 2 Irriterend voor de ogen Stof niet inademen Aanraking met de huid vermijden

7 Vast dinatriumcarbonaat (formule = ……………… ) R36: S22: S26: Vast kopersulfaat (formule = ……………… ) R22: R36/38: S22: Irriterend voor de ogen Schadelijk bij opname door de mond Irriterend voor de ogen en de huid Bij aanraking met de ogen onmiddellijk overvloedig met water spoelen en deskundig medisch advies inwinnen Stof niet inademen Na 2 CO 3 CuSO 4

8 Oplossing van natriumhydroxide 1 mol/liter (formule = ………...), natronloog genoemd. R35: S26: S37/39: S45: Veroorzaakt ernstige brandwonden Bij aanraking met de ogen onmiddellijk overvloedig met water spoelen en deskundig medisch advies inwinnen In geval van ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem het etiket tonen) Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen / het gezicht NaOH

9 Gebruik van neerslagreacties in waterzuiveringsinstallaties Algemeen: Schadelijke stoffen verwijderen door deze om te zetten in neerslag of gas ! PO 4 3- met Al 3+ :slecht oplosbaar ! Al 3+ + PO 4 3-  AlPO 4 met Ca 2+ : Ca 2+ + PO 4 3-  Ca (PO 4 ) met Na 1+ : goed oplosbaar ! ion niet geschikt met S 2- :2 x negatieve lading!! Neerslagreacties in het dagelijks leven Hoe fosfaten (= ) uit afvalwater halen? +III-III slecht oplosbaar ! +II -III 32 ion niet geschikt ! 32 ↓ ↓ Na + + PO 4 3-  Na PO 4 +I-III 3 3

10 Gebruik van neerslagreacties bij het ontharden water Hard water: bevat veel Ca 2+ en Mg 2+ Na wassen: linnen voelt hard aan Schadelijk: kalkafzetting op leidingen,… meer zeep nodig uit water verwijderen vb. soda toevoegen CaCl 2  Na 2 CO 3  Ca Cl - 2 Na + + CO NaCl CaCO 3 +I-I +II-II IR: Ca Cl Na 1+ + CO 3 2-  CaCO 3  + 2 Cl Na 1+ ER: Ca 2+ + CO 3 2-  CaCO 3  slecht oplosbaar goed oplosbaar

11 Gasontwikkelingsreacties Waarneming : NaHCO 3  HCl  NaCl H 2 CO 3 IR: Na 1+ + HCO H 1+ + Cl 1-  H 2 CO 3 + Na 1+ + Cl 1- H 2 O + CO 2  Experiment er ontstaat een gas en de kaarsen doven van laag naar hoog Na 1+ + HCO 3 1- H 1+ + Cl 1- +I-I Reactievergelijkingen ER: HCO H 1+  H 2 CO 3  H 2 O + CO 2  goed oplosbaar  H 2 O + CO 2  gasontwikkeling

12 Neutralisatiereactie Zuren: HZ  H + + Z - donor waterstofionen/protonen Hydroxiden: MOH  M + + OH - donor hydroxide-ionen zuur: aantal H + > aantal OH - > base: aantal OH - > aantal H > neutraal: aantal H + = aantal OH - = De zuur-base-theorie van Arrhenius De zuur-base-theorie van Arrhenius en pH van een oplossing

13 hoe lager de pH  hoe zuurder de oplossing, hoe hoger de zuurgraad

14 We brengen 10 ml NaOH-oplossing met concentratie 0,1 mol/liter in een bekerglas en voegen enkele druppels fenolftaleïne-oplossing toe. Het mengsel kleurt Deze kleur wijst op een overmaat aan ionen. We voegen dan langzaam HCl-oplossing met dezelfde concentratie toe tot een kleuromslag optreedt. We stellen vast dat …………………………....……………………………… ………………………………………………………… fuchsiaOH - de oplossing ontkleurt na toevoegen van eenzelfde hoeveelheid HCl-oplossing Experiment Werkwijze en waarnemingen

15 NaOH-oplossing: NaOH  HCl-oplossing: HCl  SRV: NaOH + HCl  H 2 O + Na + + Cl - IR:Na 1+ + OH 1- + H 1+ + Cl 1-  Na 1+ + Cl 1- + H 2 O ER:H 1+ + OH 1-  H 2 O zuur + base  zout + water H 1+ + Cl 1- Verklaring Na 1+ + OH 1- NaCl +I-I H2OH2O Besluit goed oplosbaar neutralisatie

16 Practicum: pH-verloop bij een neutralisatiereactie NaOH-oplossing 0,1 mol/liter R36/38: S28: Irriterend voor de ogen en de huid Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel … Benodigdheden + Werkwijze

17 Gemeten pH-waarden en titratiecurve Toegevoegd aantal ml NaOH pHToegevoegd aantal ml NaOH pH 0,0 1,05,5 2,06,0 3,07,0 4,08,0 4,59,0 5,010,

18 5,2 ml Titratie van een zuur met een base

19 Titratie van een base met een zuur

20 Remedie voor zure gazons H 2 CO 3  Ca(OH) 2  CaCO 3 2H 2 O ER neutralisatie: 2 H OH -  2 H 2 O ER neerslag: Ca 2+ + CO 3 2-  CaCO 3  Men strooit geen ongebluste kalk bij droog weer omdat het gras dan verschroeit. Hoe verklaar je dat? Ongebluste kalk = CaOCaO + H 2 O  Ca(OH) 2 Bij droog weer gaat CaO met het vocht van het gras reageren  gras verschroeit Neutralisatiereacties in het dagelijks leven 2H + + CO 3 2- Ca OH - IR : 2H + + CO Ca OH -  CaCO 3  + 2 H 2 O slecht oplosbaar neutralisatie +II-II

21 Remedie voor bemeste bodems P 2 O H 2 O  2 H 3 PO 4 en K 2 O + H 2 O  2 KOH H 3 PO 4  KOH  K PO 4 H2OH2O ER neutralisatie: 3 H OH -  3 H 2 O Is de reactie tussen H 3 PO 4 en KOH ook een neerslagreactie? Motiveer je antwoord. Neen, fosfaten zijn onoplosbaar, maar al de zouten van K zijn goed oplosbaar, dus ook het zout K 3 PO 4 3 H + + PO 4 3- K + + OH - +I-III IR: 3 H + + PO K OH -  3 H 2 O + 3 K + + PO goed oplosbaar neutralisatie

22 A. Gasontwikkeling B. Neerslagreactie C. Mengen Opgaven 1.Bekijk aandachtig onderstaande modelvoorstellingen. Vermeld welke reactie optreedt tussen de twee elektrolytoplossingen.

23 1. Na 1+ + NO K 1+ + Cl 1-  2.2 Na 1+ + S H 1+ + SO 4 2-  3.2 Na 1+ + SO Ba Cl 1-  C + 2 Na 1+ + SO 4 2- A + 2 Na Cl 1- B Na 1+ + NO K 1+ + Cl 1- Volgende elektrolytoplossingen worden samengevoegd. Ga na wat er gebeurt met de ionen. Vermeld met welke modelvoorstelling hierboven het gebeuren overeenstemt. H2SH2S  BaSO 4 

24 A AgF + NaCl  AgCl + NaF B Ag 1+ + Cl 1-  AgCl C Ag 1+ + F 1- + Na 1+ + Cl 1-  AgCl + NaF D Ag 1+ + F 1- + Na 1+ + Cl 1-  Ag 1+ + Cl 1- + NaF 2.Bekijk aandachtig onderstaande modelvoorstelling. Onderstreep de onderstaande reactievergelijking die hoort bij deze modelvoorstelling.

25 Practicum: toepassingen van ionenverbindingsreacties 1. Opsporen van chloride-ionen Waarneming bij zeewater: Er ontstaat een neerslag Waarneming bij gedestilleerd water: De oplossing blijft helder NaCl  AgNO 3  AgCl NaNO 3 ER: Ag + + Cl -  AgCl  Reactievergelijkingen Na + + Cl - Ag + + NO 3 - +I -I slecht oplosbaar goed oplosbaar

26 2. Verwijderen van verf pH van de NaOH-oplossing: pH na toevoegen van de HCl-oplossing: Vermeld de waarneming bij de oplossing ontstaan na toevoeging van HCl aan NaOH: De pH daalt en na uitdampen blijft er een witte vaste stof over Vermeld de waarneming bij gedestilleerd water: De vloeistof is volledig verdampt, er blijft niets achter NaOH  HCl  10 7 Werkwijze: Reactievergelijkingen: Na 1+ + OH 1- H 1+ + Cl 1-

27 3. Bereiden van een verfrissend drankje Welke stof doet het drankje sprankelen? CO 2 HZ  NaHCO 3  H + + HCO 3 -  H 2 CO 3  H 2 O + CO 2  Vermeld in woorden de algemene reactie waaraan de toevoeging van HCl aan NaOH beantwoordt: zuur + hydroxide vormt een zout en water Essentiële reactie: H + + OH -  H 2 O Reactievergelijkingen: H + + Z - Na + + HCO 3 - NaZ H 2 CO 3 ER: goed oplosbaar gasontwikkeling

28 4. Neutraliseren van maagzuur 2 HCl  Mg(OH) 2  2 H OH -  2 H 2 O Reactievergelijkingen: 2 H Cl - Mg OH - ER: MgCl +II-I 2 H 2 O 2 goed oplosbaar neutralisatie


Download ppt "1.Reacties met ionenuitwisseling in waterig midden 2 elektrolytoplossingen: A + + B - H 2 - waterstofgas – diwaterstofO 2 - zuurstofgas – dizuurstof N."

Verwante presentaties


Ads door Google