De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Oefentoets aan einde les 11 Anatomie 1)In welk deel van de wervelkolom treffen we de meeste wervels aan? A)Cervicale deel B)Thoracale deel C)Sacrale deel.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Oefentoets aan einde les 11 Anatomie 1)In welk deel van de wervelkolom treffen we de meeste wervels aan? A)Cervicale deel B)Thoracale deel C)Sacrale deel."— Transcript van de presentatie:

1 Oefentoets aan einde les 11 Anatomie 1)In welk deel van de wervelkolom treffen we de meeste wervels aan? A)Cervicale deel B)Thoracale deel C)Sacrale deel D)Lumbale deel 2) Waardoor wordt de malleolus lateralis gevormd? A)Distale eind fibula B)Distale eind tibia C)Proximale eind fibula D)Distale eind tibia 3) Wat voor soort gewricht is de articulatio manus A)Een draaigewricht B)Een eigewricht C)Een kogelgewricht D)Een zadelgewricht 4) Hoe heet een verbinding van 2 botstukken door middel van kraakbeen? A)Di-artrose B)Synostose C)Syndesmose D)Synchondrose

2 11 5) In welk vlak vinden ante en retro flexie plaats in het art coxae? A)Frontale vlak B)Mediane vlak C)Sagittale vlak D)Transversale vlak 6) Welke spier is mono-articulair? A)M psoas major B)M gluteus medius C)M gracilis D)M sartorius 7) Welke spieren hebben hun origo aan het tuber ossis ischii? A)M gluteus maximus en m biceps femoris B)M gluteus medius en m gluteus minimus C)Mrectus femoris en m biceps femoris D)M semitendinosis en m semimembronosis 8) Welke spier heeft rechtstreeks invloed op de bewegingen in het art humeri? A)M brachialis B)M brachioradialis C)M coracobrachialis D)Het caput laterale van de m triceps brachii

3 11 9) Aan het clavicula hechten onder andere aan: A)M pectoralis minor en m pectoralis major B)M pectoralis minor en de m trapezius C)M trapezius en m serratus lateralis D)M deltoideus en m pectoralis major 10) De buikspieren kunnen: A)De ribben heffen B)De benen in het heupgewricht anteflecteren C)Onder bepaalde omstandigheden het bekken vooroverkantelen D)Onder bepaalde omstandigheden het bekken achteroverkantelen 11) De m lattisimus dorsi hecht vast aan de: A)Tuberculum major B)Crista tuberculum majoris C)Tuberculum minor D)Crista tuberculum minor 12) Welke spier heeft als origo of als insertie de rectusschede? A)M transversus abdominus B)M obliquus abdominus internus C)M obliquus abdominus externus D)Zowel a,b als c zijn juist

4 11 13) Wat is de functie van de m rectus abdominus? A)Latero flexie van de romp B)Anteflexie van de romp C)Inspiratie D)Rotatie van de romp 14) Bij contractie van het diafragma: A)Worden de longen naar beneden getrokken B)Wordt het centrum tendineum naar boven geduwd C)Wordt de spanning in de buikholte verkleind D)Zowel a,b als c zijn juist 15) Welke van de volgende spieren zijn alle monoarticulair? A)M supraspinatus en m triceps brachii B)M brachialis en m teres major C)M biceps brachii en m deltoideus D)De flexorengroep van de onderarm en de m infraspinatus 16) Welke spieren zijn direct onder de huid gelegen? 1: m pectoralis minor 2: m sternocleidomastoideus 3: m subscapularis 4: m trapezius A)1 en 3 zijn juistC) 2 en 3 zijn juist B)1 en 4 zijn juist C) 2 en 4 zijn juist

5 11 17) Spieren die extremiteiten aanvoeren naar het lichaam zijn: A)Abductoren B)Adductoren C)Antagonisten D)Synergisten 18) De m biceps brachii heeft de volgende functies: A)Abductie en exorotatie in art humeri, flexie in art cubiti B)Abductie en anteflexie in art humeri, flexie en suppinatie in art cubiti C)Adductie en retroflexie in art humeri, flexie en suppinatie in art cubiti D)Endorotatie in art humeri, flexie en suppinatie in art cubiti 19) De belangrijkste strekker van de elleboog is de: A)M triceps surae B)M biceps brachii C)M brachialis internus D)M triceps brachii 20) Welke van de volgende spieren is synergist van de m biceps brachii? A)M brachialis B)De palmairflexoren van de pols C)M triceps brachii D)M pectoralis major

6 11 21) De dorsaal flexoren van de hand ontspringen mede aan: A)Olecranon B)Epicondylus medialis humeri C)Epicondylus lateralis humeri D)Tuberculum radii 22) Welke functie hoort bij de m pectoralis major? A)Abductie en anteflexie van de arm B)Abductie exorotatie en retroflexie van de arm C)Adductie endorotatie en retroflexie van de arm D)Adductie endorotatie en anteflexie van de arm 22 goed goed 9 18 goed 8 16 goed 7 14 goed 6 12 goed 5 9 goed 4 6 goed 3


Download ppt "Oefentoets aan einde les 11 Anatomie 1)In welk deel van de wervelkolom treffen we de meeste wervels aan? A)Cervicale deel B)Thoracale deel C)Sacrale deel."

Verwante presentaties


Ads door Google