De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Bewegingsleer zwemmen 1. Inleiding 2. Weerstand en stuwing 3. Lift- of drukverschiltheorie 4. Praktische voorbeelden 5. Andere toepassingen 6. Factoren.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Bewegingsleer zwemmen 1. Inleiding 2. Weerstand en stuwing 3. Lift- of drukverschiltheorie 4. Praktische voorbeelden 5. Andere toepassingen 6. Factoren."— Transcript van de presentatie:

1 Bewegingsleer zwemmen 1. Inleiding 2. Weerstand en stuwing 3. Lift- of drukverschiltheorie 4. Praktische voorbeelden 5. Andere toepassingen 6. Factoren die rendement bepalen 7. Addendum

2 Inleiding  Mens in water is daar niet echt voor gebouwd  Waarom: Temperatuur Orientatie Ademhaling Stroomlijn …

3 Weerstand  Verplaatsing in water is niet zo evident  Door uitoefenen van een kracht ontstaat er een reactie (actie – reactie Newton 3)  Voorbeelden in zwemmen van actie- reactie?  Stuw en contrabeweging in crawl (deel de beweging in)  Actie / reactie -> efficientie

4 Soorten weerstand en stuwing  Weerstand (remming-propulsie) Golfweerstand Vormweerstand …  Stuwing Bernoulli (lift principe) Schoepenrad Golven

5 Weerstand  Neg weerstand = remming  Pos weerstand = stuwing  Snelheid van de zwemmer = stuwing + remming

6 Soorten remming  Wrijvingsweerstand Door viscositeit van een vloeistof  Golfweerstand Deel van de energie gaat verloren in golven Soort “watermuur” door snelheid vw  Vormweerstand Samengaan van 2 andere krachten: frontale weerstand en wervelweerstand

7 Propulsie  Stuwvlakken  Stuwingsprincipes Bernoulli Actie reactie Evenwicht in het water (assen)

8 Bernoulli  Het schroefprinciepe  Verband tss snelheid en druk van vloeistaoffen of gassen Snelheid omhoog Druk omlaag Zie vliegtuigvleugel of hand: lucht moet langs boven langere weg afleggen dan onderaan en moet dus sneller stromen -> druk is daar lager.

9 Bernoulli  Dus men krijgt een lift - princiepe  Is de hoek te groot dan vervalt het liftprinciepe!!!! (37 gr)

10 Praktische voorbeelden  Waar gebruiken we dat in zwemmen? Wrikken Crawl, Ss, vlinder  Conclusies 2 basivormen om te stuwen Meestal combinatie Gode zwemmer vs beginneling Zwemmer ervaart stuwing met lichaam als vast punt (demo op droge) MAAR neem hand es als vast punt!

11 Factoren die rendement bepalen  Richting van de stuwing  Stand van stuwvlak (positie)  Groote van stuwvlak  Snelheid van uitvoering  Lengte van stuwbeweging (baan)  Plaats van lidmaat tov lichaam tijdens stuwing  Inzet spieren

12 Plaats van lidmaat tov lichaam tijdens stuwing  Biomechanisch gezien: zo dicht mogelijk bij het lichaam (waarom)  Zo dicht mogelijk bij lichaams-as Welke as (l) Waarom (richting) Stil water vs “troebel” water

13 Spiergroepen  Zwemmen is de meest “complete” sport -> bijna alle spiergroepen worden gebruikt.  De belangrijkste spiergroepen bevinden zich: Armen Benen Romp

14 Spierwerking : schouder  De schouder is een bol-gewricht. Het wordt gevormd door 3 beenderige uiteinden: de bovenarm of humerus het schouderblad of scapula het sleutelbeen of clavicula

15

16 Spieren: rotator cuff  Onder het Acromion (beenderige machet van de schouder) is er een ruimte: de ruimte boven de bol van de bovenarm. In deze ruimte liggen een slijmbeurs (“bursa”) en de pezen van de Rotator Cuff.  De slijmbeurs is een soort zakje dat het glijden van de pezen onder het acromion vergemakkelijkt.  Er zijn 4 pezen in de rotator cuff: één vooraan, twee bovenaan, en één achteraan: subscapularispees, supraspinatuspees, infraspinatuspees, teres minorpees.  De pezen van de rotator cuff zorgen voor draaibeweging in de schouder: de voorste pezen draaien de schouder naar binnen; de achterste draaien de schouder naar buiten. De belangrijkste funkties is echter dat de bovenste pezen helpen om de grote bol tegen het kleine pannetje te houden bij het opheffen van de arm.

17

18

19

20 Spierwerking naar crawl toe Tijdens de voortstuwingsfase zijn de volgende spieren (concentrisch) actief  m. serratus anterior  m. subscapularis  m. latissimus dorsi  m. pectoralis major  m. teres major  m. teres minor  m. triceps  m. biceps Spieren die tijdens de herstelfase (concentrisch) actief zijn:  m. deltoideus  m. supraspinatus  m. infraspinatus  m. serratus anterior

21 Blessures  Bursitis of tendinitis: Een bursitis of tendinitis kan ontstaan ten gevolge van overbelasting en repetitieve bewegingen zoals zwemmen, schilderen, snoeiwerken of gewichten heffen boven schouderhoogte. rotator cuff tegen het acromion en het acromio claviculair gewricht.  Onvolledige dikte scheuren van de rotator cuff kunnen gepaard gaan met een chronische inflammatie en de ontwikkeling van beenderige sporen aan de onderzijde van het acromion of acromioclaviculair gewricht.  Herstel moeilijk door slechte doorbloeding van pezen in het algemeen.

22 Preventie  Juiste techniek  Kritische hoek: 180° abductie een kritieke gewrichtshoek (insteek) 90° abductie van de humerus tijdens de voortstuwings fase is een kritieke hoek. (endoroteren)  Coördinatiepatronen Body roll -het draaien om de horizontale as Altijd zelfde ademhalingskant (wisselen)  Krachttraining op het droge stabiliteit van de schouder vergroten Geef enkel voorbeelden (in h2o en op droge)


Download ppt "Bewegingsleer zwemmen 1. Inleiding 2. Weerstand en stuwing 3. Lift- of drukverschiltheorie 4. Praktische voorbeelden 5. Andere toepassingen 6. Factoren."

Verwante presentaties


Ads door Google