De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Anatomie Thema 20 Bewegingsapparaat. Spieren: functies  (Voort)beweging  fixatie:  staan  Zitten  bescherming:  vormen deel lichaamswand  Warmtevoorziening.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Anatomie Thema 20 Bewegingsapparaat. Spieren: functies  (Voort)beweging  fixatie:  staan  Zitten  bescherming:  vormen deel lichaamswand  Warmtevoorziening."— Transcript van de presentatie:

1 anatomie Thema 20 Bewegingsapparaat

2 Spieren: functies  (Voort)beweging  fixatie:  staan  Zitten  bescherming:  vormen deel lichaamswand  Warmtevoorziening  beweging levert warmte op (rillen,klappertanden)

3 Spieren  Een spier is een weefselstructuur van cellen die de eigenschap hebben te kunnen samentrekken waardoor beweging mogelijk is.  3 vormen:  dwarsgestreept spierweefsel,  glad spierweefsel.  hartspierweefsel

4 Dwarsgestreept spierweefsel  Onder de microscoop: dwarse streping  Dwarsgestreept spierweefsel = skeletspieren  Onder controle van de wil  Werkt snel, maar is snel vermoeid

5 Glad spierweefsel  Niet onder controle van de wil  Werkt langzamer maar is onvermoeibaar  Maag, blaas, darmen

6 hartspierweefsel  Het hart bestaat uit hartspierweefsel. Het hart is in zijn geheel een onwillekeurige spier die continu werkt.

7 Elkaar tegen werken  bewegen kan niet met 1 spier  je hebt altijd een 2e spier nodig die de spier weer terugrekt deze combinatie van elkaar “tegenwerkende” spieren kom je over je hele lijf tegen Biceps trekt samen, arm buigt Triceps trekt samen, arm strekt

8 Belangrijke begrippen  willekeurige spier kan alleen verkorten; de spier heeft een antagonist (tegenwerker) nodig om weer uitgerekt te worden  Tonus: spierspanning  Spierpomp: De spierpomp in het been vormen het belangrijkste mechanisme om het bloed vanuit de voet (tegen de zwaartekracht in) via de aderen weer terug naar het hart te vervoeren.

9 Spierpomp

10

11 Borstwandspieren:  Tussenribspieren zorgen voor de borstademhaling

12 Middenrif  Het middenrif ( diafragma) Is een grote koepelvormige spier die borstholte afsluit van de buikholte  ERG belangrijk bij de ademhaling!

13 gewrichten  Bewegen en buigen gebeurt met behulp van gewrichten en spierkracht.  Bewegen en buigen gebeurt met behulp van gewrichten en spierkracht.  Gewrichten zitten op plekken waar twee of meer botten bij elkaar komen.  Spieren lopen over de gewrichten heen, van het ene bot naar het andere.  Ze zitten via pezen aan het bot vast.  Als je spieren zich samentrekken, dan trekken ze aan de botten zodat er beweging in je skelet ontstaat.

14 Hoe ziet een gewricht eruit?  De uiteinden van de botten die in een gewricht bij elkaar komen zijn bedekt met kraakbeen.  Kraakbeen dempt de schokken  Tussen het kraakbeen zit een vloeistof die werkt als een smeermiddel. (gewrichtssmeer=synovia)

15 Hoe ziet een gewricht eruit?  Aan weerszijden van een gewricht zitten gewrichtsbanden.  Ze zorgen voor stabiliteit als je beweegt en houden de botten op hun plaats.

16

17 Verschillende soorten gewrichten  Je hebt verschillende soorten gewrichten die allemaal eigen bewegingsmogelijkheden hebben.  De manier waarop een gewricht kan bewegen hangt af van zijn vorm

18 scharniergewricht  bijvoorbeeld het ellebooggewricht en het kniegewricht

19 kogelgewricht  bijvoorbeeld het schoudergewricht en het heupgewricht

20 Rolgewricht  Het gewricht waarmee het spaakbeen en de ellepijp om elkaar heen kunnen draaien

21 ellipsvormig of eigewricht  bijvoorbeeld het bovenste polsgewricht

22 zadelgewricht  bijvoorbeeld het gewricht tussen handpalm en duim

23 draaigewricht  bijvoorbeeld de twee bovenste nekwervels: de atlas en de draaier

24

25 botten  functie  Vormgeven aan het lichaam  het beschermen van interne organen  maken(samen met spieren) beweging mogelijk  betrokken bij de vorming van nieuwe bloedcellen.  mineraalopslag.

26 Botten: de bekleding  de binnenlaag van het botvlies (periost) kan botcellen vormen  de aangroei van een nieuw bot, na een botbreuk, begint hier

27 Beenmerg  In het rode beenmerg van de platte botten ( bekken, borstbeen, ribben ) worden nieuwe bloedcellen gemaakt

28


Download ppt "Anatomie Thema 20 Bewegingsapparaat. Spieren: functies  (Voort)beweging  fixatie:  staan  Zitten  bescherming:  vormen deel lichaamswand  Warmtevoorziening."

Verwante presentaties


Ads door Google