4.1: Het parlement is baas boven baas

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
6.1: De macht van de media Planning SE Nakijken Intro HC
Advertisements

Staatsinrichting 1 Veranderingen herkennen/ beschrijven die in 1848 werden doorgevoerd in het kiesrecht door de liberalen o.l.v. Thorbecke.
Het Landsbestuur 4.1 Regering 4.2 Parlement 4.3 Provincie en gemeente
Verkiezingen en kiesstelsels
7.1: Van de wieg tot het graf
7.1: Van de wieg tot het graf
Politieke partijen en populisme
Politiek, diverse zaken aan de orde
4.1: Het parlement is baas boven baas
7.3: Trampolinebed of hangmat? Intro HC Opdracht HW + nakijken.
Maatschappijleer 1 Nadya Karim
Parlementaire democratie
QUIZ Katern Politiek.
Introductieles: politiek
2.1 zit er een dokter in de cel?
2.3 De pet past ons allemaal Nakijken Intro HC Opdracht Opdracht bespreken Huiswerk.
1.1: in de naam der wet Nakijken Intro HC Opdracht Opdracht bespreken
7.2: Geschiedenis van de verzorgingsstaat
1.3: Tand om tand of zachte hand
10.2: Geschiedenis van de pluriforme samenleving
6.2: Naar een Verenigde Staten van Europa
8.1: Eigen schuld, dikke bult? Intro HC Opdracht HW + nakijken.
Wie heeft het meeste te zeggen? Nakijken Intro HC Opdracht Opdracht bespreken Huiswerk.
8.2 en 8.3: solidariteit en arbeid Intro HC Opdracht HW + nakijken.
Staatsinrichting van Nederland
Politieke stromingen LiNKS RECHTS.
Parlementaire democratie
4.2: De geschiedenis van de NL democratie
1.2: geschiedenis van de rechtsstaat
2.2 Pak de boef dan, als je kan
3.1 Roep om harde rechtsstaat via de media
: kloof tussen burger en politiek
Introles: Wie ben ik en jullie? 15
Introles: Wie ben ik en jullie? 15 Wat is myl 20 Introductievragen 15
1.2: geschiedenis van de rechtsstaat
Herhaling Staatsinrichting
4.1: Het parlement is baas boven baas
Introductieles: politiek
Introductieles: politiek
Wie heeft het meeste te zeggen?
1.3 Tand om tand of zachte hand Vergelijking Nakijken Intro HC Opdracht Opdracht bespreken Huiswerk.
4.2: De geschiedenis van de NL democratie Nakijken HC Opdracht vorige les afronden Huiswerk.
2.3 De pet past ons allemaal Nakijken (2.2) Intro HC Opdracht Opdracht bespreken HC: 3.2 kort Huiswerk.
2.1 zit er een dokter in de cel? Nakijken (ook vorige les) Intro HC Opdracht Opdracht bespreken Huiswerk.
Politiek-juridische dimensie
Het Volk 2e Kamer 150 leden 1e Kamer 75 leden Directe verkiezingen
Politieke partijen en populisme
7.2: Geschiedenis van de verzorgingsstaat
: de media & Europa Nakijken Lang HC Debatspel / begrotingsspel Huiswerk.
4.2: De geschiedenis van de NL democratie
Op weg naar een eerlijker bestuur
Staatsinrichting In Nederland.
§4: Regering en Parlement:
Staatsinrichting Wie is de baas van Nederland? ©Tom Verbeek sep 2010.
Staatsinrichting van Nederland (deel 2)
Blok 2 Vrijheid in Nederland
Het Parlement Paragraaf 6.
…..LET OP…………. Deze powerpoint gaat over de Nederland; rechts-staat en democratie De powerpoint bevat de basisstof die je moet kennen om het centraal.
Waar of niet waar? waar niet waar.
Blok 2 Vrijheid in Nederland
HOOFDSTUK 1 NEDERLAND VAN 1848 TOT 1914
1.1 DE NEDERLANDSE STAATSINRICHTING NU
Maatschappijleer havo 4
PowerPointpresentatie Algemene staatsinrichting
Het parlement Hoofdstuk 6 ‘Politiek.
Kabinet en Regering Hoofdstuk 5.
Regering en parlement Regering en parlement Machten… Machten…
Waar of niet waar? waar niet waar.
H5 Wie bestuurt Nederland?
Aantekening van: Wie is de baas
Transcript van de presentatie:

4.1: Het parlement is baas boven baas Nakijken Intro HC Opdracht Opdracht bespreken Huiswerk 5 min Begin: Absenten. Deel studiewijzers uit. Wat gaan we doen deze les. 0 nakijken: Wees duidelijk over aantekeningen en controle daarvan! – vraag in dit geval terug over vorige les! 5 intro: goed nabespreken 20 HC: stof par 1.1 35 opdracht 5 huiswerk

Nakijken Ik controleer aantekeningen en huiswerk Steekproefsgewijs Als ik rondloop bespreken jullie samen de antwoorden op het huiswerk Als iets niet duidelijk is behandelen we dat samen Vanaf volgende week weer wel.

Intro Hoe werkt de Tweede Kamer?

HC: Het parlement is baas boven baas Nederland is een democratie, conflicten lossen we dus op door te stemmen en niet met geweld De meerderheid kan niet zomaar haar wil opleggen aan de minderheid. Iedereen heeft rechten. Nederland is een indirecte democratie Nederland is ook een monarchie, maar de koning heeft vooral een symbolische functie Volksvertegenwoordiging = parlement = wetgevende macht = staten generaal = eerste en tweede kamer

Volksvertegenwoordiging Staatsinrichting Kiezer Tweede Kamer Coalitie Kabinet Provinciale staten Eerste kamer De koning Parlement Volksvertegenwoordiging Staten-Generaal

Het parlement Het parlement beslist in naam van het volk Er zijn 11 fracties in de Tweede Kamer Iedere fractie heeft een fractievoorzitter Er is nooit 1 partij die de meerderheid heeft. Daarom is er een coalitie en een oppositie

Staatsinrichting Kiezer Parlement Volksvertegenwoordiging Tweede Kamer coalitie fracties (samen minimaal 76 zetels) Het kabinet oppositie fracties Provinciale staten Eerste Kamer Parlement Volksvertegenwoordiging Staten-Generaal De koning

De regering Regering = ministers + koningin Kabinet = ministers + staatssecretarissen Ministerraad = alle ministers Ministers verdedigen hun plannen in het parlement De oppositiepartijen zijn altijd kritischer op de minister dan de coalitiepartijen. Hoe kan dat?

Staatsinrichting Kiezer De regering Parlement Volksvertegenwoordiging Tweede Kamer coalitie fracties (samen minimaal 76 zetels) Het kabinet oppositie fracties Provinciale staten Eerste Kamer Parlement Volksvertegenwoordiging Staten-Generaal De koning

Opdracht: De parlementaire democratie Onze praktijk

Opdracht: Jij gaat de wet veranderen Als je in de politiek zat, wat zou jij dan willen veranderen aan Nederland? Bedenk een naam voor jouw politieke partij Je gaat meedoen aan de verkiezingen, hoe doe je dat? Gebruik de begrippen: Lijsttrekker, verkiezingslijst, verkiezingsprogramma, verkiezingscampagne Bron: blz. 43 (de toepassing)

Hoera je bent gekozen! De verkiezingen zijn geweest en je partij komt met 13 zetels in de Tweede Kamer. Een geweldig resultaat! Je wilt een coalitie sluiten, met welke partijen wil jij samenwerken en waarom? (zie volgende sheet) hoe komt dit tot stand? Gebruik de begrippen: kabinetsformatie, informateur, coalitie, oppositie, regeerakkoord, formateur, ministers, staatssecretarissen. (bron: blz 42 de kabinetsformatie) Wat is het verschil tussen een lijsttrekker en een fractievoorzitter?

Jouw partij (13)

Huiswerk Opdracht: 4, 5, 7, 8 Ik controleer de volgende les altijd steekproefsgewijs of je het gemaakt hebt, en of je aantekeningen gemaakt hebt!