De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Fiscaliteit voor onderwijsbesturen 23 september 2015 1. Inleiding. 2. Fiscale risico’s. 3. Pro rata regeling BTW. 4. Vennootschapsbelastingplicht voor.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Fiscaliteit voor onderwijsbesturen 23 september 2015 1. Inleiding. 2. Fiscale risico’s. 3. Pro rata regeling BTW. 4. Vennootschapsbelastingplicht voor."— Transcript van de presentatie:

1 Fiscaliteit voor onderwijsbesturen 23 september Inleiding. 2. Fiscale risico’s. 3. Pro rata regeling BTW. 4. Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen? 5. Vragen?

2  Kenneth Fischer  Financieel inspecteur Inspectie van het Onderwijs (75%).  Trainee praktijkopleiding registeraccountant Belastingdienst (25%).  Voorheen gewerkt bij Belastingdienst in non- profit sector.  Achtergrond studies: accountancy en fiscaal recht. Even voorstellen

3 Inleiding Ik praat vandaag op persoonlijke titel. Bij behoefte aan bindende uitspraken treedt in contact met uw klantcoör- dinator Belastingdienst. Presentatie mag ongeveer 45 minuten duren.

4 Fiscale risico’s Welke fiscale regelingen bij onderwijsbesturen gaan wel eens fout?  RVU’s.  Schenkingen.  Intracommunautaire verwervingen.  Detachering van personeel.  WGA.  VAR verklaringen.  Hoe beheers je je fiscale risico’s?

5 Fiscale regelingen Ik ga iets dieper in op de onderwerpen:  vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen en  pro rata omzetbelasting.

6 Pro rata in de BTW Uitgangspunt: Onderwijs is vrijgesteld van btw (artikel 11, lid 1 Wet OB sub o). Geen aftrekrecht inkopen/kosten tenzij ook belaste prestaties. Uitgangspunt: Directe toerekening van kosten aan belaste of vrijgestelde prestaties. Hierna pro rata verdeling. Bijvoorbeeld: De inkopen restaurant zijn direct toerekenbaar aan de belaste omzet kantine. De btw op deze inkopen is direct aftrekbaar. De factuur voor onderhoud aan een schoolgebouw dat volledig in gebruik is voor het geven van (vrijgesteld) onderwijs. De btw op deze dienst is niet aftrekbaar. Hierna resteert een “bak” met de gemengde kosten (accountantskosten, energiekosten, onderhoud gebouwen). Deze kosten hebben betrekking op belaste en vrijgestelde prestaties. Hiervoor vindt een pro rata aftrek plaats.

7 Pro rata in de BTW Hoofdregel: pro rata aftrek De pro rata aftrek van de “algemene kosten ” (gemengde kosten): som vergoedingen voor belaste prestaties som vergoedingen voor belaste en vrijgestelde prestaties Afwijking: werkelijk gebruik.

8 Pro rata in de BTW Normatieve rijksbijdrage ,51 Overige rijksbijdragen ,12 Rijksbijdrage penvoering3.8960,00 Collegegelden ,99 Detacheringen personeel vrij39.462,21 Detacheringen personeel 19% ,06 Subsidiegelden ,71 Huuropbrengsten extern18.926,42 Cursus- en examengelden ,34 Omzet extern btw 0%3.505,92 Omzet extern btw 6%81.115,89 Omzet extern btw 19% ,57 Omzet extern btw 21%2.340,00 Omzet extern btw vrijgesteld ,85 Verg. gespreide betaling coll ,98 Uitkeringen personeel61.542,35 Overige opbrengsten ,04 Introductie- en excursiegelden1.808,00 Verkoop readers13.935,50 Rentebaten51.999,99 Totaal ,45

9 Pro rata in de BTW Teruggave BTW voor deze onderwijsinstelling? (BTW op gemengde kosten bedraagt € )  Berekening 1 o.g.v. genoemde uitgangspunten: € / € = 0,0237 * 100% = 2,37% op de gemengde kosten € = €  Berekening 2 o.g.v. Overheidssubsidies worden niet aangemerkt als een vergoeding voor een prestatie, en kunnen deze inkomsten niet als “vergoedingen” meegenomen worden in de totale omzet in de voornoemde pro rata berekening: € / € = 0,077 * 100% * € = €  Berekening 3 o.g.v. pre pro rata

10 Pro rata in de BTW  Berekening 3 ogv pre pro rata: eerst toerekening “bak” met gemengde kosten aan economische activiteiten! Voorafgaand aan de vraag welk pro rata percentage moet worden toegepast, speelt de problematiek dat een ondernemer geen recht heeft op aftrek van btw voor zover de kosten zijn gemaakt ten behoeve van niet-economische activiteiten. Dit laatste is ook bekend als de pre pro rata. Stap 1 Omzet i.v.m. economische activiteiten / Totale omzet = € / € = 9,79%. 9,79% * gemengde kosten € = € toe te rekenen aan economische activiteiten. Stap 2 Belaste activiteiten / totale omzet i.v.m. economische activiteiten = € / € = 25%. 25% van € = € Dit is de te vorderen BTW volgens de Belastingdienst. Zie uitkomst berekening 1.

11 Pro rata in de BTW Wat is nu de teruggave BTW voor deze onderwijsinstelling? Rechtbank Noord-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer LEE AWB - 13 _ 1897 Rechtbank Noord Nederland stelt de onderwijsinstelling in het gelijk. In aftrek € i.p.v. € De pre pro rata binnen onderwijs lijkt hiermee te zijn vervallen! NB: reden binnen deze uitspraak lijkt de van studenten ontvangen collegegelden, waardoor het onderwijs niet langer kwalificeert als niet economische activiteit.

12 Pro rata in de BTW Belastingdienst heeft hoger beroep ingesteld!

13 Pro rata in de BTW  verplichtingen Het claimen van aftrek van voorbelasting (op algemene kosten) is slechts mogelijk indien een volledige btw-administratie wordt gevoerd.  Op regelmatige wijze aantekeningen houden van aan hem en door hem uitgereikte facturen  De bedoelde aantekeningen van facturen – welke doorlopend dienen te worden genummerd – omvatten o.a.: - dagtekening en nummer - naam, adres, btw-nummer etc. - duidelijke omschrijving van de geleverde goederen en diensten - de vergoeding - het bedrag van de belasting

14 Pro rata in de BTW  verplichtingen Indien bij binnenkomst factuur geen directe toerekening van de kosten aan verrichte prestaties, toegestaan dat:  Eind boekjaar extracomptabel, op factuurniveau, de omvang van de algemene kosten wordt vastgesteld;  Extrapoleren, hanteren van staffels, verdeelsleutels e.d. ter vaststelling omvang algemene kosten is derhalve niet toegestaan. Nogmaals: Belastingdienst hanteert harde eis dat een volledige btw- administratie wordt gevoerd voor het claimen van aftrek voorbelasting!

15 Aftrek van voorbelasting?  Conclusies Wanneer belang? Het belang neemt toe naarmate er meer belaste prestaties zijn en de “bak” aan gemengde kosten groter is. Belang lijkt (voor even..) met name voor HO groter na uitspraak Rechtbank Noord-Nederland. Administratieplicht Het claimen van aftrek van voorbelasting (op algemene kosten) is slechts mogelijk indien een volledige btw-administratie wordt gevoerd.

16 Vragen m.b.t. Pro Rata BTW?

17 Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen? De Vennootschapsbelasting (vpb) kent (nu nog) verschillende regels voor:  publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals de besturen die (in)direct vallen onder het rijk of een gemeente.  Vrijstelling! Limitatieve opsomming van belaste bedrijfsactiviteiten in de wet dan wel specifiek met naam genoemd.  voor privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals het bijzonder onderwijs.  Er geldt, bij besluit, een beperkte vrijstelling vennoot- schapsbelasting voor overige bekostigde onderwijs- Instellingen.

18 Er ontstaan o.a. aparte stichtingen voor facilitaire zaken, detachering, bovenschools management, contractonderwijs en scholen PO en VO. Vennootschapsbelastingplicht (oude situatie)? Stel: herstructurering van activiteiten naar diverse rechtspersonen Bovenschools Contract- onderwijs ScholenPO Facilitair SchoolVO Detachering

19 Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen oude situatie  Géén Vpb-plicht voor alle stichtingen indien (indirect) overheidslichaam.  Indien sprake is van bijzonder onderwijs in de vorm van een stichting dan zijn de stichtingen PO en VO vrijgesteld ogv het besluit (wel een bekostigingstoets >70%).  Voor de bovenschoolse stichting, detachering, contractonderwijs en facilitair wordt beoordeeld of de stichting een onderneming drijft en mogelijk Vpb-plichtig is. Hieruit blijkt dat voor “gelijke” gevallen een andere uitkomst kan gelden! 19

20 Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen vanaf  De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel ‘Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen’ op 26 mei 2015 aangenomen.‘Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen’  Het ondernemingsbegrip: aansluiting bij stichting in de VPB.  Vrijstellingen voor (indirecte) overheidsondernemingen.  Subject vrijstelling voor bekostigd onderwijs / onderzoek.  Hoe ziet de specifieke (subject) onderwijsvrijstelling er uit? 20

21 Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen vanaf Artikel 6b lid 1b van de wet: (Nagenoeg) uitsluitend (ten minste 90% van de activiteiten van de onderwijsinstelling ) bestaan uit onderwijs- en onderzoeksactiviteiten (activiteiteneis); en, Deze activiteiten worden (hoofdzakelijk) voor ten minste 70% bekostigd uit publieke en vergelijkbare middelen (bekostigingseis). Voor welke besturen kan de wet consequenties hebben? 21

22 Er ontstaan o.a. aparte stichtingen voor facilitaire zaken, detachering, bovenschools management, contractonderwijs en scholen PO en VO. Vennootschapsbelastingplicht? (vanaf ) Stel: herstructurering van activiteiten naar diverse rechtspersonen Bovenschools Contract- onderwijs ScholenPO Facilitair SchoolVO Detachering

23 Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen vanaf Stel er is sprake van indirecte overheidslichamen:  Scholen PO en VO doen een beroep op de subject vrijstelling.  Stichting Bovenschools verricht enkel diensten voor de scholen PO en VO: vrijstelling ogv interne dienst?! Nee niet mogelijk als sprake van een indirecte overheidslichamen. Wel indien bovenschools management een afdeling van de gemeente betreft!  Stichting voor contractonderwijs: Vpb-plichtig. Bijvoorbeeld op grond van statutaire winststreven. Geen beroep mogelijk op onderwijsvrijstelling of algemene vrijstellingen.  Stichting Facilitair: Beroep op quasi-inbesteding?! Ja, dit is mogelijk bij zowel directe als indirecte overheidsonderneming.  Stichting Detachering: Vpb-plichtig. Treedt in concurrentie met. Geen beroep op vrijstellingen.

24 Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen vanaf Stel er is sprake van bijzonder onderwijs (privaatrechtelijk):  Scholen PO en VO doen een beroep op de subject vrijstelling.  Voor de bovenschoolse stichting, detachering, contractonderwijs en facilitair wordt beoordeeld of de stichting een onderneming drijft en mogelijk Vpb-plichtig is.

25 Vennootschapsbelastingplicht voor onderwijsbesturen Conclusies: Verschillen Vpb-plicht voor onderwijsbesturen op privaatrechtelijke basis en publiekrechtelijke basis worden kleiner. Een beroep wordt gedaan op dezelfde (wettelijke) subject vrijstelling. Onderwijsbesturen die kwalificeren als een (indirecte) overheids- onderneming krijgen nu te maken met Vpb-plicht. Met name universiteiten en hogescholen die kwalificeren als (indirecte) overheidsonderneming krijgen met deze wetgeving te maken. Mogelijk nadere beoordeling Belastingdienst van HO instellingen door deze ontwikkelingen? Zolang schoolbesturen PO en VO hun activiteiten in één stichting uitoefenen, voor 99% (?), beroep op subject vrijstelling.

26 Vragen? Deze presentatie is op persoonlijke titel gemaakt. Gelieve u te wenden tot uw klantcoördinator voor vooroverleg bij vragen of het delen van standpunten.


Download ppt "Fiscaliteit voor onderwijsbesturen 23 september 2015 1. Inleiding. 2. Fiscale risico’s. 3. Pro rata regeling BTW. 4. Vennootschapsbelastingplicht voor."

Verwante presentaties


Ads door Google