De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

MINOR FINANCIEEL ADVIES EN ONDERSTEUNING PENSIOEN 2014-2015 SEMESTER 1 W.H. Korthouwer 1.

Verwante presentaties


Presentatie over: "MINOR FINANCIEEL ADVIES EN ONDERSTEUNING PENSIOEN 2014-2015 SEMESTER 1 W.H. Korthouwer 1."— Transcript van de presentatie:

1 MINOR FINANCIEEL ADVIES EN ONDERSTEUNING PENSIOEN SEMESTER 1 W.H. Korthouwer 1

2 LESSTOF EN NUTTIGE LINKS Lesstof: 1.Syllabus Pensioen: zie > downloads 2.Aanvullend materiaal/actualiteiten tijdens de les en in de sheets Nuttige links zie:  2

3 DRIE PIJLER SYSTEEM Vrijwillige inkomensvoorziening, lijfrente Individueel Belangrijkste pijler voor zelfstandigen en ondernemers Werkgever/werknemer pensioen, OP, NP, AOP Arbeidsgebonden Beschikbaar uitkeringspensioen (defined benefit) Beschikbare premiesysteem (defined contribution) Sociale ZekerheidAOW, ANW, WIA Omslagstelsel Alleenstaande € 978 netto p/m Gehuwde € 681 netto p/m

4 ‘PIJLER 4 EN 5’ Pijler 4Sparen Spaartegoeden, beleggingen en overwaarde op de woning Pijler 5Flexibele pensioendatum Eerder stoppen betekent in de nieuwe kabinetsplannen minder AOW. Er is ook minder werknemerspensioen en/of lijfrente nodig. Meer verantwoordelijkheid bij gepensioneerde. 4

5 5

6 OPTIES OUDEDAGSVOORZIENING Naast de basisvoorziening AOW zijn er de volgende opties: Pensioen via de werkgever (collectief, semi- collectief of individueel) Lijfrente privé (individueel) Vrij vermogen opbouwen via sparen en/of beleggen Aflossen op de eigen woningschuld Erfenis

7 GESCHIEDENIS (1)  Duitsland was met Otto van Bismarck in 1889 grondlegger van het eerste wettelijke staatspensioen, pensioenleeftijd 70 jaar  Vanaf 1920 werd 65 jaar als pensioenleeftijd de internationale norm  Eerste wettelijke oudedagsvoorziening in Nederland; invaliditeitswet voor ouderen uit 1913, vanaf 1919 tot 1947 uitgebreid met ouderdomswet.  Van 1947 tot 1957 noodwet ouderdomsvoorziening (noodwet Drees)  Vanaf 1957 AOW van kracht  Oudste ondernemingspensioenfonds; Hollandsche Ijzeren Spoorweg Maatschappij (HSM) uit

8 GESCHIEDENIS (2)  Eerste bedrijfstakpensioenfonds; Coöperatie Verzekeringsfonds uit Leeuwarden voor de zuivelindustrie uit 1917  Eerste ambtenarenpensioen stamt uit 1798 alleen bestemd voor oude en zieke mensen (armenzorg). In 1922 oprichting van het ABP (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds). 8

9 HOOGTE EN SOLIDARITEIT PENSIOEN Veel mensen verwachten 70% pensioen v/h laatstverdiende loon te halen; beeld is veel te rooskleurig Vormen van solidariteit 1 e pijler en 2 e pijler pensioenstelsel tussen: 1.Jongere en oudere werknemers 2.Actieven en gepensioneerden 3.Hogere en lagere inkomens 4.Mannen en vrouwen; vrouwen worden gemiddeld ouder 5.Gezonde en minder gezonde mensen 6.Alleenstaanden en samenwoners/gehuwden Solidariteit in het pensioenstelsel al jaren lang een discussie 9

10 1 E PIJLER SOCIAAL MINIMUM Sociaal minimum als percentage van het wettelijk minimum loon: Volledig gezin:100% Eenouder gezin: 90% Alleenstaande: 70% 10 1 e pijler Volksverzekeringen: AOW, ANW Sociale verzekeringen: TW, IOAW, IOAZ, WWB Partner indien sprake van gemeenschappelijk huishouden

11 KENMERKEN AOW Sociale minimumvoorziening oudedag Uitkeringen worden betaald via AOW premies Uitkering gebaseerd op netto minimumloon Opbouw 2% p/jr gedurende 50 jaar Ieder jaar in buitenland 2% minder AOW Alleenstaande 70% Samenwonenden 100% AOW leeftijd vanaf 1 jan stapsgewijs verhoogd naar 67 jaar Vanaf 2024 gekoppeld aan de levensverwachting

12 HOEVEEL AOW KRIJG IK LATER? Bedragen van de meeste volksverzekeringen zoals de AOW zijn gekoppeld aan het nettominimumloon. Samenwonenden ontvangen samen 100%, ieder 50% Alleenstaanden met een minderjarig kind 90% Alleenstaanden 70% AOW Bruto p/mAOW Netto p/m Samenwonenden 100% Alleenstaanden 70% Alleenstaande ouder 90%

13 SOLIDARITEIT AOW (PIJLER 1)  Omslagstelsel beter houdbaar door verhoging AOW pensioenleeftijd.  Premie voor AOW in 1 e schijf jarenlang onvoldoende.  Vergrijzing; verhouding werkenden/niet-werkenden van 4:1 nu naar 2:1 in 2040  Krimp beroepsbevolking tussen met mensen  Verwachte kosten van € 30 mld. nu naar € 50 mld. in 2040, ofwel van 4,9% v/h BBP naar 8,5%  AOW leeftijd gaat in stapsgewijs tot 67 jaar omhoog i.v.m. hogere leeftijdsverwachting, krimpende beroepsbevolking en vergrijzing om de AOW betaalbaar te houden. 13

14 KENMERKEN ANW  Voorziening voor overlijden, Algemene Nabestaandenwet  Partner en kinderen kunnen een uitkering krijgen  Hoogte niet afhankelijk van het aantal jaren dat je in Nederland hebt gewoond zoals bij AOW  Nabestaanden geboren voor 1 januari 1950 hebben zelf nog recht op uitkering. Inkomenstoets, boven euro inkomen geen uitkering.  Nabestaanden geboren na 1 januari 1950 met kind(eren) tot 18 jaar en/of nabestaande voor minimaal 45% arbeidsongeschikt (wel inkomenstoets) hebben recht op een uitkering. 14

15 2 E PIJLER AANVULLEND PENSIOEN 2 e pijler Pensioen: OP, NP, AOP Werknemersverzekeringen: ZW, WAO, WIA, WW Overige regelingen: Spaarloon, Levensloop (vervallen) 15

16 SOLIDARITEIT AANVULLEND PENSIOEN (PIJLER 2)  Doorsneepremie rechtvaardig?; iedere actieve deelnemer betaald ongeacht geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, inkomen en gezondheid een gelijk deel van het salaris af aan zijn/haar pensioen.  Iedereen binnen de pensioenregeling heeft dezelfde procentuele pensioenopbouw. Onderzoek geeft echter aan dat jonge werknemers relatief teveel premie betalen t.o.v. oudere werknemers.  Arbeidsongeschikten betalen veelal geen pensioenpremie maar bouwen wel hetzelfde pensioen op.  Deelnemers zonder partner betalen verplicht een risicopremie voor nabestaandendekking voor deelnemers met partner, deze inleg krijgen zij niet terug 16

17 3 E PIJLER INDIVIDUEEL/PRIVÉ GEREGELD 3 e pijler Met inkomen Lijfrente renteverzekeringenbanksparenMet vermogenSparen 17

18 VERVOLG SPAREN 3 E PIJLER, OOK WEL 4 E PIJLER SparenSpaarrekening, depositosparenBeleggingsrekeningEigen woning 18

19 VERVOLG 4 E PIJLER Krediet Consumptief, bijv. voor luxe uitgaven Hypotheek, ook wel WOZ krediet voor bijv. een verbouwing 19

20 PENSIOEN EN LIJFRENTE; ZELFDE DOEL Pensioen is uitgesteld loon voor de oudedag Lijfrente is uitgesteld inkomen voor de oudedag Premies zijn aftrekbaar en uitkeringen zijn belast Tarieven zijn afhankelijk van sterfte, rente en kosten

21 NEDERLAND TEN OPZICHTE VAN EUROPA  Veel verschillende pensioenstelsels  Nederland heeft een relatief zeer sterke pijler en een relatief sober staatspensioen (AOW)  In andere landen – met name Zuid Europese – landen is de eerste pijler juist dominant, probleem dus bij vergrijzing. Oplossing vaak door flexibele pensioendatum, eerder met pensioen betekent dan minder uitkering.  Éen uniform pensioenstelsel in Europa nog ver weg; verschillen zijn nog te groot. 21

22 PENSIOENKAPITAAL IN % VAN BBP INTERNATIONAAL 22

23 ARBEIDSVOORWAARDEN Pensioen is wettelijk niet verplicht, wanneer werkgever echter pensioen toezegt moet hij zich houden aan alle wettelijke regels. Werknemer kan een afstandsverklaring tekenen voor pensioen, in de praktijk vaak echter niet geheel juridisch waterdicht. Arbeidsvoorwaarden zijn bijzondere overeenkomsten en pensioen is hierin een belangrijk, bijna primaire, arbeidsvoorwaarde. Art. 7:613 BW; werkgever kan alleen bij zwaarwichtige redenen de arbeidsovereenkomst waaronder de pensioentoezegging(en) wijzigen. In de praktijk alleen in situaties van dreigend faillissement of zeer zware financiële omstandigheden. Art. 19 PW, schakelbepaling art. 7:613BW; eenzijdige wijzigingsmogelijkheid werkgever om zonder toestemming werknemer pensioen te kunnen wijzigen. Alleen bij zwaarwichtig belang waarvoor de belangen van de werknemer naar redelijkheid en billijkheid hiervoor moeten wijken. 23

24 RELEVANTE WETGEVING (1)  Burgerlijk Wetboek  Pensioenwet; vereisten pensioenregeling, driehoeksverhouding tussen WG en WN en Uitvoerder, rechten en plichten partijen, taken pensioenuitvoerder, behoud aanspraak, beschikken over pensioen  Besluit uitvoering PW, regeling PW en Wet BPR; procedure-en rekenregels bij waardeoverdracht  Civiel-juridisch BW; informatieverplichting werkgever, rechten bij fusie, gelijke behandeling in het arbeidsrecht, goed werkgeverschap en werknemerschap  Wet Gelijke Behandeling; (in)direct onderscheid, gelijke behandeling bij leeftijd, geslacht, deeltijd, burgelijke staat, e.d.  Commissie gelijke behandeling ingesteld op grond van AWGB 24

25 RELEVANTE WETGEVING (2) Sociale zekerheid; AOW, ANW, WIA, WW, ZW..…. Pensioenjuridisch; PW, PSW, BPF2000, BW, WvPS, Wet cao… Toezicht; WFT… Gelijke behandeling; AWGB… Europees; verdragen, verordeningen, richtlijnen…. Fiscaal; LB1964, IB2001, VPB, AWR… 25

26 RELEVANTE WETGEVING (3) Fiscaal:  LB1964; ‘omkeerregel’, fiscale grenzen, fiscale definitie pensioen, eisen pensioen, wie kunnen als verzekeraar optreden? (bevoegde uitvoerders), sancties  UBLB; nadere bepalingen pensioengevende diensttijd en loonbestanddelen  IB2001 en VpB; bepalingen bij eigen beheer  Wet op de Medische Keuringen; uitzonderingen op keuringsverbod  Wet Bpf 2000; bepalingen verplichtstelling  Wet op de Ondernemingsraden; instemmingsrecht OR  Wet verevening pensioenrechten bij scheiding 26

27 PENSIOENOVEREENKOMST Uitvoerder, maatschappij WerknemerWerkgever Werkgevers- Pensioen via Pensioenwet Arbeidsovereenkomst Uitvoerings- overeenkomst Pensioen- reglement en startbrief

28 PENSIOENWET  Werkgevers die een pensioen toezeggen moeten een pensioenregeling treffen die voldoet aan de PW (voorheen PSW)  Vanaf 2007 PW van kracht; meer transparantie, meer zekerheid en duidelijkere afspraken voor pensioenuitvoerders. Juridische driehoeksverhouding tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder. Belangrijke gevolgen/vernieuwingen PW:  Informatieplicht werkgever m.b.t. aanbod pensioenregeling nieuwe werknemer, verplichte startbrief en evt. wijzigingen v.d. regeling  Werknemers kunnen vanaf 21 i.p.v. 25 toetreden  Iedere deelnemer ontvangt ieder jaar verplicht een UPO, gewezen deelnemers minstens eens per vijf jaar. 28

29 VERVOLG PW  Verplichte uitvoeringsovereenkomst met alle afspraken tussen werkgever en pensioenuitvoerder  Melden betalingsachterstand aan deelnemers vanuit pensioenuitvoerder i.p.v. vanuit de werkgever.  Wachttijd maximaal 2 maanden  Pensioentoezegging heet nu pensioenovereenkomst  Karakter pensioenovereenkomst; werkgever moet verplicht aangeven wat voor pensioenregeling er is getroffen  Pensioenreglement; de pensioenuitvoerder moet de werknemer verplicht alle regels/voorwaarden van de regeling verstrekken  Nationaal pensioenregister;  Pensioenuitvoerder nieuw begrip in wetgeving 29

30 TOEGESTANE PENSIOENUITVOERDERS 1.Bedrijfstakpensioenfondsen (BPF), bijv. ABP 2.Ondernemingspensioenfondsen (OPF), bijv. Philips 3.Verzekeraars, bijv. ZwitserLeven 4.Premiepensioeninstelling (PPI, bank alleen voor pensioenopbouw), bijv. Brand New Day of ABN 5.Pensioen-bv. voor de directeur grootaandeelhouder (DGA- pensioen) 30

31 PENSIOENSOORTEN  Ouderdomspensioen  Nabestaandenpensioen;  Wezenpensioen;  Arbeidsongeschiktheidspensioen;  Nabestaandenoverbruggingspensioen;  40-deelnemingsjarenpensioen;  Overbruggingspensioen;  Prepensioen;  VUT. 31

32 PENSIOENSYSTEMEN In Nederland bouwt 90% van de werknemers een aanvullend pensioen op bij de werkgever. Welke soorten regelingen zijn er? 1.Uitkeringsovereenkomst; salaris/diensttijdregeling, defined benefit regeling. Eindloon en middelloon. Werkgever zegt een pensioen toe waar de werknemer recht op heeft. 2.Kapitaalovereenkomst; werkgever zegt een kapitaal toe op de pensioendatum waarmee de werknemer zelf een pensioen kan aankopen 3.Premieovereenkomst; werkgever zegt een premie toe die wordt gebruikt voor pensioenregeling. Beschikbare premieregeling. 4.Hybride regelingen; combinaties van bovenstaande 32

33 PENSIOENSYSTEMEN (VERVOLG) 1.Defined benefit regelingen (uitkeringsovereenkomst): A.Eindloonregeling; pensioen gebaseerd op het laatst verdiende inkomen (komt weinig meer voor) B.Middelloonregeling; pensioen gebaseerd over het gemiddeld verdiende inkomen (komt verreweg het meeste voor, 91% van de deelnemers bij pensioenfondsen hebben deze regeling) 2.Defined contribution regeling (kapitaalovereenkomst): Beschikbare premieregeling; de werkgever betaalt maandelijks namens de werknemer een premie aan een verzekeraar of een pensioenfonds die het geld belegt. Deze vorm is sterk in opkomst. 33

34 PENSIOEN UITKERINGSOVEREENKOMST GRAFISCH 34

35 PENSIOEN PREMIEREGELING GRAFISCH 35 Beschikbare premieregeling middels sparen Beschikbare premieregeling middels beleggen.

36 KENMERKEN EINDLOONREGELING Loonsverhogingen kunnen met terugwerkende kracht vanaf indiensttreding worden gebruikt voor pensioenopbouw, ook wel backservice verplichting Keuze uit volledig of gedeeltelijke backservice verplichting Maximaal 1,9% opbouw per jaar, bij 37 dienstjaren wordt maximaal 70% pensioen bereikt Alleen vaste loonbestanddelen en structureel genoten toeslagen mogen worden meegenomen 36

37 KENMERKEN MIDDELLOONREGELING Loonsverhogingen tellen pas mee vanaf het moment dat de werknemer deze ontvangt Keuze uit zuiver middelloonsysteem of geïndexeerd middelloonsysteem Maximaal 2,15% opbouw per jaar wordt in 37 jaar 70% bereikt. Variabele looninkomsten mogen worden meegenomen voor de pensioenopbouw 37

38 FISCALE REGELS PENSIOEN UITKERINGSREGELING Maximaal 100% pensioen van het laatstverdiende salaris (volgens eindloon). Vanaf 2015 wordt de maatstaf het ‘gemiddeld’ verdiende salaris (middelloon). Versobering van ons pensioenstelsel Maximale fiscale opbouwpercentages p/jr inclusief partnerpensioen 38 Pensioen- leeftijd MiddelloonEindloon ,25%2,00% ,90%1,68% 672,15%1,90% ,875%1,657%

39 FISCAAL VOORDEEL PENSIOEN/LIJFRENTE Fiscaal voordeel IB gemiddeld 18%* voor en na AOW datum in 1 e en 2 e schijf tot € belastbaar inkomen. Aftrekbare premies gemiddeld 40% voor AOW datum Belaste uitkeringen gemiddeld 22% vanaf AOW datum

40 SCHEMA PENSIOENOPBOUW + VOORBEELD Pensioengevend salaris (PS)€ /- AOW-franchise-/- € (afgerond) Pensioengrondslag (PG)€ X OpbouwpercentageX 2% Pensioenopbouw per jaar€ 640 (ofwel factor A = Aangroei) X Dienstjaren35 TOTALE PENSIOENOPBOUW€ Bruto inkomen tot 65 jaar € p/mnd, netto ongeveer € p/mnd.

41 VERVOLG PENSIOENOPBOUW VOORBEELD Het pensioeninkomen vanaf 65 jaar: 1 e pijler AOW samenwonend€ (afgerond) 2 e pijler aanvullend pensioen€ e pijler lijfrente- Totaal pensioeninkomen€ € / € = 76% v/h (laatstverdiende)inkomen. Bruto € p/mnd, netto ongeveer € p/mnd. 41

42 UITVOERING 1 E PIJLER SOCIALE VOORZIENINGEN Sociale Verzekeringsbank (SVB): AOW: Algemene Ouderdomswet ANW: Algemene Nabestaandenwet AKW: Algemene Kinderbijslagwet Gemeentelijke Sociale Dienst: TW: Toeslagenwet Scenario’s en van belang zijnde volksverzekeringen: Langleven AOW Vroegtijdig overlijdenANW Arbeidsongeschiktheidgeen Werkloosheidgeen 42

43 WANNEER IS PENSIOEN VERPLICHT? Pensioen is niet algemeen wettelijk verplicht Op grond van CAO’s zijn pensioenregelingen vaak wel verplicht De Wet verplichte beroepspensioenfondsen 2000 (Wet BPF 2000) geldt voor veel werknemers in Nederland Vrije beroepsoefenaren zoals huisartsen zijn vaak op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Wvb) wel verplicht aangesloten bij een pensioenfonds Indien de werkgever een pensioenregeling treft voor de werknemer(s), dan moet deze voldoen aan de Pensioenwet (PW). De werknemer dient dan volledig te worden geïnformeerd, waarvan de UPO (Uniform Pensioenoverzicht) een belangrijk document is. 43

44 WERKINGSSFEER VERPLICHT BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS Vanuit onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers komt een cao tot stand waarin pensioenbepalingen worden opgenomen Soort cao bepaalt de mate van vrijheid c.q. mate van afwijking van de cao Wettelijke grondslag voor verplichtstelling is geregeld in de Wet BPF2000 Representativiteitstoets; voldoende representatief voor de werkzame personen in de bedrijfstak Minister van Soc. Zaken en Werkgelegenheid vaardigt een verplichtstellingsbesluit uit die in de Staatscourant wordt gepubliceerd. Verplichting hangt vaak af van ‘in hoofdzaak’ criterium o.b.v. aantal werknemers die bepaalde werkzaamheden uitvoeren of de omzet gerelateerd aan bepaalde activiteiten van het bedrijf. 44

45 WERKGEVER IS VERANTWOORDELIJK VOOR AFDRACHT PENSIOENPREMIES Nederland telt 415 verschillende pensioenfondsen en zo’n 90 bedrijfstakpensioenfondsen waarvan de vereniging van bedrijfstakpensioenfondsen (VB) er 70 behartigt. Op (VB) staan de meeste bedrijfstakpensioenfondsen.http://www.pensioenfederatie.nl/ Indien een bedrijf onder de verplichte werkingssfeer van een bpf valt en de medewerkers niet eerder zijn aangemeld, dan kunnen de premies met terugwerkende kracht (op executoriale tilel/dwangbevelprocedure) bij de werkgever worden gevorderd. Vrijstellingsgronden o.a. mogelijk bij reeds bestaande eigen pensioenregeling, een eigen cao, bij groepsvorming en bij onvoldoende dekkingsgraad. 45

46 PENSIOENDOCUMENTEN PW verplicht volgende documenten: Startbrief; belangrijkste punten van pensioen voor werknemer Pensioenreglement; uitgebreide informatie voorwaarden pensioen voor de werknemer UPO; lopende deelnemers ontvangen deze jaarlijks, gewezen deelnemers elke vijf jaar Kijk op html?prod= &type=8 voor voorbeelden van bovenstaande documenten. html?prod= &type=8 Voorbeeld UPO van het ABP 46

47 BESCHIKBARE PREMIEREGELING Kenmerken: De hoogte van de premie staat vast en niet de hoogte van het pensioen meestal niet Hoe ouder hoe meer premie fiscaal beschikbaar mag worden gesteld Vier fiscale staffels Vanaf 1 januari 2015 mogen alleen nog netto staffels worden gebruikt (m.a.w. alleen OP als percentage en alle aanvullende zaken als werkelijke premie) 47

48 STAFFELS BESCHIKBARE PREMIE Staffels: 1.Alleen Ouderdomspensioen (OP) 2.OP en uitgesteld Partnerpensioen (PP), dus geen recht op PP bij overlijden vooroverlijden (voor 65jr) van de pensioengerechtigde. De partner heeft dan niets 3.OP en direct ingaand opgebouwd PP, wel recht op het tijdsevenredig opgebouwde PP 4.OP en direct volledig PP, recht op 70% van het op te bouwen OP op einddatum 48

49 WERKNEMERSVERZEKERINGEN Werknemers vallen onder de volgende sociale verzekeringen: Ziektewet (ZW) Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO, tot 1 jan 2006) Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA, opvolger WAO) Werkloosheidswet (WW) Scenario arbeidsongeschiktheid komt in week 5 aan bod 49

50 LIJFRENTEN Kenmerken lijfrenten: Individuele oudedagsvoorziening Fiscale grondslag anders dan bij pensioen, nl. IB2001 (v/h IB1964) Maximaal fiscale aftrek bedraagt 15,5% x PG -/- (7,2 x A) -/- FOR -/- evt. overige opgebouwde pensioenaanspraken Franchise voor AOW inbouw is lager dan bij pensioen, gebruik dus niet dezelfde pensioengrondslag (PG) als bij pensioen Verschillen tussen verzekerde en bancaire lijfrente Meer op 50

51 COLLECTIEF OF INDIVIDUEEL? Werknemer heeft in de basis geen keuze bij deelname aan collectieve regeling. Bij wisseling werkgever geen pensioenbreuk doordat regeling hetzelfde blijft bij het pensioenfonds, geldt niet voor verzekerde regeling of ondernemingspensioenfonds. Belangrijk kenmerk collectief; tarieven liggen van tevoren vast Semi-collectief; mantelcontract met individuele polissen voor deelnemers. Vaak woekerpolissen. Evenals bij individueel ligt tarief van tevoren niet vast. Verschillen tussen pensioenfonds en verzekeraar; rekenrente, vereiste dekkingsgraad, financiering, (vrijheid) wijze opbouw 51

52 PENSIOENFONDS OF VERZEKERAAR 52 PensioenfondsVerzekeraar Garantie op pensioenuitkeringen? Nee, PF mag pensioen afstempelen of premies verhogen bij een te lage dekkingsgraad* Ja Zekerheidsgraad van beleggen 97,5%99,7% Rekenrente (basisrendement) 4,2% (was tot sept %)* 2,5% (was veelal 3%) * Meer over renterisico bij pensioenfondsen: 18%20Brochure%20Renterisico.pdf

53 PENSIOEN VERSUS LIJFRENTE PensioenLijfrente DoelOudedag Premies, fiscaalAftrekbaar, vooraf via LBAftrekbaar, achteraf via IB UitkeringenBelast Duur uitkeringenLevenslangLevenslang of tijdelijk InkomensbestanddelenArbeidsinkomenInkomen en/of uitkering AOW-franchiseHogerLager Vrijheid/flexibiliteitGeringGroot Afhankelijkheid werkgeverJaNee OmvangskortingJa, collectieve regelingNee, individuele regeling

54 PENSIOEN VERSUS LIJFRENTE - OPBOUWFASE PensioenLijfrente Franchise / AOW- inbouw Minimaal € , rekening houdend met parttime factor Minimaal € vast, niet rekening houdend met parttime factor Maximale fiscale opbouw ML 2,15% (2014), 1,875% (2015) en afgeleide beschikbare premiestaffels 15,5% van de premiegrondslag. DemotieGeen nadelige invloed op pensioenopbouw, mits.. Verlaging jaarruimte DiensttijdPerioden van onbetaald verlof kunnen meetellen Jaarruimte is gekoppeld aan werkelijk genoten inkomen en inhaal-mogelijkheid beperkt tot 7 jaar Auto van de zaakTelt niet meeTelt wel mee Grondslag max.inlegGeen absoluut plafond Vanaf 2015 € € Vanaf 2015 €

55 PENSIOEN VERSUS LIJFRENTE - UITKERINGSFASE PensioenLijfrente AOW-overbrugging2x AOW-gehuwden tot AOW leeftijd mogelijk M.u.v. Overgangsrecht niet langer toegestaan VariabiliseringUitkering variëren 100:75Combinatie levenslange lijfrente en tijdelijke lijfrente (max. €20.953, 2013) toegestaan AfkoopPensioenuitvoerder heeft recht om klein pensioen (op ingangsdatum < € 458, 2014) af te kopen Kleine lijfrente (afkoopwaarde < € 4.242, 2013) zonder revisierente toegestaan Hoogte partnerpensioen Max. 70% pensioengevend loon Nabestaandenlijfrente mag gelijk zijn aan lijfrente Levenslange oudedagslijfrente Pensioen is levenslange inkomensvoorziening. Geen bancaire variant Oudedagslijfrente moet levenslang zijn Bancaire variant is 20 jaar

56 PENSIOEN VERSUS LIJFRENTE – UITKERINGSFASE VERVOLG PensioenLijfrente Toegestane contractpartner Professionele pensioenuitvoerder en voor dga: eigen beheer Bank niet toegestaan Bank, verzekeraar, beleggingsinstelling en bedrijfsopvolger PartnerpensioenBeperkt tot echtgenoot, gewezen echtgenoot, duurzaam samenwonende partner Ruime begripsomschrijving. Iedereen kan als begunstigde worden aangewezen Min. leeftijd uitkeringenGeen minimumleeftijdGeen minimumleeftijd, tenzij tijdelijke uitkering Max. leeftijd uitkeringenUiterlijk 70 jaar

57 AANVULLEND PENSIOEN BIJ BESTAANDE REGELING Steeds vaker alleen een basis pensioenregeling bij werkgever waarbij werknemer zelf aanvullingen kan kiezen Blijft 2 e pijler pensioen dat moet voldoen aan de regels van de PW, dus levenslange uitkering OP Verminderd de fiscale jaarrruimte in de 3 e pijler lijfrente Verschillende aanvullende dekkingen mogelijk Verstandig aanvullende dekkingen eerst te vergelijken met alternatieven zoals aparte dekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid. 57

58 LIJFRENTE – ALGEMEEN VERZEKERING VERSUS BANKSPAREN VerzekerenBanksparen DepositogarantiestelselNeeJa, tot € per bank KostenHoger, afhankelijk van aanbieder. Lager, afhankelijk van aanbieder. Medische waarborgenJa, afhankelijk van verzekerd bedrag Geen Tarief, grondslagActuarieel: sterfte, rente en kosten Financieel: rente en kosten

59 LIJFRENTE – OPBOUWFASE VERZEKERING VERSUS BANKSPAREN VerzekerenBanksparen Overlijden, begunstiging Verzekeringsrecht, begunstiging kan op de polis worden bepaald Erfrecht, begunstiging erfgenamen tenzij anders bepaald in testament SuccessierechtLijfrente is vrijgesteld, waarde wordt ten laste gebracht van de vrijstelling van de partner Overlijden, dekkingOverlijdensrisicoverzekering nodig. Uitkering is nooit % van opgebouwde waarde. Geen overlijdensrisico- verzekering nodig. 100% van de opgebouwde waarde wordt altijd uitgekeerd NalatenschapUitkering valt niet in de nalatenschap Tegoed valt op de bankrekening in de nalatenschap van de erflater Arbeidsongeschiktheid mee te verzekeren JaNee, kan alleen apart

60 LIJFRENTE – AFBOUWFASE VERZEKERING VERSUS BANKSPAREN VerzekerenBanksparen OverlevingslijfrenteNabestaandenlijfrente kan voor de belastingplichtige zelf, na overlijden van de partner, worden verzekerd Overlevingsuitkering van minimaal 5jr alleen als de rekeninghouder nog in leven is Overgang 2 e verzekerde Overgang op partner vrij te kiezen. Overgang op langstlevende minimaal 70% en maximaal 100% Altijd 100% LooptijdLevenslang mogelijkMaximaal 20 jaar + het aantal jaren dat de uitkering voor de AOW datum is ingegaan Meer over alle kenmerken en verschillen lijfrente:

61 HOEVEEL PENSIOEN/LIJFRENTE KAPITAAL HEB IK NODIG? Wat is het uitgangspunt? Maatschappelijke norm of wat u later denkt nodig te hebben? Tot 2014 maximaal wettelijke kader 70% van het eindloon vanaf 65 jaar Vanaf 2015 maximaal wettelijk kader 70% van het middelloon vanaf 67 jaar, tevens norm voor max. beschikbare premie Stelregel berekening levenslange uitkering: 0,06 x € = € uitkering Stelregel berekening benodigd kapitaal: € / 0,06 = € kapitaal

62 VOORBEELD VERSCHIL FISCALE RUIMTE: PENSIOEN VERSUS LIJFRENTE (2014) BeloningscomponentenPensioen (67)Lijfrente (67) ML 2,15%Max. jaarruimte Salaris Extra loonbestanddelen max Totaal loon AOW-Franchise Maximale grondslag ML 2,15%BPR 3% staffel 2Lijfrente Max. pensioen100% van loon incl. AOW indien tijdelijk Max. pensioen p/jrAangroei p/jr. 913n.v.t. Max. inleg p/jr8,1% - 35,7% € € ,5% max. € 6.989

63 BEREKENING MAXIMALE AFTREK VOOR INLEG LIJFRENTE Hoogte maximale inleg of premie afhankelijk van fiscale jaarruimte over het afgelopen belastingjaar of de inhaalruimte tot maximaal 7 jaar terug. Jaarruimte = (15,5% x pensioengrondslag) -/- 7,5 x A -/- FOR -/- BS € x 15,5% = max. € indien geen pensioenopbouw elders, benutte oudedagsreserve of vrijwillige premiebetaling voor pensioen Inhaalruimte/reserveringsruimte = max. € /- € = € 159 tenzij belastingplichtige op 1 januari 55 jaar of ouder is. Maximale inhaalruimte bedraagt dan € /- € = € De niet benutte jaarruimte uit het oudste jaar dient als eerste te worden benut.

64 VOORBEELD BENODIGDE INLEG BIJ 70% VAN HET LAATSTVERDIENDE INKOMEN 70% x € eindloon =€ Benodigd kapitaal levenslange uitkering: € / 0,06 = € Benodigde inleg p/m via banksparen van 30 tot 67 jaar: 6% netto rendement€ 407 Inclusief 2% inflatie € 641 3% netto rendement€ 795 Inclusief 2% inflatie€ Realistisch?

65 VOORBEELD 10% INLEG OUDEDAGSBIJDRAGE VAN HET SALARIS Per maandPer jaar Basissalaris, grondslag bijdrage % oudedagsbijdrage (=extra loon) Belastbaar salaris, excl. heffingskortingen en aftrekposten Belastbaar salaris, incl. extra’s, excl. heffingskortingen en aftrekposten Belastbaar salaris met lijfrente Werkgever vergoed 10% ouderdomsbijdrage ad € 3.780, werknemer heeft hier netto € beschikbaar. Werknemer besteed € aan lijfrenteproduct waarmee het belastbaar inkomen met de inleg van de lijfrente daalt. Werknemer kan de lijfrente-inleg in zijn/haar eigen achteraf via de aangifte inkomstenbelasting in mindering brengen als uitgave levensvoorzieningen tot de maximale jaarruimte en inhaalruimte.

66 INDICATIE PENSIOEN EXCL. AOW VANAF VERSCHILLENDE INSTAPLEEFTIJDEN. Uitgangspunten: Maandelijkse inleg € 315 p/mnd, banksparen Bancaire ‘levenslange’ uitkering bij 3% rendement Belastingaftrek 42% Pensioenleeftijd 67 jaar Instapleeftijd Eindkapitaal bij 3% Uitkering p/jr Eindkapitaal bij 6% Uitkering p/jr

67 VOORBEELDBEDRAGEN PENSIOEN INCL. AOW, BRUTO EN NETTO Bruto en netto bedragen vanaf 67 jaar Instapleeftijd AOW 50%747 Pensioen(lijfrente) 3% Rendement bij sparen Totaal bruto per maand Totaal netto per maand Pensioen(lijfrente) 6% Rendement bij beleggen Totaal bruto per maand Totaal netto per maand

68 KEUZE OPBOUW: SPAREN EN/OF BELEGGEN Rente is historisch laag Variabele rente +/- 1,5%, vaste rente tot 10 jaar +/- 3% Gecorrigeerd voor 2% inflatie blijft er weinig over Indien keuze voor rente, beter om lang vast te zetten i.v.m. afkoopverbod en lange termijn doelstelling Indien keuze voor beleggen, belangrijk om zoveel mogelijk de risico’s te spreiden en de kosten laag te houden. Bijv. keuze voor goede indexfondsen. Beleg via LifeCycle principe door risico stapsgewijs af te bouwen tegen het einde van de looptijd.

69 PRODUCTKENMERKEN LIJFRENTE; WAAR OP LETTEN? Lees het dienstverleningsdocument en alle belangrijke voorwaarden. Geeft de aanbieder het verschil tussen bruto en netto rendement in de offerte? Welke bijkomende kosten zijn er naast advies en/of bemiddeling voor administratie, beheerkosten, etc. Bij renteproduct; historisch rendement

70 WISSELING VAN BAAN Traject van overdracht kan lang duren Binnen 6 maanden aangeven bij de nieuwe pensioenuitvoerder Oude uitvoerder kan medewerking weigeren indien dekking minder bedraagt dan 100% Kan nadelig zijn indien nieuwe regeling slechter indexeert dan de oude regeling Partnerpensioen op risicobasis vervalt bij overdracht Oude werkgever moet soms bijbetalen indien de contractswaarde lager is dan de contractswaarde o.b.v. wettelijk standaardtarief. 70

71 VERANDERING VAN BAAN/WERKGEVER IB ondernemer, evt. tijdelijk vrijwillig voortzetten en zelf aanvullen in de 3 e pijler met een lijfrente. DGA ondernemer kan het 2 e pijler pensioen voortzetten bij een verzekeraar of in eigen beheer. Tijdsevenredige aanspraak wordt bij een defined benefit regeling ofwel een uitkeringsovereenkomst (eind- of middelloon) berekend in een aanspraak in extra dienstjaren bij de nieuwe werkgever: Aantal dienstjaren oude werkgever x factor A Factor A 71

72 VERVOLG WAARDEOVERDRACHT Bij waardeoverdracht van een beschikbare premieregeling naar een middelloonregeling wordt het opgebouwde kapitaal omgerekend naar het aantal extra dienstjaren voor de middelloonregeling. 72

73 VOORBEELD WAARDEOVEDRACHT Saskia (35jr.) werkt sinds haar 25 e bij Kalo BV, salaris € , franchise € , 2,25% OP, 70% NP, 14%WzP en 50% AOP. Bij USA Bond BV gaat zij € meer verdienen en heeft zij ook een middelloonregeling met 1,65% OP en 60% NP. De maximale pensioengrondslag bedraagt € , franchise € Tijdsevenredige aanspraak bedraagt: (€ € ) x 0,0225 x 10jr = € (€ € ) x 0,0165 = € 692 = 8,75 extra dienstjaren Vergelijking bereikbaar ouderdomspensioen (OP) excl. AOW vanaf 67 jaar: oude werkgever: 42 x € 606,11 = € (63% OP) nieuwe werkgever: (8, ) x € 692 = € (51% OP) 73

74 WEL OF NIET KIEZEN VOOR WAARDEOVERDRACHT? Kijk naast de hoogte van de opbouw ook naar: nabestaanden- pensioen/dekking, arbeidsongeschiktheidspensioen, minimale franchise, maximale pensioengrondslag, wijze van indexatie, dekkingsgraden over afgelopen jaren, beleggingsbeleid, hoogte premie, kosten, aantal slapers in het fonds, voorwaarden, etc. Voorbeeld van een teleurstelling bij overdracht Misleid “ In 2008 ben ik argeloos overgestapt van pensioenfonds van ABN AMRO naar het ABP, omdat ik een jaartje in het onderwijs gewerkt had. De ABP-folder "Alles wat u moet weten bij waardeoverdracht" haalde mij over de streep. Hierin stond: "In sommige pensioenregelingen groeit of krimpt het kapitaal afhankelijk van behaalde rendementen. U draagt dan het beleggingsrisico. Bij ABP niet. Wel wordt indexatie beïnvloed door het behaalde rendement". Dat laatste is maar al te waar gebleken. Inmiddels is de waarde van mijn bereikbaar pensioen door uitblijvende indexeringen circa 5% achtergebleven bij die van oud-collega's. Recent heeft het ABP besloten dat het hoogstwaarschijnlijk gaat afstempelen. Ik voel me flink misleid.” Bram Jaquet. 74

75 ANDERE PERIODEN VAN PENSIOENOPBOUW Perioden van verlof, sabbatical tellen mee Inkoop en inhaal van dienstjaren; inkoop van pensioen bij vorige werkgever tot 1 juli 1994 en inhaal van pensioen bij huidige werkgever. 75

76 ONDERWERPEN WEEK 4 Dekkingsgraden pensioenfondsen Trouwen, samenwonen en kinderen Scheiden Ontslag Van loondienst naar eigen bedrijf 76

77 77


Download ppt "MINOR FINANCIEEL ADVIES EN ONDERSTEUNING PENSIOEN 2014-2015 SEMESTER 1 W.H. Korthouwer 1."

Verwante presentaties


Ads door Google