De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hfdst 20 vrijheidsbenemende maatregelen Blz. 211-221.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hfdst 20 vrijheidsbenemende maatregelen Blz. 211-221."— Transcript van de presentatie:

1 Hfdst 20 vrijheidsbenemende maatregelen Blz

2 Ophouden voor onderzoek (dwangmiddel) Art. 61 Sv: Lid 1) Als de verdachte niet in verzekering wordt gesteld (art 57 Sv) en niet voor de RC wordt geleid (art. 60 Sv), wordt hij in vrijheid gesteld, tenzij hij op bevel van de (h)OvJ voor wie hij is geleid of door wie hij is aangehouden, voor ten hoogste 6 uur wordt opgehouden voor onderzoek. Tijdens het ophouden voor onderzoek wordt de verdachte gehoord. Lid 2) als de ophouding gebeurd om de identiteit vast te stellen, kan de verdachte tegen wie de verdenking bestaat terzake van een strafbaar feit waarop geen voorlopige hechtenis is toegestaan, de termijn van 6 uur, op bevel van de (h)OvJ eenmaal met ten hoogste 6 uur worden verlengd. Lid 3) Ophouding als in het 1 e en 2 e lid, vindt plaats in het belang van het onderzoek, waaronder ook valt het belang van het uitreiken van mededelingen over de strafzaak aan de verdachte

3 Vervolg ophouden Lid 4) Voor de berekening van de in het 1 e en 2 e lid genoemde termijnen, wordt de tijd tussen middernacht en 9 uur ‘s morgens NIET meegerekend. Bij een verdachte die om 20 uur wordt opgehouden, loopt de termijn dus om 11 uur de volgende ochtend af. 4 uur tot 24 uur en na 9 uur in de ochtend nog 2 uur. Een verdachte van meerdere strafbare feiten kan ook maar 6 uur worden opgehouden, dus niet voor ieder strafbaar feit 6 uren optellen. De tijd van vervoer naar een ander korps telt niet mee voor de 6 uur ophouden. Als de verdachte niet meteen kan worden voorgeleid, dan mag er wel worden begonnen met het verhoor. Dit moet echter meteen onderbroken worden als er kan worden voorgeleid.

4 In verzekering stellen Art. 57 Sv: Lid 1) De (h)OvJ voor wie de verdachte wordt geleid of die de verdachte heeft aangehouden, kan, na hem verhoord te hebben, bevelen dat hij tijdens het onderzoek ter beschikking blijft van justitie en daarvoor op een in het bevel aangeduide plaats in verzekering zal worden gesteld. Dit gebeurd in het belang van het onderzoek (en belang uitreiken mededelingen over de strafzaak aan verdachte) Lid 2) De verdachte is bevoegd zich bij het verhoor (bij de OvJ) bij te laten staan door een raadsman, die dan de nodige opmerkingen mag maken. Lid 3) Van het verhoor wordt door de (h)OvJ die het bevel verleend een pv opgemaakt. Lid 4) Zodra het onderzoek het toelaat, wordt de verdachte in vrijheid gesteld. Het uitreiken van mededelingen aan de verdachte wordt zo spoedig mogelijk gedaan, zodat de verdachte in vrijheid kan worden gesteld.

5 Bevel tot inverzekeringstelling Art. 58 Sv: Lid 1) Het bevel tot inverzekeringstelling wordt slechts verleend in geval van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Lid 2) Het bevel tot inverzekeringstelling is slechts gedurende ten hoogste 3 dagen van kracht. Bij dringende noodzakelijkheid kan het bevel door de OvJ eenmaal voor ten hoogste 3 dagen worden verlengd. Lid 3) Zodra het belang van het onderzoek het toelaat, gelast de OvJ de invrijheidsstelling van de verdachte. In het andere geval stelt de OvJ voor te verlengen. De OvJ kan bevelen dat de verdachte om te worden gehoord voor hem wordt geleid.

6 Voorlopige hechtenis Als de termijn van inverzekeringstelling is afgelopen, kan in zeer ernstige gevallen de verdachte daarna nog in voorlopige hechtenis worden genomen. Voorlopige hechtenis is een verzamelnaam voor 3 vormen van vrijheidsbeneming: 1.Inbewaringstelling 2.Gevangenhouding 3.Gevangenneming

7 Inbewaringstelling Als de OvJ vindt dat de verdachte na de inverzekeringstelling nog langer ter beschikking van justitie moet blijven, dan vordert hij bij de RC zijn inbewaringstelling. Een ibs duurt maximaal 14 dagen en kan niet worden verlengd. Zodra de RC of OvJ vindt dat de gronden voor ibs zijn vervallen, gelasten zij de invrijheidsstelling van de verdachte.

8 Gevangenhouding Na de inbewaringstelling kan de verdachte gevangen gehouden worden. De OvJ vordert de gevangenhouding bij de rechtbank. Deze duurt maximaal 90 dagen en kan niet worden verlengd. Binnen die 90 dagen, moet de rechtszaak beginnen, want daarna zijn er geen vrijheidsbenemende maatregelen meer. Als de rechtszaak is begonnen, dan loopt de gevangenhouding door tot uiterlijk 60 dagen na de uitspraak.

9 Gevangenneming Als een verdachte nog in vrijheid is als de terechtzitting begint, dan kan hij op bevel van de rechtbank of op vordering van de OvJ gevangengenomen worden voor de duur van het proces, tot maximaal 60 dagen na de uitspraak.

10 Maatregelen in het belang van het onderzoek Art. 61a Sv beschrijft een aantal maatregelen die tijdens het onderzoek tegen de verdachte kunnen worden genomen. Doel: het onderzoek naar het strafbare feit mogelijk maken. Maatregelen: 1.Foto- en video-opnamen maken 2. Lichaamsmaten meten 3. Vingerafdrukken nemen 4. Confrontatie 5. Geuridentificatieproef 6. Afscheren of knippen van baard, snor of haar 7. Aantrekken van bepaalde kleding 8. Opzetten van bepaalde attributen zoals een bril of pruik 9. Plaatsing in een observatiecel 10. Onderzoek naar schotresten op het lichaam 1,2,3 mogen bij lichte feiten, de rest alleen bij feiten waarop ivs is toegestaan

11 Maatregelen art. 62 Sv Als de verdachte in verzekering is gesteld, mogen er extra maatregelen genomen worden genoemd in art. 62 Sv. Maatregelen: Beperking van Ontvangen bezoek Telefoonverkeer Briefwisseling Verstrekken krant, boeken, tijdschriften, digitale informatie Overbrengen naar een ziekenhuis Verblijf in een cel onder medisch toezicht

12 Opdracht Beschrijf in eigen woorden de kernbegrippen op blz Bespreek in een groepje van 3 de antwoorden en pas ze zonodig aan.


Download ppt "Hfdst 20 vrijheidsbenemende maatregelen Blz. 211-221."

Verwante presentaties


Ads door Google