De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De kansen van de Wet OKE Is deze wet ook voor de bibliotheek OK? Door: Jan Plooij - Cubiss.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De kansen van de Wet OKE Is deze wet ook voor de bibliotheek OK? Door: Jan Plooij - Cubiss."— Transcript van de presentatie:

1 De kansen van de Wet OKE Is deze wet ook voor de bibliotheek OK? Door: Jan Plooij - Cubiss

2 22 augustus

3 3 Wet OKE

4 22 augustus VVE Voor- en vroegschoolse educatie Sinds 2002 is voor- en vroegschoolse educatie bestemd voor jonge kinderen van 2 tot 6 jaar met een (taal)achterstand. Via speciale onderwijsprogramma’s worden deze kinderen gestimuleerd om een slechte start op de basisschool te voorkomen. Gemeentebestuur en schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid om een onderwijsachterstandenbeleid te ontwikkelen en te (helpen) uitvoeren om de startcondities van kinderen te verbeteren bij hun entree op de basisschool. VVE begint op de peuterspeelzaal of de kinderopvang en loopt door tot in de eerste groepen van de basisschool.

5 22 augustus Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie Per 1 augustus 2010 zijn gemeenten verantwoordelijk om te zorgen voor voldoende aanbod van voorschoolse educatie dat kwalitatief aan de maat is. Gemeenten, schoolbesturen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven gaan afspraken maken over de organisatie en kwaliteitseisen van een doorlopende leerlijn van voor- naar vroegschoolse educatie. Wet OKE

6 22 augustus  harmonisatie wet- en regelgeving kinderopvang en peuterspeelzalen  integrale (erkende) programma’s op de ontwikkelingsdomeinen  programmaduur is minimaal 4 dagdelen of 10 uur  2 leidsters per groep van maximaal 16 kinderen  gemeenten verantwoordelijk voor alle kinderen met taalachterstand  minimaal één leidster met een opleiding op SPW-3 niveau  toezicht van GGD (kwaliteitseisen) en Inspectie (VVE) De belangrijkste veranderingen

7 22 augustus sociaal-emotionele competenties t a a l & r e k e n e n m o t o r i e k k i n d e r d a g v e r b l i j f p e u t e r s p e e l z a a l s c h o o l b e s t u u r Ontwikkelingsdomeinen & partners + gemeente

8 22 augustus Vinden de lokale partners de Wet OK? Peuterspeelzaal

9 22 augustus Vinden de lokale partners de Wet OK? Kinderdagverblijf

10 22 augustus Vinden de lokale partners de Wet OK? Gemeente

11 22 augustus Vinden de lokale partners de Wet OK? Scholen

12 22 augustus Kanskaartenspel Bibliotheek & Wet OKE 1.Lokale Educatieve Agenda 2.Kunst van Lezen Boekstart Boekstart in de kinderopvang Lokale leesbevorderingsnetwerken Bibliotheek in de school 3.Combinatiefunctie cultuurcoach 4.Spraakmakend, Boekenpret, Voortouw, VVE Taallijn, … 5.Mediawijsheid 6.Cultuureducatie 7.Train de trainer Open Boek 8.Competent in leesbevordering Docentengids + workshops opleidingen PW en OA ( CINOP en St. Lezen) 9.…

13 22 augustus Kanskaart Spelregel 1 Teamwork

14 22 augustus Kanskaart Spelregel 2 Stappenplan * Stap 1 - Wat gebeurt er in uw gemeente(n)? Stap 2 - Verkenning van uw mogelijkheden. Stap 3 - Uw bibliotheek in beeld brengen. Stap 4 - Positief worden beoordeeld. Stap 5 - Partner worden. Stap 6 - Inbedding in de organisatie. Stap 7 - Deelname als partner binnen de regeling. * Uit: ‘Overdrachtsmodel Van leesbevorderingsnetwerken naar netwerken preventie laaggeletterdheid / 2008

15 22 augustus Enkele uitgespeelde kanskaarten Lokale Educatieve Agenda Combinatiefunctie Cultuurcoach Spraakmakend

16 22 augustus Kanskaart Lokale Educatieve Agenda (LEA) Wat is dat? Overleg over onderwijs-, zorg- en jeugdbeleid Lokale partners In ieder geval: gemeenten, schoolbesturen en kinderopvanginstellingen Wie beheert de middelen? Schoolbesturen en gemeenten Kans voor de bibliotheek? Zie volgende dia Link: Bron: Bibliotheken aan de LEA-tafel

17 22 augustus Thema’s op de LEA ook bibliotheekthema’s

18 22 augustus Kanskaart Combinatiefuncties Cultuurcoach Links: Wat is dat? Functie waarbij een werknemer voor 2 of meer sectoren werkt (onderwijs, sport en/of cultuur) Wie zijn de lokale partners? Gemeente, onderwijs, sport- en cultuurinstellingen. Maar BSO, Welzijn en Kinderopvang zijn ook potentiële sectoren. Wie beheert de middelen? Gemeente Kans voor de bibliotheek? Bibliotheek in de school (KvL), Bibliotheek in de school (Hoorn), mediawijsheid in de school, cultuureducatie in de school, ….

19 22 augustus Kanskaart Spraakmakend Projectbeschrijving Het opheffen en voorkomen van achterstanden in de taalontwikkeling van alle doelgroepkinderen in de 7 Oost-Groninger gemeenten. Lokale partners -ouders- consultatiebureaus - peuterspeelzalen - kinderdagverblijven - JGZ - bibliotheken - schoolbegeleidingsdienst Wie beheert de middelen? Provincie Groningen, gemeenten, Rijk tijdens de pilot. Uitgespeelde kanskaart bibliotheek: Speerpunt: taal/leesaanbod, met: Leesmeter, Boekenpret, Boekstart en Digipret Links:

20 22 augustus Argumenten tegen Bezwaren tegen de harmonisatie zijn: minder invloed van gemeenten op VVE; vermindering van ouderparticipatie; geen oplossing voor segregatie; zorg om behoud eigen kracht en onbekendheid met elkaar; praktische knelpunten.

21 22 augustus Minder invloed gemeenten en kostenverhoging De zorg bestaat dat gemeenten minder invloed kunnen uitoefenen op de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) wanneer kinderdagverblijven die gaan uitvoeren. Omdat gemeenten geen subsidierelatie met de kinderdagverblijven hebben, kunnen ze deze organisaties minder aansturen vanuit lokaal beleid. Een andere zorg is dat nieuwe taken op het terrein van VVE bij de kinderdagverblijven tot een kostenverhoging leiden omdat de pedagogisch medewerkers bijgeschoold moeten worden. Dit zou voor ouders tot een prijsverhoging kunnen leiden. Verminderde ouderparticipatie Voor VVE is ouderparticipatie van groot belang. Het peuterspeelzaalwerk is hier van oudsher sterk in. Het is de vraag of kinderdagverblijven meer ruimte voor ouderparticipatie gaan scheppen. Ook zijn er twijfels of harmonisatie de segregatie wel kan tegengaan. In de nieuwe kindercentra zou ook segregatie kunnen ontstaan: tussen kindercentra met en zonder VVE of net als in het basisonderwijs door zelfselectie door ouders. Verschillen in inhoudelijke invulling Wanneer kinderopvang en peuterspeelzaalwerk gaan samenwerken ontstaan er tal van inhoudelijke vragen. Hoe zorg je ervoor dat de eigen kwaliteiten van elke werksoort behouden blijft? Denk bijvoorbeeld aan de stabiele groepen in de peuterspeelzaal en de gerichtheid op de wensen van ouders van de kinderopvang. Mogelijk ontstaan er weerstanden tussen de voorzieningen onderling uit onbekendheid met elkaars manier van werken. In de kinderopvang is het bijvoorbeeld niet algemeen geaccepteerd om met educatieve programma’s te werken. Praktische knelpunten Organisatorische knelpunten kunnen bijvoorbeeld zijn: het overzicht houden op de inkomsten en bestedingen bij verschillende financieringsstromen en het werken met personeel dat onder verschillende CAO’s valt.

22 22 augustus Financiële middelen Besteding OAB-gelden Mogelijkheden en plichten met de specifieke OAB uitkering Personeelskosten Kinderopvang via een gemeentelijke subsidie Gemeentelijke subsidiering peuterspeelzaalwerk via kinderopvangorganisatie Overschot middelen Verantwoordelijkheden bij de decentralisatie uitkering vanaf 2011 Mogelijkheden en plichten met specifieke OAB uitkering In artikel 1 van het ‘Besluit van houdende vaststelling van het besluit doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid ' wordt een begripsbepaling gegeven: Voorschoolse educatie: een programma dat door gekwalificeerd personeel wordt verzorgd in kinderdagverblijven en peuterspeelzalen voor doelgroepkinderen van 2 en 3 jaar. Vroegschoolse educatie: een programma dat wordt verzorgd in groep 1 en 2 van een basisschool voor doelgroepkinderen van 4 en 5 jaar. Vereiste is dat het aanbod van VVE doelgroepkinderen wordt gerealiseerd. OAB is een doeluitkering en besteding moet voldoen aan bepaalde voorwaarden. 85% is bedoeld voor daadwerkelijke bestrijding/vermindering van onderwijsachterstanden en wel voor voorschoolse educatie en schakelklassen. De overige 15% kan worden besteed aan eigen beleid en coördinatie of overige activiteiten om onderwijsachterstanden te bestrijden. De omschrijving 'daadwerkelijke bestrijding/vermindering van onderwijsachterstanden' biedt ruimte voor invulling door gemeentelijk beleid. Het gaat er om dat het VVE aanbod voor de doelgroepkinderen wordt gerealiseerd. Hoe gemeenten dit doen, is niet voorgeschreven. Op 28 oktober 2008 heeft het CFI hierover een nieuwe uitleg bekend gemaakt die per 1 januari 2009 van kracht is gegaan: Onder de 85% mogen vanaf 1 januari 2009 ook de volgende activiteiten vallen om het doelgroepbereik te vergroten of de kwaliteit te verhogen (onderstaand zijn slechts voorbeelden, het is niet limitatief) Organiseren van bijeenkomsten waarin informatie wordt verschaft over voorschoolse educatie aan ouders/verzorgers van doelgroepkinderen (vergroten van bereik); Ontwikkelen van (schriftelijk) informatiemateriaal over voorschoolse educatie op kinderdagverblijf en peuterspeelzaal (vergroten bereik); Aanschaf van programma’s voor voorschoolse educatie, te gebruiken op kinderdagverblijf en peuterspeelzaal (verhoging kwaliteit). Meer informatie lokaaleducatieveagenda.nl lokaaleducatieveagenda.nl, zie VVE 'Besluit van houdende vaststelling van het besluit doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbeleid ' via onderwijsachterstanden.nl onderwijsachterstanden.nl Toelichting op de wettekst / Wijziging Besluit doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbesluit Toelichting op de wettekst / Wijziging Besluit doelstelling en bekostiging onderwijsachterstandenbesluit : CFI Regeling tijdelijke toekenning extra voorschoolse middelen (via cfi.nl) CFI Regeling tijdelijke toekenning extra voorschoolse middelen CFI Uitleg bestedingsmogelijkheid specifieke uitkering aan gemeenten Besluit onderwijsachterstandenbeleid (OABCFI Uitleg bestedingsmogelijkheid specifieke uitkering aan gemeenten Besluit onderwijsachterstandenbeleid (OAB) (via cfi.nl Personeelskosten Kinderopvang via een gemeentelijke subsidie De opleidingskosten voor VVE en eventueel het programmamateriaal mogen worden vergoed vanuit de VVE middelen. De uren voor kinderopvangleidsters voor het volgen van de training mogen in principe uit het gemeentelijke VVE budget worden vergoed, voor zover ze niet binnen de reguliere aanstellingsuren van de leidster vallen. Het is wel redelijk dat de ondernemer deze kosten (bijvoorbeeld vanuit haar opleidingsbudget) voor eigen rekening neemt. Urenvergoeding voor daadwerkelijke uitvoering op de groep kan niet door de gemeente worden bekostigd. Een kinderdagverblijf heeft al voldoende leidsters op de groep. Gemeentelijke subsidiering peuterspeelzaalwerk via kinderopvangorganisatie Gemeenten kunnen commerciële organisaties subsidie verstrekken, bijvoorbeeld via peuterspeelzaalplaatsen. Het is dus in principe mogelijk peuterspeelzaalwerk te subsidiëren aan organisaties die ook kinderopvang aanbieden. De vraag is of de organisatie een commerciële organisatie (bijvoorbeeld een BV) is of de stichtingsvorm heeft. In veel gemeentelijke subsidieverordeningen is het subsidiëren van commerciële organisaties uitgesloten. Wanneer dat via een gemeentelijke verordening is uitgesloten, dan moet de gemeente aan de subsidie de voorwaarde verbinden dat een strikte financiële scheiding van het peuterspeelzaalwerk en de kinderopvang wordt aangehouden. Als het om een commerciële organisatie gaat en uw subsidieverordening laat subsidiering niet toe, dan kunt u de voorwaarde stellen dat voor het peuterspeelzaalwerk een aparte stichting komt. Er kan een koepelorganisatie worden opgericht bestaande uit een commerciële organisatie en een stichting. U dient aan de subsidie de voorwaarde te verbinden dat de organisatie een absolute scheiding van de boekhouding aanhoudt. Gaat men over tot een verregaande vorm van integratie, dwz. dat de peuters worden opgevangen in de kinderopvanggroepen, dan dient u kostprijsafspraken met de organisatie te maken. De gemeente koopt dan in feite peuterspeelzaalplaatsen in bij de kinderopvangorganisatie. Voor het VVE aanbod kunt u op dezelfde manier subsidieafspraken maken. Overschot middelen Tot 1 januari 2011 mogen gelden uit deze OAB periode worden uitgegeven, dus ook geld dat over is van eerdere jaren. Na 1 januari 2011 begint een nieuwe periode, dus dan mag 'oud geld' niet meer worden doorgeschoven. Gemeenten mogen geld dat overblijft, niet onbeperkt naar eigen inzicht inzetten. Slechts 15% mag naar eigen inzicht worden ingezet, de rest moet volgens de voorwaarden van de OAB. Als dat niet gebeurt, wordt er teruggevorderd. Verantwoordelijkheden bij de specifieke uitkering vanaf 2011 De gemeentelijke verantwoordelijkheden volgens de Wet OKE zullen pas ingaan per 1 januari U kunt deze precies nalezen in het wetsvoorstel via de website van het ministerie OCW: ). Zie de Memorie van toelichting, p.39, paragraaf 4.3: 'Wettelijke verantwoordelijkheden van gemeenten' en p.46, paragraaf 4.5.OCW: Verder is een specifieke uitkering per definitie geen geoormerkt geld. U wordt dus alleen afgerekend op uw verantwoordelijkheden en niet op hoe u het geld besteedt. Verdeling onderwijsachterstandenbudget gemeenten bekend Gemeenten ontvangen vanaf 2011 geoormerkte middelen van het Rijk voor de bestrijding van onderwijsachterstanden. Op voorstel van minister Rouvoet van Onderwijs is de Ministerraad akkoord gegaan met de verdeling van deze middelen naar gemeenten. Wetsvoorstel OKE De verdeling van deze middelen vloeit voort uit de Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (OKE) die op 6 juli 2010 door de Eerste Kamer is aangenomen. De wet treedt per 1 augustus 2010 in werking. Met het voorstel wil de bewindspersoon jonge kinderen met een taalachterstand1 alle kansen bieden om die taalachterstand in te halen. Het wetsvoorstel regelt een basiskwaliteit voor alle kinderen die naar de peuterspeelzaal gaan. Ook zijn gemeenten verplicht voldoende voorschoolse educatie van goede kwaliteit te realiseren voor hun doelgroepkinderen. Of andere activiteiten voor kinderen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, zoals schakelklassen. 1 Hiermee wordt ook bedoeld achterstanden op sociaal-emotionele en motorische vaardigheden. 2 Circa € 260 mln voor Het schoolgewicht wordt vastgesteld door OCW. Verder zijn de middelen bedoeld voor gemeenten voor het maken van afspraken met schoolbesturen, houders van kindercentra en peuterspeelzalen over de toeleiding naar voorschoolse voorzieningen, de definiëring van de doelgroep, de organisatie van een doorlopende leerlijn tussen voor- en vroegschoolse educatie. En voor de verplichting (per 1 januari 2011) dat de financiële bijdrage van ouders voor elk kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie, niet hoger mag zijn dan de financiële ouderbijdrage bij maximale kinderopvangtoeslag. Omdat veel gemeenten al verplichtingen hebben lopen en afspraken moeten maken over subsidies in 2011, is het van belang dat zij nu al kunnen inschatten óf in 2011 budget voor gemeentelijk onderwijsachterstanden zal worden ontvangen en bij benadering, de hoogte hiervan. Verdeelsystematiek De verdeelsystematiek is afgeleid van de gewichtenregeling en gebaseerd op de leerlingteldatum van oktober De verdeelsleutel werkt als volgt:  het voorlopig beschikbare budget2 (onder voorbehoud van vaststelling van de Begroting 2011 door de Tweede Kamer) wordt gedeeld door het totale schoolgewicht3 in Nederland. Dit levert een getal op van ongeveer De uitkering per gemeente is de som van alle schoolgewichten in de desbetreffende gemeente, maal Voorbehoud hierbij is dat de begroting 2011 nog definitief moet worden vastgesteld; het betreft dus een voorlopig budget. Tevens kan er jaarlijks in het kader van de Voorjaarsnota nog een indexatie plaatsvinden. De uitkering geldt voor vier jaar en wordt jaarlijks uitgekeerd, waarbij de jaarlijkse verantwoording via de jaarrekening van de gemeente loopt. Na 4 jaar wordt de uitkering definitief vastgesteld en worden niet bestede middelen teruggevorderd.

23 22 augustus Speciale onderwijsprogramma’s Erkende programma's zijn opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies.  Kaleidoscoop  KO-totaal  Piramide  Speelplezier  Sporen  Startblokken + Basisontwikkeling Kenmerken programma’s:  centrumgericht  voor brede ontwikkeling van kinderen  voor kinderen in achterstandsituaties  doorgaande lijn voor- en vroegschools  ouderbetrokkenheid  volledig scholingsprogramma (2 jaar)  twee leidsters/leerkrachten per groep  minimaal vier dagdelen

24 22 augustus Andere VVE onderwijsprogramma’s Gericht op één ontwikkelingsgebied, bijvoorbeeld taalontwikkeling:  Boekpret Oordeel Panel Jeugdgezondheidszorg en Preventie Theoretisch goed onderbouwd  Fantasia Oordeel Panel Jeugdgezondheidszorg en Preventie Niet erkend José, wat houdt dit in?

25 22 augustus

26 22 augustus

27 22 augustus

28 22 augustus Vragen? Jan Plooij Senior-adviseur Cubiss E M 06 –


Download ppt "De kansen van de Wet OKE Is deze wet ook voor de bibliotheek OK? Door: Jan Plooij - Cubiss."

Verwante presentaties


Ads door Google