De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Kennis van corporate finance Drs. R.E. (Raymond) Faneyte RA CFE.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Kennis van corporate finance Drs. R.E. (Raymond) Faneyte RA CFE."— Transcript van de presentatie:

1 Kennis van corporate finance Drs. R.E. (Raymond) Faneyte RA CFE

2 Corporate finance Maakt deel uit van de treasury-functie in een onderneming Treasury-functie houdt zich bezig met het volgende: Cash management Werkkapitaalbeheer Corporate finance Rente- en valutamanagement

3 Corporate finance Het vakgebied dat zich bezig houdt met de financiering van de onderneming op de lange termijn. Het gaat hierbij om een zodanige financiële structuur dat de continuïteit van de onderneming gewaarborgd blijft (optimale vermogensstructuur).

4 Corporate finance Belang hiervan voor de raad van commissarissen: De onderneming is een lange termijn samenwerkingsverband van diverse partijen (stakeholders) gericht op het creëren van toegevoegde waarde Vanuit haar toezichthoudende rol is de raad van commissarissen medeverantwoordelijk voor het waarborgen van de continuïteit van de onderneming De continuïteit van de onderneming is afhankelijk van de ondernemingsdoelstellingen, ondernemingsactiviteiten en de wijze van financiering van de onderneming (vermogensstructuur)

5 Corporate finance Informatie over de vermogensstructuur van de onderneming blijkt uit de jaarrekening, bestaande uit: Balans Winst- en Verliesrekening Toelichting (inclusief cashflow statement)

6 Balans 31 december 2009 ActivaPassiva De bezittingen van de onderneming onderverdeeld naar: Vaste activa Vlottende activa Liquide middelen Onderverdeling is naar looptijd van de bezittingen (activa) De wijze waarop de bezittingen van de onderneming zijn gefinancierd, oftewel het vermogen van de onderneming onderverdeeld naar: Eigen vermogen Langlopend vreemd vermogen Kortlopend vreemd vermogen Onderverdeling is naar herkomst alsook looptijd van de financieringsbronnen oftewel het vermogen (passiva)

7 Capital Management N.V. Balans 31 december 2009 ActivaPassiva Immateriële vaste activa Goodwill Geactiveerde ontwikkelingskosten Materiële vaste activa Gebouwen & Terreinen Machines Kantoorinventaris Financiële vaste activa Deelnemingen Langlopende Beleggingen Vlottende activa Voorraden Debiteuren Overige vorderingen Liquide middelen Termijndeposito’s/kortlopende beleggingen Banktegoeden Kasgeld Eigen vermogen Aandelenkapitaal Geblokkeerde reserves Algemene reserves Langlopend vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende vreemd vermogen Creditfaciliteiten Crediteuren Te betalen belastingen en sociale lasten Overige te betalen kortlopende schulden

8 Capital Management N.V. Winst- en verliesrekening 2009 Opbrengsten Omzet Overige opbrengsten Kostprijs verkopen Brutowinst Lasten Personeelskosten Huisvestingskosten Marketingkosten Algemene kosten Afschrijvingen Operationeel resultaat Rentebaten en -lasten Resultaat deelnemingen Bijzondere baten en lasten Winstbelasting Nettoresultaat

9 Balansanalyse Aandachtspunten bij de samenstelling van de activa en passiva van de onderneming: Immateriële vaste activa Financiële vaste activa Materiële vaste activa Debiteuren Voorraden Liquide middelen Voorzieningen

10 Balansanalyse Immateriële vaste activa (1): Activa die niet tastbaar zijn. Deze activa spelen wel een rol in het financiële proces, maar nooit in het fysieke bedrijfsproces Goodwill: het bedrag dat betaald moet worden voor de overname van een ander bedrijf. Dit bedrag impliceert een potentiële omzet dan wel waarde als gevolg van de overname Ontwikkelingskosten (Research & Development): geactiveerde kosten om een bepaald product of dienst te ontwikkelen Octrooi / Patent: de rechten om een product of dienst in monopolie te vervaardigen

11 Balansanalyse Immateriële vaste activa (2): Levensduur: voor hoe lang heeft deze immateriële activa nog toegevoegde waarde voor de bedrijfsvoering van de onderneming? Waardering: hoe wordt de waarde van deze immateriële activa bepaald? Is deze nog reëel gezien de huidige marktomstandigheden? Impairment: moeten deze immateriële activa niet worden afgewaardeerd?

12 Balansanalyse Financiële vaste activa (1): Wat is het doel en toegevoegde waarde van de participatie in andere vennootschappen? bijv. het participeren in de andere vennootschap is van strategisch belang voor de eigen onderneming vanwege unieke dienst, productieproces of enig ander concurrentievoordeel Wat is de financiële performance van de andere vennootschappen waarin wordt geparticipeerd? Hoe ziet de marktsituatie eruit voor deze participaties?

13 Balansanalyse Financiële vaste activa (2): Wat is het doel van de belegging? bijv. het genereren van extra rendement door het beleggen van overtollige liquide middelen het aanwenden van de belegging na afloop van de looptijd voor het verrichten van investeringen Wat is het risicoprofiel van de beleggingen in relatie tot het verwacht rendement? Bijv. beleggingen in aandelen van banken en financiële instellingen in de huidige kredietcrisis

14 Balansanalyse Materiële vaste activa: Levensduur: hoe lang leveren deze nog een bijdrage aan de operationele bedrijfsactiviteiten van de onderneming? Waardering: zijn er risico’s van afwaardering als gevolg van veranderende marktomstandigheden (bijv. nieuwe technologische ontwikkelingen telecomsector)

15 Balansanalyse Debiteuren: Ouderdom/ waardering: welke zijn onze grootste afnemers en wat is de omvang van hun openstaande vordering aan het bedrijf? Is er sprake van afhankelijkheid van een aantal grote afnemers? Zijn er sprake van continuïteitsrisico’s bij onze grootste afnemers als gevolg van de huidige marktomstandigheden?

16 Balansanalyse Voorraden: Ouderdom/ waardering: Wat is de omloopsnelheid van de voorraden? Is er sprake van een mogelijke afwaardering als gevolg van de huidige marktomstandigheden? (incourante voorraden)

17 Balansanalyse Liquide middelen: Eigendom/ waardering: Is er sprake van restricties t.a.v. de vrije beschikking over de banktegoeden van het bedrijf? Wat is het risicoprofiel van de (kortlopende) beleggingen in relatie tot het verwachte rendement?

18 Balansanalyse Voorzieningen: Een voorwaardelijke verplichting, waarbij het onzeker is of er sprake zal zijn van een daadwerkelijke afwikkeling hiervan in de vorm van een betaling door het bedrijf Voorziening groot onderhoud Calamiteitenvoorziening Voorziening pensioenverplichtingen (VUT/ Duurtetoeslag) Voorzieningen vaak instrument in het kader van ‘earnings management’ (beïnvloeding van de resultaatontwikkeling)

19 Resultatenanalyse Bijzondere aandacht voor: Opbrengsten / lasten met een bijzonder karakter dan wel die niet direct gerelateerd zijn aan de normale operationele bedrijfsactiviteiten van de onderneming Afboeking van materiële activa (‘Impairment’) Bijzondere opbrengsten als gevolg van actieve belastinglatenties Hoge resultaten uit deelnemingen / beleggingen

20 Voorbeeld: UTS (in NAf * 1.000) Opbrengsten Personeelskosten Impairment Overige kosten Operationeel resultaat Overige kosten & opbrengsten Minderheidsbelang derden Belastingen Netto resultaat (in NAf * 1.000) Opbrengsten Personeelskosten Impairment Overige kosten Operationeel resultaat (59.475) Overige kosten & opbrengsten (3.137) Minderheidsbelang derden Belastingen Netto resultaat (54.037)

21 Vermogensstructuur Centrale vragen : Is de onderneming in staat om aan haar korte termijn betalingsverplichtingen te voldoen? Is de onderneming in staat om, met de waarde van haar activa, aan haar lange termijn betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen? Zijn de operationele bedrijfsactiviteiten rendabel?

22 Vermogensstructuur Ratio analyse: Liquiditeit Solvabiliteit Rentabiliteit

23 Vermogensstructuur Liquiditeit: Current ratio: vlottende activa kort vreemd vermogen Quick ratio: (vlottende activa -/- voorraden) kort vreemd vermogen Netto werkkapitaal: vlottende activa -/- kort vreemd vermogen

24 Vermogensstructuur Liquiditeit: Current ratio: minimaal 1 Quick ratio: minimaal 1 Netto werkkapitaal: positief

25 Vermogensstructuur Rentabiliteit: REV: [nettowinst] * 100% [gemiddeld eigen vermogen] RTV: [winst voor interest en belastingen] * 100% [gemiddeld totale vermogen] Norm: afhankelijk van bedrijfstak, bij voorkeur positief

26 Vermogensstructuur Solvabiliteit: Solvabiliteitsratio: eigen vermogen totaal vermogen Debt ratio: vreemd vermogen totaal vermogen Debt to equity ratio: vreemd vermogen eigen vermogen

27 Vermogensstructuur Solvabiliteit: Solvabiliteitsratio: minimaal 0,5 (50%) Debt ratio: tussen 50% en maximaal 80% Debt to equity ratio: maximaal 0,5 (50%) Bovenstaande normen zijn afhankelijk van het bedrijfstak waarin de onderneming opereert (‘industry related’)

28 Vermogensstructuur Beperkingen ratio analyse: Invloed gehanteerde waarderingsgrondslag Jaarrekening is weergave van een momentopname Eenzijdige indruk Daarom: vergelijking van ratio’s in opeenvolgende periodes waardoor een duidelijker beeld ontstaat inzake de ontwikkeling van de financiële positie van de onderneming

29 Vermogensstructuur Van belang voor een adequate vermogensstructuur: “Gouden balansregel” Adequate afstemming tussen: Vermogensbehoefte en Vermogenssamenstelling (structuur)

30 Gouden balansregel Wat bepaald de Vermogensbehoefte? (1) De aard en samenstelling van de bezittingen (activa) van de onderneming. Deze bezittingen zijn nodig in het kader van de continuïteit van de operationele bedrijfsactiviteiten van de onderneming Hierdoor behoefte aan langlopend vermogen alsook kortlopend vermogen ter financiering van de bezittingen van de onderneming

31 Gouden balansregel Wat bepaald de Vermogensbehoefte? (2) Langlopend vermogen ter financiering van de vaste activa: bijv. hypotheeklening ter financiering van gebouwen, terreinen en machines kortlopend vermogen ter financiering van de vlottende activa: bijv. kredietfaciliteiten ter financiering van voorraden, kortlopende beleggingen crediteuren ter financiering van de debiteuren

32 Gouden balansregel Wat bepaald de Vermogenssamenstelling? De vermogenssamenstelling wordt bepaald door de vermogensbehoefte De vermogenssamenstelling impliceert de gekozen verhouding tussen: Eigen vermogen Vreemd vermogen (langlopend, kortlopend)

33 Gouden balansregel Wat bepaald de Vermogenssamenstelling? (3) De vermogenssamenstelling wordt ook aangeduid als de vermogensstructuur De optimale verhouding tussen EV/VV wordt beïnvloedt door: -doelstelling van de onderneming (winstmaximalisatie, optimale dienstverlening, beheersing van de opbrengsten en kosten) -de aard van de bedrijfsvoering

34 Gouden balansregel Wat bepaald de Vermogenssamenstelling? (4) De aard van de bedrijfsvoering: -Industriële onderneming: omvangrijke investeringen in materiële vaste activa waardoor er behoefte is aan permanent vermogen (eigen vermogen en langlopend vreemd vermogen) -Handelsonderneming: investeringen met name met eenmalig karakter waarbij accent ligt op het behalen van opbrengsten middels korte termijn activiteiten. Het risicoprofiel van de ondernemingsactiviteiten is hierbij bepalend voor de vermogensstructuur -Mix van industriële en handelsonderneming

35 Gouden balansregel Wat bepaald de Vermogenssamenstelling? (5) Er is geen sprake van een uniforme norm voor de vermogensstructuur. De adequate vermogensstructuur is afhankelijk van de specifieke bedrijfsvoering alsook de marktomstandigheden waarin het bedrijf opereert

36 Gouden balansregel Wat bepaald de Vermogenssamenstelling? (6) Het vermogen dient qua looptijd zoveel mogelijk te worden afgestemd op de omlooptijd van de activa Hierdoor per saldo lagere financieringslasten

37 Vermogensstructuur Van belang in het kader van waarborgen continuïteit van de onderneming De beschikking over voldoende liquiditeit Een op de specifieke bedrijfsvoering afgestemde solvabiliteit Een minimum rentabiliteit

38 Dividendbeleid Overheids-N.V.’s Noodzaak dividendbeleid: Financiële situatie Eilandgebied Curaçao Het ontbreken van beleid vanuit de aandeelhouder inzake hoe om te gaan met overwinsten, financiering van investeringen en liquide middelen bij de Overheids-N.V.’s

39 Dividendbeleid Overheids-N.V.’s Invulling dividendbeleid op basis van 2 trajecten: Balansnormering Dividendbeleid

40 Dividendbeleid Overheids-N.V.’s Balansnormering 1.Bepalen gewenste vermogensstructuur op grond van de aard van de onderneming alsook de markt waarin deze actief is Algemeen onderscheid in 3 soorten: Handelsonderneming Industriële onderneming Mix van beide soorten 2.Bepalen beschikbare ruimte in de reserves als eenmalige correctie op basis van balansnormering

41 Dividendbeleid Overheids-N.V.’s Dividendbeleid Formuleren van een dividendbeleid op basis van uitgangspunten inzake beleid, vermogensstructuur en rendement welk specifiek gelden voor een bepaalde Overheids-N.V. jaarlijkse evaluatie van de mogelijkheid van dividend- uitkering op basis van de volgende informatie: Jaarverslag Geprognosticeerde cijfers Industriële onderneming Mix van beide soorten


Download ppt "Kennis van corporate finance Drs. R.E. (Raymond) Faneyte RA CFE."

Verwante presentaties


Ads door Google