De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

 Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 101 Leiderschap en vertrouwen.

Verwante presentaties


Presentatie over: " Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 101 Leiderschap en vertrouwen."— Transcript van de presentatie:

1  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 101 Leiderschap en vertrouwen

2  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 102 Leerdoelen De conclusies van theorieën over karaktertrekken van leiders samen te vattenDe conclusies van theorieën over karaktertrekken van leiders samen te vatten De beperkingen van de theorieën over leidersgedrag aan te gevenDe beperkingen van de theorieën over leidersgedrag aan te geven Het contingentiemodel van Fiedler te beschrijvenHet contingentiemodel van Fiedler te beschrijven De pad-doeltheorie samen te vattenDe pad-doeltheorie samen te vatten De contingentievariabelen in het model van leidersparticipatie op te noemenDe contingentievariabelen in het model van leidersparticipatie op te noemen

3  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 103 Leerdoelen Verschillen in leiderschapsstijl te noemen van mannen en vrouwenVerschillen in leiderschapsstijl te noemen van mannen en vrouwen Onderscheid te maken tussen transformationeel en transactioneel leiderschapOnderscheid te maken tussen transformationeel en transactioneel leiderschap De vaardigheden van visionaire leiders aan te gevenDe vaardigheden van visionaire leiders aan te geven De vier rollen van goede teamleiders te beschrijvenDe vier rollen van goede teamleiders te beschrijven Samen te vatten hoe leiders vertrouwen kunnen opbouwenSamen te vatten hoe leiders vertrouwen kunnen opbouwen

4  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 104 Wat is leiderschap? Een definitie van leiderschap Leiders en leiderschap Formele en informele leiders Leiders en managers

5  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 105 Theorieën over karaktereigenschappen Karaktertrekken van een leider gedrevenheidgedrevenheid en ambitie en ambitie de wens anderende wens anderen leiding te geven en leiding te geven en te beïnvloeden te beïnvloeden oprechtheid enoprechtheid en integriteit integriteit zelfvertrouwenzelfvertrouwen intelligentieintelligentie grondige kennis opgrondige kennis op hun verantwoordelijk- hun verantwoordelijk- heidsgebied. heidsgebied.

6  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 106 Theorieën over gedrag Ohio State Studies Structuur-initiatie Consideratie Werknemersgericht Productiegericht Onderzoek van de Universiteit van Michigan

7  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 107 De leiderschapsmatrix Aandacht voor mensen Aandacht voor productie (1,9) (1,1) (5,5) (9,9) (9,1)

8  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 108 Het model van Fiedler Categorie Leider- groepslid relaties Taakstructuur Positiemacht I Goed Hoog Sterk II Goed Hoog Zwak III Goed Laag Sterk IV Goed Hoog Zwak V Slecht Hoog Sterk VI Slecht Hoog Zwak VII Slecht Laag Sterk VII Slecht Laag Zwak Hoog Laag Prestatie Sfeergericht Taakgericht GunstigMiddelmatigOngunstig

9  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 109 De pad-doel theorie Omgevingsfactoren UitkomstenLeidersgedrag Factoren van ondergeschikten

10  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk Consensusbesluit Leider neemt beslissingen Participatie in besluitvorming door medewerkers Het leider-participatiemodel

11  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk Hoe belangrijk is het besluit. 2. Hoe belangrijk is inzet werknemers voor beslissing. 3. Beschikt de leider over voldoende informatie om een goede beslissing te nemen. 4. Hoe gestructureerd is het probleem. 5. Zullen werknemers zich inzetten voor een autocratisch besluit. 6. Staan werknemers achter de organisatiedoelen. 7. Zullen er conflicten ontstaan onder werknemers over alternatieve oplossingen. 8. Beschikken werknemers over voldoende informatie om een goede beslissing te nemen. 9. Staat de leider onder tijdsdruk die de betrokkenheid van werknemers beperkt. 10. Zijn kosten om werknemers bijeen te brengen die zich fysiek op grote afstand bevinden, gerechtvaardigd. 11. Hoe belangrijk is het voor de leider om in zo min mogelijk tijd een besluit te nemen. 12. Hoe belangrijk is participatie als middel om beslisvaardigheden van werknemers te ontwikkelen. 1. Hoe belangrijk is het besluit. 2. Hoe belangrijk is inzet werknemers voor beslissing. 3. Beschikt de leider over voldoende informatie om een goede beslissing te nemen. 4. Hoe gestructureerd is het probleem. 5. Zullen werknemers zich inzetten voor een autocratisch besluit. 6. Staan werknemers achter de organisatiedoelen. 7. Zullen er conflicten ontstaan onder werknemers over alternatieve oplossingen. 8. Beschikken werknemers over voldoende informatie om een goede beslissing te nemen. 9. Staat de leider onder tijdsdruk die de betrokkenheid van werknemers beperkt. 10. Zijn kosten om werknemers bijeen te brengen die zich fysiek op grote afstand bevinden, gerechtvaardigd. 11. Hoe belangrijk is het voor de leider om in zo min mogelijk tijd een besluit te nemen. 12. Hoe belangrijk is participatie als middel om beslisvaardigheden van werknemers te ontwikkelen. Contingentievariabelen in het herzien leider-participatiemodel

12  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 1012 Luisteren Motiveren Coachen Geslacht en leiderschap

13  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 1013 Charismatisch leiderschap Zelfvertrouwen Visie Sterke overtuigingen in die visie Onconventioneel gedrag Imago als `change agent'

14  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 1014 Karakteristieken van teamleiders Trouble-shootersVerbindings-schakel Conflict-hanteerders

15  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 1015 expliciet geformaliseerde doelen, strakke regels en procedures expliciet geformaliseerde doelen, strakke regels en procedures mensen met routinetaken of werkzaamheden die intrinsieke bevrediging geven mensen met routinetaken of werkzaamheden die intrinsieke bevrediging geven werkgroepen met een goede cohesie werkgroepen met een goede cohesie kenmerken van werknemers, zoals ervaring, beroepsopleiding of behoefte aan onafhankelijkheid kenmerken van werknemers, zoals ervaring, beroepsopleiding of behoefte aan onafhankelijkheid Is leiderschap altijd relevant? Is leiderschap altijd relevant?

16  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 1016 Wat is vertrouwen? Integriteit Competentie Consequentheid Loyaliteit Openheid

17  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 1017 gebaseerd op afschrikking gebaseerd op kennis gebaseerd op identificatie Drie soorten vertrouwen

18  Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 1018 Hoe bouw je vertrouwen op? Wees open Wees rechtvaardig Toon je gevoelens Vertel de waarheid Wees consequent Kom beloften na Houd geheimen van anderen voor je Toon je competentie


Download ppt " Pearson Education, 2002 Hoofdstuk 101 Leiderschap en vertrouwen."

Verwante presentaties


Ads door Google