De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 De fundamenten van groepsgedrag Hoofdstuk 8 Gedrag in organisaties, 9e editie Stephen P. Robbins en Timothy A. Judge.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 De fundamenten van groepsgedrag Hoofdstuk 8 Gedrag in organisaties, 9e editie Stephen P. Robbins en Timothy A. Judge."— Transcript van de presentatie:

1 1 De fundamenten van groepsgedrag Hoofdstuk 8 Gedrag in organisaties, 9e editie Stephen P. Robbins en Timothy A. Judge

2 2 1.Onderscheid te maken tussen formele en informele groepen. 2.Te beschrijven hoe rollen wisselen afhankelijk van de situatie. 3.Te beschrijven hoe normen invloed uitoefenen op het gedrag van een individu. 4.Uit te leggen wat bepalend is voor status. Na bestudering van dit hoofdstuk ben je in staat om:

3 3 5.Social loafing en de effecten ervan op prestaties van groepen te beschrijven. 6.De voor- en nadelen van hechte groepen te beschrijven. 7.De sterke en zwakke kanten van besluitvorming in groepen op te sommen. 8.De effectiviteit van traditioneel overleg in groepen versus brainstormen, nominale groepstechniek en elektronisch vergaderen tegen elkaar af te zetten. Na bestudering van dit hoofdstuk ben je in staat om:

4 4 Groepen Twee of meer individuen die met elkaar in contact staan en wederzijds afhankelijk zijn, die samenkomen om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken Formeel of informeel

5 5 Vier typen groepen Bevel Taak Belang Vriendschap

6 6 Waarom sluiten mensen zich bij groepen aan?

7 7 Basisbegrippen voor groepen Rollen Normen Status Omvang Groepscohesie

8 8 Rollen Rolidentiteit: samenhangende gedragingen Rolperceptie: gedrag dat we denken te moeten vertonen is een perceptie Rolverwachtingen: verwachtingen over je gedrag door anderen Rolconflict: de eisen van een rol conflicteren met die van een andere rol

9 9 Rollen Psychologisch contract Er bestaat tussen werknemers en werkgever een ongeschreven overeenstemming Legt wederzijdse verwachtingen vast

10 10 Normen Normen vertellen groepsleden wat ze wel en niet moeten doen in specifieke omstandigheden.

11 11 De Hawthorne-onderzoeken De conclusies van deze onderzoeken in de periode : Gedrag en gevoelens van werknemers houden nauw verband Groepen hebben grote invloed op individueel gedrag Groepsnormen zijn bepalend voor output individuele werknemers Geld heeft minder invloed op output dan groepsnormen, gevoelens en zekerheid.

12 12 Conformisme en de Asch- onderzoeken Toonde aan dat proefpersonen zich in ongeveer 35% van de tests conformeerden aan de groep Groepsleden willen bij de groep horen en niet opvallend ‘anders’ zijn Groepsleden ervaren grote druk om hun mening aan te passen aan die van de groep

13 13 Ongewenst gedrag Ongewenst gedrag is groter onder leden in een groep.

14 14 Status: een sociaal bepaalde positie of rang die anderen toekennen aan groepen of groepsleden

15 15 Wat bepaalt status? Macht over anderen Het vermogen een bijdrage te leveren aan de groepsdoelen Persoonlijkheidskenmerken

16 16 Status Groepsleden met een hoge status mogen meer van de normen afwijken. Omgang wordt bepaald door status. Statusverschillen belemmeren creativiteit. Statushiёrarchie moet als billijk worden beschouwd. Culturele verschillen spelen een grote rol.

17 17 Hoe de omvang effect kan hebben op de groep Kleinere groepen voltooien taken sneller dan grote groepen Grote groepen zijn consequent beter in problemen oplossen Hoe groter de groep, hoe geringer de individuele inspanning, en vice versa

18 18 Social loafing (lijntrekken) De neiging van mensen om zich minder in te spannen bij collectieve inspanningen dan wanneer ze alleen werken.

19 19 Groepscohesie De mate waarin de leden zich tot elkaar aangetrokken voelen en gemotiveerd zijn om in de groep te blijven.

20 20 Verband groepscohesie- productiviteit Cohesie Prestatienormen HoogLaag Hoog Laag Lage productiviteit Matige tot lage productiviteit Hoge productiviteit Matige productiviteit

21 21 Hoe kunnen managers groepscohesie stimuleren? Maak de groep kleiner. Zorg dat iedereen instemt met de groepsdoelen. Laat de leden meer tijd samen doorbrengen. Verhoog de status van de groep en maak het lidmaatschap moeilijker bereikbaar. Stimuleer competitie met andere groepen. Beloon de groep, niet de individuele leden. Zet de groep fysiek apart van de rest.

22 22 Individuele versus groepsbesluitvorming Individueel Efficiënter Snel Geen vergaderingen Geen discussies Duidelijke verantwoordelijkheid Consistente waarden Groep Effectiever Betere informatie en meer kennis Verschillende invalshoeken Besluiten van hogere kwaliteit Bredere acceptatie

23 23 Symptomen van groupthink Groepsleden rationaliseren elke weerstand tegen hun aannames. Leden zetten twijfelaars onder druk om het meerderheidsstandpunt hun steun te geven. Twijfelaars uiten hun bedenkingen niet en bagatelliseren ook voor zichzelf het belang van hun twijfels. De groep interpreteert het zwijgen van leden als een stem voor het meerderheidsstandpunt.

24 24 Groupshift De beslissing van de groep weerspiegelt de dominante norm die tijdens de discussie komt bovendrijven.

25 25 De beste techniek voor groepsbesluitvorming selecteren Brainstormen Nominale groepstechniek Elektronisch vergaderen


Download ppt "1 De fundamenten van groepsgedrag Hoofdstuk 8 Gedrag in organisaties, 9e editie Stephen P. Robbins en Timothy A. Judge."

Verwante presentaties


Ads door Google