De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Negende editie STEPHEN P. ROBBINS MARY COULTER Groepen en teams Hoofdstuk 14 Management.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Negende editie STEPHEN P. ROBBINS MARY COULTER Groepen en teams Hoofdstuk 14 Management."— Transcript van de presentatie:

1 negende editie STEPHEN P. ROBBINS MARY COULTER Groepen en teams Hoofdstuk 14 Management

2 14–2 Overzicht Groepen begrijpen Beschrijf de verschillende soorten groepen.Beschrijf de verschillende soorten groepen. Beschrijf de vijf stadia van groepsontwikkeling.Beschrijf de vijf stadia van groepsontwikkeling. Groepsgedrag uitgelegd Leg de belangrijkste componenten uit die groepsprestaties en -tevredenheid bepalen.Leg de belangrijkste componenten uit die groepsprestaties en -tevredenheid bepalen. Bespreek hoe rollen, normen, aanpassing, statussystemen, groepsomvang en groepscohesieBespreek hoe rollen, normen, aanpassing, statussystemen, groepsomvang en groepscohesie groepsgedrag beïnvloeden.groepsgedrag beïnvloeden. Leg uit hoe groepsnormen een organisatie zowel kunnen helpen als schaden.Leg uit hoe groepsnormen een organisatie zowel kunnen helpen als schaden. Leg groepsdenken en meeliften uit.Leg groepsdenken en meeliften uit.

3 14–3 Overzicht (vervolg) Groepsgedrag uitgelegd (vervolg) Beschrijf de relaties tussen groepscohesie en productiviteit.Beschrijf de relaties tussen groepscohesie en productiviteit. Bespreek hoe conflicthantering groepsgedrag beïnvloedt.Bespreek hoe conflicthantering groepsgedrag beïnvloedt. Noem de voordelen en nadelen van groepsbeslissingen.Noem de voordelen en nadelen van groepsbeslissingen. Groepen omvormen tot effectieve teams Vergelijk groepen en teams.Vergelijk groepen en teams. Leg uit waarom teams zo populair zijn geworden in organisaties.Leg uit waarom teams zo populair zijn geworden in organisaties. Beschrijf de vier gebruikelijkste soorten teams.Beschrijf de vier gebruikelijkste soorten teams.

4 14–4 Overzicht (vervolg) Groepen omvormen tot effectieve teams (vervolg) Noem de kenmerken van effectieve teams.Noem de kenmerken van effectieve teams. Hedendaagse uitdagingen in teams leiden Bespreek de uitdagingen van het leiden van mondiale teams.Bespreek de uitdagingen van het leiden van mondiale teams. Leg de rol van informele (sociale) netwerken uit in het leiden van teams.Leg de rol van informele (sociale) netwerken uit in het leiden van teams.

5 14–5 Groepsgedrag GroepGroep  Twee of meer communicerende en van elkaar afhankelijke individuen die voor een bepaald doel samenwerken.  Formele groepen  Groepen die door de organisatie zijn samengesteld om aan projecten te werken of bepaalde taken uit te voeren. –Het gedrag wordt vastgesteld door de organisatie, en afgestemd op de doelstellingen van die organisatie.  Informele groepen  Groepen die vanzelf ontstaan op de werkvloer in reactie op de behoefte aan sociaal contact.

6 14–6 Figuur 14.1Voorbeelden van formele groepen TaakgroepenTaakgroepen  Dit zijn de conventionele werkgroepen, samengesteld op basis van formele gezagsrelaties en met een vaste rol in de functieorganisatie. Ze bestaan doorgaans uit een manager en werknemers die verantwoording aan deze manager moeten afleggen. Functieoverschrijdende teamsFunctieoverschrijdende teams  In deze groep worden de kennis en vaardigheden van werknemers uit verschillende afdelingen samengebracht om bepaalde operationele problemen te kunnen oplossen. Functieoverschrijdende teams kunnen ook groepen zijn waarvan de leden getraind zijn in het uitvoeren van elkaars werk.

7 14–7 Figuur 14.1Voorbeelden van formele groepen (vervolg) Zelfsturende teamsZelfsturende teams  Dit zijn onafhankelijke groepen die, behalve het uitvoeren van hun operationele taak, extra managementverantwoordelijkheden aannemen, zoals het aantrekken van extra krachten, planning en inroosteren en prestatie-evaluaties. TaskforcesTaskforces  Dit zijn tijdelijke groepen die worden samengesteld om een bepaalde opdracht uit te voeren. Zodra de opdracht is voltooid, wordt het team ontbonden.

8 14–8 Fasen in groepsontwikkeling FormeringFormering  De eerste fase van groepsontwikkeling, waarin men lid wordt van de groep en waarin men het doel en de structuur opstelt en een leider aanwijst. SchikkingSchikking  De tweede fase van groepsontwikkeling, gekenmerkt door conflicten in de groep. NormeringNormering  De derde fase in groepsontwikkeling, gekenmerkt door hechte groepsrelaties en samenhang. UitvoeringUitvoering  De vierde fase van groepsontwikkeling, waarin de groep volledig gaat functioneren. AfwikkelingAfwikkeling  De laatste fase in groepsontwikkeling voor tijdelijke groepen, waarin de groepsleden zich vooral bezighouden met het afwikkelen van de activiteiten en niet zozeer meer met werkprestaties.

9 14–9

10 14–10

11 14–11 Groepsgedrag uitgelegd Variabelen die van invloed zijn op het succes van een groep:Variabelen die van invloed zijn op het succes van een groep:  De capaciteiten van de groepsleden  De groepsomvang  Het conflictniveau  De interne druk op leden om zich te conformeren aan groepsnormen

12 14–12 Factoren die groepsgedrag bepalen Externe (organisatorische) omstandighedenExterne (organisatorische) omstandigheden  Strategie van de organisatie  Gezagsrelaties  Formele regels  Beschikbaarheid van middelen van de organisatie  Selectiecriteria voor personeel  Prestatiemanagementsysteem  Organisatiecultuur  Algemene fysieke indeling van de werkruimte van de groep Middelen van groepsledenMiddelen van groepsleden  Capaciteiten en persoonlijkheidskenmerken  Groepsstructuur  Groepsomvang  Groepscohesie en conflictniveau  De interne druk op leden om zich te conformeren aan groepsnormen

13 14–13 Groepsstructuur RolRol  Een gedragspatroon dat van iemand met een bepaalde functie in een sociale eenheid wordt verwacht.  Rollenconflict: geconfronteerd worden met verschillende verwachtingen van anderen.

14 14–14 Groepsstructuur (vervolg) NormenNormen  Maatstaven of verwachtingen die door de leden van de groep worden onderschreven. Soorten algemene normenSoorten algemene normen  Inspanning en prestaties  Prestatie, mate van afwezigheid, stiptheid, socializen  Kleding  Loyaliteit

15 14–15 Groepsstructuur (vervolg) ConformiteitConformiteit  We conformeren ons om te worden geaccepteerd door de groep.  Druk van de groep kan invloed hebben op het oordeel en de houding van individuele groepsleden.  Conformiteitniveaus zijn door de jaren heen gedaald, maar nog steeds een krachtig aspect in groepen.  Groepsdenken  Aanzienlijke druk van de groep op het individu om zijn mening in lijn te brengen met die van de anderen om te conformeren.

16 14–16 Figuur 14.4De kaarten die in het onderzoek van Asch werden gebruikt

17 14–17 Groepsstructuur (vervolg) StatussystemenStatussystemen  Formeel of informeel prestigeniveau, positie of rangorde binnen een groep dat onderscheid maakt tussen mensen en een grote motiverende kracht is.  Het formele statussysteem is effectief als het in overeenstemming is met de rangorde van een persoon en de statussymbolen die die persoon van het bedrijf heeft gekregen.

18 14–18 Groepsstructuur: groepsgrootte Kleine groepenKleine groepen  Voltooien taken sneller.  Beter geschikt om iets met feiten te gaan doen. Grote groepenGrote groepen  Beter in oplossen van problemen.  Goed voor verzamelen van meningen en input.  Effectiever voor verzamelen van feiten. MeeliftenMeeliften  Een groepsfenomeen waarbij de inspanningen en bijdragen van individuele groepsleden minder worden naarmate de groep groter wordt.

19 14–19 Groepsstructuur (vervolg) GroepscohesieGroepscohesie  De mate waarin groepsleden zich deel voelen van de groep en de doelen van de groep door samenwerking willen bereiken.  Onderzoek toont aan dat groepen met een sterke cohesie effectiever zijn dan groepen met weinig cohesie.

20 14–20

21 14–21 Groepsprocessen: groepen en beslissingen nemen VoordelenVoordelen  De informatie is vollediger  Er worden meer alternatieven ontwikkeld  De acceptatie van een oplossing wordt groter  Meer legitimatie NadelenNadelen  Tijdrovend  De wil van de minderheid  Druk tot conformiteit  Onduidelijke verantwoordelijkheden

22 14–22

23 14–23

24 14–24 Groepsprocessen: conflicthantering ConflictConflict  Waargenomen meningsverschillen die resulteren in een verstoring of tegenstelling.  Conventionele conflicttheorie: Conflicten zijn slecht en moeten worden vermeden.  Sociale conflicttheorie: Conflicten zijn neutraal, onvermijdelijk en niet noodzakelijk negatief.  Responsieve conflicttheorie: Conflicten zijn noodzakelijk voor een groep om effectief te presteren.

25 14–25 Groepsprocessen: conflicthantering (vervolg) Categorieën conflictenCategorieën conflicten  Functionele conflicten zijn constructief.  Dysfunctionele conflicten zijn destructief. Typen conflictenTypen conflicten  Taakconflicten: inhoud en doelen van groepsactiviteiten  Relationele conflicten: onderlinge relaties van groepsleden  Procesconflicten: de manier waarop groepsactiviteiten worden uitgevoerd

26 14–26

27 14–27 Groepsprocessen: conflicthantering Methoden voor conflicthantering:Methoden voor conflicthantering:  Vermijden  Toegeven  Afdwingen  Compromis sluiten  Samenwerken

28 14–28

29 14–29 Groepstaken Complexe taken waarbij groepsleden onderling afhankelijk zijn vereisen:Complexe taken waarbij groepsleden onderling afhankelijk zijn vereisen:  Effectieve communicatie: meer overleg tussen groepsleden.  Conflictbeheersing: meer interactie tussen groepsleden.

30 14–30 Wat is een team? WerkteamWerkteam  Formele groepen individuen die van elkaar afhankelijke zijn en samen verantwoordelijk zijn voor het bereiken van een bepaald doel. Typen teamsTypen teams  Functionele teams  Zelfsturende teams  Functieoverschrijdende teams  Virtuele teams

31 14–31

32 14–32 Typen teams Functionele teamsFunctionele teams  Een team dat uit een manager en medewerkers uit een bepaald functioneel gebied bestaat. Zelfsturende teamsZelfsturende teams  Een team dat zonder manager werkt en zelf verantwoordelijk is voor het hele werkproces of - segment.

33 14–33 Typen teams (vervolg) Functieoverschrijdende teamsFunctieoverschrijdende teams  Groepen medewerkers die zich ieder op een eigen gebied hebben gespecialiseerd en die samen aan een project werken. Virtuele teamsVirtuele teams  Teams waarbij her en der verspreide leden via computertechnologie bijeenkomen om een bepaal doel te verwezenlijken.

34 14–34 Effectieve teams samenstellen en beheren Teams presteren beter dan individuen.Teams presteren beter dan individuen. Teams maken beter gebruik van complementaire vaardigheden.Teams maken beter gebruik van complementaire vaardigheden. Teams zijn flexibeler en ontvankelijker.Teams zijn flexibeler en ontvankelijker. Teams hebben het vermogen om snel bijeen te komen, zich in te zetten, de aandacht te verleggen en uiteen te gaan.Teams hebben het vermogen om snel bijeen te komen, zich in te zetten, de aandacht te verleggen en uiteen te gaan.

35 14–35

36 14–36 Kenmerken van effectieve teams Heldere doelenHeldere doelen Relevante vaardighedenRelevante vaardigheden Onderling vertrouwenOnderling vertrouwen EensgezindheidEensgezindheid Goede communicatieGoede communicatie Onderhandelingsvaardighe denOnderhandelingsvaardighe den Geschikt leiderschapGeschikt leiderschap Interne en externe ondersteuningInterne en externe ondersteuning

37 14–37 Hedendaagse uitdagingen bij het leiden van teams Vereist dat werknemers:Vereist dat werknemers:  Samenwerken  Informatie delen  Verschillen onder ogen zien  Persoonlijke belangen laten wijken voor het grotere goed van het team

38 14–38 Mondiale teams leiden Middelen van groepsledenMiddelen van groepsleden  Unieke culturele kenmerken  Stereotypering vermijden GroepsstructuurGroepsstructuur  Conformiteit — minder groepsdenken  Status — belang ervan verschilt tussen culturen  Meeliften — iets typisch Westers  Groepscohesie — moeilijker te bereiken Groepsprocessen — beter in staat om te profiteren van de diversiteit aan ideeën.Groepsprocessen — beter in staat om te profiteren van de diversiteit aan ideeën. Managersrol — communicatieve vaardigheden ontwikkelen en gevoelig zijn voor de unieke verschillen tussen de leden van het mondiale team.Managersrol — communicatieve vaardigheden ontwikkelen en gevoelig zijn voor de unieke verschillen tussen de leden van het mondiale team.

39 14–39

40 14–40 Sociale netwerken begrijpen Structuur van het sociale netwerkStructuur van het sociale netwerk  De patronen van informele banden tussen individuen binnen groepen. De betekenis van sociale netwerkenDe betekenis van sociale netwerken  Informele sociale relaties van een team kunnen de effectiviteit steunen of hinderen.  Teams met hoge niveaus van interpersoonlijke contacten realiseren hun doelen beter en zijn meer gecommitteerd om bij elkaar te blijven.


Download ppt "Negende editie STEPHEN P. ROBBINS MARY COULTER Groepen en teams Hoofdstuk 14 Management."

Verwante presentaties


Ads door Google