De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

MEDMEO Formuleren onderzoeksvraag. Doelstelling Via brainstorm en het elkaar vragen stellen over elkaars interesse / passie komen de studenten tot een.

Verwante presentaties


Presentatie over: "MEDMEO Formuleren onderzoeksvraag. Doelstelling Via brainstorm en het elkaar vragen stellen over elkaars interesse / passie komen de studenten tot een."— Transcript van de presentatie:

1 MEDMEO Formuleren onderzoeksvraag

2 Doelstelling Via brainstorm en het elkaar vragen stellen over elkaars interesse / passie komen de studenten tot een (persoonlijke) onderzoeksvraag. Deze onderzoeksvraag linkt aan de Mayor/ Minor en afstudeer stage. De student leert een onderzoeksvraag te formuleren.

3 Maar voor de vraag…. Heb je een probleem geconstateerd….

4 Van onderwerp /probleem naar onderzoeksvraag OPDRACHT 1: In groepjes brainstormen over problemen die je bent tegen gekomen. Inventariseer de problemen en probeer ze zo duidelijk mogelijk te omschrijven. Verken het probleem door middel van topische vragen (hoe, wat, waar waarom, welke), door vrij erover schrijven, of door het maken van een mindmap. Tips voor probleemstelling: Wat is geconstateerd (feitelijk probleem)? Wat is de aanleiding van deze situatie/probleem? Wat is de (eventueel) wenselijke situatie?

5 Probleem Er zijn twee soorten problemen: –Gesloten problemen = logische oplossing Definitie: Gesloten problemen hebben doorgaans een éénduidig te bepalen oplossing die door logisch redeneren kan gevonden worden. –Open problemen = unieke oplossing Definitie: Open problemen vragen om een creatieve oplossing. Daarenboven is er nooit zekerheid of een gekozen oplossing ook de juiste zal zijn.

6 Voorbeeld gesloten probleem Stel je voor: –Je zit in een huis met vier muren, in elke muur zit een raam –Elk raam heeft uitzicht op het zuiden –Je kijkt naar buiten en ziet een beer lopen –Vraag: Welke kleur heeft de beer? (hier mag je even over nadenken)

7 Logische oplossing Als alle ramen uitzicht hebben op het zuiden dan kan het huis niet anders staan dan op het puntje van de Noordpool Wat voor soort beer woont er op de Noordpool? Welke kleur heeft deze beer? Antwoord vraag: WIT

8 Voorbeeld open probleem Hoe zal ik mijn haar laten knippen? Wat zal ik voor dat feest aantrekken? Wat voor cadeau geef ik mijn vriend? Wat voor tuinhek zal ik maken? Hoe maak ik mijn website succesvol? Hoe kom ik met mijn website boven in een zoekmachine? Hoe kan een werkruimte optimaal door meer mensen benut worden? Hoe vind ik passende woonruimte Hoe vind ik een goede afstudeerstage

9 Creatieve oplossing

10 Inperken Een onvolledige probleemstelling /vraagstelling geeft verkeerde oplossingen. Dus de vraagstelling ingeperkt / duidelijker: Werk in groepjes aan een van de volgende vragen: –Hoe vind ik passende woonruimte? –Hoe vind ik een goede afstudeerstage? –Hoe kan een werkplek optimaal door meer mensen benut worden? Tip: denk aan uitgangspunten, eisen.

11 Voorbeeld oplossing werkplek Een werkplek voor vier computers Een server inklapbaar verrijdbaar afsluitbaar

12 Probleemstructuur Wat is het probleem? Waarom is het een probleem en voor wie Wat zijn de mogelijke oorzaken? Wat zijn de mogelijke oplossingen? Welke oplossing verdient de voorkeur? Wat kan en moet er gedaan worden?

13 Twee voorbeelden van probleemsituatie A c9bde1%20Filmpje%20Zoeken %20Sneeuw%20probleem.html c9bde1%20Filmpje%20Zoeken %20Sneeuw%20probleem.html B. yR9o&feature=channelhttp://nl.youtube.com/watch?v=dGCJ46v yR9o&feature=channel

14 “Creativiteit is hetzelfde zien als anderen, maar er iets anders bij denken” “Make everything as simple as possible, but not simpler” “If you always do what you always did, you always get what you always got” (Einstein)

15 Onderzoek gaat over vragen stellen Om het juiste antwoord te vinden moet je eerst de juiste vraag stellen!!!!!

16 Onderzoek Elk onderzoek gaat in het kort samengevat over het volgende: Wat wil ik weten?Achtergrond + Vraag Waarom wil ik dat weten?Doelstelling Hoe kom ik dat te weten? Onderzoeksmethode Dat noemt men ook wel: de probleemstelling Bij een probleemstelling hoort een onderzoeksvraag

17 Onderzoeksvraag Hoofdvraag = je onderzoeksvraag –Deelvragen = zijn hulpvragen om de belangrijkste vraag, je hoofdvraag, te kunnen beantwoorden

18 Onderzoeksvraag voorbereiden Soorten vragen Beschrijven (wat is het, hoe ziet dat eruit..?) Vergelijken (wat of welke is beter…?) Definiëren (tot welke categorie behoort …?) Evalueren (wat zijn de (relevante)kenmerken en welke voor en nadelen van …?) Verklaren (welke oorzaken, gevolgen redenen.?) Ontwerpen (hoe moet of kan het…..?)

19 Beschrijvend Men laat zien hoe iets in elkaar zit, uit welke delen het bestaat Wat zijn de kenmerken? Welke eigenschappen heeft het? Hoe is het? Waaruit bestaat het? Wat doet het ? Wat voor gedrag vertoont het? Wie of wat is erbij betrokken? Wat zijn de belangrijkste stappen? Hoe ziet het eruit? Wat valt op? Vergelijkend De overeenkomsten of verschillen willen weten Wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten? Waarin komen ze overeen? Waarin wijken ze af? Wat is sneller? Groter? Beter? meer………………….? Definerend Men wil weten hoe, dat wat men onderzoekt, zich verhoudt tot een groter geheel Wat is de aard, de plaats in het grotere geheel? Bij welke groep hoort het thuis? Waar is het een voorbeeld van’hoe kan het getypeerd worden? Waar kan het ingedeeld worden? Waarderend (evaluerend, toetsend, beoordelend, adviserend) Men wil de waarde van iets vaststellen. Of iets, goed, bruikbaar, normaal, wenselijk is. Wat is de waarde ervan? Hoe goed werkt het? Wat zijn de positieve punten? Wat zijn de negatieve punten? Hoe geschikt is het? Hoe wenselijk is het? Wat zijn de voor/nadelen? Verklarend Men wil iets in verband plaatsen of een verklaring voor iets zoeken. Waarom is dat zo? Hoe komt dat? Wat zijn de oorzaken? Waar is dit een gevolg van? Wat zijn de achtergronden? Welke redenen zijn er? Wat is het verband tussen …en….? Wat is de invloed van……op…….? Ontwerpend Men wil een maatregel of ingreep voorstellen die er toe moet leiden dat het probleem wordt opgelost. Wat kan eraan gedaan worden? Hoe kan het verbeterd worden? Hoe moet het zijn? Wat zijn geschikte maatregelen? Wat moet er wel en niet gebeuren.?

20 Casus voorbeeld (laatste filmpje) Als we deze casus analyseren zien we: Waarneming als aanleiding tot probleem Verklaringsvraag wordt gesteld (waarom staat de andere man zo dicht bij mij) Een toetsende vraag wordt gesteld (goede of kwade bedoeling) Ontwerpende vraag (wat moet ik in deze situatie doen)

21 Criteria onderzoeksvraag Neutraal geformuleerd (geen vooronderstellingen, beweringen, oordelen, stereotypen die subjectief en/of onbetrouwbaar) Voor één uitleg vatbaar( door heldere formulering is maar een interpretatie mogelijk) Uitvoerbaar(binnen het tijdsbestek van je afstudeerfase) Onderzoekbaar (d.m.v. het verzamelen van literatuur en praktijkgegevens te operationaliseren) Ingeperkt (niet te ruim, maar ook niet te krap geformuleerd) Afgebakend:(helder welke zaken wel en niet bestudeerd worden) Deelvragen vormen een precisering van de hoofdvraag (verschillende deelvragen overkoepelen de hoofdvraag) Open( geen gesloten vraag die met ja of nee te beantwoorden is)

22 Iets….en iets scherper We willen iets met mobiel. Wat gebeurt er met mobiel? Stellen mobiele applicaties bijzondere usabilityeisen?

23 Helder Probleemstelling Tegenwoordig worden er veel mobiele applicaties ontwikkeld. onderzoeken of deze applicaties bijzondere usability aspecten hebben. Onderzoeksvraag wat zijn de verschillen tussen klassieke applicaties en mobiele applicaties m.b.t. usability? zijn er aparte usability richtlijnen m.b.t. mobiele applicaties? Zo ja, welke? hoe word de usability van mobiele applicaties getest?

24 Onderzoeksvraag en deelvragen I waar wil ik antwoord op krijgen Je vertaalt je probleemstelling in een onderzoeksvraag Complexe onderzoeksvraag wordt opgedeeld in deelvragen –Vier of vijf deelvragen, heb je meer deelvragen, voeg ze samen tot een deelvraag. Indien ze elkaar overlappen, dan schrappen. Verschillende soorten onderzoeksvragen: –Beschrijvend (wat is het, hoe ziet het eruit, wat doet het) –Vergelijkend(wat zijn de verschillen, overeenkomsten) – Definerend(wat is de aard,waarom is dat zo) –Waarderend, evaluerend, toetsend, beoordelend, adviserend (hoe goed werkt het, wat zijn de positieve, negatieve punten) –Verklarend (hoe komt dat) –Ontwerpend(hoe moet het zijn,wat kan er aan gedaan worden)

25 Het formuleren van de hoofdvraag en de deelvragen is een lastig karwei. Maar onthoud dat je gaandeweg altijd je vragen kunt veranderen of bijstellen! Formuleer de onderzoeksvraag, gebaseerd op de probleemstelling uit…….. –Wat is je hoofdvraag? –Welke deelvragen moet je stellen om je hoofdvraag te kunnen beantwoorden? –Wat voor soort vraag is het, beschrijvend, verklarend, definerend, waarderend, verklarend, ontwerpend?

26 Onderzoeksvraag en deelvragen II waar wil ik antwoord op krijgen Let bij het formuleren van je onderzoeksvraag op: –Sluit de onderzoeksvraag aan bij mijn kennisgebied? –Is de vraag goed afgebakend? –Past de vraag binnen het onderzoek wat ik wil gaan doen? –Is de vraag neutraal geformuleerd, dus geen stelling innemen? –Is de vraag niet te gesloten geformuleerd (in de vraagstelling ligt het antwoord al besloten)? –Is de vraag niet te open geformuleerd (is beantwoording wel haalbaar)? –Draagt de beantwoording van de deelvragen bij aan het beantwoorden van de hoofdvraag? –Is de vraag nog niet eerder beantwoord, dus een toevoeging voor het vakgebied

27 Voorbeelden onderzoeksvraag “Dankzij alle ontwikkelingen rond Web 2.0 lijkt User Generated Content de toekomst te zijn. Maar in hoeverre zijn users bereid om Web 2.0 wat UGC betreft daadwerkelijk tot een succes te maken?” “Kunnen apparaten ons voorzien van oplossingen waar onze emotionele toestand behoefte aan heeft?” “In hoeverre is gendermarketing op Internet essentieel in de verkoop van een product?” “Is de ontwikkeling binnen affective computing wel iets wat we graag willen?” “Ik ga op onderzoek naar de toepassingen van emotional design en experience branding in winkels, wat de effectiviteit ervan is. Ik ga op zoek naar de meerwaarde.”

28 Voorbeelden onderzoeksvraag “Welke recente ontwikkelingen op het gebied van actieve gaming bieden aanknopingspunten en/of oplossingen om overgewicht onder Nederlandse jongeren te bestrijden en welk product kan hiervoor worden verbeterd / ontwikkeld? “Op welke manier dient een Visual Interface Designer bij het ontwikkelen van web apllicaties rekening te houden met daltonisme (kleurenblindheid)?” “Hoe kan de ANWB met nieuwe media het carpoolen in het woon- en werkverkeer een nieuwe impuls geven?” “Wat zijn de toepassingsmogelijkheden van RFID technologie voor Centerparcs / Disneyland?” “Wat zijn effectieve methoden om social networks te visualiseren?” “Welke methoden en technieken met betrekking tot gebruikersonderzoeken en/of design patterns zijn van belang voor het ontwikkelen van een interactief product?”

29 Onderzoeksvraag Moeilijker dan bepalen van onderwerp Pas op voor de valkuilen Veel valkuilen, hier de 5 belangrijkste

30 Samengestelde vraag ‘Hoe heeft de Nederlandse arbeidersklasse het institutionele en socio-culturele gat tussen de verzuiling en de ver-Trossing tussen 1960 en 1985 weten te overbruggen, en op welke manier heeft dat hun mediagebruik in de jaren ’80 veranderd?’ -> Probleem: samengestelde vraag, “en”, “of”; onduidelijk welke vraag beantwoord moet worden. -> Oplossing: formuleer een enkelvoudige vraag.

31 Gesloten vraag ‘Lijden kinderen op lagere scholen onder internetpesten?’ -> Probleem: ja/nee vraag; roept geen achterliggende oorzaak op. -> Oplossing: formuleer een ‘hoe’ (op welke manier) of een waarom vraag gericht op de ervaringen.

32 Toekomstvraag ‘Als 3D-tv op de markt wordt geïntroduceerd is er dan vraag naar bij de consumenten?’ -> Probleem: “als-dan” of “heeft … de toekomst?”; het antwoord op deze vraag ligt in de toekomst (hypothetisch), en dus niet onderzoekbaar ivm dataverzameling. -> Oplossing: zoek naar een onderzoekbare vraag.

33 Onduidelijke vraag ‘Welk effect heeft globalisatie op Nederland?’ -> Probleem: begrippen onduidelijk; geeft geen richting van onderzoek aan: waar te beginnen? -> Oplossing: gebruik begrippen waarmee je aan de slag kunt.

34 Schaal vraag ‘In welke mate beïnvloedt het gebruik van MSN / SMS het taalgebruik van de jeugd?’ -> Probleem: schaal vraag, “in welke mate?” of “in hoeverre…?”, beantwoordbaar met bijvoorbeeld ‘heel veel’. -> Oplossing: herformuleer de stelling in de vorm van een vraag naar een proces of mechanisme.

35 Literatuursuggesties Feijen,E. & Trietsch, P., Snel afstuderen. Stap voor stap naar een geslaagde scriptie, Couthino, Bussum, Oosterbaan, W., Een leesbare scriptie, Gids voor het schrijven van scripties, essays en papers, Prometheus/NRC Handelsblad, Amsterdam/Rotterdam, Oort, H., Markenhof, A., Een onderzoek voorbereiden, HB uitgevers, Baarn, Padmos, B., De scriptie supporter. Een doeltreffende aanpak van je scriptie, Garant, Antwerpen/Apeldoorn, Soudijn, K.A., Onderzoeksverslagen schrijven, praktische handleiding bij het schrijven van scripties en andere werkstukken voor hbo en wo, Bohn Stafleu van Lochum, Houten, Tol-Verkuyl, E.M., Van opzet tot opmaak. Stappenplan voor het maken van verslagen en scripties, Courthino, Bussum, 1997.


Download ppt "MEDMEO Formuleren onderzoeksvraag. Doelstelling Via brainstorm en het elkaar vragen stellen over elkaars interesse / passie komen de studenten tot een."

Verwante presentaties


Ads door Google