De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

2. Organisatie Blz. 9 tot en met 28 Boekje Leidinggeven.

Verwante presentaties


Presentatie over: "2. Organisatie Blz. 9 tot en met 28 Boekje Leidinggeven."— Transcript van de presentatie:

1 2. Organisatie Blz. 9 tot en met 28 Boekje Leidinggeven

2 Taken en taakverdeling Verticale taakverdeling Horizontale taakverdeling

3 Verticale taakverdeling Verticale taakverdeling: wanneer er meerdere mensen op meerdere niveaus in de organisatie samenwerken. Voorbeeld: leidinggevende vraagt of de medewerker de etalage opnieuw wil inrichten….. (delegeren). Gevolg: hierarchische organisatiestructuur. (verschillende niveaus) Dept of control: het aantal niveaus in de organisatie

4 Horizontale taakverdeling Hier gaat het om de verdeling van het totale pakket aan taken die verdeeld is over de verschilleden medewerkers… In elke organisatie kan zowel de verticale als horizontale taakverdeling worden toegepast….

5 Organisatiestructuur Hierin wordt de verdeling van de taken, bevoegheden en verantwoordelijkheden tussen mensen en afdeling en de relaties daartussen, weergegeven! Zet je dit in een schema dan noem dat een organisatieschema of wel organigram!

6 Lijnfunctionaris = Degene die in dit schema de direct leidinggevende verantwoordelijkehden heeft. Staffunctionaris = Ondersteunt en adviseert lijnfunctionarissen op een aantal terreinen (lijnfunctionaris hoeft nu niet van alle zaken op de hoogte te zijn). Staffunctionarissen geven geen opdrachten!

7 Organisatievorm Lijnorganisatie Functionele organisatie Veel bedrijven zijn lijn-staforganisaties. Kent zowel en horizontale als verticale taakverdeling.

8 Lijnorganisaties Waarin een medewerker 1 direct leidinggevende heeft!

9 Functionele organisatie Waarin een medewerker meerdere directe leidinggevende heeft

10 Taakverdeling in organisaties De F-indeling (functie) De P-indeling (product) De G-indeling (op geografisch gebied)

11

12 Organisatiecultuur Het geheel van gemeenschappelijke opvattingen, overtuigingen, gewoontes, en gedragingen van de leden van de organisatie. Het bepaald de identiteit van de organisatie! Gekenmerkt door: - Normen en waarden - Rituelen - Symbolen

13 Normen en waarden De kern van de organisatiecultuur. Vaak weergegeven in de bedrijfsregels.

14 Type organisatieculturen Machocultuur: individualisten die snel kunnen beslissen. Snel beslissen! (commerciële bedrijven) Hardwerkencultuur: Maken van omzet is belangrijker dan het nemen van risico’s. Volhouden leidt tot succes. (productiebedrijven) Procedurecultuur: Hier zijn risico’s klein en werken medewerkers in vaste regels en procedures. Naleving is van groot belang. (overheid)

15 organisatieprincipes Principe van doelstelling Specialisatieprincipes Coördinatieprincipe Gezags- of bevelsprincipe Verantwoordelijkheidsprincipe Formuleringsprincipe Overeenstemmingsprincipe Spanwijdteprincipe Evenwichtsprincipe Continuiteitsprincipe

16 Spanwijdte Het aantal medewerkers aan wie een leiding geeft direct leidinggeeft. Aan hoeveel mensen geeft de directeur leiding van dit bedrijf?

17 Omspanninigsvermogen Aantal medewerkers aan wie iemand effectief leiding kan geven. Aantal is namelijk beperkt! Afhankelijk van: - leidinggevende (karakter, competenties) - medewerkers (capaciteiten, karakters, flexibel) - werkzaamheden (complexheid werkzaamheden) Aantal leiding te geven mensen mag ook niet te klein zijn. Leidingevende gaat zich dan bemoeien met andere zaken.


Download ppt "2. Organisatie Blz. 9 tot en met 28 Boekje Leidinggeven."

Verwante presentaties


Ads door Google