De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Dr. Guy Touquet Neuropsychiater Psychiatrisch Ziekenhuis H.Hart Ieper.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Dr. Guy Touquet Neuropsychiater Psychiatrisch Ziekenhuis H.Hart Ieper."— Transcript van de presentatie:

1 Dr. Guy Touquet Neuropsychiater Psychiatrisch Ziekenhuis H.Hart Ieper

2 Prodromale fase Kritische periode Premorbied niveau

3  Begrippen psychose, remissie en herstel  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-psychosis model • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Kopenhagen  Maastricht  Londen •

4 SCHIZOFRENIE ANDERE PSYCHOTISCHE STOORNISSEN A. Kenmerkende symptomen: 2 >1 maand 1. Wanen 2. Hallucinaties 3. Onsamenhangende spraak 4. Chaotisch/Katatoon gedrag 5. Negatieve symptomen: afgevlakt affect, spraakarmoede of apathie B. Sociaal/beroepsfunctioneren gedaald C. > 6 maand D. Exclusie psychotische stemmingsstoornis E. Exclusie oorzaak middelen/somatische ziekte F. Samenhang met autisme is mogelijk  Kortdurende psychotische stoornis: • Symptomen A1 tot A4 • Duur 1dag tot 1 maand • Functioneel herstel • Exclusie D en E  Schizofreniforme stoornis: • Criteria A,D en E • 1 tot 6 maand  Schizoaffectieve stoornis: • A symptomen tijdens depressieve, manische of gemengde episode • 2 weken wanen of hallucinaties bij normale stemming • Periodes van stemmingsstoornis nemen belangrijk deel in van de ziekteperiode

5  Remissie: afwezigheid van positieve en negatieve symptomen gedurende 6 maanden: • Wanen • Hallucinaties • Onsamenhangende spraak • Chaotisch/katatoon gedrag • Negatieve symptomen: afgevlakt affect, spraakarmoede of apathie  Herstel: afwezigheid van symptomen en terugkeer naar vroeger sociaal/beroepsmatig functioneren  Genezing: herstel zoals hierboven zonder behandeling o.a. medicatie

6  Positieve symptomen : andere realiteitsbeleving  Negatieve symptomen: • Psychomotore armoede • Anhedonie  Desorganisatie: • Inadequaat affect • Denkstoornis • Gestoorde spraak • Bizar gedrag  Depressie

7  Begrippen psychose, remissie en herstel  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-psychosis model • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Kopenhagen  Maastricht  Londen •

8 Lieberman, J.A. Neuropsychopharmacology,1996(14), 3S-21S • 10 weken • 24 weken • 1 jaar • 2 jaar Eerste episode N= 70 5 jaar follow-up

9 Crumlish N e.a., Br J Psychiatry (2009)194,18-24 doi: /bjp.bp • DUI < 2 jaar • DUI > 2 jaarDUI < 2 jaar • I > 2 jaar • 118 niet-affectieve psychose • Vanaf 12 jaar • Metingenbij aanvang, na 4 en 8 jaar: • DUP en DUI • Premorbied Niveau • PANNS • SCID • GAF

10  49 ARMS patiënten  Early Recogntion Inventory  Follow-up van 1 jaar  jaar  Periode  Metingen: • BPRS • GAF • HoNOS  Behandeling met psychotherapie en farmacotherapie Fusar-Poli P, e.a. Br J Psychiatry (2009), 194, Resultaat: Er is een correlatie tussen de duur van niet behandeling van ‘at risk’ symptomen en de verandering in GAF score over 1 jaar

11  Populatie: • 125 onbehandelde eerste episode patiënten • jaar • 10/ /2002 • Regio  Metingen : • PANSS&WHO-QL m • GSDS 15-24m Symptomatische remissie 2j Functionele remissie 2j NeenJaTotaal Neen Ja • Enkel DUP en premorbied niveau van sociaal functioneren zijn onafhankelijke predictoren van recovery na 2 jaar • Er is geen recovery bij DUP > 6 maand Wunderink L e.a. Schizophrenia Bulletin (2009), 35(2)

12  Marshall M e.a (2005) • Systematische review van 26 eerste episode studies • Langere DUP :  Niet meer symptomen of minder functioneren bij begin, maar wel na 6 en 12 maanden behandeling  Kleiner percentage remissie op 6,12 en 24 maanden  Perkins D.O. e.a. (2005) • Review en meta-analyse van 43 studies • Langere DUP:  Meer negatieve maar niet positieve symptomen bij het begin  Minder remissie en herstel na eerste episode Marshall M e.a. Arch Gen Psychiatry (2005),62, Perkins DO e.a. Am J Psychiatry(2005),

13  Functioneel herstel neemt af na een kort uitstel van behandeling (> 7 dagen), om verder geleidelijk af te nemen over uitstel tot > 1 jaar  Is DUP eerder gevolg dan oorzaak van slechte prognose? • Moller P.(2000) kortere DUP bij later prodromaal begin, prodroom < 2 jaar, acuut begin, presentatie met grootheidswaan en /of desorganisatie, geringe sociale isolatie • DUP blijft ook na correctie voor confounders een significante predictor van zowel snelheid als niveau van herstel, ook na controle voor premorbied functioneren en al of niet acuut begin Singh S.P. (2007) Br J Psychiatry, 191, (S50),s58-s63

14  Begrippen psychose, remissie en herstel  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-psychose model • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Kopenhagen  Maastricht  Londen •

15 SymptoomSchizofrenieDepressieSZ v D Piekeren19.2%414.15n.s. Hoofd en andere pijn n.s. Nervositas en rusteloosheid <0.001 Angst <0.10 Denk- en concentratielast n.s. Depressieve stemming <0.05 Verlies van zelfvertrouwen n.s. Teruggetrokken, achterdochtig n.s. Gestoorde eetlust/slaap n.s. Energieverlies/traagheid n.s. Verlies van libido n.s. Overgevoeligheid <0.10 Affectverandering(afgestompt) <0.001 Häfner H., Schizophrenia Research 77 (2005)

16 SymptoomSchizofrenieDepressieNormaalSz v D Piekeren75% <0.001 Hoofd en andere pijn <0.01 Nervositas en rusteloosheid n.s. Angst n.s. Denk- en concentratielast n.s; Depressieve stemming <0.001 Verlies van zelfvertrouwen <0.001 Teruggetrokken, achterdochtig <0.05 Gestoorde eetlust/slaap n.s. Energieverlies/traagheid <0.01 Prikkelbaarheid n.s. Waanstemming <0.001 Wanen <0.001 Overgevoeligheid <0.001 Dissociaal gedrag n.s. Verminderde hobby’s <0.001 Minder interesses <0.001 Häfner H., Schizophrenia Research 77 (2005)

17 Neurotische symptomenAngst, rusteloosheid,kwaadheid en prikkelbaarheid Stemming gerelateerde symptomenDepressie, anhedonie, schuld,zelfmoordgedachten, stemmingsschommelingen Veranderingen in de wilApathie,energieverlies,verveling,verlies van interesse,vermoeidheid Cognitieve veranderingenAandacht- en concentratiestoornis, piekeren, dagdromen, blokkeren van gedachten, verminderde abstractie Fysieke symptomenLichamelijke klachten, gewichtsverlies, anorexie, slaapstoornis, achterdocht, verandering in perceptie van zelf,anderen of de wereld Andere symptomenObsessief-compulsieve fenomenen, dissociatieve symptomen, verhoogde interpersoonlijke sensitiviteit GedragsveranderingenVerminderd rolfunctioneren, sociale terugtrekking, impulsiviteit, bizar gedrag, agressief gedrag Yung A.R. e.a. Treating Schizophrenia in the Prodromal Phase,London 2004

18 Verminderde concentratie en aandacht Verminderde energie en motivatie Depressie Slaapstoornis Angst Sociale terugtrekking Achterdocht Verminderd rolfunctioneren Prikkelbaarheid Yung &McGorry 1996 Schizophrenia Bulletin,22,

19  Begrippen psychose, remissie en herstel  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-psychose model • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Kopenhagen  Maastricht  Londen •

20 Van Os J e.a. Psychological Medecine,39, (2009)

21 PrevalentieIncidentie OR95% CIOR95% CI Alcohol Cannabis Andere drugs Stress of trauma Verstedelijking Van Os J e.a. Psychological Medecine,39, (2009 )

22  Familieleden van patiënten met psychose: • Klinisch en subklinisch psychose co-clusteren in dezelfde families ( Kendler e.a. 1993) • Positieve dimensie van schizotypie vragenlijst correleert met hun genetisch risico op psychose (Vollema e.a 2002) • Positieve en negatieve symptomen van schizofrenie voorspellen hun subklinisch equivalent in niet psychotische familieleden (Fanous e.a. 2001) Van Os J e.a. Psychological Medecine,39, (2009)

23  Tweelingstudies: • Kendler & Hewitt (1992):Variantie in zelf gerapporteerde schizotypie-schalen pleiten voor een genetisch risico • MacDonald e.a. (2001): 1 schizotypiefactor met vooral perceptuele afwijkingen, magische gedachten, schizotypische cognities en in mlindere mate sociale anhedonie Van Os J e.a. Psychological Medecine,39, (2009)

24  Niet psychotische eerste graadsverwanten: • Verminderd verbaal geheugen, executief functioneren en in mindere mate aandacht  Schizotypie in algemene populatie: • Deficit in verbaal geheugen, executief functioneren en aandacht  In deze beide groepen • Deficit in mentalizeren • Probabilistisch redeneren en jumping to conclusions Van Os J e.a. Psychological Medecine,39, (2009)

25 Densiteit adressen/op- pervlakte Aantal geïnterviewd DSM psychotische stoornis Psychotische symptomen met lijdensdruk en hulpvraag Psychotische symptomen ongeacht lijdensdruk of hulpvraag < (0.59)28(2.36)163(13.76) (0.93)45(2.80)223(13.85) (1.49)69(4.48)262(17.00) (1.87)82(5.48)303(20.24) > (2.74)71(5.72)286(23.03) Van Os J e.a. Psychological Medecine,39, (2009)

26  Chapman e.a. (1994): meer psychose bij personen die hoog scoren in magisch denken en perceptuele stoornissen 10 jaar vroeger  Dunedin Multidisciplinary Health and Development Study (Poulton e.a. 2000): • Psychotische ervaringen op 11 jaar geven op 26 jaar 16 maal meer schizofreniforme stoornis • 25% van kinderen met psychotische ervaringen op leeftijd 11 hebben schizofreniforme stoornis op 26 jaar  Hanssen e.a (2005): • Prospectieve studie van 7076 personen over 2 jaar geeft 8% transitie naar psychose, 60 maal meer dan bij personen zonder psychotische ervaringen • 21% risico met multipele psychotische ervaringen en 15% als de psychotische ervaring samenging met depressieve stemming

27 Van Os J e.a. Psychological Medecine,39, (2009)

28

29  NEMESIS: Netherlands Mental Health Survey an Incidence Study  3 jaar prospectieve studie met CIDI • T • T • T  18-64j N=7076  90 gemeenten uit Nederland  EDSP:  Early Developmental Stages of Psychopathology Study  42 maanden prospectieve studie met M-CIDI  j op T0 N= 3021 • T  Streek van München Cougnard e.a. Psychological Medecine (2007), 37,

30 Omgevings- belasting Psychotische ervaringen bij aanvang Met Psychotische ervaringen bij follow-up Zonder Psychotische ervaringen bij follow-up Risico op psychotische ervaringen bij follow-up Risico- verschil GeenNeen Ja EenNeen Ja TweeNeen Ja DrieNeen Ja Synergisme tussen bij aanvang cannabisgebruik,trauma in de kindertijd en verstedelijking enerzijds, en psychotische ervaringen bij aanvang op het voorspellen van psychotische ervaringen 3 jaar later. Cougnard e.a. Psychological Medecine (2007), 37,

31 Omgevings- belasting Psychotische ervaringen bij aanvang Met Psychotische ervaringen bij follow-up Zonder Psychotische ervaringen bij follow-up Risico op psychotische ervaringen bij follow-up Risico- verschil GeenNeen Ja EenNeen Ja TweeNeen Ja DrieNeen Ja Synergisme tussen bij aanvang cannabisgebruik,trauma in de kindertijd en verstedelijking enerzijds, en psychotische ervaringen bij aanvang op het voorspellen van psychotische ervaringen 3 jaar later. Cougnard e.a. Psychological Medecine (2007), 37,

32  Begrippen psychose, remissie en herstel  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-impairment model van psychose • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Kopenhagen  Maastricht  Londen •

33  Vals positieven : risico op stigmatisatie en overmedicalisering  Het recht op ‘niet weten’ van de echt positieven  Kost-effectiviteit?  Welke behandeling  Onder vals positieven veel depressie in engere zin en angststoornissen waarvoor ook specifieke hulp geboden kan worden  Stigmatisatie en overmedicalisatie kan voorkomen worden  Resultaten cognitieve therapie veel belovend  Probleem van vergelijkingsgroep in effectiviteitstudies

34  Concentratie van het risico op psychose <2 jaar door sequentiele screening: • Leeftijd • Hulpzoekende populatie • 3 UHR ondergroepen:  Subklinische psychotische symptomen  Korte voorbijgaande psychotische symptomen (BLIPS) < 7 dagen  Familale antecedenen van psychose (= schizotypische persoonlijheidsstoornis of eerste graadsverwant met psychose) + blijvend verminderd functioneren

35 Hafner H e.a. (1994) Br J Psychiatry, 23,29-38

36 Toestand (‘State’) Risico factoren Subklinische symptomen groepBLIPS groep Subdrempelintensiteit • Ongewone gedachteninhoud • Niet-bizarre ideeën • Waarnemingsstoornissen • Gedesorganiseerde spraak Ongewone gedachteninhoud Niet-bizarre ideeën Waarnemingsstoornissen Gedesorganiseerde spraak SubdrempelfrequentieFrequentiecriterium Beide categorieën in afgelopen jaarSymptomen in afgelopen jaar 30% afname SOFAS gedurende 1 maand in afgelopen jaar SOFAS < 50 laatste 12 maanden of meer Eerste graadsfamilielid met psychoseSchizotypische persoonblijkheid 30% afname SOFAS gedurende 1 maand in afgelopen jaar SOFAS < 50 laatste 12 maanden of meer

37  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-impairment model van psychose • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Copenhagen  Maastricht  Londen

38  Comprehensive Assessment of At Risk Mental States: (CAARMS) vertaald in het Nederlands  The Structured Interview for Prodromal Symptoms (SIPS): PRIME groep Noord-Amerika  The Schizophrenia Prediction Instrument Adult Version (SPI-A) : criteria voor basis symptomen (Duits)

39  Semi-gestructureerd interview met schalen voor: • klinische en subklinische psychotische symptomen •, negatieve symptomen • dissociatieve symptomen • ‘basis’ symptomen  Voldoen aan UHR criteria geeft risico op psychose van 0.41 (CI = ) Verband CAARMS metingen en begin psychose pHazard ratio Gedachteninhoud Waarnemingsstoornissen Desorganisatie Motorische symptomen Aandacht/concentratie Emotie/stemming Energietekort Verminderde stresstolerantie Positieve symptomen Negatieve symptomen Totaal score Yung A.R. e.a.(2004) Aust NZ J Psychiatry,39,

40  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-impairment model van psychose • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Copenhagen  Maastricht  Londen •

41  Vergelijking: • Normale Controles ( N, N=196) • Prodromale syndromen( N= 377) • Hulpzoekende controles (HSC, N= 198) • Familiaal Hoog Risico (FHR, N=40) • Schizotypische Persoonlijkheidsstoornis (SPD, N=49)  Criteria: Sructured Interview for Prodromal Syndromes Woods S.W. (2009) Schizophrenia Bulletin (2009), doi: /schbul/sbp027

42 Woods S.W. (2009),Schizophrenia Bulletin doi: /schbul/sbp027

43 Woods S.W. (2009) Schizophrenia Bulletin doi: /schbul/sbp027

44 Baseline Diagnose DSM IV diagnose na conversieProdromaalSPDHSC Schizofrenie154 Schizofreniforme psychose12 Schizo-affectieve stoornis62 Bipolaire stoornis61 Recurrente depressie met psychose1 Waanstoornis2 Korte psychotische stoornis2 Psychotische stoornis NOS16 Ontbrekende diagnose30 Woods S.W. (2009) Schizophrenia Bulletin doi: /schbul/sbp027

45  Begrippen psychose, remissie en herstel  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-impairment model van psychose • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Copenhagen  Maastricht  Londen •

46  1 jaar RCT met ARMS patiënten • Placebo (N=29) • Olanzapine 5-15 mg (N=31)  Resultaat: • 16.1% conversie naar psychose bij olanzapine behandeling, 37.9% met placebo: niet significant McGlashan 2006, Am J Psychiatry,163: Verandering in Positieve Symptomen over 1 jaar behandeling met olanzapine of placebo: verschil significant op week 8 en 28

47  41 UHR patiënten • 24 SPI: specifieke preventieve interventie ( 2 mg risperidone + cognitieve psychotherapie • 17 NBI: needs-based intervention (steunende psychotherapie  Resultaat: • Geen verschil in % conversie, symptomen en algemeen functioneren Philips L;J Schizophrenia Research 96: 25-33

48 Behandelgroe p PANSS transitie n(%) Antipsychotica n(%) DSM-IV diagnose n(%) Cognitieve T2(6) Monitoring5(22)7(30)6(26) Morrison A.P. BJ Psychiatry (2004) 185,

49  57 UHR patiënten  Leeftijd: 22.1 (sd.=4.4)  Maandelijkse follow-up over 1 jaar  RCT monitoring versus monitoring + CT  PANSS 5 factoren: • Positieve symptomen  Wanen  Ongewone gedachten G9  Hallucinaties P3  Achterdocht P6  Grootheidswaan P5  Afwezig oordeels-vermogen en inzicht G12 • Emotionele dysfunctie  Angst G2  Spanning G4  Depressie G6  Schuldgevoel G3  Somatische pre-occupatie G1 French P e.a. BJP (2007), 191:s82-s87 Maand Controle • Positieve symptomen Emotionele dysfunctie Behandeling Resultaat: psychotische ervaringen en emotionele dysfunctie zijn gecorreleerd en nemen significant af vooral in de eerste maanden. Allocatie in cognitieve therapie verminderde de positieve symptomen niet de emotionele dysfunctie.

50  Vergelijking tussen • 24 UHR patiënten • 7 patiënten met schizofrenie • 12 gezonde controles  6-fluoro-L-dopa F 18 uptake in het striatum met 18 F-dopa PET- scan Striatale 6-fluoro-L-dopa F18 summatiebeeld die de hoogste signaal intensiteit (geel en rood) toont in het striatum (hoge synthese en accumulatie van dopamine tijdens de PET scan Howes O.D. e.a. Arch Gen Psychiatry (2009), 66(1) 13-19)

51 Individuele Ki waarden (influx snelheidsconstanten), met het gemiddelde per groep voor het totale striatum. Er is een significant verschil in KI waarden op groepsniveau voor het totale striatum. Controle ARMS Schizofrenie Ki Waarde min -1 Howes O.D. e.a. Arch Gen Psychiatry (2009), 66(1) 13-19)

52 1. Positieve relatie tussen CAARMS score en de Ki- waarde 2. Negatieve relatie tussen semantische woordvloeiendheid en Ki-waarde CAARMS Score Verbale Fluency, Totaal Woorden/min Howes O.D. e.a. Arch Gen Psychiatry (2009), 66(1) 13-19)

53  Detectie van de prodromale fase: • Belang verkorting duur onbehandelde psychose • Het klinisch beeld • Het proneness-persistence-impairment model van psychose • Definitie van een ‘high risk’ groep • Gestructureerd interview CAARMS • Validatie van de ‘high risk’ definitie • Behandelingsmogelijkheden  Behandeling en opvolging gedurende de kritische periode (eerste 5 jaar) • Assertive Community Treatment • Resultaten van intensieve follow-up:  Copenhagen  Maastricht  Londen •

54  Componenten van Assertive Community Treatment: • Werken in team • Hoog percentage van contacten aan huis • Aanklampend i.v.m. behandeling en –trouw • Zowel gezondheid als sociale zorg • Multidisciplinair met psychiater in het team • Kleine caseload (15-20 verhouding staf/patiënten) • Toegang tot eigen bedden  Cochrane ACT review: • Langer in behandeling • Minder hospitalisatie • Meer zelfstandig wonen • Minder dakloos • Minder werkloos • Geen effect op kwaliteit van leven, gevoel van zelf- waarde en sociaal functioneren  REACT studie in UK: • ACT niet effectiever dan zorg door community health team voor hospitalisatiereductie

55  Single-blinded, gerandomiseerde en gecontroleerde trial van 2 jaar intensieve vroege interventie versus standaard behandeling met follow-up na 2 en 5 jaar  N=547 eerste episode psychose  Interventie: • Combinatie ACT+ familiebehandeling +sociale vaardigheidstraining • Caseload 1/10 • Tijdens opname minimaal wekelijks contact • Individueel behandelplan en crisisplan • Contact met minstens 1 familielid o.m. voor psychoeducatie • Familiebehandeling naar MC Farlane 18 sessies/2 weken in groepen van 2 therapeuten patiënten met familie • Sociale vaardigheidstraining in groepen van 6 met 2 therapeuten Bertelsen,M e.a. (2009) Arch Gen Psych 65(7): (Denemark)

56  Standaard behandeling: • Community mental health center:  Arts  Psychiatrisch verpleegkundige  Soms maatschappelijk werker • Huisbezoeken mogelijk, meestal raadplegingen • Caseload 20-30/staflid • Psychiatrische spoedgevallendienst buiten kantooruren • Behandeling:  Counseling  Psycho-educatie  Sporadische familiecontacten Bertelsen,M e.a. (2009) Arch Gen Psych 65(7): (Denemark)

57

58  Functie-ACT: • mix van patiënten met intensieve en minder intensieve behandelnood binnen hetzelfde team • Combinatie van rehabilitatie case management met ACT: in betere periodes wordt behandeling volgens rehabilitatieprincipes verder gezet door de individuele case managers met reactivatie van ACT zodra nodig • Caseload:  3 multidisciplinaire teams  Observationele studie: vergelijking pre- en post F-ACT( & ) Bak M. e.a. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol (2007) 42,

59  Outcome definitie: remissie =score <3 voor paranoïde wanen, grootheidswaan, bizarre gedachten, hallucinaties,onsamenhangend denken, afgevlakt affect en manierisme (geen duurcriterium)  N=154 niet affectieve psychose (DSM 295,297 en 298) cohort pre (n=116) en cohort post (n=38) ACT periode  Remissie in pre ACT periode 19%, post ACT periode 31% NNT = 8 Bak M. e.a. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol (2007) 42,

60  N=144 age eerste niet affectieve psychose  Randomisatie: standaard versus early intervention service  LEO team: • Coördinator • Consulterend psychiater • GSO psychiatrie • ½ psycholoog • ½ ergotherapeut • 4 sociaal verpleegkundigen • 2 logistieke helpers  ACT model  Resultaten: enkel het aantal heropnames en drop-out waren met ACT siginificant kleiner  Standaardzorg was hier gegeven door 5 community mental health teams • Psychiaters • Psychiatrisch verpleegkundigen • Ergotherapeuten • Part-time klinisch psychologen Garety PA e.a. Britisch J Psychiatry 2006 (188),

61  Outcome na 18 maanden: • Significant effect op  GAF score  Behandelingscompliance  Tevredenheid  Zelf beoordeeld subjectieve kwaliteit van leven • Geen effect op  Inzicht  PANSS  Calgary Depression Scale Garety PA e.a. Britisch J Psychiatry 2006 (188),


Download ppt "Dr. Guy Touquet Neuropsychiater Psychiatrisch Ziekenhuis H.Hart Ieper."

Verwante presentaties


Ads door Google