De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

EVALUATIE pilot-rekentoets VO 2013 23 april 2013 Jan Kastelein, CvE.

Verwante presentaties


Presentatie over: "EVALUATIE pilot-rekentoets VO 2013 23 april 2013 Jan Kastelein, CvE."— Transcript van de presentatie:

1 EVALUATIE pilot-rekentoets VO april 2013 Jan Kastelein, CvE

2 Inhoud

3 1. De rekentoets lijkt meer op ‘begrijpend lezen’ dan op rekenen. Waarom is de rekentoets zo talig? Referentieniveaus: P – paraat hebben F – functioneel gebruik W – weten waarom Rekentoetswijzer: P – 20% contextloze opgaven F – 80% opgaven in context W staat centraal 20% zonder rekenmachine 80% met rekenmachine

4 1. Gevolg: 80% van de opgaven in contexten, bv:  de prijs van aardbeien  vervoersmiddelen van werknemers bij woon-werkverkeer 20% contextloos, bv. :  5 x x 38 = …  1¾ + 2½ = … Aandachtspunten makers rekentoets:  Geen onnodige tekst  Contexten zo mogelijk anders presenteren bv. als afbeelding, grafiek of tabel

5 2. Hoe je moet afronden is in de rekentoets niet altijd duidelijk. Kunnen afronden op juiste aantal decimalen is een toetsdoel. Dit is beschreven in de rekentoetswijzer.

6 3. Waarom zoveel opgaven? Leerlingen komen in tijdnood. Hoeveelheid opgaven is nodig de voor betrouwbaarheid. Iedere toets / examen is een meting van het vaardigheidsniveau. Meting moet nauwkeurig zijn:  % ten onrechte onvoldoende en  % ten onrechte voldoende moeten minimaal zijn. Dit geldt i.h.b. voor de rekentoets.

7 3. Tijdnood: Enige tijdnood was zichtbaar in de toets- en itemanalyses Tijdnood kan gevolg zijn van  hoeveelheid opgaven  laag vaardigheidsniveau  evt. ook: niet kunnen terugbladeren

8 4. Niet kunnen terugbladeren: Veel leerlingen: Dat is hinderlijk. Oorzaak: gedeelte mét en gedeelte zonder rekenmachine. Twee segmenten onderscheiden  de opgaven zonder rm  de opgaven mét rm is in ExamenTester niet mogelijk. In Facet kan dit wel.

9 5. Waarom achteraf geen inzage? Leerlingen kunnen zo niet leren van hun fouten. De opgaven gaan in een itembank en kunnen na een aantal jaren worden hergebruikt. Daarom zijn de opgaven na afloop niet openbaar. Behoudens de 60 opgaven uit de voorbeeldrekentoets. Jaarlijks in september: één voorbeeldrekentoets. Zo ontstaat set van voorbeeldrekentoetsen.  via  als digitale toets in ExamenTester / Facet t.b.v. ‘Proef op de Som’. Oefenmogelijkheden voor / met leerlingen.

10 6. Itembanken Reden:  meer afnametijdstippen – meer flexibiliteit  preciezere cesuurbepaling  op termijn: adaptieve toetsing van de referentieniveaus mogelijk Daarom ook: alleen automatisch scoorbare vragen Itembanken zijn in opbouw. Als de itembanken genoeg opgaven bevatten kan overwogen worden om alle opgaven openbaar te maken.

11 7. Waarom zijn alle vragen maar 1p. waard? Sommige opgaven kennen drie denkstappen en zijn toch goed of fout.  Iedere opgave heeft een moeilijkheidsgraad.  Opgaven gerangschikt van makkelijk naar moeilijk.  De toets meet tot welke moeilijkheidsgraad de leerling de opgaven goed beantwoordt.  Zo meet de toets het vaardigheidsniveau van de leerling. Het aantal scorepunten per opgave maakt dan niet uit. (Dit is een vereenvoudiging van de (toets)werkelijkheid.) anders dan bij CE

12 8. Signalen van tegenvallende resultaten  In hoeverre zijn er verschillen tussen scholen?  Groep van 2013 niet goed vergelijkbaar met die van 2012 in 2013: 4x zo veel leerlingen, 80% uit voorlaatste leerjaar  2F is ‘met de kennis van nu’ in 2012 te soepel genormeerd Die signalen krijgen wij ook. Dat hadden we liever anders gezien.

13 9. Normering / cesuurbepaling De normering van het heden is daardoor ‘per definitie’ beter dan die uit het verleden. standard bepaling door een panel van experts experts schatten de cesuur 1)welke opgaven moet een kandidaten ogv de rekentoetswijzer goed hebben voor een voldoende? 2)opgaven worden opvolgorde van moeilijkheidsgraad aan het panel voorgelegd; 3)alle resultaten van eerdere standaard bepalingen worden erbij betrokken. Inclusief die voor de centraal ontwikkelde examens (coe’s) rekenen MBO. 4)rekentoets heeft overlap met coe’s en v.v. 5)ijking aan referentiesets anders dan bij CE

14 vaardig- heids- niveau 33 scorepunten 28 scorepunten anders dan bij CE

15 F- cesuur 130,0 vaardig- heids- niveau vaardig- heids- niveau

16 F-cesuur F-cesuur ,8 105,7 vaardig- heids- niveau vaardig- heids- niveau

17 9. Maatwerk per leerweg bij de normering vmbo Gevolg: lagere gemiddelde cijfers bij GT dan bij 2F-becijfering hogere,,,,,, BB,,,,,, Besluit staatssecretaris:  de lat omhoog bij GL/TL (= GT)  de lat tijdelijk lager bij BB Uitwerking door CvE voor pilot 2013:  KB-cijfer = 2F-cijfer  GT-cijfer: 1 cijferpunt strenger dan 2F-cijfer  BB-cijfer: 1 cijfer punt soepeler dan 2F-cijfer

18 ,8 2F = KB 116,0 GT 98,5 BB vaardig- heids- niveau vaardig- heids- niveau 1 cijferpunt

19 10. 3S referentieniveau voor vwo? ± april 2014: veldraadpleging over rekentoets 3S Er is een rekentoetswijzer 3S uitgebracht (Commissie Van der Craats) Besluit OCW: Nu onderzoeken Er wordt een rekentoets 3S gemaakt met in achtneming van de rekentoetswijzer 3S

20 3S-opgaven voordien uitproberen in 5 vwo  tijdens afnameperiode van rekentoets 3F  ook in C&M, E&M 10. Rekentoets 3S zelfde vorm als rekentoets 3F, d.w.z. digitaal ± april 2014: op  op  wellicht ook digitale toets in ExamenTester / Facet d.m.v. 2 varianten van een toets die een mix is van 3S- en 3F- opgaven  met als resultaat: een 3S- en een 3F-cijfer  3F-cijfer kan (onder voorwaarden) op cijferlijst m.a.w. extra kans voor 5-vwo-ers van deelnemende scholen

21 11. Dyscalculie Gedacht wordt aan: Het onderzoeken van de mogelijkheid van een dyscalculie- versie van de rekentoets. In juni: rapportage van OCW aan TK. Bevat bevindingen van onderzoek naar mogelijke aanpassingen in de rekentoets VO t.b.v. dyscalculische kandidaten.


Download ppt "EVALUATIE pilot-rekentoets VO 2013 23 april 2013 Jan Kastelein, CvE."

Verwante presentaties


Ads door Google