De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Een activerende verzorgingsstaat en de inrichting van de langdurige zorg Lezing NVAG Romke van der Veen Utrecht, 12 januari 2012.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Een activerende verzorgingsstaat en de inrichting van de langdurige zorg Lezing NVAG Romke van der Veen Utrecht, 12 januari 2012."— Transcript van de presentatie:

1 Een activerende verzorgingsstaat en de inrichting van de langdurige zorg Lezing NVAG Romke van der Veen Utrecht, 12 januari 2012

2 Activerende verzorgingsstaat • Paradigmawisseling van beschermend naar activerend – Mensen dragen zelf de verantwoordelijkheid voor hun leefomstandigheden en levensonderhoud. – Deze verantwoordelijkheid strekt zich uit tot de sociale omgeving van de burger. Wanneer een individu niet zelfstandig of met hulp van zijn omgeving, kan voorzien in zijn levensonderhoud of wanneer matschappelijke participatie wordt belemmerd, is ondersteuning vanuit de collectiviteit mogelijk.

3 Activerende verzorgingsstaat – De collectieve ondersteuning dient zo te zijn ingericht dat het beroep erop zo gering mogelijk is en de ondersteuning zo kort mogelijk duurt. – Daartoe worden ‘remmen’ ingebouwd in het systeem die de perverse werking van het systeem moeten verminderen. – En daartoe zijn voorzieningen niet alleen gericht op ondersteuning, maar ook op preventie en herstel van de autonomie van individuele burgers.

4 Opzet • Vraag naar noodzakelijke zorg en verdeling van verantwoordelijkheden (individueel/collectief) • Analyse vanuit ‘sociaal beleid 2.0’ • Analyse toegepast op de langdurige zorg, aan de hand van : – aard van het risico – aard van de zorg – de ontvanger van de zorg

5 Sociaal beleid 2.0 Meer wederkerigheid tussen overheid en burger: verplichtende wederkerigheid a.Selectiviteit en eigen risico’s b.Gedeelde verantwoordelijkheden c.Activering, investering en d.Preventie Alle instrumenten zijn gericht op vergroting van autonomie en participatie.

6 a. Selectiviteit en eigen risico’s: • Centrale vraag: wie is in staat zelf risico te dragen? • Empirisch: capaciteiten van burgers. • Normatief: rekening houden met keuzes en omstandigheden (Dworkin)

7 b. Gedeelde verantwoordelijkheden • Poortwachter en WULBZ • Compensatiebeginsel in WMO • Centrale vraag: onder welke omstandigheden is deling van verantwoordelijkheden mogelijk en wel zodanig dat het bijdraagt aan autonomie en participatie? • Formele relatie – dwang • Informele relatie - faciliteren

8 c. Activering en investering • 2 vormen: – Middelen ter beschikking stellen – Sociale plichten • Centrale vraag: wat werkt, bij wie en onder welke omstandigheden? • Beide vormen vereisen een gedetailleerde beleidstheorie – Niet meer alleen een behoeftetheorie, maar ook een activeringstheorie (effectiviteit)

9 d. Preventie • Centrale vraag: wat werkt? (effectiviteit) • Interventietheorie nodig – Beeld van de werkelijkheid – Beeld van een standaardburger • Echter: – kennis is beperkt – De ene burger is de andere niet • Dus: – Net wordt wijd uitgegooid – misclassificaties

10 Langdurige zorg analyse a.h.v.: • aard van het risico • aard van de zorg • de ontvanger van de zorg

11 Langdurige zorg: risico • Aard van de risico’s laat zien dat een zekere mate van collectieve verantwoordelijkheid onvermijdelijk is. • Dat sluit pakketbeperkingen en eigen risico’s niet uit. • Maar deze concentreren zich vaak bij dezelfde groepen. • Remmende werking: beter toepasbaar in de cure dan in de care?

12 Langdurige zorg: aard van de zorg • Kwaliteit van de zorg : – preventieve werking van zorg (in de care gaat het vaak om tertiaire preventie) is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de zorg. – Goede afstemming in de keten en goede toegankelijkheid van groot belang voor de kwaliteit. – Begrenst de mogelijkheid van selectiviteit en eigen risico? – Eerder gememoreerde bezwaren van preventie spelen in de langdurige zorg geen grote rol omdat die zich vooral richten op primaire preventie.

13 Langdurige zorg: aard van de zorg • Mogelijkheid om terug te kunnen vallen op informele ondersteuning: – Vindt reeds op omvangrijke schaal plaats. – Vaak geïntegreerd deel van de formele zorg: onderdeel van de keten (zelfzorg, mantelzorg), treed niet in de plaats van formele zorg. – Belastbaarheid informele zorg begrensd. – Sociaal ongelijke verdeling van de toegang tot informele zorg. – Sluit hanteren compensatiebeginsel niet uit. – Faciliteren van informele zorg.

14 Langdurige zorg: de ontvanger • Meer eigen risico en meer eigen verantwoordelijkheid? (om het beroep op voorzieningen af te remmen) • Is een veroorzaker van de behoefte aan zorg aanwijsbaar? Kan een onderscheid tussen keuzes en omstandigheden gemaakt worden? – Beter mogelijk in cure dan in de care? – Ontvanger van langdurige zorg is niet alleen de ‘patiënt’, maar ook zijn sociale omgeving.

15 Langdurige zorg: de ontvanger • Keuzes wel van invloed op de aard van de langdurige zorg. Hier wel meer eigen verantwoordelijkheid mogelijk? (vgl. WMO) • Meer eigen verantwoordelijkheid ook afhankelijk van oordeelsvermogen en mogelijkheid van regievoering door patiënt of zijn omgeving. • Meer eigen verantwoordelijkheid vraagt om een groter aanbod van casemanagement als onderdeel van het ‘pakket’.

16 Conclusies • Instrumenten van sociaal beleid die passen bij een meer activerende verzorgingsstaat stellen hoge eisen aan de beleidsmaker. De capaciteiten van burgers en de beïnvloedbaarheid van gedrag spelen hierbij een belangrijke rol: – Onze kennis is begrensd. – De ene burger is de andere niet. • Deze instrumenten stuiten in de langdurige zorg gauw op allerlei grenzen die voortvloeien uit de kenmerken van de risico’s, van de zorg en van de ontvangers van de zorg

17 Conclusies • Kwaliteit en toegankelijkheid van de langdurige zorg maken een ruime collectieve verantwoordelijkheid voor de langdurige zorg noodzakelijk. • Vergroting individuele verantwoordelijkheid en vergroting van de rol van informele zorg in de langdurige zorg zijn mogelijk, maar de mogelijkheden zijn begrensd.

18 Conclusies t.a.v. het stelsel: (AWBZ, Wmo, Zvw) • Aparte regeling voor de zwaarste gevallen –mensen die zijn aangewezen op langdurige, intramurale zorg- blijft geboden. Juist door een aparte regeling voor deze groep wordt het mogelijk de instrumenten van een meer activerend beleid bij de anderen in te zetten. (vgl. Wajong) • Toegankelijkheid en kwaliteit van de langdurige zorg vragen (in de extramurale zorg) om zo min mogelijk schotten in de financiering en uitvoering. Dus: splitsing van AWBZ over Wmo en Zvw, afhankelijk van type zorg.

19 Conclusies • Vervolg: in de WMO is ruimte voor het stimuleren en faciliteren van gedeelde verantwoordelijkheid; in de Zvw kan een zekere selectiviteit en individuele verantwoordelijkheid (keuzevrijheid) een plaats krijgen. • Belang van casemanagement als pakketonderdeel.


Download ppt "Een activerende verzorgingsstaat en de inrichting van de langdurige zorg Lezing NVAG Romke van der Veen Utrecht, 12 januari 2012."

Verwante presentaties


Ads door Google