De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

AFSTAND EN NABIJHEID Orthopedagogische synthese Groep 11.

Verwante presentaties


Presentatie over: "AFSTAND EN NABIJHEID Orthopedagogische synthese Groep 11."— Transcript van de presentatie:

1 AFSTAND EN NABIJHEID Orthopedagogische synthese Groep 11

2 Groepsleden  Els Beke Robbe Bleuzé Stephanie Claus Valerie Clauwaert Eva De Haan Debbie De Neve Sylvie De Paepe Sophie Desimpelaere Laurens Heyde Evy Popelier Nicky Vandaele

3 Presentatie  Ethische kaders  Hulpverleningsrelatie  Beleid  Culturele context  Valkuilen van de theorie  Praktijk  Stellingen  Persoonlijke visie  Algemene visie  Specifieke doelgroepen  Feedback praktijk

4 Ethische kaders  Balans tussen afstand en nabijheid:  Menswaardigheid  Verantwoorde zorg?  Regelethiek: waarden  Weldoen  Autonomie  Niet schaden  Rechtvaardigheid  Zorgethiek: solidariteit en kwetsbaarheid

5 Ethische kaders  Afwegen van waarden:  Ondersteuning en onschendbaarheid  Autonomie en privacy  Rechtvaardigheid en participatie  Vertrouwen en solidariteit  Twee belangrijke grondhoudingen:  Jezelf bevragen  Respect voor de ander als mens

6 Hulpverleningsrelatie  Metafoor van de draad  Draad tussen begeleider en cliënt  De ontwikkeling van de draad  De juiste draad vinden  De draad in begeleiding

7 Beleid  Regelgeving op niveau van de voorziening:  Visieteksten doorgenomen  Geen eenduidigheid  Komt niet expliciet aan bod  Impliciet via thema’s zoals respect en empathie, vrijheidsbeperkende maatregelen…

8 Beleid  Regelgeving op niveau van de overheid  Zeer gefragmenteerd  Zeer sectorspecifiek  Gelijkaardige thema’s zoals niveau van de voorziening  Vlaamse overheid gecontacteerd:  Twee maal doorverwezen  Nog steeds geen duidelijk antwoord

9 Culturele context  Culturen evolueren doorheen de tijd onafhankelijk van elkaar  Afstand en nabijheid in verschillende culturen anders ervaren  Historische en culturele relativiteit vereist

10 Valkuilen van de theorie  Gentle teaching:  Onvoorwaardelijkheid en gelijkwaardigheid  Risico op té veel nadruk op nabijheid  Risico op betutteling  Onderlinge afhankelijkheid!  Gedragstherapie:  Nieuwe gedrag gekozen door therapeut?  Mee naar huis gaan, op restaurant gaan  grenzen?

11 Valkuilen van de theorie  Client-centered Therapy  Wat is het verschil met gentle teaching?  Nabijheid – empathie  Focus  Gelijkwaardige relatie  Rol van therapeut  Sociaal – emotioneel functioneren  Vertalen van theorie naar praktijk  ESSEON - project

12 Valkuilen van de theorie  Lichamelijkheid  Weinig theorievorming  Taboesfeer

13 Valkuilen van de theorie  Over theorieën heen:  Relativiteit van theorieën en modellen  Bruikbaarheid of waarheid?  Belang van therapeutische relatie

14 Praktijk  Verhalen van hulpverleners  De Triangel – centrum voor personen met verstandelijke beperking en bijkomende motorische beperkingen  Interview met opvoedster  Den Dauw – centrum voor autistische, psychotische en zwaar contactgestoorde kinderen  Interview met maatschappelijk werkster, die ook begeleidster is in leefgroep  De Sleutel – centrum voor drugs- en verslavingsproblemen  Interview met psycholoog  Overleie VZW – revalidatiecentrum met o.a. ADHD- problematiek  Interview met therapeut die werkt met ouders en kinderen

15 Praktijk  Verhalen van cliënten  In de verschillende voorzieningen bevraagd. Geen toestemming wegens:  Te laag verstandelijk niveau  Geen vertrouwensrelatie (moeilijk thema)  Wel interviews met:  persoon met autisme en normale begaafdheid  persoon met hechtingsproblematiek  persoon met fysieke beperking

16 Praktijk  Gemeenschappelijke elementen uit de gesprekken met hulpverleners  Zoeken naar evenwicht tussen afstand en nabijheid  “Vroeger was dat absoluut taboe hé. Toen ik begon als maatschappelijk werker zeiden ze nog van ‘ge moogt nooit iets van uzelf binnenbrengen in therapie, ge moogt nooit iets van uzelf onthullen’. Dat is quatsch natuurlijk, je doet dat toch. (…) Nu zijn ze daar op teruggekomen. Nu mag het wel zolang dat je je comfortabel voelt. Het heeft mij nooit gestoord om dat te doen.” (therapeut Overleie)  “Er moet wel nabijheid zijn maar je moet ook jezelf voor een stuk beschermen. Er niet teveel in meegaan om te kunnen volhouden”. (begeleidster Den Dauw)

17 Praktijk  Proberen iedere cliënt gelijk te behandelen, ondanks de ‘klik’ die je hebt of de nabijheid die je voelt met sommigen en niet met anderen  “Ik denk dat er altijd wel een kind is dat je minder ligt. Maar dan denk ik dat je professioneel genoeg moet zijn om dat toch te proberen en ook dat kind evenveel kansen te geven.” (begeleidster Den Dauw)  “Aan de één meer aandacht besteden dan aan de ander kan bijvoorbeeld niet. De mensen die u niet liggen hebben tenslotte evenveel rechten dan de anderen.” (therapeut Overleie)

18 Praktijk  Je werk vereist soms zaken van je die je zelf moeilijk vindt:  “Dat je soms met vier moet zijn om iemand in bedwang te houden… dan heb je wel iets dat je hart bonst in je keel. En eigenlijk moet je daar gewoon door.” (begeleidster De Triangel)  (Over het overbrengen van een kind naar een rustige kamer) “Soms worden deze gewoon van de trap gesleurd. Het is echter wel nodig dat ze er naartoe gaan en het kan niet anders. Achteraf heb ik het daar wel vaak moeilijk mee omdat dat emotioneel ook zoveel vraagt van jezelf.” (begeleidster Den Dauw)  “Het is niet altijd gemakkelijk om professioneel te zijn en soms raken u dingen… als je dat nu wilt of niet.” (therapeut Overleie)  “Ik heb dan ook nog eens een man begeleid van mijn leeftijd met teelbalkanker. Pfff, ja dat is echt niet gemakkelijk. Ja, waarom hij wel en ik niet? (…) Dan komt het toch wel een stuk dichterbij. Dan merk je wel dat afstand nemen, dat dat nodig is soms.” (therapeut Overleie)

19 Praktijk  Belang van zelfbewustzijn en zelfreflectie  “(…) dat je goed moet beseffen als begeleider waarom je het belangrijk vindt een kind te knuffelen. Je mag je eigen verlangens niet naar voor schuiven” (begeleidster Den Dauw)  “Maar je moet wel beseffen wat je eigen noden zijn om te zorgen dat het niet teveel meespeelt” (begeleidster Den Dauw)  “Een therapeut gaat zelf ook een leertherapie door: je moet jezelf afvragen hoe je met jouw voorkeur, jouw achtergrond, staat tegenover andere mensen” (psycholoog De Sleutel)

20 Praktijk  Zoeken naar manieren om om te gaan met moeilijke momenten. Praten helpt voor velen. Het team neemt daarbij een belangrijke rol in, aangezien zij in dezelfde situatie staan en de anderen ook kennen. Ook andere uitlaatkleppen blijken belangrijk.  “Vooral door er met anderen over te praten (…) met een beetje tijd te laten over gaan, kan je er ook weer verder in (…)” (begeleidster De Triangel)  “Ik denk dat het wel belangrijk is dat je er met anderen moet over kunnen praten om meer afstand te krijgen” (begeleidster Den Dauw)  “Daarvoor zijn uw collega’s er natuurlijk ook. Als het moeilijk gaat, kan je bijvoorbeeld een consult vragen. Het is belangrijk om over deze dingen te spreken in team, omdat je ze dan een plaats kan geven.” (psycholoog, De Sleutel)  “Gaan sporten… helpt ongelofelijk (…) Als je terug komt na 10, 15 kilometer lopen, dan kan je terug de wereld aan hé.” (therapeut, Overleie)

21 Praktijk  Heel veel zaken zijn ‘aanvoelen’, kunnen moeilijk in richtlijnen worden gegoten. Vaak zijn deze zaken ook afhankelijk van de cliënt waarmee je te maken hebt.  “Ik zou eigenlijk niet weten hoe ik dat allemaal op papier zou moeten zetten. Omdat veel dingen gewoon aanvoelen zijn.” (begeleidster De Triangel)  “Ik weet dat zelfs knuffels geven niet mag. Je kan daarover blijven discussiëren want je kan daar geen algemene regel voor opstellen omdat dat zo afhankelijk is van kind tot kind” (begeleidster Den Dauw)  “Ik vind dat maar goed ook. Ik vind niet dat anderen moeten zeggen hoe dat ik anderen moet benaderen” (therapeut, Overleie)  “Heel dat concept van ‘afstand/nabijheid’ is vooral een intuïtief aanvoelen van wat kan die andere nu verdragen en waar voel ik mijzelf nog comfortabel bij? (…) Het ene kind verdraagt niet dat je doorvraagt en het andere heeft dat net nodig om zijn hart te kunnen luchten”. (therapeut, Overleie)

22 Praktijk  Iedereen geeft een eigen invulling aan de betekenissen van afstand en nabijheid.  “Afstand is voor mij vooral emotionele afstand kunnen nemen van een situatie waar mensen inzitten en nabijheid is vooral de betrokkenheid die je hebt naar iemand toe” (begeleidster Den Dauw)  “Nabijheid dient de cliënt en afstand dient de therapeut of hulpverlener” (therapeut, Overleie)  “Afstand, nabijheid, … dat zijn woorden die vaak zo’n grote lading dekken dat ze eigenlijk nog weinig zeggen” (therapeut, Overleie)

23 Praktijk  Gemeenschappelijke elementen uit de gesprekken met cliënten  een ideale begeleider blijft bij jou, ook als het goed loopt en laat je niet in de steek als je er een andere mening op nahoudt  “De ideale thuisbegeleiding is als een GPS. Op de banaalste ritten zet ik haar aan, gewoon voor het gezelschap.”  Andere belangrijke elementen  “Ik moet ook mijn goed nieuws kwijt kunnen”.  “Ze staan open voor mijn ideeën”  “Schriftelijke communicatie is voor mij belangrijk en efficiënt”  “Wij kunnen over alles praten wat ons bezig houdt”

24 Stellingen  Discussie over volgende stellingen:  “If you are really doing the work, then it gets inside you” (A. Obholzer)  als een cliënt vraagt naar affectie moet de hulpverlener daarop ingaan (hoe hij/zij dit doet mag zelf gekozen worden)  "om zichzelf te zijn is het nodig om afstand te nemen van de dwang van het ideaal" (F. Nietszche)  Nabijheid dient de client, afstand dient de hulpverlener  Onvoorwaardelijkheid in de hulpverlening bestaat niet  De hulpverleningsrelatie mag geen vriendschap worden

25 Persoonlijke visie  Elk groepslid schreef een persoonlijke visie rond het thema afstand en nabijheid  Zicht krijgen op je eigen standpunten en de standpunten van anderen  Op basis van deze visies en de informatie die we doorheen de opdracht verkregen werd een algemene visie gemaakt

26 Algemene visie  Afstand en nabijheid  = middel om werkrelatie op te bouwen  Fysieke en emotionele aspecten  Eenheid tussen lichaam, geest en emotie  Nabijheid ≠ vriendschap  Compagnon en route + kwaliteiten van vriendschap  ≠ eenrichtingsverkeer maar wisselwerking  Afstemmen op noden van de cliënt  Hoe noden en grenzen herkennen?  Moeilijk bij minder verbale personen  Zelf-reflectieve hulpverlener  Maar… cultuur van niet verwoorden van gevoelens  Meer communicatie en openheid rond thema

27 Algemene visie  Evenwicht afstand – nabijheid  Metafoor gentle teaching: ouder – kind relatie  Bescherming  verantwoordelijkheid geven  Ieder heeft eigen invulling  Continuïteit nastreven  Richtlijnen in kwaliteitshandboek  Intervisie en supervisie

28 Algemene visie  Centrale rol van het team  = kleinste eenheid van voorziening  Gedeelde verantwoordelijkheid  Individuele hulpverlener  Zelf – reflectieve houding vereist  Waken over eigen grenzen  Bespreekbaar maken en communiceren  Eindverantwoordelijke relatie  Orthopedagoog is procesbewaker

29 Algemene visie  Hulpverleningsideaal ≠ ideaal van de cliënt  Naar een gedeeld ideaal  Presentietheorie: er gewoon zijn  Besef van macht van hulpverlener  Reflecteren binnen het team  Afstand en nabijheid belangrijk thema!  Rekening houden met verschillende factoren  Open communicatie en reflectie

30 Specifieke doelgroepen  Mensen met een verstandelijke beperking:  Hebben nood om op volwassen manier benaderd te worden   cognitieve beperking die volwassen manier van benaderen niet evident maakt  Personen met autisme:  Problemen met empathische accuraatheid  Personen met een ticstoornis:  Niet steeds evident nabij te zijn  Coprolalie

31 Specifieke doelgroepen  Personen met taalontwikkelingsstoornissen:  Minder begrijpen van woorden van nabijheid  Gedrags- en emotionele stoornissen, hechtingsstoornissen:  Problemen in het reguleren en aanpassen van emoties en reacties  Agressie

32 Feedback van de praktijk  Visie is belangrijk, maar het werken rond dit thema moet in de praktijk gebeuren.  Bedoeling van de begeleider is niet altijd gelijk aan het effect  De constant lerende hulpverlener  Nieuwe begeleiders: willen het vaak té goed doen.  Visie teveel vanuit hulpverlenerperspectief  Wie zorgt voor relatie met cliënt?  Thema niet in ‘vaste vorm’ te gieten  Constante waakzaamheid over eigen werk!!


Download ppt "AFSTAND EN NABIJHEID Orthopedagogische synthese Groep 11."

Verwante presentaties


Ads door Google