De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

 Ontspan, doe je ogen dicht en denk aan die ene klas waar je les aan geeft.  Je staat voor de klas, je kijkt rond, je kijkt de leerlingen een voor een.

Verwante presentaties


Presentatie over: " Ontspan, doe je ogen dicht en denk aan die ene klas waar je les aan geeft.  Je staat voor de klas, je kijkt rond, je kijkt de leerlingen een voor een."— Transcript van de presentatie:

1

2  Ontspan, doe je ogen dicht en denk aan die ene klas waar je les aan geeft.  Je staat voor de klas, je kijkt rond, je kijkt de leerlingen een voor een aan …  Wat valt je op aan de leerlingen die zich in jouw lokaal bevinden?  Verzamel die informatie in je geheugen.  Je mag weer ‘wakker’ worden.  Schrijf de voor jou opvallende zaken in steekwoorden op. 2

3 Wat maakt deze mensen tot een persoonlijkheid? jijzelf in groepen 5”

4 BIG FIVE (persoonlijkheid als stabiele factor)  mate van extraversie  mate van altruÏsme  mate van zorgvuldigheid  mate van emotionele stabiliteit  mate van openheid voor nieuwe ervaringen en ideeën  Hoe passen de ‘persoonlijkheden’ van dia 3 hierbij?  Gebruik pagina 55 uit het boek (in groepen / 5“)

5 Freud: een uitleg (H2.2) DRIE KRACHTEN  Es (Het / Id) > biologische driften  Ich (Ik / Ego) > geweten  Über-Ich (Boven-Ik / Super-Ego) > waarneming en verstand

6 DEFINITIE Lichamelijke en persoonlijke kenmerken die blijvend bij iemand waar te nemen zijn.

7 Erik Erikson, 1902 – Inleidende toelichting: waar gaan we het over hebben? 7

8 Het gevoel van identiteit:  continuïteit  herkenning en erkenning  besef vrijheid in afhankelijkheid  besef van een zinvolle toekomst H2.3

9 Besef van continuïteit  Betekent dat je je in vele verschillende situaties en omstandigheden dezelfde persoon blijft voelen. Dat je geen speelbal bent van je omgeving.  Wie ben ik nu eigenlijk écht gezien de vele rollen die ik speel? 9

10 Besef van herkenning en erkenning  Het is belangrijk om door je omgeving erkend te worden. Vooral door mensen om wie je geeft (ouders, vrienden). Als je denkt een persoonlijkheid gevonden te hebben, is het belangrijk daarin herkend en erkend te worden door anderen.  Herken ik mijzelf in het beeld dat de ander van mij heeft? 10

11 Besef van vrijheid in afhankelijkheid  Ontdekken van mogelijkheden en beperkingen.  Sociale, materiële, seksuele en fysieke grenzen.  Acceptatie van onmogelijkheden en beperkingen. Anders frustratie/boosheid. 11

12 Besef van een zinvolle toekomst  Het hebben van doelen, het nastreven van idealen. 12

13 bron: 13

14 Fase 1 Baby Basic trust. Conflict tussen vertrouwen en wantrouwen. Daaruit ontwikkelt zich hoop. Fase 2 Peuter Autonomie. Conflict tussen zelf handelen en zich laten leiden. Daaruit ontwikkelt zich wilskracht.

15 Fase 3 Kleuter Initiatief. Conflict tussen initiatief nemen en krijgen van schuldgevoel. Daaruit ontwikkelt zich doelgerichtheid. Fase 4 Schoolkind Constructiviteit. Conflict tussen constructiviteit en gevoel van minderwaardigheid. Daaruit ontwikkelt zich bekwaamheid.

16 Fase 5 Adolescent Gevoel van identiteit. Conflict tussen gevoel van identiteit en alle veranderingen => identiteitscrisis. Daaruit ontwikkelt zich trouw. Fase 6 Volwassen Intimiteit. Conflict tussen intimiteit en eigen identiteit. Daaruit ontwikkelt zich liefde.

17 Fase 7 Generativiteit. Zorgdragen. Conflict tussen maatschappelijk actief zijn en stagnatie. Daaruit ontwikkelt zich zorg. Fase 8 Ouderdom Integriteit. Conflict tussen wanhoop, wrok, spijt en aanvaarding levensloop. Daaruit ontwikkelt zich wijsheid.

18 Lezen voor bijeenkomst 3.4 hoofdstuk 2.5 Heb je de aantekeningen van het denkexperiment nog? die heb je volgende week nodig bij de afsluiting. Denk de komende twee weken eens na, wat je met de informatie tot nu toe zou moeten en/of zou kunnen in het onderwijs.

19 bijeenkomst 3.4 eerst een toelichting dan een opdracht

20 1. Foreclosure Zelfverzekerd, star, gevoelig voor autoriteit 2. Moratorium Uitstel aan plicht tot volwassenheid, erg bezig met zoeken naar eigen identiteit. 3. Identiteitsverwarring Ingrijpende veranderingen op meerdere gebieden.

21 4. Negatieve identiteit Reactie op niet kunnen voldoen aan eisen uit de omgeving en van zichzelf. 5. Kunstmatige identiteit Identiteit inruilen voor de zekerheid van het lidmaatschap van een groep. 6. Identity achievement Eigen identiteit bereikt.

22 a. Tijdsverwarring paniek, niet kunnen plannen. Docent: feedback op tijdsbesteding. Persoonlijke idealen en hoop die te bereiken. b. Verlegenheid Pijnlijk zelfbewust zijn. Docent: Succes ervaringen, versterken van zelfvertrouwen. c. Rolfixatie Niet meer experimenteren. Faalangst. Docent: groepsactiviteit.

23 d. Werkverlamming Minderwaardigheid. Geen gebruik van eigen vaardigheden. Docent: samenwerken stimuleren. e. Bi-seksuele verwarring Gevoelens die niet passen bij het beeld van mannelijkheid en vrouwelijkheid die ze hebben. Extreem gedrag. Docent: normen en waarden die op school gelden. f. Autoriteitsverwarring Niet kunnen functioneren in hiërarchisch systeem. Docent: taak om rol van de docent te aanvaarden en over te brengen op de leerlingen. g. Verwarring van waarden Normloosheid. Docent: democratische sfeer in de klas hanteren. Identiteitsverwarring

24 Conclusie: Gevoel van identiteit:  continuïteit: zelfbeeldverheldering dmv tests. Bewustwording.  herkenning en erkenning: Respect voor leerling als individu. Flexibiliteit in je les aangepast aan de leerlingen.  besef vrijheid in afhankelijkheid: speelruimte in combinatie met spelregels.  besef van een zinvolle toekomst: ondersteunen.

25 25 WAT HOORT WAARBIJ? (15 minuten) 1.Je krijgt een casus toegewezen (Talinda of Marijke). 2.Lees de casus. 3.Bespreek in je subgroep: A.Welke aspecten van het gevoel van identiteit je herkent. B.Idem ontwikkelingsfasen. C.Idem vormen van identiteitsontwikkeling. 4.Welke argumenten hanteer je voor jullie conclusies? 5.Bespreek jullie resultaat met een andere subgroep. 6.We sluiten kort plenair af.

26  Welke keuzes heb jij tijdens je adolescentie tot nu toe moeten maken en waarom?  Welke invloed hebben deze keuzes (gehad) op jouw identiteit, zowel in het algemeen als met betrekking tot je docentrol? 26

27  Ga terug naar het denkexperiment.  Wat vind jij nu opvallend / kenmerkend aan jouw leerlingen?  Welke aspecten uit de theorie over de identiteitsontwikkeling zie je in jouw klas?  Wat kun je met de kennis uit deze bijeenkomst als docent in de klas? 27

28 lezen voor bijeenkomst 3.5 hoofdstuk 2.6 tot pagina 115.


Download ppt " Ontspan, doe je ogen dicht en denk aan die ene klas waar je les aan geeft.  Je staat voor de klas, je kijkt rond, je kijkt de leerlingen een voor een."

Verwante presentaties


Ads door Google