Marketing 1.2 de consument 19 november 2012.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Het prijs- of marktmechanisme Deel II
Advertisements

Vraag en aanbod.
Vandaag.
Hoe sterk reageert de vraag op een prijsverandering
Hoofdstuk 2 Inkomen en inflatie
Goedemorgen …….en.
Oerproducent (bijv. de veehouder)
Hoofdstuk 5: Rekeningrijden
stijging van het algemeen prijspeil
Keynesiaans model J. Zonjee.
Inkomen les 10 Zelftest Inzichtvragen
Kleding, hoofdstuk 2 Elasticiteiten.
Het prijs- of marktmechanisme I
Management & Organisatie Lesbrief: Welvaart VWO 4 Les 11 – Indexcijfers deel 2 Datum: 23 september 2010 Docent: Henk Douna.
Een overzicht van de mogelijkheden
Inflatie oftewel stijging van het algemeen prijspeil
Goedemiddag H3b.
Inkomen les 7 27 t/m 37.
Elasticiteiten Prijselasticiteit van de vraag Kruislingse elasticiteit
Hoofdstuk 5: Het huishouden
Elasticiteiten Klik om verder te gaan.
Prijsindexcijfer Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit.
Goede tijden, slechte tijden
Elasticiteiten.
Economische kringloop
Nominaal versus reëel inkomen
Hoofdstuk 1 Waar blijft je geld?
Conjunctuur.
Vandaag.
Herhaling Hoofdstuk 1.
§1.4 Waar kies je voor? In deze PowerPoint-presentatie leer je over:
Hoofdstuk 3 Prijsbeleid
Hoofdstuk 5.
Micro-economie (week 4)
Aantekeningen Hoofdstuk 1
Hoe sterk reageert de vraag op een prijsverandering
Basisboek Marketing Hoofdstuk 9 Prijs.
Prijselasticiteit van de vraag
Prijs elasticiteit. Prijsstijging van ‘n product heeft gevolg voor de afzet van het product: door prijsstijging beetje minder afzet door prijsstijging.
Basisboek Marketing Hoofdstuk 10 Inkomenselasticiteit.
Antwoorden proeftoets H4, h6 en h7 1 t/m 3. Jaren Schuldrest begin van het jaar InterestAflossing Schuld einde van het jaar Belasting- voordeel Lasten.
Schitteren in Zijn licht De markt van “de big mac” PrijsQVQAAanbodoverschot /tekort € 4,- € 3,50 € 3,- € 2,50 € 2,- € 1,50 € 1,-
Prijs- en Productmix 1e klas Ron Weijens.
 Hier worden leningen of kredieten verstrekt 2 deelmarkten: Geldmarkt: Kortlopende kredieten (1 a 2 jr) Kapitaalmarkt: Langlopende kredieten (langer.
Wat gaan we vandaag doen?  Voorbereiding op toets 17 mei 2016 lesuur 7  Eerst luister je / noteer je wat er in de toets komt. Vervolgens mag je:  Naar.
Prijs- en Productmix 1e klas Ron Weijens.
Aantekeningen hoofdstuk 2. Arbeidsovereenkomst 4.3 Wat moet je doen? Om in Nederland aan het werk te mogen is het verplicht om een arbeidsovereenkomst.
Rekenvaardigheid Procenten. Absoluut, relatief, cumulatief Absolute getallen: aantal stuks of eenheden Relatieve getallen: als deel van een groter geheel.
Prijs- en Productmix ALLEEN OP NEERGEKLAPTE STOELEN GAAN ZITTEN.
Samenvatting Lesbrief Vraag en aanbod Hoofdstukken 1-6.
Hoe sterk is het verband tussen twee (procentuele) veranderingen.
Lesbrief Vervoer H 6.
Welkom Havo 5..
Hoofdstuk 5 Les 2: Markten.
inkomenselasticiteit
Economische groei Hfst 20 Hfst 26.
Welkom havo 3..
Hoofdstuk 5 Les 6: Markten.
Samenvatting Lesbrief Vraag en aanbod
Welkom havo 3..
Welkom havo 3..
Havo 4 Lesbrief Vervoer.
Havo 4 Lesbrief Vervoer.
Welkom 4 Havo..
Welkom 4 Havo..
Economisch bekeken Mavo 4
Prijselasticiteit Hoofdstuk 5 markt havo 3 & vwo 3.
Kruiselingse prijselasticiteit
Inflatie en koopkracht
Havo 4 Hoofdstuk 2 Consumentengedrag
Transcript van de presentatie:

Marketing 1.2 de consument 19 november 2012

Agenda Inkomen en koopkracht Koopkracht en inflatie Koopkracht ontwikkeling Behoeftes en bestedingspatronen Prijselasticiteit Inkomenselasticiteit

consumentengedrag

Inkomen en koopkracht Koopkracht – het inkomen dat de consument kan besteden aan de aanschaf van goederen en diensten

Inkomen en koopkracht Koopkracht – het inkomen dat de consument kan besteden aan de aanschaf van goederen en diensten Noodzakelijke uitgaven noemen we gebonden koopkracht

Inkomen en koopkracht Koopkracht – het inkomen dat de consument kan besteden aan de aanschaf van goederen en diensten Noodzakelijke uitgaven noemen we gebonden koopkracht Wat overblijft is de vrije koopkracht waar men luxe (niet noodzakelijke) goederen van kan kopen of sparen

Inkomen en koopkracht

Koopkracht en inflatie Prijzen van goederen en diensten worden over de tijd duurder. Dit noemen we inflatie

Koopkracht en inflatie Prijzen van goederen en diensten worden over de tijd duurder. Dit noemen we inflatie Om de inflatie bij te houden berekend het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) de consumentenprijsindex (cpi)

Koopkracht en inflatie Consumentenprijsindex (cpi) werkt als volgt: Een pak melk kost in 2010 €0,50 en krijgt het indexcijfer 100 (het basisjaar)

Koopkracht en inflatie Consumentenprijsindex (cpi) werkt als volgt: Een pak melk kost in 2010 €0,50 en krijgt het indexcijfer 100 (het basisjaar) In 2011 stijgt de prijs van €0,50 naar €0,55. De prijsindex is nu prijs melk 2011 / prijs melk basisjaar * 100 = 0,55 / 0,50 * 100 = 110

Koopkracht en inflatie Consumentenprijsindex (cpi) werkt als volgt: Een pak melk kost in 2010 €0,50 en krijgt het indexcijfer 100 (het basisjaar) In 2011 stijgt de prijs van €0,50 naar €0,55. De prijsindex is nu prijs melk 2011 / prijs melk basisjaar * 100 = 0,55 / 0,50 * 100 = 110 In 2012 kost het pak melk €0,62 en heeft in 2012 de prijsindex 0,62 / 0,50 * 100 = 124

Koopkracht en inflatie Bereken voor jezelf de prijsindex voor een biertje in cafe wallstreet voor de jaren 2011 en 2012 Prijs fluitje 2010 - €2,20 (basisjaar = index 100) Prijs fluitje 2011 - €2,35 Prijs fluitje 2012 - €2, 60

Koopkracht en inflatie We hebben nu een prijsindex berekend voor 1 product. Het CBS maakt dezelfde berekening voor heel veel producten en diensten (een consumenten mandje) en neemt het gemiddelde van alle prijsindexen wat het cpi (consumentenprijsindex) vormt

Koopkrachtontwikkeling Wat gebeurt er met je koopkracht als de producten en diensten duurder worden (inflatie)?

Koopkrachtontwikkeling Wat gebeurt er met je koopkracht als de producten en diensten duurder worden (inflatie)? Is inderdaad afhankelijk van je inkomen want ook de lonen stijgen door de jaren heen.

Koopkrachtontwikkeling Wat gebeurt er met je koopkracht als de producten en diensten duurder worden (inflatie)? Is inderdaad afhankelijk van je inkomen want ook de lonen stijgen door de jaren heen. Stijgingen in de lonen berekenen we met een inkomensindex

Koopkrachtontwikkeling Berekening inkomensindex Inkomen 2012 / inkomen basisjaar * 100 Inkomen in 2012 is €23.000 en basisjaar was het inkomen €20.000 Wat is de inkomensindex? Reken uit!

Koopkrachtontwikkeling Je koopkrachtontwikkeling heeft dus te maken met beide inflatie en stijgingen in inkomen

Koopkrachtontwikkeling Je koopkrachtontwikkeling heeft dus te maken met beide inflatie en stijgingen in inkomen Je koopkrachtontwikkeling kunnen we nu uitrekenen met een inflatiecorrectie

Koopkrachtontwikkeling Je koopkrachtontwikkeling heeft dus te maken met beide inflatie en stijgingen in inkomen Je koopkrachtontwikkeling kunnen we nu uitrekenen met een inflatiecorrectie Inflatiecorrectie = inkomensindex 2012 / prijsindex 2012 * 100

Koopkrachtontwikkeling Je koopkrachtontwikkeling heeft dus te maken met beide inflatie en stijgingen in inkomen Je koopkrachtontwikkeling kunnen we nu uitrekenen met een inflatiecorrectie Inflatiecorrectie = inkomensindex 2012 / prijsindex 2012 * 100 Inkomensindex 2012 is 115 en prijsindex 2012 is 108 wat is de inflatiecorrectie?

Behoeftes en bestedingspatronen Omdat iedereen verschillende behoeftes heeft, heeft iedereen verschillende bestedingspatronen Dit bepaalt in grote mate het koopgedrag en voor de producent van groot belang om haar klanten te vinden

Prijselasticiteit Wat gebeurt er met het koopgedrag als een producent de prijzen veranderd?

Prijselasticiteit Wat gebeurt er met het koopgedrag als een producent de prijzen veranderd? Als de prijs wordt verlaagt, hoeveel wordt er meer verkocht? En wat als de prijs wordt verhoogt?

Prijselasticiteit Wat gebeurt er met het koopgedrag als een producent de prijzen veranderd? Als de prijs wordt verlaagt, hoeveel wordt er meer verkocht? En wat als de prijs wordt verhoogt? Een reactie op een prijsverandering noemen we de prijselasticiteit of de vraagelasticiteit

Prijselasticiteit Voor de meeste artikelen geldt dat bij een prijsverlaging van een artikel méér van dat artikel wordt gekocht en bij een prijsverhoging minder

Prijselasticiteit Bij noodzakelijke artikelen zoals bijv. benzine zal een prijsverandering niet leiden tot een hele grote daling in verkoop

Prijselasticiteit Bij noodzakelijke artikelen zoals bijv. benzine zal een prijsverhoging niet leiden tot een hele grote daling in verkoop In het geval van benzine is de vraag inelastisch (klein effect)

Prijselasticiteit Bij luxe goederen zal de een prijsverhoging leiden tot een grote daling in de vraag Bij artikelen waar de vraag sterk daalt met een prijsverhoging is de vraag elastisch (groot effect)

Inkomenselasticiteit Wat als niet de prijs van een product verandert maar wel je inkomen? Wordt je vraag naar een product dan groter?

Inkomenselasticiteit Wat als niet de prijs van een product veranderd maar wel je inkomen? Wordt je vraag naar een product dan groter? De inkomenselasticiteit beantwoord deze vraag

Inkomenselasticiteit In het algemeen geldt dat de consument bij stijging van het inkomen méér gaat besteden en bij daling van het inkomen minder

Inkomenselasticiteit In het algemeen geldt dat de consument bij stijging van het inkomen méér gaat besteden en bij daling van het inkomen minder Wet van Engel: Bij inkomensverbetering stijgen de uitgaven voor de eerste levensbehoeften minder sterk dan de uitgaven voor overige goederen en diensten

Inkomenselasticiteit Voor sommige artikelen kan het zo zijn dat met een inkomensstijging er juist minder wordt verkocht. En bij een inkomensdaling wordt er dan juist meer van verkocht. Dit noemen we inferieure artikelen

Inkomenselasticiteit Voor sommige artikelen kan het zo zijn dat met een inkomensstijging er juist minder wordt verkocht. En bij een inkomensdaling wordt er dan juist meer van verkocht. Dit noemen we inferieure artikelen Kan jij een voorbeeld geven van zo’n artikel?